Zoekresultaat: 8 artikelen

x
Jaar 2018 x
Artikel

De rol van intermediairs in het Nederlandse prostitutiebeleid

Top-down toepassen of bottom-up aanpassen van regels?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden regulatory intermediaries, Social Working theory, Regulatory Intermediary Target model, prostitution policy
Auteurs Nicolle Zeegers
SamenvattingAuteursinformatie

    Similar to the more current Regulator Intermediary Target (RIT) model, Griffiths’ Social Working (SW) theory points to the relevance of intermediaries for explaining rule following behavior. In this article, the author applies both theories (RIT and SW) concerning the role of intermediaries in rule following to explain developments in Dutch prostitution policy: the non-implementation of the emancipatory, sex workers’ rights based approach, and its replacement by a more repressive policy of closing down sex facilities. The analysis shows that although both theories contain useful starting point for explaining these developments, the SW theory’s special value is its acknowledgement of how regulatory intermediaries operate in a social field with existing social rules and a specific balance of power. Such rules and power relations have put barriers to the implementation of the Dutch prostitution policy as formulated in 1999. As illustrated in the article, the SW- theory offers more tools than the RIT- model for an analysis of how legal rules work in practice.


Nicolle Zeegers
Nicolle Zeegers is universitair docent politicologie bij de vakgroep Transboundary Legal Studies (TLS), Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. In haar onderzoek richt zij zich op vraagstukken over invloed en macht in de totstandkoming en werking van wetgeving. In augustus 1998 werd zij lid van de vakgroep Rechtstheorie waarvan John Griffiths de voorzitter was. Zij heeft verschillende malen over de sociale-werkingstheorie gepubliceerd (zie Weyers & Stamhuis 2003 en Zeegers, Witteveen & Van Klink 2005).
Artikel

Access_open Van Middelburg tot Almelo. Het hoe en waarom van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie door Nederlandse lagere rechters

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Prejudiciële procedure, Hof van Justitie van de Europese Unie, Nationale rechters, Motieven om te verwijzen, rechtspolitiek
Auteurs Dr. Jasper Krommendijk LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft baanbrekende uitspraken gedaan, vooral als gevolg van prejudiciële vragen van nationale rechters op grond van art. 267 VWEU. Het zijn vooral niet-verwijzingsplichtige lagere rechters geweest die voor deze aanvoer hebben gezorgd. Dit artikel onderzoekt hoe dit kan worden verklaard en kijkt naar de motieven van Nederlandse lagere rechters om al dan niet prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ. Het doet dit op basis van interviews met 22 rechters en een uitgebreide juridische analyse van uitspraken. Dit artikel toont aan dat met name pragmatische en praktische overwegingen een rol spelen bij het besluit om te verwijzen. Daarnaast laat dit artikel zien dat er meer verschillen zijn binnen een lidstaat dan tussen lidstaten onderling, met name tussen gerechtelijke instanties en individuele rechters.

    The Court of Justice of the European Union has rendered landmark cases, especially following references for a preliminary ruling from national courts on the basis of Art. 267 TFEU. Primarily lower courts that are not obliged to refer have been responsible for such cases. This article examines how these references of lower courts can be explained by focusing on the motives of the Dutch lower court judges to refer, or not to refer. It does so on the basis of interviews with 22 judges and an extensive legal analysis of judgments. This article shows that practical and pragmatic considerations play an important role in the court’s decision to refer. In addition, there are more differences within one Member States than between EU Member States, especially between particular courts and individual judges.


Dr. Jasper Krommendijk LLM
Jasper Krommendijk is universitair docent Europees recht aan de Radboud Universiteit.
Article

Access_open ‘A Continuous Process of Becoming’: The Relevance of Qualitative Research into the Storylines of Law

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2018
Trefwoorden storylines of law, qualitative research, law in action, law in books
Auteurs Danielle Antoinette Marguerite Chevalier
SamenvattingAuteursinformatie

    The maxim ‘law in books and law in action’ relays an implicit dichotomy, and though the constitutive nature of law is nowadays commonly professed, the reflex remains to use law in books as an autonomous starting point. Law however, it is argued in this article, has a storyline that commences before its institutional formalisation. Law as ‘a continuous process of becoming’ encompasses both law in books and law in action, and law in action encompasses timelines both before and after the formal coming about of law. To fully understand law, it is necessary to understand the entire storyline of law. Qualitative studies in law and society are well equipped to offer valuable insights on the facets of law outside the books. The insights are not additional to doctrinal understanding, but part and parcel of it. To illustrate this, an ethnographic case study of local bylaws regulating an ethnically diverse public space of everyday life is expanded upon. The case study is used to demonstrate the insights qualitative data yields with regard to the dynamics in which law comes about, and how these dynamics continue for law in action after law has made the books. This particular case study moreover exemplifies how law is one of many truths in the context in which it operates, and how formalised law is reflective of the power constellations that have brought it forth.


Danielle Antoinette Marguerite Chevalier
Dr. mr. Danielle Antoinette Marguerite Chevalier, PhD, is assistant professor at Leiden University, The Netherlands.
Artikel

Access_open Wetgeving en de toets der kritiek

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2018
Trefwoorden regeldruk, tegenspraak, procedurele toets, koppeling ex-ante- en ex-postevaluatie
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De ex-antewetgevingstoetsing heeft sinds 1990 onder invloed van met name het streven naar vermindering en vereenvoudiging van regelgeving een hoge vlucht genomen. Het lijkt er echter op dat juist op het punt van deregulering en alternatieven voor wetgeving de meerwaarde ervan de afgelopen decennia beperkt is gebleven, mede omdat het toetsingsproces te veel gericht is op het vinden van consensus in plaats van het organiseren van kritiek en tegenspraak. Deze bijdrage stelt voor om een andere weg in te slaan, waarin meer nadruk ligt op procedurevoorschriften, afstandelijker toetsing en een meer systematische koppeling van ex-ante- en ex-postevaluatie.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.

Dr. Rob Schwitters
Rob Schwitters is universitair hoofddocent Rechtssociologie bij de afdeling Algemene Rechtsleer aan de Universiteit van Amsterdam en voorzitter van de redactie van Recht der Werkelijkheid.
Artikel

Goed met cijfers

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2018
Auteurs Lex van Almelo

Lex van Almelo
Artikel

Empathie in het sociaal domein

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2018
Trefwoorden mensbeeld, beleidstheorie, implementatie, sociale zekerheid
Auteurs Mr. dr. A. Tollenaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan wetgeving ligt altijd een mensbeeld ten grondslag. Het mensbeeld bestaat uit het geheel aan eigenschappen (voorkeuren, vaardigheden, motieven) van degene die door de wet wordt geraakt of beschermd. De mensbeelden kunnen worden onderscheiden in een drietal dimensies: zelfredzaam, bureaucratische vaardigheden en calculerend gedrag. De analyse van de totstandkoming van de wetgeving in de sociale zekerheid leert dat de mensbeelden van verschillende recente wetten verschillend scoren op deze dimensies. Onduidelijk is waar de wetgever zijn mensbeeld op baseert. Bij wetgeving lijken mensbeelden vooral te worden gebruikt om wettelijke voorschriften te legitimeren. Bij de uitvoering van de wetten blijken weer andere mensbeelden te domineren. Dit is ingegeven door enerzijds meer specifieke kennis van de normadressaat (voorschriften worden niet zo streng gehandhaafd als de wetgever zou willen, omdat de handhaving ongewenste effecten heeft) en anderzijds bezuinigingsdrift (waardoor procedurele barrières worden opgeworpen die de wetgever niet voor ogen stonden). Dit geconstateerde verschil tussen uitvoering en wetgeving leidt tot de aanbeveling om bij wetgeving meer kennis over de mensbeelden in de uitvoeringspraktijk te betrekken.


Mr. dr. A. Tollenaar
Mr. dr. A. (Albertjan) Tollenaar is universitair hoofddocent aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Altijd zichtbaar op social media

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2 2018
Auteurs Nathalie de Graaf en Erik van der Burgt
Auteursinformatie

Nathalie de Graaf

Erik van der Burgt
Beeld
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.