Zoekresultaat: 16 artikelen

x
Jaar 2016 x
Artikel

De hoge en bijzondere transactie: een pleidooi voor rechterlijke controle op de afdoening buiten geding

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden buitengerechtelijke afdoening, hoge transactie, bijzondere transactie, EHRM, internationale straftribunalen
Auteurs Mr. dr. K.C.J. Vriend
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel zijn de mogelijkheden van rechterlijke controle op de afdoening buiten geding in strafzaken onderzocht. Gepleit wordt voor een aparte raadkamerprocedure voor hoge en bijzondere transacties, waarbij toetsingscriteria werden ontleend aan de jurisprudentie van het EHRM en de internationale straftribunalen. De raadkamer toetst de overeengekomen transactie aan drie criteria. Ten eerste of de verdachte de transactie vrijwillig heeft geaccepteerd. Ten tweede of de verdachte voldoende geïnformeerd is over de procedurele gevolgen en over het bewijs dat tegen hem vergaard is. Ten derde toetst de raadkamer of er prima facie voldoende bewijsmateriaal in het dossier voorhanden is. Een door de raadkamer in het openbaar uitgesproken gemotiveerde beschikking maakt controle mogelijk op het overeenkomen van hoge en bijzondere transacties.


Mr. dr. K.C.J. Vriend
Mr. dr. K.C.J. Vriend is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Praktijk

Initiatiefnovelles

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden Novelle, Initiatiefvoorstel, Indienen, Aanhangig maken
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de bijzondere figuur van de novelle besproken, in het bijzonder de novelle die het karakter heeft van ene initiatiefvoorstel. Tegenwoordig wordt onder novelle verstaan een wetsvoorstel tot wijziging van een ander, nog niet bekrachtigd, wetsvoorstel. Het blijkt dat het gebruik is dat novelles bij initiatiefvoorstellen worden ingediend door de initiatiefnemers van het oorspronkelijke voorstel en novelles bij regeringsvoorstellen worden ingediend door de regering. Hierop zijn in de loop der tijd echter een aantal uitzonderingen geweest. Deze worden in de bijdrage, alsmede de wetstechnische en procedurele bijzonderheden die dat met zich meebracht, besproken.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van veiligheid en Justitie.
Praktijk

Op zoek naar ruimte voor herstelbemiddeling

Interview met officier van justitie Marie-Louise van Maarseveen

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2016
Auteurs Renée Kool en Eva Schmidt
Auteursinformatie

Renée Kool
Renée Kool is als universitair hoofddocent verbonden aan het Willem Pompe Instituut, Universiteit Utrecht en redacteur van Tijdschrift voor Herstelrecht.

Eva Schmidt
Eva Schmidt is student-assistent bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht.

Drs. Jorgen Schram
J.M. Schram is als onderzoeker en leermanager verbonden aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur.

Prof. dr. Mark van Twist
M.J.W. van Twist is hoogleraar Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en is decaan en bestuurder van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur.
Artikel

Mediale verbeelding en politiecultuur

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 0203 2016
Trefwoorden Police, culture, media
Auteurs Lianne Kleijer-Kool en Janine Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In the traditional understanding of police culture as well as in the criticism against the use of the concept of ‘police culture’, not much attention has been paid towards the influence of the representation of police work and crime in the media. Although since the pioneering studies in the sixties and seventies of the last century it has been made clear that police work is not limited to dealing with crime and criminal justice, the mass media for decades have presented a completely different image: one of thrill seeking and hardcore action. Police officers themselves tend to ‘sensationalize’ their work. Police culture is no longer understood as a deterministic coping mechanism, but is rooted in active and constructive participation of police officers. As a consequence we must pay attention to representation of ‘the police’ by the media and ask ourselves how identity work by police officers is influenced by the representation of crime and the police in the (new) media.


Lianne Kleijer-Kool
Lianne Kleijer-Kool is onderzoeker bij het lectoraat Werken in Justitieel Kader en docent Integrale Veiligheidskunde bij Hogeschool Utrecht.

Janine Janssen
Janine Janssen is Lector Veiligheid in afhankelijkheidsrelaties bij het expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool en hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de nationale politie.
Artikel

Detailhandel en de provinciale verordening: grenzen overschreden?!

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden omgevingsrecht, ruimtelijke ordening, Dienstenrichtlijn
Auteurs Mr. H. (Hans) Koolen
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat in op één specifieke instructieregel in de Verordening ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland, te weten art. 2.1.4 VR. Deze regel ziet op de vestigingsmogelijkheden van detailhandel in Zuid-Holland. Art. 2.1.4 VR staat al enige tijd in de belangstelling. Het is onderwerp van een aantal procedures bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over reactieve aanwijzingen ex art. 3.8 lid 6 Wro en de weigering van een ontheffing ex art. 4.1a Wro. De regeling staat ook in de belangstelling in verband met de vraag hoe dit artikel zich verhoudt tot de eisen van het Unierecht, de vraag of het voortvloeit uit dwingende redenen van algemeen belang, de vraag of het geschikt, evenredig en noodzakelijk is om ruimtelijke doelstellingen te bereiken, en tot slot de vraag of het kan worden geacht ruimtelijke en provinciaal noodzakelijke belangen te dienen.


Mr. H. (Hans) Koolen
Mr. H. Koolen is advocaat bij de maatschap Gijs Heutink Advocaten te Amsterdam.

    Ten onrechte geen rekening gehouden met BBT-conclusies. Rechtsgevolgen blijven in stand.

Artikel

De modernisering van het huwelijksvermogensrecht

Een historisch perspectief

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2016
Trefwoorden marital property regimes, community of property, standard prenuptial agreements, legal modernization
Auteurs Prof. mr. L.C.A. Verstappen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article gives an overview of the changes in the Dutch marital property regimes during the last twenty years. This is preceded by a discourse sketching the reasons for this legal modernization trajectory and the history of the community of property and standard prenuptial agreements.


Prof. mr. L.C.A. Verstappen
Prof. mr. Leon Verstappen is als hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder notarieel recht, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is tevens raadsheer-plaatsvervanger in het gerechtshof te Den Haag en adviseur bij Hekkelman advocaten en notarissen te Arnhem en Nijmegen.
Artikel

Doorwerking van aandeelhoudersovereenkomsten na invoering van de flex-BV: wat is het alternatief?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2016
Trefwoorden aandeelhoudersovereenkomsten, vennootschapsrechtelijke doorwerking, flex-BV
Auteurs Mr. T.L.M. van der Weijden
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit recente jurisprudentie blijkt dat de praktijk nog steeds worstelt met de vraag in hoeverre contractuele verplichtingen uit hoofde van een aandeelhoudersovereenkomst doorwerken binnen de vennootschapsrechtelijke verhoudingen. De invoering van de flex-BV heeft hier kennelijk onvoldoende verduidelijking gebracht. Aan de hand van enkele alternatieven voor aandeelhoudersovereenkomsten worden aanbevelingen gedaan voor de wetgever.


Mr. T.L.M. van der Weijden
Mr. T.L.M. van der Weijden is onlangs afgestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen in de masters Ondernemingsrecht en Burgerlijk recht.
Discussie

Veranderingen in de visie op druggebruik – van een strafrechtelijk naar een gezondheidsparadigma

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2016
Trefwoorden drug policy, paradigms, criminalisation, harm reduction, health problem
Auteurs drs. Franz Trautmann
SamenvattingAuteursinformatie

    Various studies show that the views on the drug problem and appropriate policy responses have undergone profound changes from the 1960s onward. This article is analysing one of these changes, the decriminalisation of drug use, reflecting a fundamental change of view: understanding drug use as a health issue and not as crime. A useful heuristic to understand this type of change is Thomas Kuhn’s paradigm concept. He sees a paradigm as a set of beliefs that are shared by a scientific community and accepted by a wider community. A paradigm change is therefore a socio-psychological process rather than rooted in new scientific or research facts.
    The author analyses the change from the dominance of a crime to the dominance of a health paradigm reflecting its social-historic context, starting with the widely shared concerns about substance use related health problems in the 20th century. These concerns translated into two different views on the essence of these problems, a crime and a health paradigm. The first served as fundament of the international drug control efforts, resulting in the still governing drug prohibition. Yet, the health paradigm was also of influence from the start and gradually gained weight. From the 1970s onwards the health paradigm became more important as part of a wider reform movement. It started in the Netherlands and the UK as bottom-up process criticising criminalising the users of illicit drugs as inappropriate, detrimental for their health and inhumane. The health paradigm was seen as more appropriate.
    The author reflects on the benefits and disadvantages of the health paradigm. Its primary benefit is that it helps to understand the health problems related to drug use. A key disadvantage is its close relationship with the disease paradigm. The latter fits well with the generally negative view on drugs as dangerous or evil. It is encompassing the risk of ‘pathologising’ all forms of drug use and denying phenomena of unproblematic use for, among other things, recreational or spiritual purposes. Like the crime paradigm it can serve for control purposes. The drug user remains subject of control or disciplining policies and is not in charge of his/her own life. An additional problematic issue is that ‘softening’ the approach towards the users seems to be mirrored by a harder, more punitive approach to the producers and sellers of the substances, which are seen as villains, making available the drugs which deserve harsh punishment for ‘devastating’ the lives of users.
    The author concludes with a short discussion of the well-being paradigm as possible alternative for the health paradigm. It covers a broader spectrum than the health paradigm and helps to grasp the negative impact of (problem) drug use, reducing well-being, but is also useful in understanding the positive sides, enhancing well-being.


drs. Franz Trautmann
Drs. Franz Trautmann was Senior Drug Policy Advisor bij het Trimbos-instituut in Nederland. Hij werkte meer dan tien jaar aan harm reduction-programma’s in Amsterdam en leidde sinds 1990 tal van nationale en internationale projecten rond de ontwikkeling van preventie, behandeling en harm reduction-programma’s in verschillende landen en kwalitatief, praktijkgericht onderzoek (Rapid Assessment and Response). De laatste vijftien jaar legde hij zich tevens toe op onderzoek naar het functioneren van de internationale drugsmarkt en naar de beleidsrespons daarop. Enkele weken na het aanleveren van de laatste versie van zijn bijdrage, op 11 juni 2016, overleed hij geheel onverwacht.
Artikel

Kroniek Burgerlijk Procesrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 5 2016
Auteurs Robert Hendrikse, Leonie Rammeloo, Marianne Valk e.a.

Robert Hendrikse

Leonie Rammeloo

Marianne Valk

Hans Vestjens
Jurisprudentie

Het Nederlandse collectieve actierecht (echt) op Europese leest geschoeid

HR 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1687, NJ 2015/438 (Abvakabo/Stichting Amsta)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Stakingsrecht, Collectieve actie, Enerco, Amsta, Gezichtspunten
Auteurs Mr. R. Hansma
Auteursinformatie

Mr. R. Hansma
Mr. R. Hansma is docent Sociaal recht en buitenpromovendus aan de Universiteit Leiden.

Mr. K. Frielink
Mr. K. Frielink is advocaat te Curaçao.

Prof. mr. L.J.J. Rogier
Prof. mr. L.J.J.‍ Rogier is emeritus hoogleraar Staats- en Bestuursrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam en als bijzonder hoogleraar Staats- en Bestuursrecht verbonden aan de Universiteit van Curaçao.
Praktijk

Saven na Schrems

Hoe sla je je data veilig op?

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2 2016
Auteurs Nathalie Gloudemans-Voogd

Nathalie Gloudemans-Voogd

    Dit artikel ontleedt het vaderschap, zowel op Belgisch als Europees niveau. Wie juridisch als vader wordt aangeduid, is niet altijd biologisch of sociaal vader voor een kind. Hoe dient de afweging van rechten en plichten voor deze verschillende vaders dan te gebeuren?
    Deel één bespreekt de vaderlijke afstamming naar Belgisch recht aan de hand van recente rechtspraak van het Grondwettelijk Hof. In vier centrale thema’s wordt het standpunt van het Hof geplaatst tegenover dat van de wetgever en het EHRM. Aan bod komen: bezit van staat, vervaltermijnen, het belang van het kind en verboden afstamming. De doelstelling lijkt het bewerkstelligen van een grotere individualisering van het afstammingsrecht. Dit leidt tot een patstelling voor de wetgever, die zal moeten bepalen hoe het afstammingsrecht naar de toekomst toe wordt geconstrueerd. Verdedigd wordt dat een belangenafweging zich voornamelijk dient te situeren bij de betwistingsprocedure, daar waar bij gebrek aan een reeds gevestigd juridisch vaderschap de biologische band mag primeren.
    Vervolgens wordt het vaderschap naast het moederschap geplaatst. Waar voor moeders een zekere vanzelfsprekendheid geldt, is dit allesbehalve zo voor vaders. Bovendien heeft de moeder een bepaalde zeggenschap over wie de vader van het kind wordt.
    Na een toelichting van het begrip ouderlijk gezag wordt de kneedbaarheid ervan aangegrepen om nieuwe voorstellen te formuleren. Ingrepen op het ouderlijk gezag, waaronder de ontzetting, kunnen ervoor zorgen dat een sociaal onwenselijke biologische afstammingsband alsnog kan worden gevestigd. Wanneer meerdere vaderfiguren zich aandienen, kan een uitbreiding van (bepaalde) gezagsrechten naar andere personen soelaas bieden.
    Tot slot verkennen we de verdeling van verschillende vaderfuncties over meerdere personen, zoals die reeds bestaat voor het omgangsrecht en de alimentatieverplichting. De lege ferenda wordt gepleit voor een “attest van verwekkerschap”, een verklaring naar recht van het biologisch verwekkerschap, waaraan bepaalde rechtsgevolgen worden gekoppeld.
    This article analyses fatherhood from a Belgian and European context. The legal father is not necessarily the biological or social father. How should we balance the rights and obligations of these different kinds of fatherhood?
    Part one reviews paternity in Belgian law through recent jurisprudence of the Supreme Court. In four central themes the Supreme Court’s position is weighed against that of the legislator and the ECHR. The four central themes are discussed in the following order: “possession of state”, statutes of limitations, the best interests of the child, and illegal filiation. The aim of the Supreme Court seems to be a case by case appreciation of filiation. It is then up to the legislator to decide how legal parentage is to be construed in the future. A balancing of interests should be the primary - and maybe even exclusive - consideration when the paternity is disputed. Where legal paternity has yet to be established, biological ties should be decisive.
    Next, legal paternity will be compared to legal maternity. Whereas establishing legal parentage seems to be quite evident in the case of mothers, this is not so straightforward for fathers. Moreover the mother has a say in who is to be the legal father.
    After a clarification ofthe concept ‘parental authority’, its flexible nature is taken as a starting point to suggest new solutions. Intervening in parental authority allows us to establish the socially undesirable biological paternity.In the case of multiple father figures, an expansion of specific authority rights to others may offer an alternative solution.
    Lastly, we explore the possibility of sharing paternal rights and obligations among multiple candidates, as is the case for visitation rights and child support obligations. We argue in favour of a “certificate of procreation” - a declaration of biological relationship that generates specific legal consequences.


Eline Smeuninx MA
Eline Smeuninx graduated from the law faculty of the University of Antwerp in 2014. She now specialises in medical law. As of September 2015 she will work as an associate in a law firm in Antwerp.
Artikel

WEV of WOZ?

Eind goed, al goed?!

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 08 2016
Trefwoorden Schenking
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens

Mr. F.M.H. Hoens
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.