Zoekresultaat: 8 artikelen

x
Jaar 2011 x
Artikel

Wegcontracteren van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 5 2011
Trefwoorden redelijkheid en billijkheid, aanvullende werking, Regulation on a Common European Sales Law
Auteurs Prof. mr. M.H. Wissink
SamenvattingAuteursinformatie

    Mark Wissink snijdt vervolgens een onderwerp aan waarover Grosheide en Drion nog wel eens (in discussiërende zin) de staf hebben mogen breken: de rol van de redelijkheid en billijkheid. En dan meer in het bijzonder de vraag naar het al dan niet kunnen wegcontracteren van de aanvullende werking daarvan. Wissink bespreekt oude en nieuwe argumenten, zoals artikel 2 lid 3 van de voorgestelde Regulation on a Common European Sales Law van 11 oktober 2011, op basis waarvan de redelijkheid en billijkheid niet door partijen mogen worden weggecontracteerd. Wissink tekent daarbij – terecht – aan dat de inhoud van de Europese redelijkheid en billijkheid (good faith and fair dealing) nog wel eens zou kunnen verschillen van de Nederlandse.


Prof. mr. M.H. Wissink
Mark Wissink is advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, hoogleraar privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Access_open Een discipline in transitie

Rechtswetenschappelijk onderzoek na de Commissie Koers

Tijdschrift Law and Method, 2011
Trefwoorden rechtswetenschappelijk onderzoek, peer review, ranking, methodologie, grand challenges
Auteurs Carel Stolker
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2010 verscheen het rapport Kwaliteit & diversiteit van de Commissie Koers die het wetenschappelijk onderzoek van negen Nederlandse juridische faculteiten beoordeelde. De conclusie van het rapport is dat het ‘goed’ gaat met het rechtswetenschappelijk onderzoek in Nederland, maar tegelijkertijd ziet de Commissie ‘een discipline in transitie’. De Commissie dringt er bij de decanen van de faculteiten op aan om veel meer te gaan samenwerken. Als uitgesproken ‘zwak’ benoemt ze het gegeven dat er binnen de discipline geen algemeen gedeelde opvatting bestaat over de wetenschappelijke kwaliteit op grond waarvan onderzoeksresultaten beoordeeld kunnen worden. In deze bijdrage blikt de auteur aan de hand van de bevindingen van de Commissie Koers terug en trekt hij lijnen naar de toekomst. Volgens hem verdient vooral de externe oriëntatie aandacht: de wetenschappelijke verantwoording (peer review, ranking, impactmeting), de steeds belangrijker wordende maatschappelijke verantwoording, en de thematisering van het juridische onderzoek (de Europese ‘grand challenges’ en de Nederlandse topsectoren).


Carel Stolker
Prof. mr. Carel Stolker was decaan van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Daarvoor was hij vice-decaan voor het onderzoek en directeur van het facultaire E.M. Meijers Instituut. In het academisch jaar 2011-2012 werkt hij aan een boek over rechtenfaculteiten.
Artikel

Misleidende omissie bij het aangaan van overeenkomsten

Reflexwerking van de regeling oneerlijke handelspraktijken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7/8 2011
Trefwoorden oneerlijke handelspraktijken, reflexwerking, dwaling, uitleg overeenkomst, spaarovereenkomst
Auteurs Prof. mr. A.G. Castermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Heeft de regeling oneerlijke handelspraktijken invloed bij de beoordeling van een beroep op dwaling of bij de uitleg van de overeenkomst? Deze vraag wordt onderzocht aan de hand van Rb. Amsterdam 18 mei 2011, LJN BQ6506. Het antwoord luidt positief en werpt een ander perspectief op de besproken zaak.


Prof. mr. A.G. Castermans
Prof. mr. A.G. Castermans is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Verandering van cassatierechtspraak

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2011
Trefwoorden cassatie, selectiestelsel in cassatie, rechtsbescherming, rechtsontwikkeling, Rechtseenheid
Auteurs Prof. mr. H.J. Snijders
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 15 december 2010 werd het Wetsvoorstel ‘versterking cassatierechtspraak’ ingediend, dat voorziet in een kwalitatief bewaakte selectie van cassatie-advocaten over de volle breedte van het land resp. in verkorte afdoening van klaarblijkelijk kansloze cassatiezaken door niet-ontvankelijkverklaring in een vroeg stadium van de cassatieprocedure. In dit artikel wordt onderzocht in hoeverre dat laatste inderdaad tot ‘versterking’ van de cassatierechtspraak kan leiden.
    De analyse is gericht op de civiele cassatie en uitsluitend op het voorgenomen selectiestelsel. Hoe wordt de selectie vormgegeven? Wat zijn de selectiecriteria? Wat is de procedure? Hoe wordt de uitspraak ingekleed? Welke effecten zal het systeem (kunnen) hebben?
    Al met al moet de beoogde regeling, na een enkel amendement en mits goed waaronder transparant uitgevoerd, de cassatierechtspraak inderdaad kunnen versterken in die zin dat de Hoge Raad zich op zijn kerntaken – bevordering van rechtseenheid, rechtsontwikkeling en rechtsbescherming – kan en zal concentreren.


Prof. mr. H.J. Snijders
Prof. mr. H.J. Snijders is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht te Leiden.
Artikel

Naar een Europees Burgerlijk Wetboek? Het Draft Common Frame of Reference (DCFR)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden DCFR, Europees Burgerlijk Wetboek, optional instrument, toolbox, Europees verbintenissenrecht, Europees goederenrecht
Auteurs Mr. P.C.J. De Tavernier en Mr. J.A. van der Weide
SamenvattingAuteursinformatie

    Het DCFR bevat een blauwdruk voor een toekomstig Europees verbintenissen- en goederenrecht. In deze bijdrage wordt ingegaan op de achtergrond, de opzet en inhoud van het DCFR, controversiële en ongeregelde kwesties, evenals de invloed van het DCFR op de bestaande rechtspraktijk.


Mr. P.C.J. De Tavernier
Mr. P.C.J. De Tavernier is werkzaam bij de afdeling Burgerlijk recht van de Universiteit Leiden en lid van het bijzonder academisch personeel van de Universiteit Antwerpen.

Mr. J.A. van der Weide
Mr. J.A. van der Weide is werkzaam bij de afdeling Burgerlijk recht van de Universiteit Leiden.
Artikel

Pénzügyi Lízing/Schneider: HvJ EU verzet de bakens inzake ambtshalve toetsing van algemene voorwaarden

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Europees consumentenrecht, ambtshalve toetsing, Richtlijn 93/13, oneerlijke bedingen, algemene voorwaarden
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Het HvJ EU verplichtte in zijn eerdere rechtspraak de nationale rechter al om bedingen die onder het bereik van de Richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten vallen ambtshalve te toetsen. In zijn arrest Pénzügyi Lízing/Schneider heeft het HvJ EU de nationale rechter verplicht om ambtshalve instructiemaatregelen te treffen om vast te stellen of het beding dat voorwerp van het geschil vormt binnen de werkingssfeer van de Richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten valt. In deze bijdrage wordt de rechtspraak van het HvJ EU over de ambtshalve toetsing van oneerlijke bedingen besproken en worden suggesties gedaan voor de vormgeving van de in het arrest Pénzügyi Lízing/Schneider geformuleerde verplichting tot het treffen van ambtshalve instructiemaatregelen.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten te Alphen aan den Rijn.
Artikel

‘Supplier codes of conduct’ en mensenrechten in een keten van contracten

Over enige vermogensrechtelijke implicaties van gedragscodes met betrekking tot mensenrechten en milieu in contractuele relaties

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2011
Trefwoorden gedragscode, mensenrechten, ketenaansprakelijkheid, zelfregulering, transnationaal privaatrecht
Auteurs Mr. M.-J. van der Heijden
SamenvattingAuteursinformatie

    Tegen de achtergrond van ernstige mensenrechtenschendingen van toeleveranciers in ontwikkelingslanden en sterk groeiende economieën, zoals China en India, stellen steeds meer ondernemingen supplier codes of conduct agreements (gedragsregels voor hun leveranciers in overeenkomsten) op als zelfregulerende mechanismen die mensenrechtenschendingen zouden moeten tegengaan in een internationale context waarin ondernemingen niet door de internationale gemeenschap of gastlanden aansprakelijk gehouden worden. De achtergrond van het opstellen van de codes en daarmee de relevantie van het onderwerp worden kort in de inleiding besproken. Vervolgens wordt aangegeven wat de inhoud van deze gedragscodes is en hoe de verschillende codes zich tot elkaar verhouden in een context van een proliferatie van gedragscodes. Ondanks de diversiteit van codes is een proces van standaardisering zichtbaar, zodat enige algemene opmerkingen mogelijk zijn. Daarna wordt de vraag behandeld wat de juridische impact van de codes kan zijn, enerzijds door hun effect op de relatie tussen de contractspartijen en op de positie van werknemers in ontwikkelingslanden aan de hand van verschillende situatieschetsen te toetsen, en anderzijds door de status van de codes onder Nederlands recht te beoordelen. Afsluitend volgt een aantal slotopmerkingen over mogelijke (toekomstige) implicaties en hoe supplier codes of conduct agreements passen in ontwikkelingen van transnationaal privaatrecht, constitutionalisering van privaatrecht, zelfregulering, en aansprakelijkheid in een web van relaties.


Mr. M.-J. van der Heijden
Mr. M.-J. van der Heijden is werkzaam aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.
Praktijk

Consumentenbescherming en uitleg

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2011
Trefwoorden algemene voorwaarden, zwarte lijst, grijze lijst, beëindiging duurovereenkomst, ambtshalve toetsing, Richtlijn 93/13, consumentenbescherming
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse consumentenrecht is uitgebreid met de Wet Van Dam. Deze wet brengt een wijziging aan in de zwarte en grijze lijsten van de artikelen 6:236 en 6:237 BW en beoogt de opzegging van duurrelaties voor de consument te vergemakkelijken. Aan de Wet Van Dam kleven de nodige haken en ogen. Voorts wordt het arrest Pénzügyi Lízing/Schneider van het HvJ EU over de ambtshalve toetsing van oneerlijke bedingen besproken. In dit arrest oordeelde het HvJ EU dat de rechter ambtshalve instructiemaatregelen moet treffen om na te gaan of het litigieuze beding binnen de werkingssfeer van de Richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten valt.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten te Alphen aan den Rijn.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.