Zoekresultaat: 8 artikelen

x
Jaar 2016 x
Casus

Macht aus dem Rechtsstaat keinen Gurkensalat

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden rechtsstaat, rechtsstatelijkheid, empirische data, bronnenonderzoek, rechtswetenschappelijk onderzoek
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel en Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is een reactie op het artikel ‘De rechtsstaat: van sluitpost naar “Leitmotiv”’ van Zouridis, Wierenga en Niemeijer in het Nederlands Juristenblad, waarin kritiek wordt geleverd op het eerste hoofdstuk van het jaarverslag van de Raad van State. De Raad waarschuwt daarin voor het zien van rechtsstatelijke overwegingen in de politiek als een soort van sluitpost. Zouridis, Wierenga en Niemeijer vragen zich af op basis van welke empirische feiten de conclusies van de Raad van State zijn gebaseerd en of deze wel de juiste oorzaken voor het afkalven van de rechtsstaat in het vizier heeft. De auteurs van deze reactie vragen zich op hun beurt echter af of het betoog in dat artikel op zijn beurt wel op voldoende empirische onderbouwing steunt. Het gaat de auteurs daarbij met name om de onderbouwing van de stelling dat bestuur en wetgever ‘regelverslaafd’ zijn, de vraag wat het aantal wettelijke regels zegt over het rechtsstatelijke gehalte van de samenleving en welke rol overheidsjuristen vervullen bij het bewaken van rechtsstatelijke normen. Aan het slot van de bijdrage gaan de auteurs in op de vraag of er niet sprake is van een bredere trend, die twijfels oproept over de wijze waarop binnen het rechtswetenschappelijk onderzoek met empirische data en bronnenonderzoek wordt omgegaan.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.

Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Artikel

Relativiteit, eigen schuld en de collectieve actie

Enkele opmerkingen naar aanleiding van HR 27 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3399, NJ 2016/245 m.nt. T.F.E. Tjong Tjin Tai (Stichting Gedupeerde Beleggers/ABN Amro)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2016
Trefwoorden collectieve actie, relativiteit, eigen schuld, bancaire zorgplicht, beleggingsschade
Auteurs Mr. drs. D.F.H. Stein
SamenvattingAuteursinformatie

    In hoeverre staat onvoorzichtigheid van de belegger in de weg aan diens bescherming door de bancaire zorgplicht? De auteur bespreekt deze vraag in het kader van een collectieve actie en gaat tevens in op de mogelijkheid om daarin een oordeel te krijgen omtrent het beschermingsbereik van een geschonden norm (relativiteit ‘in strikte zin’).


Mr. drs. D.F.H. Stein
Mr. drs. D.F.H. Stein is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

De bijzondere zorgplicht van de bank jegens de particuliere aspirant-borg: waar ligt de grens?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden zorgplicht, borg, draagkracht, art. 4:34 Wft, art. 4:23 Wft
Auteurs Mr. B.M.H. Fleuren
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op de vraag hoe ver de bijzondere zorgplicht van de bank strekt bij het aangaan van een particuliere borgtocht. Moet de bank de draagkracht van de borg onderzoeken? En moet de bank de borg informeren over de financiële toestand van de hoofdschuldenaar?


Mr. B.M.H. Fleuren
Mr. B.M.H. Fleuren is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. dr. Rolf Ortlep
Mr. dr. R. Ortlep is als universitair hoofddocent verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Wat niet weet, wat wel deert. Over de mededelingsplicht ten aanzien van onbekende omstandigheden

Annotatie bij HR 27 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3424 (Inbev/Van der Valk)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden dwaling, mededelingsplicht, onderzoeksplicht, behoren te weten, art. 3:228 BW
Auteurs Mr. S.L. Boersen
SamenvattingAuteursinformatie

    Een partij kan haar wederpartij in beginsel niet informeren over voor haar onbekende omstandigheden. In deze bijdrage wordt aan de hand van een HR-arrest besproken of desondanks onder omstandigheden een onderzoeks- en mededelingsplicht kan bestaan ter voorkoming van dwaling van de wederpartij.


Mr. S.L. Boersen
Mr. S.L. Boersen is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

De zorgplicht van de franchisegever: bijzonder of niet?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2016
Trefwoorden franchise, zorgplicht, Nederlandse en Franchise Code, exploitatieprognose, precontractuele fase
Auteurs Mr. A.M.A. Schwegler
Samenvatting

    Op 17 februari jl. werd na een moeizame periode van consultatie de Nederlandse Franchise Code geïntroduceerd. In ‘De zorgplicht van de franchisegever: bijzonder of niet?’ bespreekt Angela Schwegler de precontractuele zorgplicht van de franchisegever die een exploitatieprognose aan een potentiële franchisenemer verstrekt. De positie van de franchisenemer en met name zijn eigen verantwoordelijkheid, dient bij een eventuele wettelijke verankering van de Nederlandse Franchise Code en de rol die deze code zal gaan spelen in de rechtspraak, aldus de auteur, niet uit het oog verloren te worden. Want, zo concludeert zij, “de zorgplicht van de franchisegever, die is zo bijzonder niet”.


Mr. A.M.A. Schwegler
Artikel

Het verbod op het in rekening brengen van bemiddelingskosten bij tweezijdige bemiddeling verduidelijkt

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden bemiddelingskosten, tweezijdige bemiddeling, onverschuldigde betaling, dienen van twee heren, courtage
Auteurs Mr. K. Azghay en Mr. Y.A. Rampersad
SamenvattingAuteursinformatie

    Met zijn prejudiciële beslissing verduidelijkt de Hoge Raad het verbod op het in rekening brengen van bemiddelingskosten bij de huurder van woonruimte in geval van tweezijdige bemiddeling. De prejudiciële beslissing van de Hoge Raad is maatschappelijk relevant vanwege de onduidelijkheid en rechtsonzekerheid in en de gevolgen voor de bemiddelingspraktijk.


Mr. K. Azghay
Mr. K. Azghay was ten tijde van het schrijven van dit artikel werkzaam als advocaat bij de sectie Dispute Resolution van Houthoff Buruma te Rotterdam.

Mr. Y.A. Rampersad
Mr. Y.A. Rampersad is als Professional Support Lawyer werkzaam bij de sectie Dispute Resolution van Houthoff Buruma te Rotterdam.
Artikel

Een doelmatigheidsonderzoek naar de maatstaf van de gemiddelde consument

Proefschrift van mr. B.B. Duivenvoorde

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2016
Trefwoorden maatman, gemiddelde consument, Richtlijn oneerlijke handelspraktijken, misleidende handelspraktijk, consumentenrecht
Auteurs Mr. dr. drs. C.M.D.S. Pavillon
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese ‘gemiddelde consument’-maatstaf bemoeilijkt de realisering van de door de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken nagestreefde doelstellingen van consumentenbescherming, interne markt en eerlijke concurrentie. Onderhavige bijdrage bespreekt hoe Duivenvoorde in zijn proefschrift tot deze conclusie komt en spiegelt de wijze waarop de Nederlandse rechter omgaat met de consumentmaatstaf aan zijn bevindingen.


Mr. dr. drs. C.M.D.S. Pavillon
Mr. dr. drs. C.M.D.S. Pavillon is universitair docent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.