Zoekresultaat: 29 artikelen

x
Jaar 2017 x
Jurisprudentie

Blue Taxi-arrest: de beperkte zekerheid van de vaststellingsovereenkomst bij vorderingen van derden

HR 6 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:19 (Blue Taxi/SFT)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Vaststellingsovereenkomst, Blue Taxi/SFT, Derden, dwingend recht, openbare orde/goede zeden
Auteurs Mr. dr. A.F. Bungener en Mr. dr. A. Van Zanten-Baris
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken auteurs het arrest Blue Taxi/SFT. Dit arrest biedt verduidelijking met betrekking tot hoe het recht omtrent vaststellingsovereenkomsten dient te worden toegepast. Auteurs gaan in op de wijze waarop en de mate waarin de belangen van derden daarbij dienen te worden gerespecteerd. Auteurs geven antwoord op de vraag wanneer met een vaststellingsovereenkomst dwingend recht opzij kan worden gezet en wanneer dit binnen de contouren van de Hoge Raad niet is toegestaan. Juist dit laatste wordt in de praktijk nog wel eens over het hoofd gezien.


Mr. dr. A.F. Bungener
Mr. dr. A. Bungener is advocaat bij Pact Advocaten te Amsterdam.

Mr. dr. A. Van Zanten-Baris
Mr. dr. A. van Zanten-Baris is eigenaar van Arbeidsrecht Simpel.
Artikel

Het sociaal netwerk van een criminele jeugdgroep

Omvang, kern en sleutelfiguren

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2017
Trefwoorden criminal youth gang, social network analysis, key players (KPP-1), police records
Auteurs Gerard Wolters MSc, Matthijs Oosterhuis MSc en Dr. Jan Kornelis Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In this study the authors examined a criminal youth gang of 35 persons in the Netherlands, using social network analysis, to answer the following questions. To what extent is it possible by means of police records to estimate the size of the complete social network of this criminal youth gang? To what extent are members of this original group part of the core of the complete network? To what extent have members of the original group a central position in the complete network (key players) and are, as such, responsible for holding the complete network together? Information is derived from police records. Results show that the size of the total network of this criminal youth gang consists of 593 individuals with a core of around hundred persons. Seven persons were identified as key players, among which six persons belonged to the original group. The social network approach in this study provides police and justice important indications for a more tailored approach regarding individuals within criminal networks.


Gerard Wolters MSc
G. Wolters MSc is werkzaam als analist bij de afdeling Analyse en Onderzoek van de Dienst Regionale Informatieorganisatie (DRIO) binnen de eenheid Noord-Nederland van de Nationale Politie.

Matthijs Oosterhuis MSc
Mr. M. Oosterhuis is als analist werkzaam bij de afdeling Analyse en Onderzoek van de Dienst Regionale Informatieorganisatie (DRIO), eenheid Noord-Nederland, van de Nationale Politie en bij het 1 Civiel en Militaire Interactiecommando van de Koninklijke Landmacht.

Dr. Jan Kornelis Dijkstra
Dr. J.K. Dijkstra is werkzaam als universitair hoofddocent aan de faculteit Gedrags- & Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.
Casus

Waarom zou de aansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad zijn uitgesloten?

HR 17 februari 2017: art. 2:11 BW en onrechtmatige daad – de Hoge Raad kiest (terecht?) voor eenheid

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2017
Trefwoorden art. 2:11 BW, hoofdelijke aansprakelijkheid, onrechtmatige daad, tweedegraads bestuurder, bestuurdersaansprakelijkheid
Auteurs Mr. H.J. Vetter
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 17 februari 2017 heeft de Hoge Raad een knoop doorgehakt: art. 2:11 BW leidt ook tot hoofdelijke aansprakelijkheid van de tweedegraads bestuurder, als de rechtspersoon-bestuurder tegenover een crediteur van de bestuurde rechtspersoon aansprakelijk is op grond van onrechtmatige daad. Bij de motivering van deze keuze door de Hoge Raad kunnen vraagtekens worden geplaatst; geheel in het stelsel van de bestuurdersaansprakelijkheid wegens onrechtmatig handelen past de keuze niet. Maar voordeel is dat nu aan een al jaren slepende discussie in de literatuur en aan de verwarring in de lagere rechtspraak een einde is gekomen.
    De via art. 2:11 BW aangesproken tweedegraads bestuurder heeft een disculpatiemogelijkheid: als hij stelt en, zo nodig, bewijst dat hem geen persoonlijk ernstig verwijt treft, ontkomt hij alsnog aan aansprakelijkheid. Hoever moet de aangesproken bestuurder daarbij gaan: moet hij ook stellen dat hij niet is tekortgeschoten in zijn collegiale verantwoordelijkheid? Een vonnis gewezen tegen de rechtspersoon-bestuurder en tegen een collega-tweedegraads bestuurder heeft jegens hem geen gezag van gewijsde.


Mr. H.J. Vetter
Mr. H.J. Vetter is raadsheer in het Gerechtshof Den Haag en redactielid.
Artikel

Het special committee naar Amerikaans model bij openbare biedingen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2017
Trefwoorden overname, commissie, toezicht, corporate governance, openbaar bod
Auteurs Mr. P.L. Hezer
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt het special committee vanuit zowel juridisch als praktisch perspectief, mede op basis van empirisch onderzoek. Hierbij wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling van het special committee in de VS. Doel is richtsnoeren te geven voor het gebruik van special committees bij openbare biedingen op Nederlandse beursvennootschappen.


Mr. P.L. Hezer
Mr. P.L. Hezer is advocaat bij Houthoff te Amsterdam.
Artikel

Bestuurdersaansprakelijkheid en corporate governance

Hebben bestuurders wat te vrezen als ze de Corporate Governance Code schenden?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2017
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, Corporate Governance Code, corporate governance, bestuurder, commissaris
Auteurs Mr. drs. R.T.L. Vaessen
SamenvattingAuteursinformatie

    Afgelopen jaar was er veel aandacht voor de nieuwe Corporate Governance Code. De Code kent veel bepalingen die het handelen van bestuurders en commissarissen normeren. Dit artikel behandelt de vraag of bestuurders en commissarissen op dit moment vaak aansprakelijk worden gesteld vanwege schending van de Corporate Governance Code, en of zij in dat geval in rechte wat te vrezen hebben.


Mr. drs. R.T.L. Vaessen
Mr. drs. R.T.L. Vaessen is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Praktijk

Zo bouwt u zelf een goed pensioen op

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 9 2017
Auteurs Mark van der Heijden

Mark van der Heijden
Artikel

Het vennootschappelijk belang: de beschermheer van het nationale belang?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2017
Trefwoorden nationaal belang, vennootschappelijk belang, buitenlandse overname, buitenlandse investering, Foreign Direct Investment
Auteurs R.M. Nijk LL.B.
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage onderzoekt de auteur in hoeverre een Nederlandse beursgenoteerde NV het nationale belang kan inroepen tegen een openbaar bod dat is gedaan door een buitenlandse entiteit. Hiertoe bekijkt hij in hoeverre het vennootschappelijk belang het nationale belang omvat.


R.M. Nijk LL.B.
R.M. Nijk LL.B. is student aan de Universiteit van Cambridge.
Artikel

De schorsing van een bestuurder door de vennootschap en de Ondernemingskamer en diens loondoorbetaling

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Bestuurder, Schorsing, Loondoorbetaling, Enquêteprocedure, Ondernemingskamer
Auteurs mr. Stéphanie Spoelder
Auteursinformatie

mr. Stéphanie Spoelder
Senior Associate (advocaat)
Artikel

Onmiddellijke voorzieningen voorafgaand aan een beslissing op het enquêteverzoek – ‘only use in case of emergency’

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2017
Trefwoorden Ondernemingskamer, onmiddellijke voorzieningen, enquêteverzoek, DSM, terughoudendheid
Auteurs Mr. R. Analbers
SamenvattingAuteursinformatie

    De OK heeft de bevoegdheid om onmiddellijke voorzieningen te treffen voorafgaand aan een beslissing op het enquêteverzoek. Van deze bevoegdheid dient de OK terughoudend gebruik te maken. In dit artikel wordt aan de hand van de jurisprudentie van de OK in de afgelopen twee jaar bekeken of de OK zich daar in de praktijk aan houdt.


Mr. R. Analbers
Mr. R. Analbers is advocaat bij Rutgers & Posch te Amsterdam.
Artikel

Dwalen over franchise

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Franchise, Dwaling, Omzetprognose, Onderzoeksplicht, Mededelingsplicht
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel onderzoekt de auteur hoe de omzetprognoses naar huidig recht worden getoetst en welke rol het dwalingleerstuk speelt. Daarbij wordt gekeken of de regeling over onderzoek en mededeling in de NFC van invloed is op de wijze waarop omzetprognoses worden getoetst.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn. De auteur dankt zijn kantoorgenoot mr. P.B.J. van den Oord voor zijn suggesties en commentaar bij een eerdere versie van dit artikel en mr. D. Diris (advocaat bij Kock & Partners in Brussel) voor het delen van de artikelen met betrekking tot het Belgische recht.
Artikel

Go west!

De onweerstaanbare lokroep van de Randstad

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2017
Auteurs Mark van der Heijden

Mark van der Heijden
Artikel

Het structuurregime: vijf rechtsvragen in de praktijk

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2017
Trefwoorden structuurregime, structuurvennootschap, aanbevelingsrecht, internationale holdingvrijstelling, uitloopperiode
Auteurs Mr. J.H.G. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    In de praktijk blijkt dat het huidige structuurregime nog veel vragen oproept, omdat de wet en de literatuur op een aantal punten geen heldere richtlijnen geven. In deze bijdrage bespreekt de auteur enkele punten waar praktijkbeoefenaars bij het opzetten of het afschaffen van een structuurregime tegenaan (kunnen) lopen.


Mr. J.H.G. Visser
Mr. J.H.G. Visser is kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Welke klassiekers moeten mee op reis?

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2017
Auteurs Francisca Mebius

Francisca Mebius
Artikel

Aansprakelijkheidsrisico’s bij het gebruiken van een lege projectvennootschap: aandeelhouders- of bestuurdersaansprakelijkheid?

Beschouwingen bij HR 24 maart 2017, NJ 2017/149 (Hanzevast/G4 II)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2017
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, aandeelhoudersaansprakelijkheid, SPV, projectvennootschap, verhaalsrisico
Auteurs Mr. E.C.H.J. Lokin en Mr. O.J.W. Schotel
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs gaan aan de hand van het Hanzevast/G4 II-arrest in op het verhaalsrisico bij het contracteren door middel van lege projectvennootschappen en de vraag in hoeverre een eventuele aansprakelijkheid in een dergelijk geval geënt dient te worden op bestuurdersaansprakelijkheid, een indirecte doorbraak van aansprakelijkheid, of wellicht op beide.


Mr. E.C.H.J. Lokin
Mr. E.C.H.J. Lokin en mr. O.J.W. Schotel zijn advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

Mr. O.J.W. Schotel
Artikel

Commentaar bij HR 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:275 (X/Le Roux Fruit Exporters (Pty) Ltd)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2017
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, hoofdelijkheid, risicoaansprakelijkheid, tweedegraadsbestuurder, onrechtmatige daad
Auteurs Mr. T.M.C. Arons
SamenvattingAuteursinformatie

    De (hoofdelijke) aansprakelijkheid van de tweedegraadsbestuurder uit onrechtmatige daad jegens vennootschapscrediteuren van de kleindochter staat in deze bijdrage centraal. Meer in het bijzonder de vraag of de aansprakelijkheid ex artikel 2:11 BW van de tweedegraadsbestuurder een vorm van risicoaansprakelijkheid in het leven roept voor het gedrag van de medetweedegraadsbestuurder die een onrechtmatige daad pleegt jegens vennootschapscrediteuren van de kleindochter.


Mr. T.M.C. Arons
Mr. T.M.C. Arons is universitair docent financieel recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en senior jurist bij de Vereniging van Effectenbezitters te Den Haag.
Artikel

Voordeelstoerekening: leuker kunnen wij het niet maken, wel inzichtelijker

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2017
Trefwoorden artikel 6:100 BW, voordeelstoerekening, schadeverweer, toerekening naar redelijkheid, eenzelfde gebeurtenis, condicio sine qua non
Auteurs Mr. S.S.Y. Engelen en Prof. mr. A.L.M. Keirse
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft op 8 juli 2016 in zijn arrest TenneT/ABB een nieuwe maatstaf geformuleerd voor voordeelstoerekening. Hierbij komt hij expliciet terug op zijn eerdere rechtspraak over dit leerstuk, zoals neergelegd in artikel 6:100 BW. De nieuwe maatstaf geeft niet alleen meer houvast bij de beoordeling van een beroep op voordeelstoerekening, maar schakelt het leerstuk van voordeelstoerekening bovendien gelijk met de wijze waarop de omvang van de aansprakelijkheid op grond van artikel 6:95 tot met 6:98 BW dient te worden vastgesteld. In deze bijdrage bespreken de auteurs de inhoud en implicaties van de nieuwe maatstaf voor personenschadezaken.


Mr. S.S.Y. Engelen
Mr. S.S.Y. (Sara) Engelen is docent privaatrecht aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. (Anne) Keirse is als hoogleraar privaatrecht verbonden aan het Utrecht Center for Accountability and Liability Law (Ucall) en het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. Daarnaast is zij parttime raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.
Casus

De klassieke wetgevingsjurist in de herinneringen van Cees Fasseur. Een lichtend voorbeeld?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2017
Trefwoorden wetgevingskwaliteit, ambtelijke professionaliteit, competenties wetgevingsjurist
Auteurs Mr.dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt in deze bijdrage de memoires van Cees Fasseur. Fasseur beschrijft de twee sporen waaruit zijn loopbaan bestond, die van wetgevingsjurist aan het toenmalige ministerie van Justitie en die van historicus aan de Leidse universiteit. De tijd waarin Fasseur werkzaam was voor het ministerie van Justitie viel samen met wat wordt beschouwd als het ambtelijk-juridische hoogtepunt, een periode waarin juristen in hoog aanzien stonden en aldus de nodige invloed konden uitoefenen. Uit die tijd stamt ook het beeld van de klassieke wetgevingsjurist, de jurist die beschikt over uitgebreide kennis van het recht, maar die ook een betrekkelijk autonome en gezaghebbende positie inneemt. De auteur bespreekt in deze bijdrage of dit klassieke beeld tot voorbeeld kan strekken voor de huidige generatie wetgevingsjuristen. Hoewel de toen bestaande en huidige praktijk nauwelijks met elkaar vergelijkbaar zijn, valt er wel wat te zeggen over verschillen tussen de taakopvatting van wetgevingsjuristen toen en nu en of de taakopvatting van toen als voorbeeld kan dienen voor de wetgevingsjurist van nu. De auteur concludeert dat dat niet altijd het geval is.


Mr.dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Artikel

De wet kwaliteitsborging voor het bouwen is met zomerreces: van de baan of een nieuwe weg?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2017
Trefwoorden private kwaliteitsborging, toezicht, bouw, handhaving
Auteurs Mr. A. (Annalies) Outhuijse
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het wetsvoorstel ‘Wet kwaliteitsborging voor het bouwen’, zoals dit is behandeld in de Eerste Kamer voor het zomerreces van 2017.


Mr. A. (Annalies) Outhuijse
Mr. A. Outhuijse verricht promotieonderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen naar de publiekrechtelijke handhaving van het kartelverbod. In het kader van haar masterscriptie heeft ze onderzoek gedaan naar de privatisering van het bouwtoezicht.
Artikel

Alsof zij nooit geboren waren …

Herinnering, ontkenning en de oude Jodenbuurt in Amsterdam

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2017
Trefwoorden memorialisation, Holocaust, Amsterdam, memory, social construction
Auteurs prof. mr. Chrisje Brants
SamenvattingAuteursinformatie

    After catastrophic events, memorialisation is part of coming to terms with the past and rebuilding the future. It is also part of the social construction of the past – a struggle between conflicting representations of past events by different groups in society, with different memories, interests and degrees of power to influence which version of history is eventually recognized as correct and which is denied. In Western Europe, we tend to study such processes in parts of the world far removed from our own, forgetting that the major genocide of the 20th century, took place in our own cities, and that a process of memorialisation was ongoing there for many years after the war. The Jewish quarter in the centre of Amsterdam has many monuments, buildings and museums connected to the history of the Jews of Amsterdam, the majority of whom died in the death camps of the Shoa. The memory landscape of the Jewish quarter is dynamic, a reflection of a culture of remembrance and denial concerning the Second World War, in which events and people are remembered, but others forgotten. What can the urban landscape of Amsterdam tell us about this culture and its relationship to social and political events during and after the war? What/who are remembered and what/who forgotten, by whom, and why? How has that changed over time?


prof. mr. Chrisje Brants
Prof. mr. Chrisje Brants is emeritus hoogleraar straf(proces)recht bij het Willem Pompe Instituut, Universiteit Utrecht, en professor of law bij Northumbria University, Newcastle, Verenigd Koninkrijk.
Artikel

Rechtstreekse vergoeding van afgeleide schade van een vennoot in een personenvennootschap

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2017
Trefwoorden afgeleide schade, afgescheiden vermogen, Poot/ABP-arrest, personenvennootschap, rechtspersoonlijkheid
Auteurs Mr. T.D.J. Oosterink
SamenvattingAuteursinformatie

    Schade aan het vermogen van een personenvennootschap heeft voor de individuele vennoten zowel rechtstreekse als afgeleide schade tot gevolg. De auteur onderzoekt hoe dit zit en of individuele vennoten die beide schadesoorten buiten de personenvennootschap om op de schadetoebrenger kunnen verhalen. Hij doet dit naar aanleiding van lagere rechtspraak en in het licht van het Poot/ABP-arrest.


Mr. T.D.J. Oosterink
Mr. T.D.J. Oosterink is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 29 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.