Zoekresultaat: 13 artikelen

x
Jaar 2015 x

    Central to this contribution is the question whether Dworkin’s theory of constructive interpretation as a method of applying law for the judge, can be used as a method of legal-dogmatic research. Constructive interpretation is a method of legal interpretation that aims to find a normative unity in the diversity of rules that characterize a legal system. In order to find an answer to this question, the key elements of Dworkin’s theory are explained and applied to the author’s PhD research. Methodological difficulties that could give rise to problems when applying Dworkin’s theory, are investigated. In the end, the author concludes that since the judge and the scholar use quite the same methods when interpreting law, the principles of constructivism should fit legal research well, even though some aspects of Dworkin’s theory are difficult to operationalize in practice. As a leading notion however, constructivism constitutes a workable method of legal research.


Francisca Christina Wilhelmina de Graaf LL.M
Fanny de Graaf is a PhD candidate at the Faculty of Law, VU University.
Artikel

Op naar een algemene boetebevoegdheid in de Omgevingswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Omgevingswet, sanctie, toezicht, strafrecht, bestuurlijke boete
Auteurs Mr. O.J.D.M.L. (Oswald) Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het sanctiestelsel in het voorstel voor een Omgevingswet (zoals aangenomen door de Tweede Kamer) besproken aan de hand van een vergelijking met boetesystemen in andere wetten en het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State.


Mr. O.J.D.M.L. (Oswald) Jansen
Mr. O.J.D.M.L. (Oswald) Jansen is bijzonder hoogleraar Europees bestuursrecht en openbaar bestuur aan de Universiteit van Maastricht en universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht, alsmede juridisch bestuursadviseur en advocaat van de gemeente Den Haag.
Redactioneel

Verder werken aan de Omgevingswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Omgevingswet
Auteurs Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
Auteursinformatie

Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld is voorzitter van de redactie van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.

    This research aims to explore empirically (method: questionnaire) the usefulness of mediation as a technique of external conflict management in the event of a family business transfer. More specifically, the research intents to verify if the conditions of application, the consequences and the benefits of mediation as described in general literature apply to the context of a family business (transfer), since Prince underlined 25 years ago that research is required to develop: ‘a system of intervention that employs the concepts, techniques, and logic of mediation that apply to the unique aspects of family business’. Results of the own research showed that mediation was an adequate technique of external conflict management in the context of a family business transfer and that it was more successful than consulting, defined as other techniques of external conflict management, in the researched cases. Furthermore, the research found indications that mediation is an adequate technique beyond the researched cases.


Tim De Greef
Tim De Greef is vrijwillig wetenschappelijk medewerker faculteit Rechtsgeleerdheid KU Leuven campus Brussel en als advocaat-stagiair werkzaam bij het advocatenkantoor Tiberghien.
Artikel

De verhaalsmogelijkheden bij schade door een ongeschikte medische hulpzaak anno 2015

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2015
Trefwoorden artikel 6:77 BW, medische hulpzaak, aansprakelijkheid, schade, notified body
Auteurs Mr. J.T. Hiemstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien een patiënt schade heeft geleden ten gevolge van een lekkend borstimplantaat, een niet goed sluitende hartklep, een heup die metaaldeeltjes afgeeft of een andersoortige medische hulpzaak, rijst de vraag of, en zo ja, op wie hij deze schade zou kunnen verhalen. In dit artikel wordt besproken welke actoren de patiënt zou kunnen aanspreken, waarbij met name gekeken zal worden naar recente ontwikkelingen op het gebied van de aansprakelijkheid van deze actoren.


Mr. J.T. Hiemstra
Mr. J.T. Hiemstra is promovenda en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen, vakgroep Privaatrecht en Notarieel Recht.
Artikel

Het renvoi-artikel van de Erfrechtverordening

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Erfrechtverordening, toepasselijk recht, renvoi
Auteurs Dr. P.A.M. Lokin
SamenvattingAuteursinformatie

    Ten einde beslissingsharmonie te bereiken tussen lidstaten en derde staten die betrokken zijn bij eenzelfde erfopvolging, wordt het Europese verwijzingsresultaat in bepaalde situaties afgestemd op het verwijzingsresultaat van deze derde staten. Deze afstemming wordt ook wel aangeduid als renvoi. In deze bijdrage wordt ingegaan op de toepassing van het renvoi-artikel van de Erfrechtverordening.


Dr. P.A.M. Lokin
Dr. P.A.M. Lokin is universitair docent bij de vaksectie Burgerlijk Recht van de Radboud Universiteit en onderzoeker bij het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht.
Artikel

Disclosure statement voorafgaand aan het inhoudelijk onderzoek door de deskundige: een idee met haken en ogen

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2015
Trefwoorden civiel recht, disclosure, disclosure statement, deskundige, voorlopig deskundigenbericht
Auteurs Mr. M. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    In een letselschadezaak wordt een verzoek gedaan aan de rechter om een voorlopig deskundigenbericht te bevelen. Er wordt een deskundige benoemd, waarna deze wordt gevraagd om, voorafgaand aan het inhoudelijke deel van het deskundigenonderzoek, een disclosure statement af te geven. Aan de hand van drie tussenbeschikkingen wordt bezien wat de voor- en nadelen zijn van het loskoppelen van een disclosure statement van het inhoudelijke deel van het onderzoek. Geconcludeerd wordt dat wanneer enkele randvoorwaarden in acht worden genomen de voordelen uiteindelijk zwaarder wegen dan de nadelen.


Mr. M. Visser
Mr. M. Visser is werkzaam als promovendus bij de Open Universiteit Nederland.
Boekbespreking

Horror in mainstream en cult cinema: is het genre extremer geworden?

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2015
Trefwoorden horror, (extreme) violence in movies, visual data
Auteurs Veerle Pashley
SamenvattingAuteursinformatie

    Ever since the creation of silent movies, directors aim to shock the audience with explicit scenes of violence. Yet, little attention has been given to the evolution of horror movies. In order to create ‘monsters’, ‘dark locations’ and ‘explicit scenes of violence’ directors have to experiment with storylines and new techniques, if they want to shock the audience. The aim of this paper is to examine whether or not horror has become more violent (more extreme) throughout film history. Hence, we will discuss the historic evolution of horror movies in mainstream cinema (films that reached a large audience) and cult cinema (films which have a select, mostly fan based, audience).


Veerle Pashley
Veerle Pashley is assistent in de vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht aan de Universiteit Gent. Ze bereidt er een doctoraat voor in de criminologie en de sociaal-militaire wetenschappen (joint degree UGent – VUB – KMS). Ze is lid van het Belgian Intelligence Studies Center (BISC) en redactielid van de Cahiers Inlichtingenstudies.

    1. Klaagster verzocht opheffing van zowel het conservatoir als het klassiek beslag op een woning. Door klaagster was eerder aan de officier van justitie verzocht om het beslag op te heffen zodat de woning kon worden verkocht. Met de notaris zou kunnen worden overeen gekomen dat de volledige koopsom van de woning naar het BOOM dient te worden overgemaakt, zodat er voor het OM geen risico zou zijn. Het OM wees dit verzoek echter van de hand.


mr. J.L. Baar
Jurisprudentie

De zaak Robert M. in cassatie. De ouders van de slachtoffers als benadeelde partij in het strafproces: hun verplaatste schade en proceskosten

HR 16 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2668, in cassatie op Hof Amsterdam 26 april 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ8885

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Robert M., benadeelde partij, art. 592a Sv, verplaatste schade, slachtoffers
Auteurs Mr. A.H. Sas
Auteursinformatie

Mr. A.H. Sas
Mr. A.H. Sas is beleidsadviseur juridische zaken bij Slachtofferhulp Nederland.

Maartje van der Woude Mr. dr. MSc
Mr. dr. M.A.H. van der Woude, MSc is strafjurist en criminoloog en als universitair hoofddocent Straf(proces)recht werkzaam bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. Zij is tevens werkzaam als rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Noord-Holland.

    Er zijn maar weinig bestuursrechtelijke wetten zo controversieel als de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet Bibob). Op grond van deze wet is het mogelijk dat het bestuursorgaan een beschikking weigert of intrekt, indien sprake is van een ernstig gevaar van misbruik van de beschikking. Gezien de huidige stand van zaken in de jurisprudentie kan de Wet Bibob bezwaarlijk worden aangemerkt als een vorm van ‘bestuursstrafrecht’. Dit betekent echter geenszins dat de invloed van strafrechtelijke dogmatiek en jurisprudentie op de toepassing van de Wet Bibob te verwaarlozen is. Dit laat zich treffend illustreren aan de hand van de zogenoemde ‘achterdeurproblematiek’. Deze ‘achterdeurproblematiek’ hangt samen met het gedoogbeleid.


mr. drs. B. van der Vorm
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.