Zoekresultaat: 10 artikelen

x
Jaar 2014 x
Artikel

Internationale verkeersongevallen. Waarom niet alle wegen leiden naar Rome

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden internationale verkeersongevallen, Haags Verkeersongevallenverdrag, Rome II-verordening, grensoverschrijdende verkeersongevallen, internationaal privaatrecht
Auteurs Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij internationale verkeersongevallen in Europa wordt het toepasselijk recht bepaald aan de hand van ofwel het Haags Verkeersongevallenverdrag ofwel Rome II, afhankelijk in welk land een procedure wordt gestart. In deze bijdrage worden de verschillen tussen Rome II en het Haags Verkeersongevallenverdrag in kaart gebracht. De conclusie is dat toepassing van beide verdragen naast elkaar kan leiden tot toepassing van het recht van verschillende landen. Zolang beide verdragen naast elkaar van toepassing zijn, is sprake van een systeem dat complex en verwarrend is. Dit is in strijd met het doel van Rome II om binnen Europa eenheid en duidelijkheid te creëren.


Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
Mw. mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga is partner bij Legaltree en specialiseert zich in grensoverschrijdende aansprakelijkheid en letselschadezaken.
Artikel

Tussen ‘gele kaart’ en omzettingswetgeving

De veranderde rol van het Nederlandse parlement in Europa

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2014
Auteurs Prof. dr. B. Steunenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is de invloed van de aanzwellende stroom van Europese wetgeving op het functioneren van het Nederlandse parlement? In deze bijdrage wordt ingegaan op die veranderingen aan de hand van verschillende rollen die ons nationale parlement kan hebben in het bredere Europese beleidsproces. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de rol van ‘lobbyist’ en ‘netwerker’, ‘waakhond’ en, ten slotte, ‘beleidsregisseur’. Die rollen worden verder verkend waarbij opvalt dat in de afgelopen jaren het parlement meer aandacht is gaan besteden aan ex-ante vormen van politieke controle. Dat is positief omdat daarmee Europese beleidsvoorstellen ook in het Nederlandse debat aandacht krijgen. Tegelijkertijd krijgen door de verschuiving vraagstukken rondom de uitvoering van Europees beleid minder aandacht. Dat zou kunnen worden versterkt omdat ontoereikend beleid een overtuigend argument oplevert om, met andere lidstaten, Europa tot verandering te verleiden.


Prof. dr. B. Steunenberg
Prof. dr. B. Steunenberg is hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Leiden. Hij doceert en publiceert over de Europese besluitvorming en de wijze waarop Europees beleid door de lidstaten wordt omgezet en uitgevoerd. Voor meer informatie zie <http://campusdenhaag.leiden.edu/publicadministration/organisation/faculty-staff/steunenberg.html>.
Artikel

Civiel recht als ultimum remedium?

Over de verstoorde verhouding van de bankbreuk tot de pauliana

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2014
Trefwoorden bedrieglijke bankbreuk, faillissementspauliana, reorganisaties, fraudebestrijding
Auteurs Mr. R.J. de Weijs en Mr. T. Reker
SamenvattingAuteursinformatie

    Door de opmars van het strafrecht binnen het insolventierecht dreigt een vergaande gelijkschakeling tussen de faillissementspauliana en de bankbreukbepalingen. Ten onrechte dreigen daarbij schuldeisersbenadelende handelingen die met fraude niets te maken hebben, toch binnen het bereik van het strafrecht te komen.


Mr. R.J. de Weijs
Mr. R.J. de Weijs is docent en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam en advocaat te Amsterdam.

Mr. T. Reker
Mr. T. Reker is recent afgestudeerd aan de Universiteit Leiden.

    Since 2005, Dutch victims of serious crime have the right to make an oral statement in court (‘spreekrecht’). In the past decade, the Dutch criminal justice system has accommodated this right to make an oral statement with regard to the consequences of the crime; no major problems have occurred. Indeed, only a minority of the victims consumes this right (ca. 230 cases annually), the majority prefers to lodge a written statement. Nevertheless, the Dutch legislature is of the opinion that the right to make an oral statement should be extended and has lodged a draft-proposal recently. The aim is to provide crime victims a right to put forward an advice to the judge at the trial session, such an advice relating to the full scheme of judicial decision-making (truth, legal qualification, punishment). Such a provision resembles a Victim Statement of Opinion, used in the American scheme of justice, and even exceeds this. The draft has been met with criticism, only the Dutch Victim Support is in favor. One of the objections heard is the one dimensional focus underlying the draft: by focusing on a specific group of victims – those who have suffered from serious crimes – the legislature neglects the heterogeneous nature of victims’ needs.


Renée Kool
Renée Kool is als universitair hoofddocent verbonden aan Ucall en het Montaigne-Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Utrecht en redacteur van dit blad.
Artikel

De schadeclaim van het slachtoffer van strafbare feiten; bruggenbouwer tussen twee rechtsgebieden?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Slachtoffer, voeging in het strafproces, civiele vordering, financiële afwikkeling, immateriële genoegdoening
Auteurs Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart en Mr. A.J.J.G. Schijns
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel in het strafrecht als in het civiele letselschaderecht is (toenemende) aandacht voor de behoeften van slachtoffers. Bij beide categorieën slachtoffers leven zowel materiële als immateriële behoeften. Toch geven de beide disciplines op eigen wijze invulling aan deze behoeften. In deze bijdrage signaleren de auteurs overeenkomsten en verschillen in de benadering van het slachtoffer in het strafrecht en het civiele letselschaderecht en verkennen zij de mogelijkheden voor kruisbestuiving tussen de beide disciplines. Zij gaan onder andere in op de mogelijkheid om de civiele vordering van de benadeelde partij in het strafproces onder te brengen in een parallel civiel traject.


Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart is advocaat bij de sectie Cassatie van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn en medewerker van dit tijdschrift.

Mr. A.J.J.G. Schijns
Mr. A.J.J.G. Schijns is advocaat bij de sectie Verzekeringen en Aansprakelijkheid van Kennedy Van der Laan en onderzoeker bij het Amsterdam Centre for Comprehensive Law van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Detentiebeleving van strafrechtelijk gedetineerden zonder verblijfsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2014
Trefwoorden detention, detention experiences, importation theory, deprivation theory, foreign national prisoners without legal residence
Auteurs Mieke Kox MA, Steven de Ridder MSc, An-Sofie Vanhouche MSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The detention experiences of male criminal foreign national prisoners without legal residence receive little attention in penological literature. A qualitative study amongst 30 prisoners with and 16 prisoners without legal residence in the penitentiary institution Tilburg shows that contacts with the social network and the preparation of the reintegration in society are (more) complicated for foreign national prisoners without legal residence. Besides, communication with the staff is more difficult for this group. These factors have negative impact on their detention experiences. The results show that both deprivation and importation theory apply to foreign national prisoners without legal residence. However, importation aspects – especially the lack of legal residence – may substantially and systematically increase the deprivation and result in additional exclusion and isolation mechanisms for this particular group.


Mieke Kox MA
M. Kox, MA is werkzaam bij de sectie criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam, waar zij promotieonderzoek uitvoert naar de betekenis van het immigratiebeleid voor aangehouden en/of gedetineerde illegaal verblijvende vreemdelingen en de invloed hiervan op hun terugkeerintenties. Tijdens het onderzoek in de PI Tilburg in 2012 was zij als onderzoeker bij de Universiteit Utrecht werkzaam.

Steven de Ridder MSc
S. de Ridder, MSc is assistent bij de vakgroep Criminologie en doctoraal onderzoeker binnen de onderzoekslijn Penalty & Society van de onderzoeksgroep Crime & Society van de Vrije Universiteit Brussel. Zijn doctoraat richt zich op de detentiebeleving en de invrijheidstellingsprocedures van strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen.

An-Sofie Vanhouche MSc
A.-S. Vanhouche, MSc is verbonden aan de onderzoeksgroep Crime & Society, onderzoekslijn Penalty & Society, van de vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel. Ze voert een doctoraatsonderzoek naar de rol van voeding in gevangeniscontext en was tijdens het onderzoek in de PI Tilburg als onderzoeker bij dit project betrokken.

Prof. dr. Miranda Boone
Prof. dr. M. Boone is bijzonder hoogleraar penologie en penitentiair recht aan de Rijksuniversiteit Groningen en universitair hoofddocent strafrecht en criminologie aan de Universiteit Utrecht.

Prof. dr. Kristel Beyens
Prof. dr. K. Beyens is hoogleraar penologie en voorzitter van de vakgroep Criminologie, faculteit recht en criminologie van de Vrije Universiteit Brussel. Ze coördineert de onderzoekslijn Penalty & Society binnen de onderzoeksgroep Crime & Society
Artikel

Naar een vervanging van de unus-testisregel van artikel 342 lid 2 Sv

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2014
Trefwoorden unus testis, bewijsmotivering, bewijsbeslissing, bewijsminimum
Auteurs Mr. dr. Joost S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    The rule that a conviction cannot be based on the statement of just one witness, is codified in article 342 of the Dutch Criminal Procedural Code. The Supreme Court has recently demanded that such a statement finds sufficient support in other evidence and that sometimes the trial judge needs to specify why that statement is corroborated enough by other evidence. However, the Supreme Court has always given a very marginal meaning to this rule, by allowing convictions which basically are substantiated by only that one statement. The evidence supporting the story of the witness does not have to prove that the crime actually took place, nor that is indeed the defendant who has committed it. In this article, I propose the replacement of the rule with a well-founded motivated ruling of the trial judge on this subject.


Mr. dr. Joost S. Nan
Mr. dr. Joost S. Nan is universitair docent Straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat.
Artikel

Tussentijdse evaluatie deelgeschilprocedure

Verslag van de op 1 november 2013 door het Kenniscentrum Milieu en Gezondheid in samenwerking met de Expertgroep Letselschade en Studiecentrum Rechtspleging (SSR) georganiseerde themadag

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2014
Trefwoorden deelgeschilprocedure, evaluatie, themadag
Auteurs Mr. E.C. Huijsmans en Mr. H.A.W. Vermeulen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage doen de auteurs verslag van de op 1 november 2013 door het Kenniscentrum Milieu en Gezondheid in samenwerking met de Expertgroep Letselschade en Studiecentrum Rechtspleging (SSR) georganiseerde themadag. Tijdens deze themadag is door deelgeschilrechters en juridische ondersteuning zowel in werkgroepen als plenair gesproken over hun ervaringen met de deelgeschilprocedure. Uit de discussies komt pregnant naar voren dat deelgeschilrechters duidelijk invulling geven aan de regiefunctie, maar wat ter zitting in dat verband is besproken, blijkt vaak niet uit de beschikkingen. Bij de evaluatie van de wet zal hier ook aandacht voor moeten zijn.


Mr. E.C. Huijsmans
Mr. E.C. Huijsmans is stafjurist bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en verbonden aan het Kenniscentrum.

Mr. H.A.W. Vermeulen
Mr. H.A.W. Vermeulen is senior raadsheer bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en coördinator van het Kenniscentrum civiel.
Artikel

Opzettelijke wanprestatie en contractuele remedies: een onderbelicht terrein

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Wanprestatie, Motief, Schuldeiser, Opzettelijk, remedies
Auteurs Mr. dr. M. van Kogelenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt via een rechtsvergelijkende analyse betoogd dat de teleurgestelde crediteur in het geval van opzettelijke wanprestatie toegang zou moeten hebben tot strengere sancties dan het contractenrecht normaal gesproken biedt. De teleurgestelde crediteur zou bijvoorbeeld eerder nakoming moeten kunnen vorderen, in ruimere mate tegemoet moeten worden gekomen in bewijs en begroting van de schade ter grootte van het positief contractsbelang, een hogere schadevergoeding moeten kunnen claimen, eerder toegang moeten hebben tot winstafdracht en eerder moeten kunnen ontbinden.


Mr. dr. M. van Kogelenberg
Mr. dr. M. van Kogelenberg is onderzoeker en docent burgerlijk recht aan Erasmus Universiteit te Rotterdam. De auteur dankt A.G. Castermans, M.W. Knigge en S.D. Lindenbergh voor hun commentaar op eerdere versies.

    This editorial offers an introduction to the current issue.


Bas van Stokkom
Bas van Stokkom is werkzaam bij de vaksectie strafrecht & criminologie van de faculteit der rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.