Zoekresultaat: 9 artikelen

x
Jaar 2010 x
Artikel

Herwaardering van certificering als beschermingsconstructie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Administratiekantoor, beschermingsconstructies, certificering, certificering van aandelen, Dutch discount, market for corporate control
Auteurs Mr. J. de Koning Gans en Prof. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    De praktijk wijst uit dat aandeelhoudersactivisme het vennootschappelijk belang kan bedreigen. In deze bijdrage wordt onderzocht wat de meest adequate vorm van bescherming van een beursvennootschap tegen een vijandige overname is. Allereerst worden de in Nederland meest voorkomende beschermingsconstructies besproken en geëvalueerd. De auteurs constateren vervolgens dat aan elke beschermingsmaatregel voor- en nadelen kleven. Deze voor- en nadelen hebben betrekking op de toereikendheid van de bescherming of de aanvaardbaarheid van de inperking van de zeggenschap van kapitaalverschaffers. Vergeleken met de andere behandelde beschermingsconstructies lijkt certificering echter volgens de auteurs het best aan beide criteria te voldoen. De auteurs sluiten deze bijdrage af met enkele aanbevelingen ten aanzien van het bestuur van het Administratiekantoor (AK) die de certificaten uitgeeft teneinde de onafhankelijkheid van het AK te kunnen waarborgen en certificering in het algemeen als meest aanvaardbare beschermingsconstructie te kunnen aanmerken.


Mr. J. de Koning Gans
Mr. J. De Koning Gans is recentelijk afgestudeerd aan de Universiteit Utrecht in de master Recht en Onderneming.

Prof. W.J. Oostwouder
Prof. W.J. Oostwouder is hoogleraar bedrijfsfinancieel recht aan de Universiteit Utrecht.
Discussie

De dubbele aanbesteding als duurzaam perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden bouwrecht, aanbesteden, eenheidsprijzen, innovatieve contracten
Auteurs Mr. ir. F.M. van Cassel
SamenvattingAuteursinformatie

    Een opdrachtgever heeft keuze uit drie contractstypen om een werk door een aannemer uit te laten voeren. Dit zijn de traditionele manier, de integrerende manier (DBFMO, D&C en Turnkey) en de coöperatieve manier (bouwteam en Alliantie). Elk contractstype heeft een kenmerkend probleem. Deze worden uiteengezet per contractstype. Vervolgens wordt ingegaan op het aanbesteden. Daarbij is een van de uitdagingen om de kennis die de aannemer heeft optimaal te kunnen benutten bij de realisatie van het werk zonder dat de kosten onnodig oplopen of dat de aanbestedingsplichtige overheid het aanbestedingsrecht schendt. De veelgebruikte aanbestedingsmethode met eenheidsprijzen wordt uitgelegd en aangegeven wordt waar problemen kunnen optreden. Tot slot wordt een aanzet gegeven voor een oplossing: de dubbele aanbesteding. Deze kan worden ingezet bij grote en gezichtsbepalende projecten als de Grote Markt van Groningen of het mogelijk toekomstige Nationaal Historisch Museum.


Mr. ir. F.M. van Cassel
Mr. ir. F.M. (Frank) van Cassel is verbonden aan de TU Delft als buitenpromovendus.
Artikel

Het richtlijnvoorstel consumentenrechten: quo vadis?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2010
Trefwoorden consumentenrecht, maximumharmonisatie, DCFR, Groenboek Europees contractenrecht
Auteurs Mr. dr. C.A.N.M.Y. Cauffman, Prof. mr. M.G. Faure LL.M. en Prof. mr. T. Hartlief
SamenvattingAuteursinformatie

    Het richtlijnvoorstel consumentenrechten oogstte veel kritiek vooral omdat het gericht was op maximumharmonisatie en omdat onvoldoende rekening werd gehouden met het DCFR. Over de vraag hoe het nu verder moet met het richtlijnvoorstel consumentenkoop lopen de meningen uiteen. Een viertal hoofdstromingen valt aan te wijzen. Zij worden hierna toegelicht. Tevens wordt ingegaan op het probleem van de rechtsgrond voor een instrument van gerichte maximumharmonisatie.


Mr. dr. C.A.N.M.Y. Cauffman
Mr. dr. C.A.N.M.Y. Cauffman is universitair docent Privaatrecht aan de Universiteit Maastricht.

Prof. mr. M.G. Faure LL.M.
Prof mr. M.G. Faure LL.M. is hoogleraar Vergelijkend en Internationaal Milieurecht aan de Universiteit Maastricht.

Prof. mr. T. Hartlief
Prof. mr. T. Hartlief is hoogleraar Privaatrecht aan de Universiteit Maastricht.

    Indien een consumentkoper op afstand gebruik maakt van zijn herroepingsrecht, hoeft deze enkel de kosten van het retourzenden van het gekochte aan de verkoper te betalen. Dit is expliciet bepaald in Richtlijn 97/7/EG met betrekking tot overeenkomsten op afstand, maar in Duitsland is desalniettemin discussie ontstaan over de vraag of het de verkoper is toegestaan om de kosten van het verzenden naar de consumentkoper ook ten laste van de koper te laten komen. In de zaak Heine beslist het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap (hierna: Hof van Justitie) onomwonden dat de consumentkoper deze kosten niet hoeft te dragen.


Dr. M.Y. Schaub
Dr. M.Y. Schaub is Universitair docent privaatrecht aan het Molengraaff Instituut, Universiteit Utrecht.
Artikel

‘Gij had beter toezicht op mijn overtreding moeten houden’

Het relativiteitsvereiste en toezicht op de naleving van de Woningwet

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden vermogensschade, beschermingsbereik, relativiteitsvereiste, Woningwet
Auteurs Mr. A.C. Beck
SamenvattingAuteursinformatie

    Kan de vergunninghouder die zelf in afwijking van zijn bouwvergunning bouwt, de schade op de gemeente verhalen op grond van onvoldoende toezicht? Het Hof Arnhem meent dat dit niet het geval is. Vermogensschade die is ontstaan door onvoldoende toezicht valt volgens het hof hoe dan ook niet onder het beschermingsbereik van toezicht op de Woningwet. In dit artikel wordt niet alleen het beschermingsbereik van toezicht op de Woningwet besproken, maar ook de stand van zowel de civiele als de bestuursrechtelijke rechtspraak met betrekking tot het relativiteitsvereiste en de Woningwet zelf.


Mr. A.C. Beck
Mr. A.C. Beck is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.

    In a changing social and political environment, mayors assume quite a few different roles in local government. This is because they face different expectations, held by social and political actors at different times. Based on the distinction between strong and weak mayoral leadership, this article develops a typology of mayoral leadership roles. The authors argue that inherent tensions exist between some of these roles, making it impossible for mayors to fulfill all roles at once. Therefore, political leadership is best conceived as something that is contextually dependent. Mayors continually have to find a temporal balance between different roles, depending on the institutional setting and social and political context in which they operate at that time. Therefore, a caleidoscopic perspective on political leadership may provide valuable insights for mayors on how to develop their own leadership style.


N. Karsten
Niels Karsten, MSc MA is als promovendus respectievelijk universitair hoofddocent verbonden aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur, Universiteit van Tilburg.

L. Schaap
dr. Linze Schaap is als promovendus respectievelijk universitair hoofddocent verbonden aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur, Universiteit van Tilburg.

W.J. Verheul
Drs. Wouter Jan Verheul is als programmamanager en promovendus verbonden aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. Het artikel is mede gebaseerd op Cachet, Karsten e.a. (2009).
Artikel

Kredietcrisis en het jaarverslag

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2010
Trefwoorden jaarverslag, kredietcrisis, externe verslaggeving
Auteurs Dr. D.H. van Offeren en Drs. C.A. Arnold
SamenvattingAuteursinformatie

    Het jaar 2008 gaat de geschiedenis in als het jaar waarin de kredietcrisis wereldwijd heeft toegeslagen. In het derde en vooral het vierde kwartaal raakten vele economieën in West-Europa in een recessie. In dit artikel wordt stilgestaan bij de vraag in hoeverre ondernemingen in hun jaarverslag over 2008 informatie hebben verstrekt over de kredietcrisis en de risico’s die hieruit voorvloeien. Aan bod komen allereerst de verslaggevingsregels die van toepassing zijn op het jaarverslag en de internationale ontwikkelingen op dit gebied. Vervolgens wordt aan de hand van een empirisch onderzoek van 75 jaarverslagen van Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen over 2008 geanalyseerd welke informatie er wordt verstrekt over de risico’s die zijn verbonden aan de gevolgen van de kredietcrisis voor de onderneming. In dit kader wordt tevens gekeken naar de invloed van de kredietcrisis op de toekomstverwachtingen van de ondernemingen. Ten slotte wordt besproken welke onderzochte jaarverslagen naar de mening van auteurs als best practices kunnen worden aangemerkt.


Dr. D.H. van Offeren
Dr. D.H. van Offeren is Universitair Hoofddocent bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, afdeling Bedrijfseconomie van de Universiteit Leiden.

Drs. C.A. Arnold
Drs. C.A. Arnold RA is verbonden aan het Department of Professional Practice (DPP) van KPMG Accountants NV en tevens aan het Financial Executive Education programma van de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.
Artikel

Toets of geen toets? Is de Haaksbergen-rechtspraak staatssteunproof?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden ‘Haaksbergen’-jurisprudentie, aanmeldingsplicht, standstill verplichting / artikel 108, derde lid VWEU, steunmaatregel, staatssteunbegrip / artikel 107, eerste lid VWEU, ruimtelijke ordening
Auteurs Mr. E.V.A. Henny en Mr. J.M. Davidson
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van een recente uitspraak van de Rechtbank Arnhem, bespreekt dit artikel de wijze waarop de bestuursrechter de staatssteunregels toepast in zogenoemde ‘Haaksbergen’-situaties. Wanneer vernietiging wordt gevorderd van een besluit in de sfeer van de ruimtelijke ordening, omdat de financiering ervan geschiedt met niet aangemelde staatssteun, laat de bestuursrechter dikwijls na te toetsen of aan alle voorwaarden van artikel 107, eerste lid VWEU is voldaan. Dit artikel onderzoekt in hoeverre de nationale rechter op grond van het communautaire recht gehouden is om in geval van een beroep op artikel 108, derde lid VWEU – al dan niet expliciet – aan alle voorwaarden van artikel 107, eerste lid VWEU te toetsen en geeft commentaar op de onvolledige toets van de bestuursrechter in Haaksbergen’-situaties.


Mr. E.V.A. Henny
Mr. E.V.A. Henny is advocaat bij Allen & Overy.

Mr. J.M. Davidson
Mr. J.M. Davidson is advocaat bij Allen & Overy.
Praktijk

Kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht 2009

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2010
Trefwoorden kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht, kroniek 2009, civiele rechtspraak mededingingsrecht
Auteurs Mr. E.K.S Mollen
SamenvattingAuteursinformatie

    Anders dan in voorgaande jaren bespreekt deze kroniek uitsluitend de door Nederlandse civiele rechters gewezen uitspraken waarin het Nederlandse en/of Europese mededingingsrecht aan de orde kwam.1x Voor zover bij de auteur bekend zijn in 2009 in totaal 42 civiele/fiscale uitspraken over mededingingsrecht gepubliceerd. De rechterlijke toetsing van de besluiten van de NMa blijft hier buiten beschouwing. In 2009 deed zich een aantal interessante ontwikkelingen voor. Zo is de NMa voor het eerst als amicus curiae opgetreden in een civiele (kort geding) procedure en hakte de Hoge Raad de knoop door wat betreft het openbare orde-karakter van het Nederlandse kartelverbod.

Noten

  • * Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.
  • 1 Voor zover bij de auteur bekend zijn in 2009 in totaal 42 civiele/fiscale uitspraken over mededingingsrecht gepubliceerd.


Mr. E.K.S Mollen
Mr. E.K.S. Mollen is senior jurist bij de Juridische Dienst van de Nederlandse Mededingingsautoriteit.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.