Zoekresultaat: 22 artikelen

x
Jaar 2011 x
Artikel

Contractenrecht op maat

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 5 2011
Trefwoorden internationaal, maatwerkoplossingen, standaardbeschouwingen
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse
SamenvattingAuteursinformatie

    Anne Keirse staat met haar bijdrage over contractenrecht op maat tweevoudig in de traditie van Grosheide, enerzijds wat betreft de internationale component die zijn gedachtegoed immer zo sterk typeert en anderzijds wat betreft het steeds weer zoeken naar maatwerkoplossingen in plaats van standaardbeschouwingen, zoals in zijn proefschrift over auteursrecht op maat. Zoals Keirse met recht zegt, en zij toont zich daarin nu reeds een waardig opvolger van Grosheide als voorzitter van onze redactie: het is de nuance die de weg leidt naar het contractenrecht van morgen.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Anne Keirse is als hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en redacteur van dit tijdschrift.
Hoofdartikel

Grensoverschrijdende overgang van onderneming

Een analyse van de bevoegde rechter en het toepasselijke recht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden grensoverschrijdend, overgang, onderneming, IPR, werknemersbescherming, rechtsmacht, toepasselijk recht
Auteurs mr. F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederlandse ondernemers besteden steeds vaker de ondernemingsactiviteiten uit aan ondernemers in het buitenland. Dergelijke grensoverschrijdende transacties kunnen verstrekkende gevolgen hebben voor de werknemers. Zij krijgen niet alleen te maken met een buitenlandse werkgever, maar eventueel ook met een verplaatsing van de ondernemingsactiviteit naar het buitenland. In deze bijdrage wordt nagegaan of Richtlijn 2001/23 EG inzake overgang van onderneming eveneens de rechten van deze werknemers beschermt. Aandacht komt toe aan de vraag welke nationale rechter rechtsmacht heeft en aan de hand van welk (implementatie)recht de claims inzake de toepassing van de Richtlijn worden beoordeeld. De auteur komt tot de conclusie dat de Richtlijn op het punt van het toepasselijke recht aanpassing behoeft.


mr. F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is als docent/onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Pompen of verzuipen?

Bestuurder in de gevarenzone: ken uw getallen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden insolventie, reorganisatie, bestuur, onbehoorlijke taakvervulling
Auteurs Mw. mr. A.P.G. Gielen en Mr. C. Bijl
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Pompen of verzuipen? Bestuurder in de gevarenzone: ken uw getallen’ is een bewerking van een paper van de auteurs geschreven ten behoeve van de Insolad-cursus ‘Financiële economie voor curatoren’. Onderzocht is of bedrijfseconomische indicatoren handvatten kunnen bieden voor het te voeren beleid van noodlijdende ondernemingen. De auteurs concluderen dat bestuurders zich onvoldoende bewust zijn van het nut van het besturen van de onderneming aan de hand van actuele managementinformatie, die hen in staat kan stellen feitelijke insolventie te voorkomen en tijdig te reorganiseren. Bepleit wordt een wettelijk systeem waarbij de bestuurder door periodieke registraties wordt gedwongen elementaire managementinformatie beschikbaar te hebben, bij gebreke waarvan bij faillissement een wettelijk vermoeden van onbehoorlijke taakvervulling ontstaat.


Mw. mr. A.P.G. Gielen
Mw. mr. A.P.G. Gielen is advocaat bij Vlaskamp Advocaten B.V. te Amersfoort.

Mr. C. Bijl
Mr. C. Bijl is advocaat bij Van Zeijl Bijl Aartsen Advocaten te Harderwijk.

Tobias Arnoldussen
Tobias Arnoldussen is a PhD candidate at the department of Sociology of Law of Erasmus University Rotterdam and he teaches courses in philosophy at the Dutch ‘Instituut voor Filosofie’. He also participates in the Erasmus Centre for Law and Society and the Research School Safety & Security in Society, (OMV).
Artikel

Schadevergoeding bij ontbinding van een (duur)overeenkomst en Vos/TSN

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2011
Trefwoorden TSN, ontbinding, schade, voordeel, contractsbelang
Auteurs Mr. D.A. van der Kooij
SamenvattingAuteursinformatie

    Op systematische wijze worden diverse aspecten van schadevergoeding bij ontbinding van een (duur)overeenkomst ex art. 6:277 BW beschreven: concrete en abstracte begroting, voordeelstoerekening en de schadebeperkingsplicht. Tevens wordt betoogd dat in de literatuur uit het arrest Vos/TSN (NJ 2011, 43) verschillende onjuiste conclusies over voornoemde onderwerpen worden getrokken.


Mr. D.A. van der Kooij
Mr. D.A. van der Kooij is advocaat bij Houthoff Buruma te Den Haag.
Artikel

Publicatie van de jaarrekening en ontbinding van de rechtspersoon

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2011
Trefwoorden ontbinding, vereffening, publicatieplicht, artikel 2:394 BW
Auteurs Mr. R.A. Hagens
SamenvattingAuteursinformatie

    Onderzocht wordt hoe het bestuur en de vereffenaar in het licht van de ontbinding van een vennootschap moeten omgaan met de verplichting tot publicatie van de jaarrekening die volgt uit artikel 2:394 BW.


Mr. R.A. Hagens
Mr. R.A. Hagens is werkzaam als kandidaat-notaris bij Allen & Overy te Amsterdam.
Casus

De zeven pijlers van corporate democracy

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2011
Trefwoorden corporate democracy, corporate governance, aandeelhoudersvergadering, algemene vergadering van aandeelhouders (AVA), virtuele aandeelhoudersvergadering
Auteurs Mr. dr. A. van der Krans
SamenvattingAuteursinformatie

    De zeven pijlers van een goede corporate democracy zijn: recht van initiatief, spreekrecht, stemrecht, recht op inlichtingen, opkomst en representativiteit, ordehandhaving en cohesie tussen economisch belang en juridische zeggenschap. Hoewel er bij elke pijler nog (veel) te wensen blijft, hebben alle pijlers zich de afgelopen jaren positief ontwikkeld. In deze bijdrage wordt een weergave gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen en hun impact op de zeven pijlers van corporate democracy. Hiernaast bespreekt de auteur twee nieuwe ontwikkelingen binnen de investment community die een gevaar vormen voor de corporate democracy: het volledig geautomatiseerd handelen en portfoliodiversificatie gedreven door de Modern Investment Theory en kostenbewustzijn. Ten slotte wordt ingegaan op de vraag hoe investeerders het beste kunnen omgaan met deze ontwikkelingen met het oog op verantwoorde waardecreatie, waarbij ondernemingen niet alleen op strategisch en financiële criteria beoordeeld worden, maar ook op criteria voor sociale en milieu-impact, goed ondernemingsbestuur en duurzaamheid.


Mr. dr. A. van der Krans
Mr. dr. A. van der Krans is Officer Responsible Investment & Active Ownership bij Mn Services te Den Haag.
Discussie

Een haalbaarheidsstudie naar een optioneel instrument

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2011
Trefwoorden optioneel instrument, Europese commissie, oneerlijke bedingen, afgebroken onderhandelingen, bevoegdheid, Rome I Vo
Auteurs Mr. dr. J.W. Rutgers
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur behandelt in haar bijdrage thema’s rondom het concept optioneel instrument zoals de Europese Commissie dat op 3 mei 2011 op haar website heeft gepubliceerd. Zij bespreekt achtereenvolgens de context waarin de Europese Commissie het concept optioneel instrument plaatst, de vraag of er een bevoegdheid is in de Europese verdragen om tot vaststelling van een optioneel instrument te kunnen komen en wat de verhouding tot Rome I Vo is. Ten slotte gaat de auteur in op de inhoud van het document en licht er twee onderwerpen uit: het afbreken van onderhandelingen en de toetsing van oneerlijke bedingen.


Mr. dr. J.W. Rutgers
Mr. dr. J.W. Rutgers is universitair hoofddocent Afdeling Privaatrecht, Juridische Faculteit VU en raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Artikel

Rechtsbescherming tegen een ondeugdelijke ontslagvergunning bezien in het licht van artikel 6 EVRM

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2011
Trefwoorden ontslagrecht, arbeidsprocesrecht, artikel 6 BBA, artikel 6 EVRM, misbruik van bevoegdheid
Auteurs Mr. D.M.A. Bij de Vaate
SamenvattingAuteursinformatie

    In de literatuur wordt aangenomen dat de werknemer die meent dat de voor de opzegging van zijn arbeidsovereenkomst afgegeven ontslagvergunning ondeugdelijk is, twee vorderingen ten dienste staan: een vordering uit onrechtmatige daad jegens het UWV en een kennelijk onredelijk ontslagprocedure tegen de werkgever. Er zijn echter voor de werknemer ook andere gerechtelijke procedures denkbaar. Allereerst kan met een beroep op het Holtrop/Smith-arrest van de Hoge Raad uit 2001 worden betoogd dat het mogelijk is om de ondeugdelijkheid van de aan de werkgever verleende ontslagvergunning aan te vechten door de nietigheid daarvan in te roepen. Ten tweede lijkt het op grond van het Van Hooff Elektra-arrest onder omstandigheden mogelijk een beroep te doen op de nietigheid van de opzegging wegens misbruik van bevoegdheid wanneer de werkgever gebruikmaakt van een ondeugdelijke ontslagvergunning. Deze twee ‘nieuwe’ procedures zijn in het kader van artikel 6 EVRM zeer gewenst. Zij voldoen, in tegenstelling tot de onrechtmatige daadsactie jegens het UWV en de kennelijk onredelijk ontslagprocedure, zowel qua toetsingsbevoegdheid als gewenste uitkomst aan de vereisten van artikel 6 EVRM, zodat deze procedures in staat zijn het gebrek dat op dit punt kleeft aan artikel 6 BBA te helen.


Mr. D.M.A. Bij de Vaate
Mr. D.M.A. Bij de Vaate is als docent sociaal recht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    Boekbespreking van A. Supiot, L’esprit de Philadelphie. La justice sociale face au marché total


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is als hoogleraar verbonden aan onderzoekscentrum Crides Jean Renauld van de Université catholique de Louvain.

    In this article, I will plead two 'new' proceedings against an inferior permission to terminate employment: (1) an appeal to the nullity of the permission to terminate employment and (2) an appeal to the nullity of the withdrawal. These procedures offer the employee an adequate remedy in the light of article 6 ECHR, in contrast with the claims for unfair dismissal (in Dutch: kennelijk onredelijk ontslag) and wrongful government act.


mr. Vivian mrs. Bij de Vaate
Artikel

De aansprakelijkheid van de werkgever voor de gevolgen van een overval

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2011
Trefwoorden werkgeversaansprakelijkheid, zorgplicht, verzekeringsplicht, overval
Auteurs Mr. M.A. Mouris
SamenvattingAuteursinformatie

    Een overval gaat vaak gepaard met grof geweld. Een overval kan ernstige gevolgen hebben voor de betrokken personen, vaak werknemers van benzinestations, juweliers en supermarkten. Werkgevers hebben een vergaande zorgplicht voor de veiligheid van het personeel. In de (lagere) rechtspraak lijkt een tendens te bespeuren naar uitbreiding van het aantal situaties waarin van de werkgever wordt verlangd dat hij ten behoeve van zijn werknemers een verzekering afsluit die dekking biedt voor risico’s die inherent zijn aan de werkzaamheden. Onderzocht wordt welke risico’s dit betreft, en of een overval daartoe ook kan behoren.


Mr. M.A. Mouris
Mr. M.A. Mouris is advocaat bij Beer Advocaten te Amsterdam.
Artikel

De onderzoeker in de enquêteprocedure

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 6 2011
Trefwoorden aanbevelingen, richtlijnen, enquêteonderzoek, onderzoeker
Auteurs Mr. J. Beurskens
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de door de Ondernemingskamer gepubliceerde aandachtspunten, aanbevelingen en suggesties voor onderzoekers wordt in deze bijdrage ingegaan op enkele praktische beschouwingen ten aanzien van de persoon, de taak en de werkwijze van de onderzoeker in de enquêteprocedure.


Mr. J. Beurskens
Mr. J. Beurskens is werkzaam als advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Discussie

Naar een beter instrument voor Europees contractenrecht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2011
Trefwoorden europeanisering, contractenrecht, Groenboek, optioneel instrument, consultatie, Klankbordgroep Internationaal Contracteren
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse, Mr. dr. M.-J. van der Heijden en F. Merab Samii
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk heeft de Europese Commissie het proces van europeanisering van het nationale en internationale contractenrecht opgezweept. In een Groenboek over Europees contractenrecht heeft zij zeven beleidsopties voor de ontwikkeling van een nieuw instrument van Europees contractenrecht gepresenteerd waarbij alle belanghebbenden werden uitgenodigd om daarop te reageren. De Klankbordgroep Internationaal Contracteren heeft daaraan gehoor gegeven door haar reactie begin dit jaar in te sturen. Deze bijdrage is een Nederlandstalige weergave van die Engelstalige reactie. In deze impressie worden allereerst de achtergrond en de doelstelling van het Groenboek belicht. Vervolgens worden voor- en tegenargumenten per beleidsoptie naar voren gebracht en worden de opties getoetst aan de door de Europese Commissie (in het Groenboek) geformuleerde doelstellingen. Daarna volgt een bespreking van vragen van inbedding van de voorgestane keuzemogelijkheden. Tot slot geeft dit artikel een korte weergave van de resultaten van de Europese raadpleging en kondigt het een volgende consultatieronde aan.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is als hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. dr. M.-J. van der Heijden
Mr. dr. M.-J. van der Heijden is als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

F. Merab Samii
F. Merab Samii is als student-assistent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. De auteurs zijn lid van de Klankbordgroep Internationaal Contracteren en vormen de werkgroep die de reactie van de Klankbordgroep op het Groenboek voorbereidde en instuurde.

    In een redactioneel artikel geeft de redactie een toelichting op het tijdschriftnummer in kwestie.

Artikel

Confrontaties van coregulering

Over bestuurlijke afstemming tussen publieke toezichthouders, private toezichthouders en ondertoezichtgestelden

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden coregulering, zelfregulering, governance, Certificering
Auteurs Drs. H.G. van der Voort
SamenvattingAuteursinformatie

    Stel dat publieke toezichthouders, private toezichthouders en ondertoezichtgestelden gezamenlijk regels stellen ten behoeve van het borgen van een publieke waarde. In zo’n geval is er sprake van coregulering. Coregulering impliceert overlappende en soms strijdige regimes van deze drie partijen. Dit bemoeilijkt bestuurlijke afstemming tussen deze drie partijen. Dit artikel stelt de vraag hoe dit bestuurlijke afstemmingsproces verloopt. Wat voor confrontaties zijn denkbaar? Wat zijn strategische reflexen van betrokkenen? In tegenstelling tot de gangbare literatuur is dit artikel geschreven vanuit een neutraal (governance) perspectief. De vraag is dus niet of coregulering voor een enkele partij effectief is, maar hoe coregulering zich ontwikkelt als er eenmaal sprake van is. Drie casestudies suggereren dat zowel publieke als private toezichthouders aarzelen zich volledig aan coregulering te committeren. De aarzelingen kunnen leiden tot hoge administratieve lasten voor ondertoezichtgestelden of verminderde garanties die de partijen elkaar kunnen bieden.


Drs. H.G. van der Voort
Drs. H.G. van der Voort is docent Politiek, Beleid, Organisatie en Gaming aan de TU Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.
Artikel

Dwingend recht in het arbeidsovereenkomstenrecht:van confectie naar couture

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2011
Trefwoorden dwingend recht, semidwingend recht, driekwartdwingend recht, vijfachtstedwingend recht, ongelijkheidscompensatie, differentiatie, concentratie
Auteurs Mr. dr. A.R. Houweling en Mw. mr. L.J.M. Langedijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Van het arbeidsrecht wordt vaak gedacht dat het de dwangbuis van de privaatrechtelijke rechtsgebieden is. Vergaande werknemersbescherming zou ertoe hebben geleid dat bij de totstandkoming, de invulling en de beëindiging van een arbeidsovereenkomst de partijautonomie een ondergeschikte rol speelt. Dit zou worden veroorzaakt door het sterk dwingendrechtelijke karakter van het arbeidsrecht. Bijgevolg zou het arbeidsrecht als ware het een confectiepak geen ruimte bieden voor maatwerk, waardoor onvoldoende aansluiting bij de hedendaagse dynamiek op de arbeidsmarkt en economie zou bestaan. Dwingend recht lijkt al jaren uit de mode te zijn. In deze bijdrage wordt onderzocht in hoeverre dit verwijt terecht is. De auteurs analyseren (de ratio’s van) de verschillende gradaties van dwingendheid en onderzoeken in hoeverre er een systeem in de keuze (van de wetgever) voor gradaties van dwingendheid is te signaleren. Vervolgens schetsten de auteurs een aantal toekomstscenario’s van het arbeidsrecht en de gewenste positionering van het dwingend recht daarbinnen. Zij concluderen dat gedifferentieerde dwingendheid binnen concentraties van arbeidsrechtelijke themata, waarbij een uitdrukkelijke(re) rol voor vijfachtste dwingendheid, een waarschijnlijke ontwikkeling zal zijn.


Mr. dr. A.R. Houweling
Mr. dr. A.R. Houweling is als universitair hoofddocent verbonden aan de Erasmus School of Law.

Mw. mr. L.J.M. Langedijk
Mw. mr. L.J.M. Langedijk is als universitair docent verbonden aan de Erasmus School of Law.
Artikel

HR Inter Access: food for thought over procederen in enquêtezaken

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 4 2011
Trefwoorden enquêterecht, cassatie, artikel 1 EP EVRM, onmiddellijke voorziening
Auteurs Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de recente beschikking van de Hoge Raad inzake Inter Access (HR 25 februari 2011, ARO 2011, 41). Een oordeel van de Hoge Raad over de mogelijkheid om een aandeelhouder bij onmiddellijke voorziening gedwongen te laten verwateren in het licht van artikel 1 Eerste Protocol EVRM bleef uit, maar de beschikking kent zeker andere interessante punten. Daarbij besteedt de auteur met name aandacht aan de lessen die uit de beschikking zijn te trekken voor wat betreft het procederen in enquêtezaken.


Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M.
Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M. is werkzaam als advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Corporate governance op de grens van een nieuw decennium

Verhoudingen tussen bestuur, commissarissen en aandeelhouders van de beursvennootschap

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2011
Trefwoorden corporate governance, wetsvoorstel corporate governance, rapport commissie-De Wit, ASMI-beschikking, Corporate Governance Code, Code 2009, Code Banken
Auteurs Mr. J.J. Prinsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Corporate governance gaat over het functioneren van de raad van bestuur, de raad van commissarissen en de algemene vergadering van aandeelhouders. Het functioneren (of disfunctioneren) van die organen bij beursvennootschappen staat volop in de belangstelling, mede door de financiële crisis. Na een inleiding over de stand van zaken doet deze bijdrage verslag van: het wetsvoorstel corporate governance, het rapport van de commissie-De Wit, de enquêtebeschikking van de Hoge Raad inzake ASMI, de Corporate Governance Code 2009 en het rapport van de Monitoring Commissie over de naleving ervan, en de Code Banken en de Voorrapportage van de Monitoring Commissie Code Banken. De bijdrage wordt afgesloten met enkele slotopmerkingen, waarin een aantal tendensen wordt waargenomen dat in de eerstkomende tijd relevant zal zijn voor de ontwikkeling van corporate governance voor beursvennootschappen.


Mr. J.J. Prinsen
Mr. J.J. Prinsen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Herroeping ontbindingsbesluit van een rechtspersoon

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2011
Trefwoorden PMDC-zaak, ontbindingsbesluit, ongedaanmaking ontbindingsbesluit, herroeping ontbindingsbesluit, herroepingsbesluit, ontbinding rechtspersoon
Auteurs Mw. mr. dr. M.Y. Nethe
SamenvattingAuteursinformatie

    Een besluit tot ontbinding van een rechtspersoon kan, zoals blijkt uit de jurisprudentie, worden herroepen indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De meerderheid van de rechtbanken volgt de lijn die is uitgezet in de beschikking van het Hof Den Haag in de PMDC-zaak van 30 januari 2007. Onzeker is echter of de rechtbank het verzoek tot bevestiging van de ongedaanmaking van het ontbindingsbesluit ontvankelijk zal verklaren. In deze bijdrage wordt de PMDC-zaak beknopt weergegeven en wordt stilgestaan bij de vraag waarom het hof in deze zaak is opgetreden als wetgever-plaatsvervanger. Vervolgens worden de argumenten die pleiten vóór rechterlijke controle besproken en wordt er ingegaan op negen ongepubliceerde beschikkingen gewezen in de periode 2008 tot en met 2010 die betrekking hebben op de mogelijkheid tot het herroepen van een ontbindingsbesluit. In dit kader wordt tevens ingegaan op de toetsingscriteria uit de PMDC-zaak, die terug te vinden zijn in de nadien gewezen beschikkingen. De bijdrage wordt afgesloten met een samenvatting.


Mw. mr. dr. M.Y. Nethe
Mw. mr. dr. M.Y. Nethe is universitair docent bij de sectie Handelsrecht en Arbeidsrecht van de Rijksuniversiteit Groningen.
Toont 1 - 20 van 22 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.