Zoekresultaat: 14 artikelen

x
Jaar 2016 x
Artikel

Ministeriabel – ministersbenoeming als een voor beroep vatbare beschikking

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2016
Trefwoorden ministeriabiliteit, screening, toetsing, ministers, integriteit
Auteurs Dr. R.S.J. Martha LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    De Landsverordening integriteit (kandidaat-)ministers heeft de pennen aan het schrijven gekregen. Want levert de in de landsverordening bedoelde schriftelijke mededeling van het niet voordragen voor benoeming een beschikking op in de zin van de Lar? Kan een minister inzake een dergelijke medeling bij de burgerlijke of bestuursrechtelijke rechter terecht? En zo ja, hoe zal deze rechter daarmee om moeten gaan? In deze bijdrage en de drie daaropvolgende bijdragen zijn dr. Martha LLM, prof. mr. Rogier en dr. mr. Sybesma hierover in discussie.


Dr. R.S.J. Martha LLM
Dr. R.S.J. Martha LLM is oud-minister van Justitie van de Nederlandse Antillen (1998-2002). Martha voert thans de leiding over Lindeborg Counsellors at Law te Londen (VK).
Artikel

Schets van het internationaal gezondheidsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden internationaal gezondheidsrecht, WHO-standaarden, gezondheid en mensenrechten
Auteurs Prof. mr. B.C.A. Toebes
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt de aard en reikwijdte van het internationaal gezondheidsrecht, een tak van het internationaal publiekrecht die nauw verweven is met het nationale gezondheidsrecht. De standaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie komen aan bod, evenals de relevante mensenrechtenbepalingen. De conclusie luidt dat het internationaal gezondheidsrecht een dynamisch veld is dat voor grote uitdagingen staat, waaronder het ontwikkelen van nieuwe standaarden in antwoord op de mondiale stijging van chronische ziektes en het ter verantwoording roepen van invloedrijke niet-statelijke actoren zoals de farmaceutische industrie en de tabaksindustrie.


Prof. mr. B.C.A. Toebes
Brigit Toebes is adjunct hoogleraar en Rosalind Franklin Fellow, Afdeling Internationaal Recht, Faculteit Rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen. Email b.c.a.toebes@rug.nl.
Artikel

The precaution controversy: an analysis through the lens of Ulrich Beck and Michel Foucault

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Precautionary principle, risk society, governmentality, risk governance, environmental law
Auteurs Tobias Arnoldussen
SamenvattingAuteursinformatie

    According to the precautionary principle lack of scientific evidence for the existence of a certain (environmental) risk should not be a reason not to take preventative policy measures. The precautionary principle had a stormy career in International environmental law and made its mark on many treaties, including the Treaty on the Functioning of the European Union (TFEU). However it remains controversial. Proponents see it as the necessary legal curb to keep the dangerous tendencies of industrial production and technology in check. Opponents regard it with suspicion. They fear it will lead to a decrease in freedom and fear the powers to intervene that it grants the state. In this article the principle is reviewed from the perspectives of Ulrich Beck’s ‘reflexive modernisation’ and Michel Foucault’s notion of governmentality. It is argued that from Beck’s perspective the precautionary principle is the result of a learning process in which mankind gradually comes to adopt a reflexive attitude to the risks modernity has given rise to. It represents the wish to devise more inclusive and democratic policies on risks and environmental hazards. From the perspective of Michel Foucault however, the principle is part and parcel of neo-liberal tendencies of responsibilisation. Risk management and prudency are devolved to the public in an attempt to minimise risk taking, while at the same time optimising production. Moreover, it grants legitimacy to state intervention if the public does not live up to the responsibilities foisted on it. Both perspectives are at odds, but represent different sides of the same coin and might learn from each other concerns.


Tobias Arnoldussen
Tobias Arnoldussen is a socio-legal scholar affiliated with the University of Amsterdam Law School and the PPLE honours college. Next to lecturing on a variety of subjects, he focusses on interdisciplinary legal research into the possibilities of law to deal with contemporary social problems.
Artikel

De rol van het Europees Parlement in de EU-procedure voor het sluiten van internationale overeenkomsten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden Europees Parlement, internationale overeenkomsten, gemeenschappelijk buitenlands veiligsheidsbeleid
Auteurs Mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon wordt het Hof van Justitie zeer regelmatig verzocht de in artikel 218 VWEU verankerde procedure voor het sluiten namens de EU van internationale overeenkomsten met derde staten of andere internationale organisaties te verduidelijken. In de in deze bijdrage te bespreken twee arresten doet het Hof van Justitie dat wat betreft twee aspecten van de procedure. Het eerste betreft de bevoegdheden van het Parlement bij het sluiten van (GBVB-)overeenkomsten, het tweede de omvang van de plicht van de Raad het Parlement in iedere fase van de procedure onverwijld en ten volle te informeren.
    HvJ 14 juni 2016, zaak C-263/14, Parlement/Raad (Tanzania), ECLI:EU:C:2016:435
    HvJ 24 juni 2014, zaak C-658/11, Parlement/Raad (Mauritius), ECLI:EU:C:2014:2025


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. (Anne Pieter) van der Mei is als universitair hoofddocent verbonden aan het Maastricht Center for European law (MCEL), Universiteit Maastricht.
Artikel

De invloed van niet-rechtstreeks werkende grondrechtelijke verdragsbepalingen en de wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2016
Trefwoorden niet-rechtstreeks werkende verdragsbepalingen, sociaal-economische rechten, interpretatie van grondrechtelijke verdragsbepalingen, proportionaliteitvereiste
Auteurs Mr. dr. A.E.M. Leijten
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat centraal hoe niet-rechtstreeks werkende verdragsbepalingen doorwerken in wetgeving. Dergelijke bepalingen komen in allerlei soorten en maten voor en in deze bijdrage gaat het om de grondrechtelijke soort, die vaak zogenaamde sociaal-economische rechten betreffen. Het blijkt dat, hoewel dergelijke bepalingen niet direct doorwerken in de Nederlandse rechtsorde, zij toch hun invloed daarop uitoefenen. Ook de wetgever dient zich rekenschap te geven van dergelijke verdragsbepalingen, omdat het sluiten van een verdrag verplichtingen met zich brengt. In deze bijdrage wordt de wetgever een aantal handvatten aangereikt waar hij rekening mee moet houden. Proportionaliteit speelt hierbij een belangrijke rol. Tot slot wordt de relatie tussen wetgever en rechter in deze context beschreven, met name hoe de competentie tussen beide staatsmachten dient te worden afgebakend.


Mr. dr. A.E.M. Leijten
Mr. dr. A.E.M. (Ingrid) Leijten LL.M. is als universitair docent verbonden aan de Afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Leiden
Artikel

Better Regulation 2.0 in de Europese Unie: het nieuwe Interinstitutioneel Akkoord en de nieuwe Better Regulation-richtlijnen voor de Europese Commissie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Better Regulation, Interinstitutioneel Akkoord, legislative cyclus, Europees wetgevingsbeleid
Auteurs Mr. T.J.A. van Golen MA
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds het begin van het nieuwe millennium is er sprake van wetgevingsbeleid in de Europese Unie. Dit wordt met name vormgegeven door de Europese Commissie die verschillende agenda’s heeft vastgesteld om aan dit beleid vorm te geven. Sinds de komst van de commissie-Juncker is er weer een nieuwe agenda gekomen in mei 2015, echter met de oude naam Better Regulation. Twee speerpunten uit deze nieuwe agenda worden in dit artikel besproken. Het nieuwe Interinstitutioneel Akkoord voor beter wetgeven ziet op de samenwerking tussen de drie wetgevende instellingen van de Europese Unie, en heeft een aantal vernieuwingen opgeleverd. Daarnaast wordt de bundeling van de richtlijnen voor de wetgevingsinstrumenten van de Europese Commissie zoals impact assessments en ex-post evaluaties besproken. Van belang is het idee van een ‘legislative cyclus’ dat de Europese Commissie nastreeft: het constant kunnen aanpassen van wetgeving op basis van informatie die verzameld wordt. Hierbij is van belang dat alle instrumenten goed op elkaar aansluiten. Dit artikel beziet of dat gelukt is met de nieuwe Better Regulation-agenda en de instrumenten die daarmee zijn verbonden.


Mr. T.J.A. van Golen MA
Mr. T.J.A. (Thomas) van Golen MA is PhD Candidate aan de Tilburg Law School, Department of Private Law
Artikel

De modernisering van het huwelijksvermogensrecht

Een historisch perspectief

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2016
Trefwoorden marital property regimes, community of property, standard prenuptial agreements, legal modernization
Auteurs Prof. mr. L.C.A. Verstappen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article gives an overview of the changes in the Dutch marital property regimes during the last twenty years. This is preceded by a discourse sketching the reasons for this legal modernization trajectory and the history of the community of property and standard prenuptial agreements.


Prof. mr. L.C.A. Verstappen
Prof. mr. Leon Verstappen is als hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder notarieel recht, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is tevens raadsheer-plaatsvervanger in het gerechtshof te Den Haag en adviseur bij Hekkelman advocaten en notarissen te Arnhem en Nijmegen.
Artikel

Verplichte sportarbitrage als uitbuitingsmisbruik: de Pechstein-zaak door de lens van artikel 102 VWEU

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Claudia Pechstein, arbitrageclausule, Hof van Arbitrage voor Sport, artikel 102 VWEU, misbruik
Auteurs Ben Van Rompuy
SamenvattingAuteursinformatie

    Met zijn uitspraak in de Pechstein-zaak legde het Duitse Oberlandesgericht München (OLG) een bom onder de fundamenten van de internationale sportrechtspraak. Volgens het OLG maakte de Internationale Schaatsunie misbruik van haar machtspositie door aan de schaatser Claudia Pechstein een arbitrageclausule ten gunste van het Hof van Arbitrage voor Sport (CAS) verplicht op te leggen. Hoewel het OLG enkel nationaal mededingingsrecht toepaste, analyseren we in deze bijdrage de zaak vanuit het perspectief van het Europees mededingingsrecht. Immers, indien het eenzijdig opleggen van CAS-arbitrageclausules – een gangbare praktijk van internationale sportbonden – ook misbruik vormt in de zin van artikel 102 VWEU, zouden de praktische implicaties voor de toekomst van het CAS nog verregaander zijn.


Ben Van Rompuy
Prof. dr. B. Van Rompuy is onderzoeker bij het T.M.C. Asser Instituut en gastdocent mededingingsbeleid aan de Vrije Universiteit Brussel.

    De beroepsbeoefenaar – en dus ook de letselschadeadvocaat – die een informatieverplichting schendt, zal enigszins op zijn aansprakelijkheidsrechtelijke tellen moeten passen als het om het bewijs van die zorgplichtschending en het (bewijs van het) causaal verband gaat. Maar daar is die advocaat nog redelijk ‘beschermd’. Geraakt een cliënt voorbij die hindernissen, dan is het echter snel afgelopen: eigen schuld als verweer mag niet meer in beeld komen, althans mag slechts een marginale rol spelen, zo wordt betoogd.


Prof. mr. I. Giesen
Prof. mr. I. Giesen is hoogleraar Privaatrecht aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en programmaleider van het Utrecht Center for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht.

    Het is aan de drijver van een inrichting om te bepalen voor welke inrichting hij vergunning wenst te verkrijgen. Indien in de praktijk blijkt dat de niet aangevraagde in- en uitrit een deel van de inrichting is, mag deze niet worden gebruikt zonder dat daarvoor eerst vergunning is verleend.


Hans Paul Nijhoff

Tamar de Waal
Tamar de Waal is a PhD candidate legal and political theory at the Paul Scholten Centre, University of Amsterdam (Law Faculty).
Artikel

De ‘nieuwe generatie’ Associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne en zijn constitutionele context

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden associatieovereenkomst, nabuurschapbeleid, bevoegdheidsverdeling, gemengd verdrag, referendum
Auteurs Dr. N.F. Idriz en Prof. mr. L.A.J. Senden
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de bredere context, doelstelling en inhoud van de Associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne (hierna: AO) geschetst, en wat deze bijzonder maakt ten opzichte van andere associatieovereenkomsten. In het bijzonder gaan we ook in op die juridische aspecten die democratische controle via een referendum bemoeilijken. Daarbij besteden we specifiek aandacht aan de constitutionele perikelen die ontstaan voor de Nederlandse regering alsook voor de EU, ingeval een meerderheid zich tegen de goedkeuringswet uitspreekt en het Nederlandse parlement vervolgens zou besluiten de goedkeuringswet in te trekken.
    PbEU 2014, L 161/3


Dr. N.F. Idriz
Dr. N.F. (Narin) Idriz is universitair docent Europees recht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het RENFORCE onderzoekscentrum.

Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. (Linda) Senden is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het RENFORCE onderzoekscentrum. Ook is zij redactielid van NTER.
Praktijk

Zacht waar het kan, hard waar het moet? Casestudies naar handhaving in de sociale zekerheid

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2016
Trefwoorden responsive regulation, social security, enforcement, field research
Auteurs Paulien de Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch social security is mainly conducted by municipalities (social services), the Dutch Employment Insurance Agencies (UWV) and the Social Insurance Bank (SVB). In order to explore to what extent agents adjust their enforcement style, as stated in the responsive regulation approach (Ayres & Braithwaite), five case studies will be conducted; three studies at social services and two studies at Employment Insurance Agencies.
    During this field research I will attend every agency for two months. I will be observing the behavior of agents during their contact moments with beneficiaries. At the same time I will ask for comments on events, opinions and feelings regarding various aspects of the work. I will also conduct in-depth interviews with several agents and beneficiaries. Based on a sample I will make a selection of enforcement cases and I will analyze agreements on enforcement, regulation, directives, guidelines and recommendations.


Paulien de Winter
Paulien de Winter is afgestudeerd als socioloog en sinds februari 2014 werkzaam als promovenda bij de Vakgroep Rechtstheorie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij doet onderzoek naar handhaving in de sociale zekerheid en voert hiervoor participerende observaties uit bij sociale diensten en UWV.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.