Zoekresultaat: 13 artikelen

x
Jaar 2010 x
Artikel

Gekocht, maar niet gekregen

Slachtofferschap van online oplichting nader onderzocht

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Online oplichting, Slachtofferschap, Slachtofferenquête, Lage zelfcontrole
Auteurs Johan van Wilsem
SamenvattingAuteursinformatie

    Consumer fraud seems to be widespread, yet little research is devoted to understanding why certain social groups are more vulnerable to this type of victimization than others. The present paper deals with internet consumer fraud victimization, and uses an explanatory model that combines insights from self control theory and routine activity theory. The results from large-scale victimization survey data among the Dutch general population (N=6,201) reveal that people with low self-control run substantially higher victimization risk, as well as people performing ‘risky’ routine activities, such as online shopping and participation in online forums. Though a minority share of the self-control-victimization link is indirect – because people with low self-control are more involved in risk-enhancing routine activities – a large direct effect on internet fraud victimization remains. This suggests that, within similar situations, people with poor impulse control respond differently to deceptive online commercial offers.


Johan van Wilsem
Dr. Johan van Wilsem is werkzaam als universitair docent Criminologie aan de Universiteit Leiden, Instituut voor Strafrecht & Criminologie. Contactadres: postbus 9520, 2300 RA Leiden. Tel. 071-5277418. E-mail: J.A.van.Wilsem@law.leidenuniv.nl.
Boekbespreking

De veranderende rol van de burgemeester

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Burgemeester
Auteurs Arnt Mein
Auteursinformatie

Arnt Mein
Mr. Arnt Mein is als onderzoeker werkzaam bij het Verwey-Jonker Instituut en de Erasmus Universiteit Rotterdam (sectie criminologie). Contactadres: Kromme Nieuwegracht 6, 3512 HG Utrecht. E-mail: amein@verwey-jonker.nl.
Artikel

Uitleg van leverings- en vestigingsakten; een herbezinning waard?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2010
Trefwoorden objectieve uitleg, Haviltex, leveringsakte, vestigingsakte, wils-vertrouwensleer
Auteurs Mr. P. Memelink
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2001 oordeelde de Hoge Raad dat bij onenigheid over de omvang van een overgedragen onroerende zaak of de vestiging van een beperkt recht, de notariële akte moet worden uitgelegd aan de hand van objectieve maatstaven. Op die wijze van uitleg is in de literatuur kritiek geuit, die de Hoge Raad vooralsnog geen aanleiding heeft gegeven om op zijn oordeel terug te komen. Twee zaken waarin de uitleg van een notariële leveringsakte aan de orde kwam, werden begin dit jaar afgedaan met art. 81 Wet RO. De ‘objectieve uitleg’ van een notariële vestigingsakte werd nogmaals bevestigd in een arrest van 22 oktober jongstleden. In dit artikel pleit de auteur voor herbezinning op de wijze van uitleg van notariële akten.


Mr. P. Memelink
Mr. P. Memelink is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht (afdeling civiel recht) van de Universiteit Leiden.
Artikel

Een verliezer is geen winnaar

De naleving van civiele rechtspraak, 15 jaar na Van Koppen en Malsch

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2010
Trefwoorden courts, civil justice, enforcement of judgments, procedural justice
Auteurs Roland Eshuis
SamenvattingAuteursinformatie

    This article compares two studies on the compliance with judicial decisions and friendly settlements in Dutch civil court procedures. A new study (Eshuis 2009) finds a higher rate of compliance, which can largely be attributed to the selection of cases. The older study (Van Koppen & Malsch 1991) included a high number of default judgments, which are associated with a low level of compliance, while friendly settlements – associated with a high level of compliance – were excluded. The new study finds full compliance rates of 31% for default judgments, 74% for judgments in defended cases and 85% for friendly settlements. The high compliance with friendly settlements suggests these settlements are ‘better’ outcomes; however, the difference in compliance can well be explained by selection effects. Interviews reveal that many friendly settlements are not the harmonious solutions one might expect.
    The new study finds no solid relation between compliance and procedural or distributive justice. In two relevant ways the conditions in the ‘real life’ judicial procedure are different from those in experimental research in which such relations are found. First, a large part of the non-compliance is caused by an inability of parties to comply. These participants may find the procedure and outcome fully ‘just’, but still won’t comply. Second, for those who can comply, there is no free choice on whether to comply or not. There are quite effective means of enforcement for such cases. So, those who can comply will, even if the procedure and its outcome are experienced as fully ‘unjust’.
    The first part of the title of the article is a comment on Van Koppen and Malsch’s earlier research. They concluded that winning in court often was a Pyrrhic victory, and the loser would win after all. In the interviews however, few of those who do not comply were found to fit the image of a ‘winner’. The sad conclusion is that in judicial procedures winners and losers do not come in the same numbers; after all, it produces far more losers than winners.


Roland Eshuis
Roland Eshuis verricht, als onderzoeker bij het WODC, empirisch onderzoek naar (civiele) rechtspraak en rechtspleging. Hij promoveerde in 2007 op onderzoek naar interventies ter versnelling van gerechtelijke procedures (Het recht in betere tijden, 2007). Vorig jaar verscheen De daad bij het woord (2009), een onderzoek naar de naleving van civiele rechtspraak. Recent publiceerde hij, met collega’s van de Raad voor de rechtspraak en het CBS, de eerste editie van Rechtspleging Civiel en Bestuur (2010), waarin statistische gegevens over civiele en bestuursrechtspraak zijn gebundeld.
Artikel

Uitbreiding bevoegdheden ter handhaving van de openbare orde en veiligheid

Een versterking of verzwakking van de positie van de burgemeester?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden bestuurlijke handhaving, burgemeester, bestuurlijke bevoegdheden, openbare orde
Auteurs Arnt Mein
SamenvattingAuteursinformatie

    Lately, mayors’ powers for maintaining public order and safety have been considerably extended, and even more powers are in preparation. These powers must enable the mayor to act quickly against public order disturbances and security threats. The novelty is that the mayor may conditionally use and exercise these new powers preventively against groups of rioters. Their freedom of action and their privacy can also be considerably curtailed. This means these powers have to be used carefully and reluctantly. If the mayor overdoes the crimefighter role, he/she may lose the public’s confidence.


Arnt Mein
Mr. Arnt Mein is als onderzoeker verbonden aan het Verwey-Jonker Instituut en de vakgroep Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. E-mail: AMein@verwey-jonker.nl.
Redactioneel

De positie van de gemeente in de veiligheidszorg

Een inleiding

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2010
Auteurs Jan Terpstra en Arnt Mein
Auteursinformatie

Jan Terpstra
Prof. dr. ir. Jan Terpstra is hoogleraar Criminologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, Criminologisch Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. E-mail: j.terpstra@jur.ru.nl.

Arnt Mein
Mr. Arnt Mein is als onderzoeker verbonden aan het Verwey-Jonker Instituut en de vakgroep Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. E-mail: amein@verwey-jonker.nl.
Artikel

Lokaal veiligheidsbeleid in Nederland en België: op zoek naar verschil

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden lokaal veiligheidsbeleid, politie, gemeente, Nederland en België
Auteurs Lex Cachet en Ruth Prins
SamenvattingAuteursinformatie

    Public safety has always been a core task for local, municipal authorities. However, until rather recently only the police has been actively involved in addressing local problems of public safety and maintaining order instead. Local public safety policy – as a responsibility for local authorities together with many other partners – is a relatively new phenomenon.This article compares the main developments and trends in local public safety policy in the Netherlands and Belgium. Special attention is paid to the role and position of the local, municipal authorities. What strikes most, are the strong similarities between the two countries. National governments played an important and catalyzing role in the development of public safety policy in the Netherlands as well as in Belgium. After many years and not without a lot of trouble, the monopoly of the police on designing and implementing policy for addressing public safety and order came to an end in both countries. Which, amongst other effects, presented the local authorities with new challenges.


Lex Cachet
Dr. Lex Cachet is universitair hoofddocent Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, Faculteit der Sociale Wetenschappen, Opleiding Bestuurskunde. E-mail: cachet@fsw.eur.nl.

Ruth Prins
Ruth Prins MSc is promovendus Burgemeester en Veiligheid, Erasmus Universiteit Rotterdam, Faculteit der Sociale Wetenschappen, Opleiding Bestuurskunde. E-mail: prins@fsw.eur.nl.
Artikel

Bestraffing van cocaïnesmokkelaars

Richtlijnen, rechters, rechtbanken en de persoon van de dader

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2010
Trefwoorden straftoemetingsrichtlijnen, cocaïnesmokkel, rechters, Schiphol
Auteurs mr. dr. Miranda Boone en Prof. dr. Dirk J. Korf
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, the number of cocaine traffickers arrested at Schiphol International Airport peaked in 2003. In May 2003, sentencing guidelines regarding cocaine traffickers were redefined into a smaller number of categories (wider quantity ranges, less specified offender categories) with lower sentences than before. New guidelines allowed criminal courts more flexibility, and judges were expected to sentence cocaine traffickers more often than before in accordance with guidelines. All cases, at all four applicable criminal courts, against cocaine traffickers that had been arrested at Schiphol in 2003 were analyzed (877 simple court and 994 full court cases). In between 30 and 40 percent of cases sentences were not according to the guidelines (mostly lower), and even more frequently than before the new guidelines had been introduced. Experience as a judge (number of years) was not associated with keeping up with guidelines, but male judges sentenced suspects more often than female judges in discordance with guidelines (and consequently below guidelines). In line with American literature, personal characteristics of suspects appeared strong predictors of the extent judges conformed to sentencing guidelines. Female offenders were twice as often as male offenders sentenced lower than the guidelines. The same result was found for offenders born or living in the Netherlands, versus migrants and offenders living abroad.


mr. dr. Miranda Boone
Mr. dr. M. Boone is Universitair hoofddocent strafrecht en criminologie aan de Universiteit Utrecht, m.m.boone@uu.nl.

Prof. dr. Dirk J. Korf
Prof. dr. D.J. Korf is bijzonder hoogleraar criminologie en directeur van het Bonger Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Amsterdam, d.j.korf@uva.nl.
Artikel

DNA-afname bij jeugdigen: noodzakelijk in een democratische samenleving?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2010
Trefwoorden DNA-onderzoek, jeugdigen, belangenafweging, proportionaliteit
Auteurs Davina Moerman
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 mei 2010 treedt de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden volledig in werking. De wet is ook van toepassing op jeugdigen. In dit artikel wordt onderzocht hoe het DNA-onderzoek bij jeugdigen in het strafproces is geregeld. De wetgever heeft weinig aandacht besteed aan de bijzondere positie van de jeugdige. De Hoge Raad heeft bepaald dat voor jeugdigen geen generieke uitzondering bestaat. De rechtbanken zijn geneigd de jeugdige anders te behandelen dan dat de wetgever voorstaat. Het DNA-onderzoek bij jeugdigen is in het licht van de mensenrechtenverdragen disproportioneel: de wetgeving dient te worden aangepast.


Davina Moerman
Davina Moerman studeerde rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en schreef een afstudeerscriptie over DNA-onderzoek bij jeugdigen in het strafproces.

    “Het waren mijn genen, edelachtbare, niet ik” kopte NRC Handelsblad van donderdag 5 november 2009.1xFolkert Jensma, “Het waren mijn genen, edelachtbare, niet ik”, NRC Handelsblad, 5 november 2009. Het artikel bericht over een Italiaanse rechtszaak waarin in hoger beroep de straf die aan een moordenaar werd opgelegd, werd verlaagd van twaalf naar negen jaar. De raadsheer nam deze beslissing, aldus de verslaggever, nadat twee neurowetenschappers van de universiteiten van Pisa en Padua op een hersenscan onregelmatigheden hadden aangetoond en bovendien afwijkingen waren gevonden in het MAOA-gen, dat ook wel bekendstaat als het ‘agressiegen’.

Noten

  • 1 Folkert Jensma, “Het waren mijn genen, edelachtbare, niet ik”, NRC Handelsblad, 5 november 2009.


Anne Ruth Mackor
Anne Ruth Mackor is professor of professional ethics, in particular of the legal professions, at the Faculty of Law of Groningen, and Socrates professor of professional ethics at the Faculties of Philosophy and Theology of Groningen.

    In March 2009 the Dutch Supreme Court reconfirmed that insulting a religion is in itself not a criminal offense equal to discrimination of, or incitement of hatred vis-a-vis the adherents of that religion. Interestingly, two months earlier, the Amsterdam Court of Appeal in the case against the parliamentarian Geert Wilders, ruled that insulting a religion may very well constitute an insult of its believers. This article is an analysis of the Amsterdam ruling and a discussion of the argument in favor and against the equation of insulting religion with insulting believers, based on the case law of the European Court of Human Rights.


Maurits Berger
Artikel

De ovenbouwers van de Holocaust

Een casestudie van organisatiecriminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Tweede Wereldoorlog, Holocaust, Organisatiecriminaliteit, Duitsland
Auteurs Prof. dr. Wim Huisman en BSc Annika van Baar
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, theories on organisational crime are applied to the involvement of the German corporation Topf & Söhne in the Holocaust. This corporation produced ovens for various concentration and destruction camps in Germany and Poland and contributed significantly to the execution of the Holocaust with their innovative products. The motivation to procure these ovens to the SS does not seem to stem from force, ideological agreement or maximisation of profit. Instead loss-minimisation and a ‘culture of perfection’ seem to form the explanation. Opportunity was provided by the Nazi-Germany regime and the knowledge and skills were already at hand within the organisation. Because of the close collaboration between these two parties, this case can be qualified as a form of state-corporate crime. Administrative, political and social control was absent and neutralisations only seem to have been formed after the Holocaust. The analysis shows how theories about ‘regular’ organisational criminality can form an explanation of the involvement of corporations in international crimes.


Prof. dr. Wim Huisman
Prof. dr. W. Huisman is hoogleraar Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, w.huisman@rechten.vu.nl.

BSc Annika van Baar
A. van Baar BSc. is student-assistent aan de Vrije Universiteit Amsterdam, a.vanbaar@rechten.vu.nl.
Artikel

Access_open A letter of comfort: does it offer any comfort?

Een beschouwing over de letter of comfort naar Nederlands recht met een blik over de grens

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 1 2010
Trefwoorden letter of comfort, patronaatsverklaring, uitleg, toepasselijk recht
Auteurs Mr. dr. S.A. Kruisinga en Mr. L. Leber
SamenvattingAuteursinformatie

    Een letter of comfort, ook wel patronaatsverklaring genoemd, is een verklaring die door een moedermaatschappij kan worden afgegeven als onderdeel van de zekerheidsstelling in het kader van kredietverstrekking aan haar dochter. De bedoeling van een dergelijke verklaring is de kredietverstrekker gerust te stellen terzake de terugbetaling van het krediet door de dochter. Een comfort letter kan ook door de moedermaatschappij worden afgegeven als going concern verklaring in verband met de waardering van de bezittingen en schulden van de dochter. Gezien het huidig economisch klimaat is de verwachting gewettigd dat accountants vaker een dergelijke verklaring van de moedermaatschappij zullen vragen alvorens een goedkeurende verklaring te kunnen afgeven. De inhoud van comfort letters is echter niet vastomlijnd. De positie van de letter of comfort in het Nederlandse recht staat in deze bijdrage centraal.


Mr. dr. S.A. Kruisinga
Mw. mr. dr. S.A. Kruisinga is verbonden aan het Molengraaff Instituut voor privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. L. Leber
Mw. mr. L. Leber is verbonden aan het Molengraaff Instituut voor privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.