Zoekresultaat: 7 artikelen

x
Jaar 2014 x

Janny Dierx
Janny Dierx is mediator en zelfstandig onderzoeker. Zij coördineert de Stichting Mediation in Strafzaken en is redacteur van dit tijdschrift.
Redactioneel

Bestendigheid van wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2014
Auteurs Mr. M.M. den Boer en Prof. mr. F.J. van Ommeren
Auteursinformatie

Mr. M.M. den Boer
Mr. M.M. den Boer is directeur van de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. F.J. van Ommeren
Prof. mr. F.J. van Ommeren is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Wetgevingsbeleid springlevend!

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2014
Trefwoorden wetgevingskwaliteitsbeleid, nota Vertrouwen in wetgeving, kwaliteit van wetgeving, wetgever, wetgevingsbeleid
Auteurs Drs. S.A.P.J. van Melis
SamenvattingAuteursinformatie

    De nota ‘Vertrouwen in wetgeving’ heeft gezorgd voor een koerswijziging in het wetgevingskwaliteitsbeleid. In de afgelopen tien jaren heeft dit veel concrete resultaten opgeleverd om de kwaliteit van wetgeving te verbeteren. Dit is in tegenspraak met de eerste stelling bij het proefschrift van M. Bokhorst, Bronnen van legitimiteit. Over de zoektocht van de wetgever naar zeggenschap en gezag, die stelt dat het wetgevingsbeleid anno 2014 op sterven na dood lijkt. Een terecht gebruik van het woord ‘lijkt’, want het wetgevingsbeleid is springlevend. Dit artikel beschrijft de koerswijziging in het wetgevingskwaliteitsbeleid en de bereikte resultaten. Met het oog op de toekomst worden enkele perspectieven voor het wetgevingsbeleid geschetst.


Drs. S.A.P.J. van Melis
Drs. S.A.P.J. van Melis is coördinerend raadadviseur bij de sector Wetgevingskwaliteitsbeleid, directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Ex-antestudies op de kaart

Onderzoek naar beleidsvoornemens (2005-2011): aard, aantallen en wat ex-postevaluaties erover zeggen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2014
Trefwoorden ex-ante-evaluatie, beleidsvoorbereiding, metastudie, ex-postevaluatie, feedback-onderzoek
Auteurs Dr. C.M. Klein Haarhuis en Dr. M. Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    In hoeverre is de toegenomen aandacht voor ex-ante-evaluatie, zowel in beleidskringen als in publicaties, terug te zien in de evaluatiepraktijk? Op basis van de uitkomsten van een recente door het WODC verrichte metastudie gaan we in deze bijdrage in op aard en omvang van 306 in de periode 2005-2011 voor de rijksoverheid verrichte ex-anteanalyses. Daarbij besteden we ook aandacht aan hun voorspellingskracht. We onderscheiden acht typen ex-anteanalyses. Combinaties van studietypen, kosten-batenanalyses en verkennende ( quickscan) studies komen het meest voor. Van de bestudeerde analyses was 15% gevolgd door een latere evaluatie (ex durante of ex post). Redenen waarom latere evaluaties ontbreken, zijn dat het ex ante onderzochte beleid inmiddels van de baan is, of nog in de ontwerpfase verkeert. In sommige gevallen was het waarschijnlijk nog te vroeg voor evaluatie. Lang niet alle latere evaluaties sluiten aan op het ex-anteonderzoek. Wanneer dat wel het geval is, worden voorspellingen soms wel, soms deels en soms niet bevestigd. Aan het belang van zowel ex-ante- als ex-postonderzoek doen deze observaties niet af; bevindingen uit ex-postevaluaties over wat in het verleden of elders gewerkt heeft, zijn een onmisbare bron van kennis voor toekomstig ex-anteonderzoek en daarmee voor beleid en wetgeving.


Dr. C.M. Klein Haarhuis
Dr. C.M. Klein Haarhuis is onderzoeker bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. M. Smit
Dr. M. Smit is afdelingshoofd bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

    Klacht IGZ tegen huisarts; wettelijk zorgvuldigheidskader bij euthanasie; subsidiariteitsbeginsel; berisping; art. 293 Sr; art. 2 lid 1 sub a tot en met f Wtlvhz

Artikel

Enige opmerkingen over de nietigheid en vernietigbaarheid van een uiterste wil op grond van vormgebreken

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2014
Trefwoorden uiterste wil, uiterste wilsbeschikking, nietigheid en vernietigbaarheid van een uiterste wil, authenticiteit, vormvereisten, artikel 3:39 BW, artikel 4:109 BW, misbruik van bevoegdheid
Auteurs Mr. P.C. van Es
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wna bepaalt dat wanneer aan bepaalde vormvereisten niet is voldaan, een akte authenticiteit mist en zij niet voldoet aan de voorschriften waarin de vorm van een notariële akte wordt geëist. Boek 4 van het BW geeft in artikel 109 een eigen regeling voor (onder meer) een in een notariële akte gegoten uiterste wil die niet aan bepaalde vormvereisten voldoet. Dit artikel moet worden gezien als een bepaling die een afwijking inhoudt van de hoofdregel van artikel 3:39 BW: op grond van lid 4 van artikel 4:109 BW geldt namelijk dat het niet in acht nemen van bepaalde vormvereisten (waar de Wna wel de sanctie van verlies van authenticiteit op stelt) geen nietigheid, maar vernietigbaarheid van de uiterste wil meebrengt.
    In deze bijdrage wordt – mede aan de hand van HR 5 oktober 2001, NJ 2002/410 – op zoek gegaan naar de grenzen van de mogelijkheid een vernietigbare uiterste wil te vernietigen.


Mr. P.C. van Es
Mr. P.C. van Es is universitair hoofddocent notarieel recht aan de Universiteit Leiden.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.