Zoekresultaat: 21 artikelen

x
Jaar 2009 x
Artikel

Access_open Doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht in drievoud

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2009
Trefwoorden rechtsmachtverdeling, privaatrecht, publiekrecht, bestuursrechtelijke geldschulden
Auteurs Dr. mr. M.W. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Er bestaan in verhoudingen tussen een burger en de overheid drie vormen van doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht. De eerste vorm van doorwerking hangt samen met de rechtsmachtverdeling tussen de burgerlijke rechter en de bestuursrechter. De tweede vorm van doorwerking hangt samen met de voorrang van publiekrechtelijke normen in het privaatrecht. Deze voorrang kan op twee manieren worden bereikt. Het is mogelijk dat publiekrechtelijke normen op onaanvaardbare wijze worden doorkruist indien gebruik gemaakt wordt van een privaatrechtelijke bevoegdheid. Een andere wijze waarop deze voorrang kan worden bewerkstelligd is het opnemen van een regeling in het publiekrecht van materie die ook in het BW is geregeld. De derde vorm van doorwerking betreft de doorwerking van publiekrechtelijke regels via open normen in het privaatrecht. Met het oog op de toekomst rijst de vraag welke van deze drie vormen van doorwerking in de toekomst zullen blijven bestaan en welke het meest prominent zullen worden.


Dr. mr. M.W. Scheltema
Dr. mr. M.W. Scheltema is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.

E.B. van Veen

J.M. van der Most

    This article focuses on the current measure for persistent offenders (ISD-measure), by taking into account three equivalent penal sanctions that have been developed in the Netherlands from 1886 onwards. First, the penalty of a labour colony for vagrants and the like for three years at most. Second, the measure to keep the habitual offenders in additional, preventive custody for five to ten years. Finally, the measure of two-year detention for drug addicted offenders. In the article it is argued that in spite of the differences in (judicial) elaboration, all three former existing sanctions have the same legitimating fundamental principle as the ISD-measure. That is, the notion that certain offenders are a danger to society, due to their persistent criminality and nuisance causing lifestyle. The primary objective of all these penal sanctions is therefore a long term protection of society from this danger. In this sense, the ISD-measure makes clear that present state-policy is above all one of sheer deprivation of freedom.


S. Struijk
Mr. Sanne Struijk is wetenschappelijk docent strafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij schrijft een proefschrift over de strafrechtelijke aanpak van veelplegers, bezien vanuit de (historische) mogelijkheden van het Nederlands wettelijk sanctiestelsel tot recidive- en overlastbestrijding.

    In een redactioneel artikel geeft de redactie een toelichting op het tijdschriftnummer in kwestie.


Mr. dr. F.A.G. Groothuijse
Mr. F.A.G. Groothuijse is werkzaam als onderzoeker/docent bij het Centrum van Milieurecht van de Universiteit van Amsterdam en is tevens redactielid van TO.
Artikel

Discovery in het Nederlands burgerlijk procesrecht

‘Advies over gegevensverstrekking in burgerrechtelijke zaken’ van de Adviescommissie voor Burgerlijk Procesrecht becommentarieerd

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden exhibitieplicht, artikel 843a Rv, bewijsgaring en bewijslevering, partijautonomie, waarheidsplicht, discovery, disclosure
Auteurs Mr. dr. P.J. van der Korst
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een samenvatting van- en een commentaar op het advies van de Adviescommissie Burgerlijk Procesrecht van 14 juli 2008 over ‘discovery’ (gegevensverstrekking in burgerrechtelijke zaken). De conclusie is dat de door de Adviescommissie opgesomde uitgangspunten processueel georiënteerd zijn maar dat de Commissie deze vertaalt in aanpassing van een preprocessuele wetsbepaling (art. 843a Rv). Het artikel sluit af met een alternatieve schets voor een wettelijke regeling.


Mr. dr. P.J. van der Korst
Mr. dr. P.J. van der Korst is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam en is als docent verbonden aan het Van der Heijden Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.

    Het verbinden van controlevoorschriften aan doelvoorschriften is verplicht voor inrichtingen die onder de IPPC-richtlijn vallen; voor andere inrichtingen is sprake van een bevoegdheid.


Hans Paul Nijhoff

    Vergunninghoudster heeft niet aannemelijk kunnen maken dat zij een langere termijn nodig heeft om te kunnen voldoen aan de best beschikbare technieken.


Hans Paul Nijhoff
Artikel

Empirisch onderzoek in de Nederlandse criminologie

Een inventarisatie van 25 jaar methoden en technieken

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2009
Trefwoorden empirisch onderzoek, criminologisch onderzoek, kwalitatief onderzoek, kwantitatief onderzoek
Auteurs Prof. dr. Joanne van der Leun en Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Based on an analysis of twenty five years of articles in Tijdschrift voor Criminologie, we describe developments in the use of research methods and tools. One of the questions is how and to what extent new techniques are adopted over the years and whether certain sources of data become more or less popular. Almost half of the articles were non-empirical, and of the remainder the majority primarily made use of quantitative research methods. In the second half of the period under study, the use of secondary data, collected and often processed by people other than the researcher in question, became much more prominent. Amongst other elements, international comparative research was scarce, as was the use of experimental designs. About one-third of all empirical articles were based on qualitative research. We give some suggestions to increase variation among the kind of articles published in the journal.


Prof. dr. Joanne van der Leun
Prof. dr. J.P. van der Leun is hoogleraar criminologie, faculteit rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden, j.p.vanderleun@law.leidenuniv.nl.

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is hoogleraar methoden en technieken van criminologisch onderzoek, Vrije Universiteit, Amsterdam en senior onderzoeker, Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), CBijleveld@nscr.nl.

    Het behoort tot de taak van het bevoegd gezag om te beoordelen in hoeverre de beste beschikbare technieken zijn toegepast.


Hans Paul Nijhoff
Artikel

De Principles of Transnational Civil Procedure: een inleiding

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2009
Trefwoorden ptcp, beginselen, inleiding, transational commercial disputes
Auteurs Prof. mr. H.B. Krans en Prof. mr. C.H. van Rhee
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook het burgerlijk procesrecht heeft sinds enkele jaren zijn transnationale beginselen: de Principles of Transnational Civil Procedure. Deze inleiding bevat een korte algemene verkenning van deze beginselen: hoe gedetailleerd zijn ze, hoe zijn ze tot stand gekomen en wat is hun reikwijdte? Deze inleiding vormt aldus de opmaat naar de meer specifieke bijdragen in dit nummer.


Prof. mr. H.B. Krans
Prof. mr. H.B. Krans is hoogleraar privaatrecht i.h.b. burgerlijk procesrecht aan de RUG.

Prof. mr. C.H. van Rhee
Prof. mr. C.H. van Rhee is hoogleraar Europese rechtsgeschiedenis aan de UM.
Artikel

De IPR-bepalingen in de ALI/UNIDROIT Principles of transnational civil procedure

Een bruikbaar model voor harmonisatie?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2009
Trefwoorden internationaal privaatrecht, internationale bevoegdheid, harmonisatie
Auteurs Dr. X.E. Kramer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de nog weinig onderzochte bepalingen van de ALI/UNIDROIT Principles of transnational civil procedure bekeken die relevant zijn voor het internationaal privaatrecht. Deze Principles worden afgezet tegen bestaande internationale en Nederlandse IPR-regels. Voorts wordt nagegaan in hoeverre deze Principles, waarin zowel elementen van de civil law als de common law zijn verwerkt, bruikbaar zijn voor een verdergaande internationale harmonisatie. Geconcludeerd wordt dat de Principles enkele waardevolle uitgangspunten bieden, maar dat ze te vaag zijn en, wat de bevoegdheidsbepalingen betreft, te veel van de bestaande (Europese) regelgeving afstaan om daadwerkelijk een belangrijke rol te spelen als model voor harmonisatie.


Dr. X.E. Kramer
Dr. X.E. Kramer is universitair hoofddocent EUR en rechter-plaatsvervanger Rechtbank Rotterdam.

Dr. mr. C.R.J.J. Rijken
Dr. mr. C.R.J.J. Rijken is universitair hoofddocent aan de universiteit van Tilburg bij het Departement Europees en Internationaal Publieksrecht en toegevoegd onderzoeker bij INTERVICT.
Jurisprudentie

ABRvS 4 februari 2009, nr. 200801519/1 (Oudewater)

Tijdschrift StAB, Aflevering 2 2009
Auteurs Hans Paul Nijhoff
Samenvatting

    Indien aan de algemene regels van het Besluit huisvesting wordt voldaan, is een individuele toets aan (het vereiste van de beste beschikbare technieken in) artikel 8.11, derde lid, Wm niet meer aan de orde.


Hans Paul Nijhoff

Hans Paul Nijhoff

Roel Pieterman

    Jan van Dijk reageert op de discussie naar aanleiding van zijn artikel De komende emancipatie van het slachtoffer.


Jan van Dijk
Jan van Dijk is als hoogleraar victimologie verbonden aan INTERVICT, Universiteit van Tilburg.
Artikel

De substitutiebevoegdheid van de statutaire procuratiehouder

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 3 2009
Trefwoorden statutaire procuratiehouder, substitutie(bevoegdheid)
Auteurs Mr. G.C. van Eck
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de vraag of het in de praktijk vaak voorkomende probleem van het ontbreken van een duidelijke toekenning van substitutiebevoegdheid aan een procuratiehouder van een nv of bv kan worden voorkomen door de aanstelling van een statutaire procuratiehouder.


Mr. G.C. van Eck
Mr. G.C. van Eck is werkzaam als notaris bij Loyens & Loeff N.V.

    Ook tijdens periode die nodig is voor het omschakelen op een betere beschikbare techniek dient te worden voldaan aan het wettelijk vereiste dat ten minste de beste beschikbare technieken worden toegepast; daarbij dient echter in aanmerking te worden genomen dat in deze periode het wettelijk beoogde beschermingsniveau niet altijd kan worden bereikt. Vernietiging emissienorm die ná overgangsperiode geldt nu onzeker is of deze kan worden nageleefd.


Hans Paul Nijhoff
Artikel

De BES-eilanden, de Grondwet en het Europese recht

Over constitutionele en Europeesrechtelijke consequenties van de handhaving van de LGO-status van de BES-eilanden

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2009
Trefwoorden LGO-status, openbaar lichaam, BES-eilanden, afwijking Grondwet
Auteurs Mr. H.G. Hoogers
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontmanteling van het land Nederlandse Antillen zal erin resulteren dat de huidige drie eilandgebieden Bonaire, St. Eustatius en Saba als bijzondere openbare lichamen ex artikel 134 Grondwet deel van Nederland worden. Die invoeging in het Nederlandse staatsverband zal, zo is het voornemen van de betrokken partijen, niet leiden tot een verandering in de Europeesrechtelijke status van de drie eilanden: zij blijven behoren tot de zogeheten landen en gebieden overzee (LGO). Uit het behoud van de LGO-status vloeit echter niet per se voort dat grote delen van het Nederlandse recht van Europese oorsprong niet ingevoerd hoeven te worden: de LGO-status is namelijk een minimumstatus. Voor de vraag welke delen van het (Europese) recht in een bepaalde LGO dienen te gelden naast het recht dat uit de LGO-status zelf voortvloeit, is uiteindelijk nationaal recht doorslaggevend. De Grondwet biedt op dit moment niet de mogelijkheid om delen van het Nederlandse recht (delen van de Grondwet zelf daaronder begrepen) voor delen van Nederland generiek buiten toepassing te laten: als wij inderdaad delen van dat recht (ongeacht of het van Europeesrechtelijke oorsprong is of niet) voor Bonaire, St. Eustatius en Saba buiten toepassing willen laten (en dat is nadrukkelijk de bedoeling), dan zal daarvoor een constitutionele grondslag geschapen moeten worden.


Mr. H.G. Hoogers
Mr. H.G. Hoogers is als universitair hoofddocent verbonden aan de vakgroep staatsrecht en internationaal recht van de Rijksuniversiteit Groningen.
Toont 1 - 20 van 21 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.