Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 313 artikelen

x
Jaar 2012 x

    This article examines the impact of the introduction of the Schutznorm-principle (relativiteitsvereiste) in the Dutch General Administrative Law Act on the private enforcement of state aid law. This principle prohibits the administrative courts to annul a decision if the ground manifestly does not protect the complainants interests. Court decisions are examined to research the role of individuals in the private enforcement of state aid law. These individuals often have no competitive relation with the (alleged) beneficiary of the aid. However, presumably the Schutznorm-principle will not hinder them from annulling the decision because the Schutznorm-principle requires clarity regarding the scope of the provision invoked. Article 108 TFEU lacks this clarity. Based on possibilities of appeal against Commissions decisions and case law of the EU CoJ on this matter, the author argues that not every individual needs to be able to invoke state aid provisions.


Matthijs Baart
Matthijs Baart LLM is onderzoek- en onderwijsmedewerker aan de Universiteit Leiden

    In deze bijdrage wordt op experimentele wijze gezocht naar een antwoord op de vraag wat de rechtvaardiging is van de beperking van de handelingsbekwaamheid van de minderjarige en het het bewind over zijn vermogen. Bij wijze van experiment wordt een fictieve regeling in het leven geroepen, het zogenaamde tachtigplusbewind. Op grond van deze regeling wordt eenieder die de tachtigjarige leeftijd passeert van rechtswege beperkt in zijn handelingsbekwaamheid en verliest hij het bewind over zijn vermogen. Vervolgens wordt de vraag gesteld waarom een dergelijk tachtigplusbewind niet wenselijk is en de bescherminsgmaatregelen die minderjarigen treffen wel. Deze bijdrage is een onderdeel van een breder dissertatieonderzoek met als titel 'Minderjarigen en (de zorg voor hun) vermogen.'
    ---
    This contribution seeks, in an experimental manner, to find an answer to the question of what is the justification for restriction on the capacity of the minor and the administration of their assets. By way of experimentation, a fictitious arrangement is created, the so-called ‘eighty-plus-fiduciary-administration’. Under this scheme, anyone who is over the age of eighty will have their legal capacity limited, and lose control of their assets. The question then arises as to why this eighty plus rule is not desirable whilst the protective rules for minors are widely accepted. This contribution is part of a wider dissertation research entitled ‘Minors and (the care of) their assets’.


Mr. Hans ter Haar
Hans ter Haar is a lecturer in notarial law at the University of Groningen.
Jurisprudentie

Grenzeloze problemen bij grensoverschrijdende arbeid

De IPR-systematiek van het EVO-Verdrag en de Rome I-Verordening nader beschouwd, HR 3 februari 2012, LJN BS8791, JAR 2012/69 (Schlecker/Boedeker)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden EVO-Verdrag, Rome I-Verordening, toepasselijk recht, vrij werknemersverkeer, VWEU
Auteurs F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien een werknemer in een ander land werkzaamheden verricht dan waar hij zijn dienstverband heeft, bevindt de (reikwijdte van zijn) arbeidsovereenkomst zich niet langer onder de glazen stolp van één nationaal rechtsstelsel. De stap over de grens maakt dat de arbeidsovereenkomst raakvlakken vertoont met meer landen, die elk hun eigen normen, waarden en regels kennen inzake het arbeidsrecht. Die eigenheid van het nationale arbeidsrecht maakt de vraag naar het toepasselijke recht relevant. Dat het antwoord hierop niet altijd eenduidig is te geven, blijkt uit de zaak die heeft geleid tot het arrest van de Hoge Raad van 3 februari 2012. De Hoge Raad stelt in dit arrest twee prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van het EVO-Verdrag indien sprake is van een permanente tewerkstelling in het ene land terwijl alle overige omstandigheden op een nauwe verbondenheid met een ander land wijzen. In deze bijdrage bespreekt de auteur de discussie tussen partijen over het toepasselijke recht in het licht van het EVO-Verdrag (en de Rome I-Verordening). Speciale aandacht gaat uit naar de betekenis van de fundamentele verdragsvrijheid inzake het vrije werknemersverkeer.


F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is docent/onderzoeker sociaal recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens als redactiesecretaris verbonden aan dit blad.
Artikel

De ontbindingsprocedure: rechtsmiddelenverbod en bewijsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden ontbindingsprocedure, artikel 6 EVRM, rechtsmiddelenverbod, bewijsrecht, onrechtmatige rechtspraak
Auteurs mr. D.M.A. Bij de Vaate
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontbindingsprocedure kent twee procesrechtelijke bijzonderheden: het rechtsmiddelenverbod en het bewijsrecht. Deze bijzonderheden brengen niet mee dat de ontbindingsprocedure in strijd is met artikel 6 EVRM. Artikel 6 EVRM vereist immers niet een berechting van een zaak in twee feitelijke instanties. Bovendien is de ontbindingsrechter altijd gehouden, ook in een spoedeisende ontbindingsprocedure, het beginsel van ‘equality of arms’ in acht te nemen op straffe van doorbreking van het appèlverbod.Dit voorkomt echter niet dat de ontbindingsrechter, net als iedere andere rechter (in laatste en hoogste instantie), soms in strijd zal handelen met artikel 6 EVRM of anderszins een ‘fout’ zal maken in de beoordeling van het geschil. Voor dergelijke incidentele schendingen van artikel 6 EVRM door de kantonrechter is veelal een doorbreking van het appèlverbod mogelijk. Voor de inhoudelijk onjuiste ontbindingsbeschikking kan het leerstuk van onrechtmatige rechtspraak uitkomst bieden.


mr. D.M.A. Bij de Vaate
Mw. mr. D.M.A. Bij de Vaate is als docent/onderzoeker sociaal recht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Nog geen horizontale rechtstreekse werking van het vrije verkeer van goederen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden artikel 34 VWEU, vrij verkeer van goederen, horizontale werking, normerings- en certificeringsactiviteiten, bijzondere redenen van particulier belang
Auteurs Mr. dr. H.J. van Harten en mr. T. Nauta
SamenvattingAuteursinformatie

    In brede kring wordt aangenomen dat het vrij verkeer van diensten, werknemers en vestiging onder omstandigheden rechtstreeks doorwerken in horizontale relaties. In de zaak Fra.bo past het Hof van Justitie het leerstuk van de horizontale rechtstreekse werking niet expliciet toe op het vrije goederenverkeer. Zaakspecifiek maakt het Hof van Justitie echter duidelijk dat onder omstandigheden ook een particuliere organisatie als gedaante van ‘publieke macht’ kan worden aangemerkt waarmee haar activiteiten en voorschriften binnen de reikwijdte van het recht betreffende het vrije goederenverkeer vallen. Het Hof van Justitie lijkt hiermee impliciet aan te sluiten bij zijn collectiviteitsredenering inzake het vrij verkeer van diensten, werknemers en de vestigingsvrijheid.


Mr. dr. H.J. van Harten
Herman van Harten is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

mr. T. Nauta
Thomas Nauta is werkzaam bij het Ministerie van Buitenlandse zaken en schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel.
Artikel

De titanenstrijd tussen Apple en Samsung

Uitleg van de FRAND-verplichtingen bij de rechter en in het onderzoek van de Europese Commissie naar Samsung

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden Apple, Samsung, FRAND, licenties, octrooi en standaardisering
Auteurs Mr. drs. D.P. Kuipers en mr. J.I. Kohlen
SamenvattingAuteursinformatie

    De gemoederen in de elektronicasector worden de laatste tijd aardig bezig gehouden door het juridische gevecht tussen Samsung en Apple in een flink aantal landen. In dit artikel geven wij vanuit mededingingsrechtelijk perspectief een beschouwing van de procedures die Apple en Samsung in Nederland voeren. Daarbij zoomen wij in op de FRAND1x De term FRAND staat voor ‘Fair Reasonable And Non-Discriminatory’ en slaat op de licentievoorwaarden die door een dominante octrooihouder of octrooipool alsmede door een octrooihouder die beschikt over octrooien die essentieel zijn voor toepassing van een technologische standaard zouden moeten worden gehanteerd. - aspecten van die zaak waarbij met name interessant is te constateren dat deze zowel in civielrechtelijke octrooiprocedures aan de orde komen als in het onderzoek dat de Europese Commissie is gestart. Wij concluderen dat het voor de eenduidigheid van de rechtspraak goed zou zijn als de Europese Commissie snel duidelijkheid schept in de FRAND-discussie en aangeeft op welke wijze deze ingrijpt op het mededingingsrecht, in het bijzonder artikel 102 VWEU.

Noten

  • 1 De term FRAND staat voor ‘Fair Reasonable And Non-Discriminatory’ en slaat op de licentievoorwaarden die door een dominante octrooihouder of octrooipool alsmede door een octrooihouder die beschikt over octrooien die essentieel zijn voor toepassing van een technologische standaard zouden moeten worden gehanteerd.


Mr. drs. D.P. Kuipers
Mr. drs. D.P. Kuipers is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

mr. J.I. Kohlen
Mr. J.I. Kohlen is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.
Artikel

Registratie bij staandehouding en preventief fouilleren in Nederland

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden racial profiling, stop and search forms, police powers, stigmatization
Auteurs BSc. Yannick van Eijk, BSc. Roel Holman en BSc. Linde Lamboo
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines the desirability of implementing a registration system as a means of control on the discretionary space in police powers of stop and search. Firstly, the legal background concerning these powers is sketched, and the discretionary space therein is highlighted. This is then placed within the current social context in the Netherlands. Finally, the desirability of implementing a registration system in the Netherlands will be discussed by analyzing a similar system that has been implemented in the UK. We conclude that implementing a registration system is an essential step in coming closer to a solution for ethnic profiling.


BSc. Yannick van Eijk
Yannick van Eijk BSc. is masterstudent Criminologie aan de Universiteit Leiden.

BSc. Roel Holman
Roel Holman BSc. studeerde Criminologie aan de Universiteit Leiden.

BSc. Linde Lamboo
Linde Lamboo studeert Culturele Antropologie & Ontwikkelingssociologie aan de Universiteit Leiden
Artikel

Uitsluiting voor insluiting: selectie aan de poort?

Een bijdrage over crimmigratie in Nederland

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden crimmigration, citizenship, article 1F Refugee Convention, pre-sentencing
Auteurs Gera de Grauw MSc., Marit Janssen MSc. en Avalon Leupen MSc.
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the past few years attention is placed on the influence of immigrants and asylum seekers on the security of the state. Due to this development the Dutch Criminal Law and Immigration Law are ‘merging’. Immigration and safety policies are applied to exclude certain groups of people from society, generally immigrants and (ex)offenders. This article will reflect upon this process by showing the exclusion of people from Dutch society on the basis of article 1F of the Refugee Convention. This legal ground is used as a condition for exclusion and therefore it can be considered as pre-sentencing.


Gera de Grauw MSc.
Gera de Grauw MSc. studeerde Criminologie, specialisatie Veiligheidsbeleid & Rechtshandhaving, aan de Universiteit Leiden.

Marit Janssen MSc.
Marit Janssen MSc. studeerde Forensische criminologie aan de Universiteit Leiden en werkt nu als projectsecretaris op het Ministerie van Veiligheid & Justitie.

Avalon Leupen MSc.
Avalon Leupen MSc. studeerde Criminologie, specialisatie Veiligheidsbeleid & Rechtshandhaving, aan de Universiteit Leiden. Nu werkt zij als docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Immigratie, (des)integratie?

Over het immigratiedebat in Nederland en de Verenigde Staten

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Crimmigration, immigration debate, election debate, Arizona
Auteurs LLM. Michiel Glas, Rolf van Wegberg MSc. en BSc. Marten Zoetbrood
SamenvattingAuteursinformatie

    The attitude towards ‘the immigrant’ is changing. Where they used to be seen as a necessity, they are now looked upon with distrust. A consequence of this new attitude is the ‘merging’ of immigration law policy and criminal law. Examples of this in the Netherlands are a law proposal to criminalize illegal stay and a mandatory quorum of illegals that have to be deported each year. In our research we have compared the ‘crimmigration’ discourse in both Arizona and the Netherlands.
    Arizona’s law SB1070 has been the main legal focus in the research. The enactment of the law has been cause of many protests. The public’s fear was focused mainly on civil rights violations; the legal discussion was focused on the federalism issue, brought to Courts by the Obama administration. However, with the Supreme Court handing down its landmark decision in Arizona vs. United States, the legal focus will shift towards the civil rights spectrum.
    In the most recent elections in the Netherlands, the immigration question seems to have been pushed to the background. However, it remains a vital issue when placed in the context of ‘Euro-skepticism’, which has played a major role , as much of the immigration policy making is done by the supra national European legislator.
    We have seen that in the American context the federal government has been a ‘mitigating factor’ in the crimmigration debate to counterbalance draconian immigration policy. We hope that despite recent Euro-skepticism the EU will have a similar mitigating effect.


LLM. Michiel Glas
Michiel Glas LLM. studeerde Rechtsgeleerdheid, specialisatie Straf- en Strafprocesrecht, aan de Universiteit Leiden en is thans advocaat te Gouda.

Rolf van Wegberg MSc.
Rolf van Wegberg MSc. studeerde Criminologie, specialisatie Veiligheidsbeleid & Rechtshandhaving, aan de Universiteit Leiden. Nu werkt hij als onderzoeker/docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en is tevens redactiesecretaris van PROCES.

BSc. Marten Zoetbrood
Marten Zoetbrood BSc. studeert Criminologie, specialisatie Veiligheidsbeleid & Rechtshandhaving, aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Wel de lasten, niet de lusten

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden migration law, detention law, human rights, crimmigration
Auteurs LLB. Anne Beckers, Lonneke Bontje MSc., LLB. Silvia Gardini e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper reviews the status quo of immigration law in the Netherlands in regard to the human rights of the European Court of Human Rights (ECHR). Based on a thorough reading of the literature, Dutch detention law and policies aimed at immigrants are reviewed in relation to articles 3, 5 and 6 ECHR and 9 ICCPR to see whether they are compatible and whether a breach of human rights takes place in Dutch detention centres. Even though the ECHR has not yet ruled that Dutch immigration detention breaches drawn conclusions as to a potential breach of human rights, the writers of this paper argue that Dutch policy does potentially violate some of them.


LLB. Anne Beckers
Anne Beckers LLB. is student straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden.

Lonneke Bontje MSc.
Lonneke Bontje MSc. studeerde forensische criminologie aan de Universiteit Leiden.

LLB. Silvia Gardini
Silvia Gardini LLB. is student straf- en strafprocesrecht en civiel recht aan de Universiteit Leiden.

David Pinchasik
David Pinchasik is student rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Vreemdelingenbewaring in crimmigratieperspectief

Over de rol van strafrechtelijke antecedenten en het ultimum-remediumbeginsel voor de maatregel van bewaring in de rechtspraktijk

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden immigration detention, legal practice, crimmigration, ultimum remedium
Auteurs LLB. Jo-Anne Nijland
SamenvattingAuteursinformatie

    The judge has a very important task in reviewing cases of immigration-related detention and guaranteeing the alien’s safeguards. This study examines the legal practice of reviewing detention orders from the theoretical perspective of crimmigration. Analyses of cases and interviews with judges show that the alien’s criminal background is not important for the review of grounds, but still of significance in the balancing of interests. In addition, the data reveal a protective gap in the reviewing mechanisms for aliens arrested on the basis of identification requirements. Moreover, the ultimum remedium principle proves to be a hollow notion, but the responsibility for its erosion lies largely outside the judicial practice.


LLB. Jo-Anne Nijland
Jo-Anne Nijland LLB. is student Legal Research aan de Universiteit Utrecht.
Redactioneel

Crimmigratie

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Auteurs Mr. dr. Maartje van der Woude en Prof. dr. Joanne van der Leun
Auteursinformatie

Mr. dr. Maartje van der Woude
Mr. dr. Maartje van der Woude is universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en tevens redactielid van PROCES.

Prof. dr. Joanne van der Leun
Prof. dr. Joanne van der Leun is hoogleraar Criminologie aan de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

Zuivere aanvaarding door handelingen van een gevolmachtigde?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden als erfgenaam gedragen, zuiver aanvaarden, volmacht, artikel 4:192 BW, verwerping
Auteurs Prof. Mr. E.A.A. Luijten en Prof. Mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken de uitspraak van de Rb ’s-Gravenhage 13 juni 2012, LJN BX2012, waarin de rechtbank oordeelt dat de langstlevende zich niet als erfgenaam heeft gedragen. De echtgenoten hebben tijdens leven volmacht en opdracht aan een derde gegeven, gericht op sanering van de onderneming. Na overlijden van een van de echtgenoten heeft de gevolmachtigde de onderneming verkocht. De langstlevende heeft nadien de nalatenschap verworpen. De vraag rijst of zij zich als erfgenaam heeft gedragen.


Prof. Mr. E.A.A. Luijten
Prof. Mr E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Nijmegen.

Prof. Mr. W.R. Meijer
Prof. Mr W.R. Meijer is emeritus hoogleraar aan de Open Universiteit Nederland te Heerlen.
Artikel

Zijn veiligheidshuizen effectief?

Een onderzoek naar de stand van zaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Safety Houses, network effectiveness, governance, crime prevention, QCA
Auteurs Remco Mannak, Hans Moors en Jörg Raab
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands ‘Safety Houses’ have been established, in which partner organizations in the field of criminal justice, crime prevention, law enforcement, public administration and social services collaborate in order to reduce crime and recidivism, and to increase public safety. This article examines why some Safety Houses are better in achieving these goals than others. The effectiveness of 39 Safety Houses is analyzed by means of QCA (qualitative comparative analysis). Results show two different paths leading to effective outcomes. Effective Safety Houses have been in existence for at least three years, show a high degree of stability and a centrally integrated collaboration structure. In addition, they either have considerable resources at their disposal or have been set up with a network administrative organization, where a neutral coordinator governs the network.


Remco Mannak
Remco Mannak MA MSC is promovendus aan het departement organisatiewetenschappen van Tilburg University. E-mail: r.s.mannak@uvt.nl

Hans Moors
Drs. Hans Moors is hoofd van de afdeling Veiligheid & criminaliteit, welzijn & zorg van IVA Beleidsonderzoek en Advies (Tilburg University). E-mail: j.a.moors@uvt.nl

Jörg Raab
Dr. Jörg Raab is universitair docent aan het departement Organisatiewetenschappen van Tilburg University.
Artikel

Twitter tijdens flitscrises

Een onderbenut potentieel?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Twitter, flash crises, crisis communication, Moerdijk, social media
Auteurs Jelle Groenendaal, Martine de Bas en Ira Helsloot
SamenvattingAuteursinformatie

    By pointing to the immense use of Twitter by citizens during crises, communication experts argue that governments should participate more actively on Twitter during crises. Until now, however, little empirical research has been conducted to validate this claim. This article aims at validating this claim and putting forward building blocks for an evidence-based vision on the use of Twitter by governments during flash crises, i.e. large-scale incidents that occur unexpectedly and immediately. The authors analysed 52.806 tweets sent by citizens and governments during a large-scale industrial fire in Moerdijk (2011). They looked at the content of the tweets and sorted them into fourteen categories. The results show that most of the tweets sent by citizens contained no new or relevant information for governments. In addition, the tweets sent by governments were totally ‘snowed under’ in the huge stream of tweets from citizens. Consequently, the tweets sent by governments were very little re-tweeted by Twitter users. The authors conclude that the Moerdijk case does not show a need for a more proactive role of governments on Twitter.


Jelle Groenendaal
Jelle Groenendaal MSc is onderzoeker bij Crisislab en promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen. E-mail: j.groenendaal@crisislab.nl

Martine de Bas
Martine de Bas MSc is adviseur crisisbeheersing en veiligheid bij de gemeente Papendrecht. E-mail: EM.de.bas@papendrecht.nl

Ira Helsloot
Prof. dr. Ira Helsloot is hoogleraar Besturen van Veiligheid aan de Radboud Universiteit Nijmegen en voorzitter van stichting Crisislab. E-mail: i.helsloot@crisislab.nl
Artikel

Fysieke belasting van brandweerwerk in relatie tot gezondheid, fitheid en inzetbaarheid van brandweermensen

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2012
Trefwoorden firefighting, physical demands, health and fitness, deployability, active recovery, physical safety
Auteurs Eric Mol, Ronald Heus, Ron van Raaij e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Based on state-of-the-art scientific knowledge, this article reviews the physical aspects of firefighting in relation to physical safety. Firefighting is known to be one of the most demanding occupations. Based on the ‘Occupational Demands Model’ the (physical) strain of firefighting is described. The physical demands of firefighting are determined by a combination of firefighting-specific efforts, the use of personal protective equipment and enviromental and climatological conditions. The effects on the firefighter depend on his/her health and fitness status as well as on his/her hydration and nutrition status and influences the repressive job performance. If the demands and the effects are not in balance, personal safety, health and effectivity of the firefighter’s deployment are in jeopardy and hence his/her physical safety. In the second part of the paper, the relationship between the physical demands of firefighting and health, fitness and deployability of firefighters are described. Finally, a method of maintaining deployability prior to, during and post firefighting activities or training through active recovery is described to improve the preparedness of the individual firefighter.


Eric Mol
Drs. Eric Mol is als docent/onderzoeker verbonden aan het Instituut Sport en Bewegingsstudies (ISBS) van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). E-mail: eric.mol@han.nl

Ronald Heus
Drs. Ronald Heus is senior onderzoeker bij het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV).

Ron van Raaij
Drs. Ron van Raaij is als bedrijfsarts/duikerarts werkzaam bij Bedrijfsartsen5 Zuidwest.

Ricardo Weewer
Dr. ir. Ricardo Weewer is lector Brandweerkunde aan de Brandweeracademie van het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV).

George Havenith
Prof. dr. George Havenith is hoogleraar Environmental Physiology and Ergonomics en directeur van het Environmental Ergonomics Research Centre, Loughborough University (UK)
Boekbespreking

Een pleidooi voor kleine verhalen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2012
Trefwoorden book review, public private partnerships, security governance
Auteurs A.B. Hoogenboom
SamenvattingAuteursinformatie

    This is a review of the book (dissertation) Orde in veiligheid. Een dynamisch perspectief (Order in security; a dynamic perspective) from the Dutch criminologist and philosopher Marc Schuilenburg. The reviewer characterises the book as ‘courageous’ because of its multidisciplinary approach of the phenomenon ‘public private partnerships’ (ppp’s) in security, its rupture with solidified thinking and its use of empirical studies to show what really happens in the workplace of ppp’s. The reviewer welcomes the application of concepts of the French philosophers Foucault, Deleuze and Tarde, but feels at the same time that the author could have done more to explain their thinking. Also he disagrees with the author about the role of the state in security governance, which is according to the reviewer much more dominant than suggested in this book.


A.B. Hoogenboom
Prof. dr. Bob Hoogenboom is hoogleraar Forensic Business Studies aan de Nyenrode Business Universiteit. Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar Politie en Veiligheidstudies aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

Marktwerking in het forensisch onderzoek: toekomst of toekomstmuziek?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2012
Trefwoorden forensic research in the Netherlands, competition in forensic research, pilot project commercial forensic research, quality of forensic research, closure of Forensic Science Service United Kingdom
Auteurs N. Struiksma en H.B. Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    For a long time the Netherlands Forensic Institute (NFI) was the sole provider of forensic services in the Netherlands. Since the beginning of this century, several other private forensic institutes have been established. These institutes partly deliver the same products and services as the NFI, including for the police and judicial authorities. This article discusses the results from a pilot project in which police and judicial authorities were given additional opportunities for furnishing assignments to private investigation agencies instead of the NFI. A budget of EUR 3.5 million was provided. Many respondents viewed the speed of the investigations and reports by private forensic institutes as a very positive aspect of outsourcing to these institutes. On four out of five aspects (transparency, clarity, bureaucracy and readability), the private institutes scored better than the NFI. The NFI scored better on ‘safety’. Despite the positive experiences with outsourcing, the Minister of Security and Justice decided not to follow up the pilot. Although the police and prosecution are free to use the services of the private institutes, it is unlikely that they’ll do so very often because the investigation costs will be at the expense of their budget. The bill for the services provided by the NFI however is sent to the ministry. Therefore the NFI can continue operating as a monopolist.


N. Struiksma
Mr. Niko Struiksma is directeur van Pro Facto, bureau voor bestuurskundig en juridisch onderzoek en advies.

H.B. Winter
Prof. dr. Heinrich Winter is directeur van Pro Facto, bureau voor bestuurskundig en juridisch onderzoek en advies. Winter is daarnaast als universitair hoofddocent en bijzonder hoogleraar Toezicht verbonden aan de Juridische Faculteit van de Rijksuniversiteit Groningen.

    In this paper I test the thesis that the different fortunes of the secular state in the predominantly Jewish, Christian and Muslim countries depend significantly, although not exclusively, on their different religious background and, in particular, on the conception of God’s law that developed in the theological and legal traditions of these three religions. My analysis will focus primarily on Sunni Islam, Orthodox Judaism and Roman Catholic Christianity. The model of the secular state appears to be connected to the Christian theological concept. It is not neutral and thus, it is futile to attempt to export this model to religious and legal traditions that do not meet the conditions for accepting it.


Silvio Ferrari
Prof. dr. Silvio Ferrari is hoogleraar Canoniek recht aan de Universiteit van Milaan en hoogleraar Verhouding tussen kerk en staat aan de faculteit Kerkelijk Recht van de Katholieke Universiteit Leuven. silvio.ferrari@unimi.it.

    As a result of reported cases of child abuse by Roman Catholic priests and brothers in The Netherlands, a Dutch solicitor has formally accused the archdiocese of Utrecht and the diocese of Rotterdam of conspiracy. The charges being ill-founded were rejected by the public prosecutor. The present article points out that the charge of conspiracy was ill-considered and legally untenable under Dutch criminal law, because it could not be maintained that the archdiocese of Utrecht or the diocese of Rotterdam were parties to an agreement to commit the offences in question. Unfortunately child abuse and the tendency to keep it silent are a common problem in Dutch society, not only within the Roman Catholic Church, so it should be addressed accordingly. The Dutch Bishops’ Conference and representatives of congregations established in The Netherlands have set up a fact-finding committee under the expert guidance of the elder states-man Mr. Deetman to make an independent investigation into the facts and circumstances of sexual abuse of children within the ecclesiastical province of The Netherlands and to make recommendations for redress and compensation. The committee has submitted its report in December 2011. Like this the Dutch bishops and congregations have set an example how the problem of prescribed cases of child abuse within a complex social organization can be revealed and dealt with. For that purpose criminal law is a less appropriate instrument. It is satisfying to see that other organizations, religious and secular, have taken similar initiatives.


René Guldenmund
Mr. R.M.A. Guldenmund studeerde burgerlijk recht en internationaal recht, en was van 1984-1993 onderzoeker aan de Universiteit Utrecht. Sindsdien werkte hij als jurist aan verschillende ministeries. Hij publiceerde o.a. over de strafrechtelijke handhaving van het EU-gemeenschapsrecht. Thans werkt hij aan het proefschrift God in de publieke ruimte. rene@guldenmund.eu.
Toont 1 - 20 van 313 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 15 16
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.