Zoekresultaat: 23 artikelen

x
Jaar 2012 x
Artikel

Crimmigratie en de morele economie van illegale vreemdelingen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden illegal immigrants, crimmigration, moral economy, exploitation
Auteurs Prof. dr. Richard Staring
SamenvattingAuteursinformatie

    Illegal stay in the Netherlands is increasingly criminalized through new measurements and adaptations of the Aliens Law. In order to understand the incorporation of illegal immigrants in this restrictive political context, the ‘moral economy’ is introduced as a concept referring to the norms and expectations regarding justice and reciprocity that serve as guidelines for daily illegal live. This process of crimmigration minimalizes the opportunities of illegal immigrants and as an unintended consequence will push the illegal immigrants further towards charity, informal labour or crime. Paradoxically, illegal immigrants will become more vulnerable for exploitation instead of returning home as was intended.


Prof. dr. Richard Staring
Prof. dr. Richard Staring is hoogleraar Mobiliteit, Toezicht en Criminaliteit aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Een ‘nieuwe’ weg naar volledige schadevergoeding voor derden in personenschadezaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2012
Trefwoorden derden, schade, affectieschade, medische aansprakelijkheid, overlijdensschade
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof Den Bosch heeft een ‘nieuwe’ mogelijkheid tot volledige schadevergoeding voor derden in personenschadezaken toegevoegd aan het bestaande rijtje: de autonome vordering op grond van een toerekenbare niet-nakoming van een geneeskundige behandelingsovereenkomst. Die mogelijkheid tot volledige schadevergoeding voor derden wordt echter sterk beperkt door het hof: de feitelijk derde moet aantonen dat zijn schade is veroorzaakt door de medische fout en niet door het overlijden (of letsel) van de direct gekwetste. Deze beperking vloeit voort uit de exclusieve werking van het bijzondere systeem van de artikelen 6:107-108 BW. In deze bijdrage wordt gesuggereerd om die exclusieve werking te heroverwegen.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht (R.Rijnhout@uu.nl).
Artikel

Schending van een verkeers- of veiligheidsnorm; wel of niet een vereiste voor toekenning van shockschade?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2012
Trefwoorden shockschade, medische aansprakelijkheid, verkeers- of veiligheidsnorm, gewone zorgvuldigheidsnorm en art. 6:98 BW
Auteurs Mr. W.E. Noordhoorn Boelen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Gerechtshof Arnhem wijst in zijn arrest van 15 maart 2011, LJN BP8479, een vordering van shockschade af omdat geen sprake was van schending van een verkeers- of veiligheidsnorm. Naar aanleiding hiervan wordt in dit artikel ingegaan op de vraag of het in het Taxibus-arrest gegeven gezichtspunt dat voor vergoeding van shockschade sprake dient te zijn van een schending van een verkeers- of veiligheidsnorm wel een (hard) vereiste betreft. Hiervoor wordt onder andere het belang van verkeers- en veiligheidsnormen in het aansprakelijkheidsrecht besproken. Kan shockschade wellicht ook aan de laedens worden toegerekend indien sprake is van een schending van een ‘gewone’ zorgvuldigheidsnorm?


Mr. W.E. Noordhoorn Boelen
Mr. W.E. Noordhoorn Boelen is onlangs afgestudeerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Integraal en flexibel omgevingsrecht – droom of drogbeeld?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2012
Trefwoorden positieve evenredigheid, integraal vergunningenstelsel, flexibiliteit, trias politica
Auteurs Prof. dr. Ch.W. Backes
SamenvattingAuteursinformatie

    Een belangrijke drijfveer tot ontwikkeling van een Omgevingswet was het scheppen van een integraal en flexibel toetsingskader voor toestemmingsplichtige activiteiten. Het werken met één integraal criterium, bijvoorbeeld ‘een duurzame leefomgeving’, heeft inderdaad enige toegevoegde waarde, maar dit criterium moet dan wel door specifiekere normen geconcretiseerd worden. De regering wil daarentegen vooralsnog afzien van een dergelijk integraal criterium. Integraliteit en flexibiliteit moeten worden bereikt door de introductie van een niet-generieke afwijkingsmogelijkheid van in beginsel alle normen (‘positieve evenredigheid’). Een dergelijke afwijkingsmogelijkheid is echter in strijd is met de trias politica, de rechtszekerheid en het beginsel van materiële legaliteit. De regering zit dus op de verkeerde weg.


Prof. dr. Ch.W. Backes
Prof. dr. Ch.W. Backes is hoogleraar bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht. chris.backes@maastrichtuniversity.nl
Artikel

De rol van de ondernemingsraad bij het aantrekken van krediet en het stellen van zekerheid in concernverband

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2012
Trefwoorden ondernemingsraad, adviesrecht, krediet, zekerheid, herfinanciering
Auteurs Mr. L.A. Beukers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de rol van de ondernemingsraad bij besluiten tot het aantrekken van krediet en het stellen van zekerheid in concernverband.


Mr. L.A. Beukers
Mr. L.A. Beukers is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Een dilemma uit de bankpraktijk: verrekenen of uitwinnen?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2012
Trefwoorden verrekening, openbaar pandrecht, actio Pauliana, faillissement
Auteurs Mr. A.C.L. Zwalve
SamenvattingAuteursinformatie

    Als de bank een ruime verrekeningsbevoegdheid heeft en een pandrecht op de vorderingen van de rekeninghouder op haarzelf heeft zij een keuze. Buiten en ten tijde van faillissement heeft een beroep op verrekening praktische voordelen, maar in het zicht van faillissement biedt de uitwinning van het pandrecht meer verhaal.


Mr. A.C.L. Zwalve
Mr. A.C.L. Zwalve is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Access_open Exciting Times for Legal Scholarship

Tijdschrift Law and Method, 2012
Trefwoorden legal methodology, law as an academic discipline, ‘law and …’-movements, legal theory, innovative and multiform legal scholarship
Auteurs Jan Vranken
SamenvattingAuteursinformatie

    Until recently, legal-dogmatic research stood at the undisputed pinnacle of legal scientific research. The last few years saw increasing criticism, both nationally and internationally, levelled at this type of research or at its dominant role. Some see this as a crisis in legal scholarship, but a closer look reveals a great need for facts, common sense, and nuance. Critics usually base their calls for innovation on a one-dimensional and flawed image of legal-dogmatic research. In this article, the author subsequently addresses the various critical opinions themselves and provide an overview of the innovations that are proposed. He concludes that there are a lot of efforts to innovate legal scholarship, and that the field is more multiform than ever, which is a wonderful and unprecedented state of affairs. This multiformity should be cherished and given plenty of room to develop and grow, because most innovative movements are still fledgling and need time, sometimes a lot of time, to increase in quality. It would be a shame to nip them in the bud now, merely because they are still finding their way. In turn, none of these innovative movements have cause to disqualify legal-dogmatic research, as sometimes happens (implicitly), by first creating a straw-man version of the field and then dismissing it as uninteresting or worse. That only polarises the discussion and gains us nothing. Progress can only be achieved through cooperation, with an open mind towards different types of legal research and a willingness to accept a critical approach towards their development. In the end, the only criterion that matters is quality. All types of research are principally subject to the same quality standards. The author provides some clarification regarding these standards as well.


Jan Vranken
Jan Vranken is hoogleraar Methodologie van het privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg.
Praktijk

Kartels en concernverhoudingen: extra zorgplicht voor moeders?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2012
Trefwoorden kartelinbreuk, toerekening, boete, concernverhoudingen, mededingingsrecht
Auteurs Mr. S.G.J. Smallegange en mr. L.L. Bremmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Een boete voor een kartelinbreuk van een dochteronderneming kan aan een moedermaatschappij worden toegerekend als zij een economische eenheid vormen en de moeder een beslissende invloed uitoefent. De Europese Commissie gaat hierbij uit van een weerlegbaar vermoeden als de moeder 100% van het kapitaal bezit, waarbij de moeder het bewijs moet aandragen dat zij geen beslissende invloed heeft gehad op de dochter. Hoe zit dat bij andere posities van moedermaatschappijen? Bij de beoordeling kijkt de Commissie naar de feiten en omstandigheden van het geval. Overlap in besturen, management en zelfs negatieve zeggenschap kunnen beslissende invloed creëren. De moeder doet er daarom goed aan – voordat zij wordt geconfronteerd met een overtreding – inzichtelijk te hebben of zij als een economische eenheid gezien wil worden.


Mr. S.G.J. Smallegange
Mr. S.G.J. Smallegange is als advocaat werkzaam bij de vakgroep Europees en Mededingingsrecht AKD te Brussel.

mr. L.L. Bremmer
Mr. L.L. Bremmer is als advocaat werkzaam bij de vakgroep Europees en Mededingingsrecht AKD te Brussel.

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het praktische belang van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden voor privaatrechtelijke rechtspersonen.


Mr. A.J. Sewnandan Mishre
Mr. A.J. Sewnandan Mishre is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Rotterdam.

Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is hoogleraar privaatrecht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.

Prof. mr. E.H. Hondius
Prof. Mr. E.H. Hondius is hoogleraar Europees privaatrecht aan de Universiteit Utrecht.

Mr. M.J.C. van der Heijden LL.M. M.Phil
Mr. M.J.C. van der Heijden LL.M. M.Phil is verbonden aan het UD Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

    In een redactioneel artikel geeft de redactie een toelichting op het tijdschriftnummer in kwestie.

    Misstanden in handelsketens van Nederlandse multinationals lijken aan de orde van de dag. Dit artikel onderzoekt de inhoud en (juridische) vorm van maatregelen die veertien Nederlandse ondernemingen nemen om dergelijke situaties te voorkomen en hun MVO-beleid in hun handelsketen af te dwingen. De maatregelen kunnen worden onderverdeeld in inhoudelijk zwakke, gematigde en sterke maatregelen. Voorts blijkt dat genomen maatregelen veelal geschaard worden onder de noemer ‘gedragscodes’, terwijl die maatregelen in de praktijk in de meeste gevallen contractueel verbindend gemaakt worden en dus eerder kwalificeren als ‘algemene voorwaarden’. Tot slot worden enkele aanknopingspunten voor verder onderzoek naar aansprakelijkheid van bedrijven besproken.


A.L. Vytopil LLB MA MSc
Louise Vytopil LLB MA MSc is universitair docent en promovenda bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht, e mail: a.l.vytopil@uu.nl. Haar promotieonderzoek heeft als titel: Contractuele controle in de handelsketen; over gedragscodes, contracten en (het vermijden van) aansprakelijkheid.
Artikel

De aandeelhoudersovereenkomst in relatie tot de vennootschap

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 7/8 2012
Trefwoorden aandeelhoudersovereenkomst, vennootschapsrechtelijke doorwerking, afdwingbaarheid, noodzaakfinanciering, flex-BV
Auteurs Mr. W.B. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur in hoeverre de vennootschap gebonden is aan wat in de aandeelhoudersovereenkomst is afgesproken. Hierbij wordt tevens aandacht besteed aan de gevolgen van het al dan niet meetekenen van de overeenkomst door de vennootschap.


Mr. W.B. Meijer
Mr. W.B. Meijer is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Casus

Enkele AFM-boetebesluiten ter zake van overkreditering langs de lat van het bepaalbaarheidsgebod

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2012
Trefwoorden AFM, bepaalbaarheidsgebod, bestuurlijke boete, boetebesluit, overkreditering
Auteurs Mr. C.F.J. van Tuyll
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal of de AFM, als deze tot beboeting overgaat, de door haar voorgestane invulling van het financiële voorschrift vooraf voldoende kenbaar maakt aan de markt. Deze verplichting vloeit voort uit het bepaalbaarheidsgebod dat via de band van art. 7 EVRM van toepassing is op bestuurlijke boetes. De auteur onderzoekt aan de hand van diverse boetebesluiten die de AFM in 2010-2011 wegens overkreditering aan kredietverstrekkers als Rabobank, ING, DSB en ELQ Hypotheken N.V. heeft opgelegd of de AFM de door haar voorgestane invulling van bepaling ter zake van overkreditering vooraf voldoende helder kenbaar heeft gemaakt aan de markt. Na het wettelijk kader van het overkrediteringsvoorschrift te hebben geschetst, gaat de auteur in op de algemene gedachte achter de open norm. Voorts worden de diverse boetebesluiten van de AFM die aan de geselecteerde kredietverstrekkers zijn opgelegd, besproken en beoordeeld. Bij de beoordeling of de AFM zich wel voldoende rekenschap heeft gegeven van het bepaalbaarheidsgebod staat centraal of de boeteoplegging voor ondertoezichtstaanden in voldoende mate te voorzien was, in het licht van eerder door de AFM gegeven interpretaties ten aanzien van het voorschrift.


Mr. C.F.J. van Tuyll
Mr. C.F.J. van Tuyll is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Casus

De verpanding van lidmaatschappen van een coöperatie praktisch belicht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2012
Trefwoorden coöperatie, lidmaatschap, financiering, pandrecht, stemrecht
Auteurs Mr. N. Ouwerkerk en Mr. drs. A.G. de Neve
SamenvattingAuteursinformatie

    Als gevolg van het gebruik van coöperaties in concernverband wordt in toenemende mate door financiers verlangd dat ten behoeve van de financiers een pandrecht wordt gevestigd op de door de leden gehouden lidmaatschappen. In deze bijdrage wordt uiteengezet dat de tot op heden in de literatuur opgeworpen beperkingen niet aan een effectieve verpanding in de weg hoeven te staan. Bij gebrek aan wettelijk kader is maatwerk bij het opstellen van de statuten van de coöperatie en de akte van verpanding vereist. De auteurs beogen in deze bijdrage praktische handvatten te geven voor het redigeren van de statuten en de akte van verpanding.


Mr. N. Ouwerkerk
Mw. mr. N. Ouwerkerk is kandidaat-notaris bij Houthoff Buruma te Amsterdam.

Mr. drs. A.G. de Neve
Mr. drs. A.G. de Neve is advocaat-partner bij Houthoff Buruma te Rotterdam.
Artikel

Aandeelhouders en het vennootschappelijk belang

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 6 2012
Trefwoorden aandeelhouders, vennootschappelijk belang, PCM, Ondernemingskamer
Auteurs Mr. H.K. Schrama
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage behandelt de auteur aan de hand van (onder meer) jurisprudentie van de Ondernemingskamer in hoeverre aandeelhouders het vennootschappelijk belang als toetssteen in hun handelen moeten betrekken.


Mr. H.K. Schrama
Mr. H.K. Schrama is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Werk, werkkenmerken en delinquentie

Een longitudinaal onderzoek naar de invloed van het hebben van een baan op delinquent gedrag onder jongvolwassenen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2012
Trefwoorden delinquency, work, emerging adulthood, work commitment, future possibilities
Auteurs MSc. Maaike Wensveen, Dr. Hanneke Palmen, Prof. dr. mr. Arjan Blokland e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The link between being employed and delinquent behaviour is complex. This article examines to what extent having a job, the commitment to that job and the future prospects of that job are related to delinquency. We use data from the Utrecht Study of Adolescent Development (USAD), a six-year, three-wave longitudinal study, pertaining to a general population sample of 669 young adults between the ages of 18 and 28. Having a job is associated with an increase in delinquency for 18 and 19 year old males. The results for subsequent ages show a trend towards a delinquency decreasing effect at subsequent ages. The effect of work characteristics – commitment, future prospects – is less clear.


MSc. Maaike Wensveen
M. Wensveen, MSc. was ten tijde van het schrijven van dit artikel masterstudent bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Hanneke Palmen
Dr. H. Palmen is postdoc bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. mr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en hoogleraar Criminology and Criminal Justice aan de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Wim Meeus
Prof. dr. W.H.J. Meeus is hoogleraar Ontwikkeling in de Adolescentie, departement Pedagogische en Onderwijskundige Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht.


Mr. Denise Ozmis
Mr. D. Ozmis is Claims Manager bij AkzoNobel.

Prof. mr. I.N. Tzankova
Prof. mr. I.N. Tzankova is bijzonder hoogleraar collectieve rechtspleging en rechtsvergelijking aan de Universiteit van Tilburg en advocaat te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 23 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.