Zoekresultaat: 35 artikelen

x
Jaar 2018 x
Artikel

De tweeconclusieregel en beginselen van burgerlijk procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden tweeconclusieregel, rechtsstrijd in hoger beroep, beginselen van behoorlijk procesrecht
Auteurs Frank Kroes
SamenvattingAuteursinformatie

    Beginselen van behoorlijk procesrecht nemens sinds de dagen van Van Boneval Faure een plaats in in het burgerlijk procesrecht en winnen nog steeds aan belang. Aan de tweeconclusieregel, die de mogelijkheden om de rechtsstrijd in hoger beroep te wijzigen of uit te breiden aan banden legt, liggen met name de beginselen ten grondslag van toegang tot de rechter, hoor en wederhoor, berechting binnen een redelijke termijn en de partijautonomie. Ook de uitzonderingen op de regel laten zich goed verklaren uit beginselen van behoorlijk procesrecht.


Frank Kroes
Mr. Chr.F. Kroes is advocaat in Amsterdam en werkzaam bij Baker McKenzie.
Artikel

Access_open Enkele opmerkingen over het het una via-beginsel en het nieuwe Wetboek van Strafvordering

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Modernisering strafvordering, Bestuursstrafrecht, Una via-beginsel, Bestuurlijk sanctierecht, Bijzonder strafrecht
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Thans is een belangrijke wetgevingsoperatie gaande, waarbij het Wetboek van Strafvordering wordt herzien. Opmerkelijk genoeg wordt in de vaststellingswetten op geen enkele wijze aandacht besteed aan de keuze tussen bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving. Om het una via-beginsel een plaats te geven in het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordt voorgesteld om het bepaalde in artikel 243, tweede lid, Sv, te transponeren naar artikel 3.1.4, vijfde lid, van het nieuwe Wetboek van Strafvordering.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en is verbonden aan het Willem Pompe Instituut en het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht. Hij is tevens redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Gemoderniseerde voordeelsontneming

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Voordeelsontneming, Ontnemingsmaatregel, Ontnemingsprocedure, Misdaadgeld, Modernisering van het Wetboek van Strafvordering
Auteurs Mr. dr. W.S. de Zanger
SamenvattingAuteursinformatie

    De modernisering van het Wetboek van Strafvordering zal ook het proces ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aanpassen. Deze wetgevingsoperatie zal de ontnemingsmaatregel grotendeels ontdoen van zijn bijzondere karakter. Zo komt het strafrechtelijk financieel onderzoek te vervallen en wordt voorgesteld de oplegging van de ontnemingsmaatregel als hoofdregel in het reguliere strafproces te laten plaatsvinden. Deze bijdrage brengt in kaart welke wijzigingen worden voorgesteld en hoe die moeten worden beoordeeld. Geconcludeerd wordt dat de moderniseringsplannen kunnen worden onderschreven, maar wel nader dienen te worden doordacht.


Mr. dr. W.S. de Zanger
Mr. dr. W.S. de Zanger is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) en het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht.
Peer reviewed

Access_open Mediaberichten, framing en hypes: over de relatie van media en criminaliteit en de analyse hiervan

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2018
Trefwoorden Framing analyse,, Mediahypes, Moral panic, Oudejaarsnacht in Keulen, Bus incident in Gouda
Auteurs Dr. Martina Althoff
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution discusses the supplementary value of media analyses to understanding the relationship between media and crime. Analyses of media framing and media hypes are discussed on the basis of two cases: the case of New Years Eve in Cologne in 2015 and the “bus incident” of Moroccan Dutch youngsters in Gouda in 2008. The two cases presented here illustrate the significance of media analysis in criminology and its relevance in a media society. Analyses of the media representation and the societal reactions show the influence of media on the image building about crime. Since media are a predominant force of modern society and mediatization is a characteristic of the present tense, media representation has a great impact on the perceptions of crime and punishment, and our reality.


Dr. Martina Althoff
Dr. Martina Althoff is als universitair hoofddocent Criminologie verbonden aan de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Kroniek Materieel Strafrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2018
Auteurs Max den Blanken, Maike Bouwman, Rachel Bruinen e.a.

Max den Blanken

Maike Bouwman

Rachel Bruinen

Sophie Hof

Michiel Olthof

Ben Polman

Inge Raterman

Aram Sprey

Robert Malewicz
Artikel

De mooie held geveld

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2018
Trefwoorden heroes, downfall, master status, media
Auteurs Prof. dr. Hans Nelen en Dr. Frank van Gemert
SamenvattingAuteursinformatie

    In the introductory article of this special issue on the downfall of popular heroes, some relevant aspects in relation to the general theme are explored. Who are considered to be heroes and which elements are relevant to understand the process heroes may go through when they start sliding on the slippery slope, and, eventually, fall into the abyss of disgrace? What is the role that (social) media play in the demolition of their reputation and how do heroes perceive their own downfall and respond to it? The theoretical concept that is used in this article is Howard Becker’s master status and, in particular, the notion that the master status of a fallen hero surpasses and contaminates all other statuses, previously possessed by an individual.


Prof. dr. Hans Nelen
Prof. dr. Hans Nelen is hoogleraar criminologie aan de Universiteit Maastricht.

Dr. Frank van Gemert
Dr. Frank van Gemert is universitair docent bij de sectie strafrecht en criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De katholieke sociale leer over de relatie gelovige/burger, samenleving en seculiere staat

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden kerk-staatverhoudingen, canoniek recht, katholieke sociale leer, Geschiedenis, Staatsleer; Rooms-Katholieke Kerk
Auteurs Mr. dr. Maurice van Stiphout
SamenvattingAuteursinformatie

    In the 19th century in many Western states, the close relationship between Church and State came to an end and the Roman Catholic Church developed into a major and active player on social and educational level in society separate from the State.
    This was due, on the one hand, to the constitutional changes in the Western states from the end of the 18th century, which led to the gradual introduction of the formal principle of separation of Church and State. On the other hand, it was a result of the search for a new position of the Roman Catholic Church in society that also influenced the theological reflection of the Church on society.
    The ecclesiastical reflection on the ideal relationship between Church and State took shape in the course of this process in the Ius Publicum Ecclesiasticum. The ecclesiastical view on the relationship between believers/citizens, society and State simultaneously took shape in Catholic social doctrine, which today still offers a model for modern society. In Catholic social doctrine, the believer/citizen is the connecting element between Church and State in a secular society. The ‘state doctrine’ of the Catholic Church is presented in Catholic social doctrine as an ideal image of the democratic constitutional state in which man is central and forms the central link between Church, society and secular State.


Mr. dr. Maurice van Stiphout
Mr. dr. M. van Stiphout studeerde rechten in Leiden en canoniek recht en theologie in Leuven. Hij promoveerde in de rechtsgeleerdheid in Groningen. Hij is werkzaam bij de Belgische rooms-katholieke kerkprovincie in Brussel (Juridische dienst & Erkende Instantie rooms-katholieke godsdienst). Daarnaast is hij vrijwillig wetenschappelijk medewerker van de faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven (afdeling Geschiedenis van Kerk en Theologie).
Artikel

Access_open ‘De lobby’ aan banden?

Over het ongelijk speelveld en de regulering van belangenvertegenwoordiging

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden lobbyregulering, belangenvertegenwoordiging, stakeholders
Auteurs Bert Fraussen en Caelesta Braun
Auteursinformatie

Bert Fraussen
Dr. B. Fraussen is universitair docent aan het instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden.

Caelesta Braun
Dr. C.H.J.M. Braun is universitair hoofddocent aan het instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden en redacteur van Tijdschrift voor Toezicht.
Artikel

Modernisering van de beklagregeling ex artikel 12 Sv: ‘Full dress’ voor het slachtoffer?

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden klachtprocedure artikel 12 Sv, slachtofferrechten in het vooronderzoek, grondslagen, vervolgingsmonopolie
Auteurs Dr. R.S.B. Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de invoering van de Wet Versterking Slachtoffers (VPS, 2010) hebben slachtoffers rechten gekregen waarmee zij inbreng kunnen hebben in het vooronderzoek. Daarnaast hebben zij de mogelijkheid om bij het uitblijven van vervolging of opsporing een klaagschrift in te dienen bij het hof in het kader van de artikel 12 Sv-procedure. Het voornemen van de minister is deze regeling te verruimen, onder andere om de staande jurisprudentie te codificeren. Hoewel de verruiming inhoudelijk bijval verdient, is nog onvoldoende sprake van een systematisch op elkaar betrekken van de klachtprocedure en de procespositie van het slachtoffer als belanghebbende bij het vooronderzoek. Handvatten daartoe kunnen worden ontleend aan het project Strafvordering 2001.


Dr. R.S.B. Kool
Dr. R.S.B. Kool is als universitair hoofddocent werkzaam bij het Willem Pompe Instituut en Ucall.
Artikel

‘Keeping up appearances’? De verschijningsplicht van de verdachte bij de terechtzitting en de uitspraak

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden aanwezigheidsrecht, verschijningsplicht, onschuldpresumptie, slachtoffers
Auteurs Mr. dr. M. van Noorloos
SamenvattingAuteursinformatie

    De modernisering van het Wetboek van Strafvordering is aangegrepen om een principieel vraagstuk uit de regeling over de berechting te herzien: de verplichte aanwezigheid van de verdachte bij het onderzoek ter terechtzitting en bij de openbare uitspraak. In deze bijdrage wordt onderzocht wat de inhoud en achtergrond van deze voorstellen zijn en wordt een oordeel gegeven over deze verschijningsplichten in het licht van de verschillende rationales die een verschijningsplicht zou kunnen vervullen – rationales die op hun beurt voortvloeien uit de functies van het straf(proces)recht. Daarbij wordt ook ingegaan op de mogelijke neveneffecten en de risico’s voor fundamentele rechten (met name de onschuldpresumptie).


Mr. dr. M. van Noorloos
Mr. dr. M. (Marloes) van Noorloos is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan Tilburg University
Artikel

Of/Of: de alternatieve kwalificatie

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden strafprocesrecht, modernisering van strafvordering, alternatieve kwalificatie, kwalificatiebeslissing, samengestelde tenlasteleggingen
Auteurs Mr. dr. J.G.H. Altena-Davidsen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het conceptwetsvoorstel voor Boek 4 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (de berechting) wordt het voorstel gedaan om een alternatieve kwalificatie mogelijk te maken. In deze bijdrage wordt, na een uiteenzetting van het geldende recht en de wijziging die het voorstel daarin moet aanbrengen, onderzocht of in de praktijk behoefte bestaat aan de mogelijkheid tot alternatieve kwalificatie. Die behoefte lijkt beperkt te zijn, en zich vooral voor te doen in de context van het gedifferentieerde stelsel van vermogensdelicten en deelnemingsvormen. Deze bijdrage werpt daarom de vraag op of het probleem, en bijgevolg de oplossing daarvan, niet eerder gelegen zijn in het materiële recht dan het strafprocesrecht. Op basis daarvan, alsmede op basis van een korte bespreking van mogelijke bezwaren tegen de alternatieve kwalificatie, wordt de stelling betrokken dat het voorstel nadere doordenking en onderbouwing behoeft.


Mr. dr. J.G.H. Altena-Davidsen
Mr. dr. J.G.H. Altena-Davidsen is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden.
Opinie

Cassatie in het nieuwe Wetboek van Strafvordering

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden cassatieprocedure, rechtstreeks cassatieberoep, cassatiegronden, prejudiciële vragen, facultatieve OM-conclusie
Auteurs Mr. A.J.A. van Dorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over voorgestelde wijzigingen ten aanzien van de cassatieprocedure en over enkele wenselijke wijzigingen die niet zijn voorgesteld. Eerst komt aan de orde (de onwenselijkheid van) het rechtstreeks cassatieberoep: de Hoge Raad niet als derde maar als tweede instantie, dus zonder tussenkomst van een appelrechter. In dat verband zal aandacht worden besteed aan de ingewikkelde cassatiedrempel in zaken betreffende overtredingen alsook aan het cassatieberoep in beklagzaken. Vervolgens wordt aandacht besteed aan het karakter van de cassatieprocedure; stilgestaan wordt bij (voorstellen die lijken te schuren met) het schriftelijke karakter van het cassatiegeding alsook bij de mogelijkheid tot tegenspraak. Daarna komt de regeling van de herstelbeslissing en de aanvulling langs. Dan komt de nieuwe regeling van de cassatiegronden aan bod, waarna tot slot aandacht wordt besteed aan wat in het verschiet ligt. Dat betreft de invoering van een cassatiebalie, de prejudiciële vragen en de facultatieve conclusie van het parket. Dat alles natuurlijk voor zover van belang met het oog op de behandeling van strafzaken.


Mr. A.J.A. van Dorst
Mr. A.J.A. (Leo) van Dorst is oud-vicepresident van de Hoge Raad.
Artikel

Rechtsmacht in de rechtspersoon

Twee arresten, één forum voor corporate geschillen?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2018
Trefwoorden rechtsmacht, artikel 24 EEX, artikel 8 EEX, exclusieve bevoegdheid, corporate geschillen
Auteurs Mr. K.A.M. van Vught
SamenvattingAuteursinformatie

    Welke rechter is bevoegd geschillen in een rechtspersoon te beslechten? Deze academisch ingestoken bijdrage bespreekt de arresten E.ON Czech/Dêdouch en Inversiones/Cancun II. Auteur bepleit een ruime uitleg van de exclusieve bevoegdheid van artikel 24 sub 2 EEX, zodanig dat een forum societatis in het verschiet ligt.


Mr. K.A.M. van Vught
Mr. K.A.M. van Vught is promovendus aan het Van der Heijden Instituut (onderdeel van het OO&R) van de Radboud Universiteit Nijmegen.

    Het afgelopen jaar hebben wetgevers in meerdere landen zich afgevraagd hoe zij nepnieuws en desinformatie moeten tegengaan en reguleren. Een recent en opmerkelijk voorbeeld is te vinden in Frankrijk, waar begin 2018 de regering-Macron een wet over de aanpak van nepnieuws heeft voorgesteld. Deze bijdrage biedt een kort overzicht van bestaande en voorgestelde benaderingen van de regulering van nepnieuws en desinformatie.


Prof. mr. dr. S.H. Ranchordás
Prof. mr. dr. S.H. (Sofia) Ranchordás is adjunct-hoogleraar Europees en vergelijkend publiekrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Jurisprudentie

Van controle naar bestraffing; de cautie, het verzuim en hun gevolgen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2018
Trefwoorden cautie, controle, opsporing, verzuim, bewijsuitsluiting
Auteurs Mr. dr. J.S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij het uitoefenen van controlebevoegdheden kan de controleur op zodanige onregelmatigheden stuiten, dat de verdenking ontstaat dat door de gecontroleerde een strafbaar feit is begaan. Veelal is de controleur ook (bijzonder) opsporingsambtenaar en aldus komen aan hem dan enerzijds verregaande bevoegdheden toe, maar anderzijds ook verantwoordelijkheden. De gecontroleerde moet er door zijn status van verdachte op worden gewezen dat deze niet tot antwoorden is verplicht. Dat geldt voor zowel het punitieve bestuursrecht als het strafrecht. Een verzuim dienaangaande leidt in beginsel tot bewijsuitsluiting van de afgelegde verklaring.


Mr. dr. J.S. Nan
Mr. dr. J.S. Nan is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en cassatieadvocaat bij Wladimiroff Advcocaten, Den Haag.
Kroniek

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2018

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2018
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, mr. A.C.M. Klaasse e.a.
Samenvatting


Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

mr. A.C.M. Klaasse

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. A. Verbruggen

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Artikel

De ontwikkeling van het aantal door bestuursorganen behandelde overtredingen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2018
Trefwoorden administrative sanctions, trend, minor offences, restorative sanctions, punitive sanctions
Auteurs Dr. Debora Moolenaar
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper looks at the number of administrative sanctions for minor offences since 2005. Administrative sanction can be divided into two categories: restorative sanctions and punitive sanctions. Information is limited and dispersed. The number of offences handled by welfare agencies has decreased with 21% in the period 2005-2016. In the same period the number of administrative sanctions for traffic offences imposed by the police/public prosecutor have decreased with 14% (mainly originating from automated traffic cameras). Also administrative sanctions imposed by supervisory financial agencies have decreased with 58%. For some organisations the observation period is a shorter. In the period 2011-2016 the number of administrative sanctions for traffic offences imposed by municipalities has increased with 41% and the number of administrative sanctions imposed by supervisory non-financial agencies have decreased with 47%. There is no information available on administrative sanctions for tax fraud.


Dr. Debora Moolenaar
Dr. D.E.G. Moolenaar is als senior onderzoeker verbonden aan het WODC.
Artikel

Het Nader rapport bestuurlijke boetestelsels: een stap terug in duidelijkheid?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2018
Trefwoorden administrative penal law, administrative fines, serious conduct, system of sanctions, harmonisation
Auteurs Mr. dr. Arnt Mein en Mr. dr. drs. Benny van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently the Dutch Government has responded to an advise from the advisory body Raad van State concerning the relationship between the administrative and the penal system of sanctions.
    Nowadays administrative sanctions are imposed in the Netherlands for serious offenses, whereas the original intention was to only use these procedures for minor felonies. It is unclear why some offenses are subject to a judicial judgment, while others are dealt with in administrative proceedings. Moreover, it appears that the administrative fines are often significantly higher than fines imposed by a judge. The government feels that harmonisation between the maximum of the administrative and penal fine should be realized. With regard to the choice between administrative and penal law, the government hasn’t found a criterion for deciding which offenses should be subject to a judicial judgment and which can be dealt with in administrative proceedings. The authors argue that the government could have offered more clarity by using the criterion of ‘serious criminal conduct’ as defined in criminal law. Criminal law has to be chosen when there is serious criminal conduct. In other cases it is possible to choose the administrative procedure.


Mr. dr. Arnt Mein
Mr. dr. A.G. Mein is lector bij de faculteit Maatschappij en Recht van de Hogeschool van Amsterdam.

Mr. dr. drs. Benny van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent Straf(proces)recht en is verbonden aan het Willem Pompe Instituut en het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Onzekere risico’s en de verdeling van generieke causaliteitsonzekerheden vanuit twee paradigma’s

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden causaliteitsonzekerheid, onzekere risico’s, voorzorgverplichting, macro-effecten, risicoregulering
Auteurs Mr. dr. E.R. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij aansprakelijkheid en onzekere risico’s draait het om de verdeling van wetenschappelijke onzekerheden. In dit artikel wordt besproken dat vanuit een correctief paradigma men focust op de verdeling van onzekerheden tussen de procespartijen, terwijl het reguleringsparadigma de nadruk legt op de verdeling van onzekerheden over de maatschappij. Toepassing van beide paradigma’s leidt tot verschillende uitkomsten, onder meer in het kader van de onrechtmatigheid en het CSQN-verband.


Mr. dr. E.R. de Jong
Mr. dr. E.R. de Jong is als Universitair Hoofddocent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) en het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Het toezicht op de strafvorderlijke overheid: een modern artikel 359a Sv?

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden strafprocesrecht, modernisering Wetboek van Strafvordering, vormverzuimen, onrechtmatig handelen politie, artikel 359a Sv
Auteurs Mr. M. Samadi
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering heeft de wetgever zich ook gewaagd aan het veelbesproken thema van vormverzuimen en de strafprocessuele gevolgen van onrechtmatig strafvorderlijk overheidsoptreden. Deze bijdrage geeft een globale uiteenzetting van de voorgestelde wijzigingen van artikel 359a Sv en bespreekt deze wijzigingen in het licht van de in de literatuur geconstateerde problemen inzake de rechterlijke controle op vormverzuimen.


Mr. M. Samadi
Mr. M. Samadi is als promovendus werkzaam bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden. Zij doet onderzoek naar de normering van het strafvorderlijk handelen van de overheid en de wijze waarop wordt toegezien op de naleving van die normen.
Toont 1 - 20 van 35 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.