Zoekresultaat: 8 artikelen

x
Jaar 2010 x
Artikel

Een upgrade van het zorgbeleid van de NMa: de derde versie van de Richtsnoeren voor de zorgsector

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden zorg en mededinging, publieke belangen en mededinging, diensten van algemeen economisch belang, begrip onderneming
Auteurs Prof. mr. J.W. van de Gronden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 maart 2010 stelde de NMa haar Richtsnoeren voor de zorgsector vast. Dit is alweer de derde versie van deze richtsnoeren die de NMa publiceert. De NMa wil graag tegemoet komen aan de onzekerheden die in de zorgsector over toelaatbaarheid van bepaalde afspraken en andere praktijken bestaan. Een belangrijke kwestie in dit verband is welke rol publieke belangen spelen. In de onderhavige bijdrage staat daarom de vraag centraal of de NMa in de Richtsnoeren de verhouding tussen het mededingingsrecht en de publieke zorgbelangen heeft verduidelijkt.


Prof. mr. J.W. van de Gronden
Prof. mr. J.W. van de Gronden is hoogleraar Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Professor Wolf Sauter wordt hartelijk dank gezegd voor zijn commentaar op een conceptversie van dit artikel.
Diversen

Nieuw toezicht op de advocatuur?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden zelfregulering, systeemtoezicht, toezicht op advocaten, advocatuur, De Hoogd
Auteurs Mr. M. de Rijke
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de totstandkoming van de Advocatenwet van 23 juni 1952 is de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) ingesteld en is wettelijk geregeld dat het toezicht op de advocatuur wordt uitgeoefend door Raden van toezicht, de bestuurders van de plaatselijke orden van advocaten. De leden van de Raden van toezicht worden gekozen uit de leden van de orde. Dit systeem van zelfregulering staat ter discussie, sinds de Minister van Justitie in een brief aan de Tweede Kamer van 5 maart 2010 zijn visie heeft gegeven op de “in de toekomst wenselijke en mogelijke aanpassingen van de wettelijke regelingen van het toezicht op notarissen, advocaten en gerechtsdeurwaarders”. De visie behelst onder meer de introductie van een nieuwe toezichthouder die controle uitoefent op de naleving van wettelijke voorschriften door advocaten. Wat echter ontbreekt in deze visie is een overtuigende onderbouwing om op zoek te gaan naar een alternatief voor het bestaande systeem en daarmee een legitimatie om de keuze te laten vallen op het andere uiterste van het spectrum van toezichtstijlen. In dit essay plaatst de auteur het bestaande toezichtsysteem, de controle hierop en de visie van de Minister in het kader van het algemeen toezichtsrecht. Zij komt tot de conclusie dat een te wankele basis bestaat voor een drastische oversteek van intern naar extern toezicht.


Mr. M. de Rijke
Mr. M. de Rijke is advocaat en partner bij Bird & Bird LLP te Den Haag.
Jurisprudentie

Zelfstandig verblijfsrecht van schoolgaande kinderen van werknemers en hun verzorgers: ontbreken van bestaansmiddelen niet relevant

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2010
Trefwoorden vrij verkeer van personen, voorwaarden verblijfsrecht, artikel 12 Verordening (EG) nr. 1612/68, voldoende bestaansmiddelen en ziektekostenverzekering, verzorger schoolgaand kind in gastlidstaat
Auteurs Dr. A. Schrauwen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Baumbast en R 1x HvJ EG 17 september 2002, zaak C-413/99, Baumbast en R, Jur. 2002, p. I-7091. heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap (hierna: Hof van Justitie) reeds bepaald dat kinderen van migrerende werknemers het recht hebben om in de gastlidstaat hun opleiding te voltooien en daarbij begeleid mogen worden door de persoon die daadwerkelijk voor hun verzorging instaat. In de zaken Ibrahim en Teixeira, die beide op 23 februari 2010 werden gewezen, bevestigt het Hof van Justitie dit recht expliciet en geeft het aan dat de financiële voorwaarden die de burgerschapsrichtlijn 2004/38/EG stelt aan economisch niet actieve burgers niet gelden voor verzorgers van schoolgaande kinderen.2x Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, Pb. EU 2004, L 158/77. Bovendien maakt het Hof van Justitie duidelijk dat het afgeleide verblijfsrecht voor verzorgers onder omstandigheden kan blijven voortbestaan indien het kind meerderjarig is. Het Hof van Justitie kent daarmee een bijzonder belang toe aan de rechtspositie van kinderen die onderwijs volgen en hun daadwerkelijke verzorgers, waardoor zij worden bevoorrecht ten opzichte van andere familieleden van voormalige werknemers en Unieburgers.

Noten

  • 1 HvJ EG 17 september 2002, zaak C-413/99, Baumbast en R, Jur. 2002, p. I-7091.

  • 2 Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, Pb. EU 2004, L 158/77.


Dr. A. Schrauwen
Dr. A. Schrauwen is als universitair hoofddocent verbonden aan de leerstoelgroep Europees recht en het Amsterdam Centre for European Law and Governance, Faculteit der Rechtsgeleerdheid Universiteit van Amsterdam.

Renée Kool
Renée Kool is als hoofddocent verbonden aan het Willem Pompe Instituut van de Universiteit Utrecht. Zij is tevens rechter-plaatsvervanger en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Wetsvoorstel Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten: overbodig of onmisbaar in de praktijk?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden toezicht, decentrale overheden, naleving, aanwijzing, verhaalsrecht
Auteurs Mr. M.J.M. Verhoeven
SamenvattingAuteursinformatie

    Wanneer Europese regelgeving in de Nederlandse rechtsorde niet goed nageleefd wordt, spreekt de Europese Commissie de lidstaat Nederland daarop aan. Binnen de nationale rechtsorde is de centrale overheid echter niet als enige verantwoordelijk voor de toepassing van Europees recht. De toepassing van Europese regelgeving in de nationale rechtsorde is veelal ook in handen van andere overheidsorganen, zoals zelfstandige bestuursorganen en decentrale overheden. De centrale overheid heeft vanwege haar Europese verantwoordelijkheid voor de correcte toepassing van Europees recht behoefte aan voldoende bevoegdheden voor toezicht op deze overheidsorganen. Met het wetsvoorstel Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten (Kamerstukken II 2009/10, 32 157, nr. 2; hierna afgekort tot wetsvoorstel NErpe) worden aan het toezichtsinstrumentarium enkele nieuwe bevoegdheden toegevoegd, die zijn toegesneden op de handhaving van Europees recht. In deze bijdrage een eerste blik op dit wetsvoorstel.


Mr. M.J.M. Verhoeven
Mr. M.J.M. Verhoeven is als promovenda verbonden aan het Europa Instituut en de Afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Wat doen juridische onderzoekers?

Een empirische blik

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2010
Trefwoorden rolmodellen, methodologie, rechtswetenschap, juridisch onderzoek, intern perspectief
Auteurs Gijs van Dijck, Stéphanie van Gulijk en Merel Prinsen
SamenvattingAuteursinformatie

    There is an ongoing debate about the importance and need for a more scientific and methodological approach of legal research. In this article, we contribute to this discussion by defining several role models and by testing to what extent these role models are used in legal research. After analyzing more than hundred Dutch legal dissertations, the study finds that legal scholars often take the perspective of the legislator who tries to find and define optimal law. The study also finds that classical sources, such as legislation and court decisions, are predominantly used within the perspective of the legislator. The advantages and pitfalls of the role model of the legislator are discussed. The findings are relevant for legal theory, more specifically for the debate on whether legal scholars take an internal or external perspective on the law. Additionally, the article provides information on what legal researchers do and therefore contributes to understanding the characteristics, possibilities, and constraints of legal research.


Gijs van Dijck
Gijs van Dijck is verbonden aan de Research Group for Methodology of Law and Legal Research en aan het Tilburg Institute for the Interdisciplinary Study of Contract Law and Conflict Systems (TISCO) van de Universiteit van Tilburg.

Stéphanie van Gulijk
Stéphanie van Gulijk is verbonden aan het Tilburg Institute for the Interdisciplinary Study of Contract Law and Conflict Systems (TISCO).

Merel Prinsen
Merel Prinsen was ten tijde van dit onderzoek verbonden aan het Tilburg Institute for Law, Technology and Society (TILT) van de Universiteit van Tilburg. Zij is thans verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam en tevens werkzaam bij het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP).
Artikel

Zelfrijzend Europees bakmeel: de voorstellen voor een nieuw toezicht op de financiële sector

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden toezicht, banken, verzekeringsmaatschappijen, effectenhandel, financiële sector
Auteurs Mr. J.C. van Haersolte en mr. H. van Meerten
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds het begin van de kredietcrisis in 2007 staat het toezicht op de financiële sector volop in de belangstelling. In september 2009 presenteerde de Europese Commissie haar voorstellen voor een stelselwijziging. Deze behelzen het opzetten van een ESRB (European Systemic Risk Board) voor het macroprudentieel toezicht en een netwerk voor de microprudentiële aspecten, genaamd ESFS (European System of Financial Supervisors). Drie nieuwe sectorale toezichthouders zullen de piéce de resistance van het ESFS vormen. De voorstellen zijn politiek controversieel en zullen in 2010 voor het nodige Europese interinstitutionele vuurwerk zorgen.


Mr. J.C. van Haersolte
Mr. J.C. van Haersolte is jurist EU-recht bij afdeling kennis en Onderzoek van de Raad van State.

mr. H. van Meerten
mr. H. van Meerten is jurist bij de afdeling Financiële Markten van het ministerie van Financiën.
Artikel

Over (het belang van) feitenonderzoek bij de voorbereiding en evaluatie van wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2010
Trefwoorden feitenonderzoek, wetgeving, voorbereiding wetgeving, evaluatie wetgeving
Auteurs Prof. dr. F.L. Leeuw, Drs. F. F. Willemsen en Mr. W.M. de Jongste
SamenvattingAuteursinformatie

    Welke feitenverzamelingen spelen bij het voorbereiden en het evalueren van beleid en wetgeving? Deze vraag wordt vanuit de beschrijving van een vijftal cases beantwoord. De voorbeelden laten zien hoe belangrijk feiten zijn bij het besluiten over beleidsinterventies en bestuurlijke maatregelen, respectievelijk bij het evalueren van beleid en wetgeving. In lijn met recente beschouwende studies over de functie van empirisch onderzoek voor juristen kan een drietal vormen van empirisch, op de vinding van feiten (en verklaringen) gericht onderzoek worden onderscheiden: het beschrijvend onderzoek, het verklarend (‘evaluatief’) onderzoek en het empirisch onderzoek, dat is gericht op het ontwerpen van (nieuwe) juridische constructies. Ten slotte worden enkele aanbevelingen voor het universitair onderwijs en de Academie voor Wetgeving gedaan.


Prof. dr. F.L. Leeuw
Prof. dr. F.L. Leeuw is hoogleraar Recht, openbaar bestuur en sociaalwetenschappelijk onderzoek aan de Universiteit Maastricht en Directeur van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie.

Drs. F. F. Willemsen
Drs. F. Willemsen is senior projectbegeleider bij het WODC.

Mr. W.M. de Jongste
Mevrouw mr. W.M. de Jongste is teamleider groot onderzoek bij het bureau Nationale ombudsman.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.