Zoekresultaat: 48 artikelen

x
Jaar 2010 x
Artikel

Herstelrecht en de maatschappelijke (re)integratie van de dader

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, social work, reintegration, structural problems
Auteurs Maria Bouverne-De Bie en Rudi Roose
SamenvattingAuteursinformatie

    Social (re-)integration is such a complex phenomenon that it is not possible to make a direct link between restorative justice and social reintegration of offenders. If one considers restorative justice, not in its utility for maintaining the law but as a praxis of social work, one could get the impression that restorative justice runs the risk of individualizing the social problem of crime by making offenders responsible and of losing sight of the structural dimensions causing or contributing to criminality. The same structural dimensions may appear to be a blockade for effective emancipation of offenders from their often marginal and powerless positions. Considered as a praxis of social work, restorative justice should be able to promote (the awareness of) accountability and the mutual exploration of the many roads that can lead to effective emancipation and reintegration.


Maria Bouverne-De Bie
Maria Bouverne-De Bie is als hoofddocent verbonden aan de vakgroep Sociale, Culturele en Vrijetijdsagogiek van de Universiteit van Gent.

Rudi Roose
Rudi Roose is als wetenschappelijk assistent verbonden aan de vakgroep Sociale, Culturele en Vrijetijdsagogiek van de Universiteit van Gent.
Artikel

De implementatie van dader-slachtofferbemiddeling in België

Zoektocht naar functionele en structurele randvoorwaarden

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, implementation, conditions for
Auteurs Hans Dominicus
SamenvattingAuteursinformatie

    Victim-offender-mediation started in Belgium as early as 1993 and nowadays the Belgium landscape shows a variety of restorative practices, including conferencing with juveniles and mediation with adult offenders, on the basis of a number of legal arrangements. Progress can still be made in quantitative terms and qualitatively by harmonizing the various legal instruments that are available. The diversionary mediation that is possible at the level of the public prosecutor differs in a number of ways from the mediation that can be offered in subsequent stages of the criminal procedure. A variety of motives and reasons explain the reception and growth of restorative practices, such as the desire to offer victims a better service and to improve the delivery of justice. The willingness to experiment and to collaborate between protagonists of restorative justice and the agencies of criminal justice, and the strong scientific support from the Catholic University of Leuven, are amongst the key factors that promoted the integration and consolidation of restorative practices in the legal system.


Hans Dominicus
Hans Dominicus is attaché bij het Directoraat-generaal Justitiehuizen van de Federale Overheidsdienst Justitie in België. Hij is adviseur van minister van justitie Stefaan de Clerck.
Artikel

Het belang van ideologie

Een reactie op Marc Groenhuijsen

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, Paradigma, Tailoring, victims
Auteurs John Blad
SamenvattingAuteursinformatie

    Blad responds to Groenhuijsen by showing how political decisions in the Netherlands, after successful experiments with restorative justice for juveniles and adults, were based on the belief that criminal justice would lose its punitive foundation and tenor when restorative justice practices would become integrated in the justice system. Criminal justice should not be about resolving conflicts between victims and offenders and the type of mediation, that could lead to an agreement as an important element to be considered in sentencing, was therefore rejected. In so far as restorative justice ideology took influence, it seems to have been a misconception of restorative justice as merely a new form of penal abolitionism. The fact that restorative justice does not deny the legitimacy of the provisions in the substantive criminal law and that all important restorative projects co-operate with criminal justice agencies was apparently ignored. Against the background of the dominant political culture of ‘punitive populism’ and intensified use of severe punishments it seems highly unlikely that abandoning the ambition to develop a restorative justice paradigm would further the implementation of restorative justice.


John Blad
John Blad is hoofddocent strafrechtswetenschappen, verbonden aan de Erasmus Law School van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

‘Uitgediende hetaeren, verjaagde concubines en in den steek gelatenen’

De opsluiting van vrouwelijke bedelaars eind negentiende eeuw

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Gender, Geschiedenis, Vrouwelijke bedelaars, Rijkswerkinrichting
Auteurs Drs. Marian Weevers en Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
SamenvattingAuteursinformatie

    The backgrounds of the female vagabonds and beggars at the end of the 19th century show that contrary to their male counterparts, these females originated almost exclusively from the lower echelons of society. Their professions and those of their parents and husbands were low and ill-paid. Disease was prevalent, mortality was high and many of them had physical or psychological problems. Most of them were single and 25 percent had children out of wedlock. 20 Percent was convicted for mostly minor crimes. Because of their behaviour it is likely that they were not accepted by their family and received no support from the church or other institutions for relief of the poor. To beg and get convicted to RWI-placement may have been their only remaining survival strategy once they were old and ill.


Drs. Marian Weevers
Drs. M.H.A.C. Weevers is historica, mhac.weevers@planet.nl.

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is senior onderzoeker aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving en hoogleraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, cbijleveld@nscr.nl.
Artikel

Burgemeesters beter voorbereid

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Informatievoorziening, Burgemeesters, Ex-gedetineerden
Auteurs Mr. drs. Ad Schreijenberg en Drs. Joost van den Tillaart
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch Minister of Justice has promised that a city’s mayor will be informed if a former prisoner, who was sentenced for a sex offense and/or serious violent crime, returns to the municipality. Because of an improved information position, the mayor is able to take founded and timely measures in order to prevent disturbances in public safety. To determine how this information can be organised in the best way, a pilot was carried out. The evaluation of this pilot suggests that the information meets a need, but that the information processing is vulnerable in certain parts. Following the evaluation the process will be adapted and may be rolled out nationwide.


Mr. drs. Ad Schreijenberg
Ad Schreijenberg is onderzoeker bij het cluster Criminaliteit en veiligheid, Regioplan Beleidsonderzoek.

Drs. Joost van den Tillaart
Joost van den Tillaart is onderzoeker bij het cluster Criminaliteit en veiligheid, Regioplan Beleidsonderzoek.
Artikel

Ontslagrecht in het Koninkrijk der Nederlanden (2)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden ontslagrecht, concordantiebeginsel, Antillen, Aruba, arbeidsrecht, Koninkrijk der Nederlanden, doorwerking, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Auteurs Mr. F.M. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de wetgevers van de verschillende Koninkrijkslanden verplicht een aantal belangrijke rechtsgebieden ‘zoveel mogelijk’ op overeenkomstige wijze te regelen. In een tweetal artikelen onderzoekt de auteur in hoeverre zij met betrekking tot het ontslagrecht aan deze zogenoemde concordantieverplichting voldoen. Volgens de auteur houdt artikel 39 Statuut namelijk in dat een verschil in wetgeving tussen de drie Koninkrijkslanden slechts geoorloofd is indien daar een behoorlijke rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangewezen. In dit tweede deel ligt de focus allereerst op gevolgen van de recente staatkundige hervormingen binnen het Koninkrijk voor het vigerende ontslagrecht. Conclusie hiervan is dat de materiële gevolgen voor het ontslagrecht zeer beperkt zijn. Met dit als uitgangspunt worden vervolgens de opzegbepalingen uit het BW, de rechterlijke ontbinding en het einde van rechtswege in de verschillende koninkrijkslanden met elkaar vergeleken. Uit deze vergelijking blijkt dat er tussen de verschillende landen een hoop ongerechtvaardigde verschillen bestaan. Deze verschillen lijken zich evenwel voornamelijk voor te doen op technisch-juridische gebieden. Bij het uitvaardigen van nieuwe wetgeving houden de wetgevers dus onvoldoende rekening met het concordantiebeginsel. De rechters uit het Koninkrijk kan men in dezen daarentegen weinig kwalijk nemen. Daar waar hun een zekere beoordelingsruimte wordt gelaten, bestaat er immers een grote mate aan concordantie. Door middel van concorderende interpretatie worden de open normen in de verschillende landen namelijk op dezelfde wijze ingevuld. Hierbij moet er echter wel voor worden gewaakt dat er een te grote mate van concordantie wordt bereikt. De rechter mag de verschillen in cultuur en gewoontes tussen de Koninkrijkslanden niet uit het oog verliezen.


Mr. F.M. Dekker
Mr. F.M. Dekker is externe promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en advocaat(-stagiair) bij BarentsKrans N.V. te Den Haag.
Diversen

Nieuw toezicht op de advocatuur?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden zelfregulering, systeemtoezicht, toezicht op advocaten, advocatuur, De Hoogd
Auteurs Mr. M. de Rijke
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de totstandkoming van de Advocatenwet van 23 juni 1952 is de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) ingesteld en is wettelijk geregeld dat het toezicht op de advocatuur wordt uitgeoefend door Raden van toezicht, de bestuurders van de plaatselijke orden van advocaten. De leden van de Raden van toezicht worden gekozen uit de leden van de orde. Dit systeem van zelfregulering staat ter discussie, sinds de Minister van Justitie in een brief aan de Tweede Kamer van 5 maart 2010 zijn visie heeft gegeven op de “in de toekomst wenselijke en mogelijke aanpassingen van de wettelijke regelingen van het toezicht op notarissen, advocaten en gerechtsdeurwaarders”. De visie behelst onder meer de introductie van een nieuwe toezichthouder die controle uitoefent op de naleving van wettelijke voorschriften door advocaten. Wat echter ontbreekt in deze visie is een overtuigende onderbouwing om op zoek te gaan naar een alternatief voor het bestaande systeem en daarmee een legitimatie om de keuze te laten vallen op het andere uiterste van het spectrum van toezichtstijlen. In dit essay plaatst de auteur het bestaande toezichtsysteem, de controle hierop en de visie van de Minister in het kader van het algemeen toezichtsrecht. Zij komt tot de conclusie dat een te wankele basis bestaat voor een drastische oversteek van intern naar extern toezicht.


Mr. M. de Rijke
Mr. M. de Rijke is advocaat en partner bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Mr. A.C. de Die
Discussie

Access_open Plugging the Legitimacy Gap? The Ubiquity of Human Rights and the Rhetoric of Global Constitutionalism

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2010
Trefwoorden global constitutionalism, legitimacy, human rights, Neil Walker, post-state democracy
Auteurs Morag Goodwin
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper approaches Walker’s work from the perspective of the ubiquity of human rights language within the rhetoric of global constitutionalism. Building on Walker’s description of the relationship between constitutionalism and democracy, what I wish to suggest is that the spread of human rights discourse is intimately connected with attempts to apply constitutional discourse beyond the state. By highlighting the way in which human rights have become place-takers for political legitimacy in discussions of international constitutionalism, the paper is intended to challenge Walker to state his own position more forcefully and to develop further his insight concerning the irresolvable tension in the iterative relationship between constitutionalism and democracy.


Morag Goodwin
Morag Goodwin is Assistant Professor of Law and Development at the Tilburg Institute for Law, Technology and Society at Tilburg Law School, the Netherlands.
Artikel

Access_open Constitutionalism and the Incompleteness of Democracy: An Iterative Relationship

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2010
Trefwoorden constitutionalism, globalization, democracy, modernity, postnational
Auteurs Neil Walker
SamenvattingAuteursinformatie

    The complexity of the relationship between democracy and modern constitutionalism is revealed by treating democracy as an incomplete ideal. This refers both to the empirical incompleteness of democracy as unable to supply its own terms of application – the internal dimension – and to the normative incompleteness of democracy as guide to good government – the external dimension. Constitutionalism is a necessary response to democratic incompleteness – seeking to realize (the internal dimension) and to supplement and qualify democracy (the external dimension). How democratic incompleteness manifests itself, and how constitutionalism responds to incompleteness evolves and alters, revealing the relationship between constitutionalism and democracy as iterative. The paper concentrates on the iteration emerging from the current globalizing wave. The fact that states are no longer the exclusive sites of democratic authority compounds democratic incompleteness and complicates how constitutionalism responds. Nevertheless, the key role of constitutionalism in addressing the double incompleteness of democracy persists under globalization. This continuity reflects how the deep moral order of political modernity, in particular the emphasis on individualism, equality, collective agency and progress, remains constant while its institutional architecture, including the forms of its commitment to democracy, evolves. Constitutionalism, itself both a basic orientation and a set of design principles for that architecture, remains a necessary support for and supplement to democracy. Yet post-national constitutionalism, even more than its state-centred predecessor, remains contingent upon non-democratic considerations, so reinforcing constitutionalism’s normative and sociological vulnerability. This conclusion challenges two opposing understandings of the constitutionalism of the global age – that which indicts global constitutionalism because of its weakened democratic credentials and that which assumes that these weakened democratic credentials pose no problem for post-national constitutionalism, which may instead thrive through a heightened emphasis on non-democratic values.


Neil Walker
Neil Walker is Regius Professor of Public Law and the Law of Nature and Nations at the University of Edinburgh, United Kingdom.
Discussie

Access_open Democracy, Constitutionalism and the Question of Authority

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2010
Trefwoorden international constitutionalism, democracy, international law, fragmentation, international politics
Auteurs Wouter G. Werner
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper agrees with Walker on the existence of a tension between democracy and constitutionalism, but questions whether democracy and (international) constitutionalism necessarily depend on each other. While democracy needs constitutionalism on normative grounds, as an empirical matter it may also rest on alternative political structures. Moreover, it is questionable whether democracy is indeed the solution to the incompleteness of international constitutionalism. Traditional forms of democracy do not lend themselves well to transplantation to the international level and could even intensify some problems of international governance. Attempts to democratize international relations should be carried out prudentially, with due regard for possible counterproductive effects.


Wouter G. Werner
Wouter Werner is Professor of Public International Law at VU University, Amsterdam, the Netherlands.
Artikel

De voorgeschiedenis van het wetsontwerp NErpe als bijdrage aan de discussie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2010
Trefwoorden Europees recht, decentrale overheden, taakverwaarlozingsregeling, eigen verantwoordelijkheid, inbreukprocedure
Auteurs Prof. dr. B. Hessel
SamenvattingAuteursinformatie

    In de bijdrage wordt ingegaan op de voorgeschiedenis van het wetsontwerp NErpe en de standpunten van ambtelijke commissies zoals de ICER, koepels van decentrale overheden en beoefenaren van het Europees recht, of de voortschrijdende Europese integratie vraagt om zwaardere toezichtinstrumenten van het rijk op de decentrale overheden. De standpunten hadden met name betrekking op de vraag of de bestaande taakverwaarlozingsregeling uit de Provinciewet en Gemeentewet moet worden uitgebreid om de minister een effectief instrument te geven in geval van een inbreukprocedure door de Commissie. Deze door beoefenaren van het Europese recht bepleite verzwaring stuitte bij koepels en ambtelijke commissies op weerstand omdat zij afbreuk doet aan: (1) de traditionele bestuurlijke verhoudingen in het Huis van Thorbecke; en (2) de eigen verantwoordelijkheid van decentrale overheden voor de nakoming van het Europese recht. De twijfel aan de noodzaak van zo’n taakverwaarlozingsregeling werd uiteindelijk na vier jaar weggenomen door het standpunt van het kabinet-Balkenende II. Tegen die achtergrond is de auteur van mening dat het wetsontwerp NErpe te ver doorschiet door de minister niet alleen bij een inbreukprocedure een zelfvoorzieningsrecht te geven, maar ook wanneer decentrale overheden in het algemeen hun Europese verplichtingen niet nakomen. Het Europese beginsel van gemeenschapstrouw benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van decentrale overheden voor het nakomen van Europees recht en hun kritische onafhankelijkheid van het rijk. Die eigen verantwoordelijkheid mag alleen opgeofferd worden in de noodsituatie en onder de tijdsdruk van een inbreukprocedure.


Prof. dr. B. Hessel
Prof. dr. B. Hessel is bijzonder hoogleraar Europees recht en decentrale overheden, wetenschappelijk adviseur van het Kenniscentrum Europa decentraal en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Het aanbod van herstelgerichte interventies aan slachtoffers van geweldsmisdrijven

Is een beschermende of proactieve aanpak wenselijk?

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden slachtoffers, victimologie, geweldsmisdrijven, slachtofferhulp, bemiddeling, bescherming
Auteurs Tinneke Van Camp
SamenvattingAuteursinformatie

    Evaluative studies show that victims are generally satisfied with their participation in a restorative intervention, even when concerning violent crime. Therefore, we don’t have to ask whether restorative justice should be offered to victims of crime, but how it should be offered. Using the victimological literature, we explore the appropriateness of two opposing models with regard to the offer in violent crime cases. The protective model, as for instance endorsed by victim support services in Québec, is based on the concern for the protection of vulnerable victims. The proactive model, as inscribed in the 2005 law on the general offer of mediation in Belgium, is based on the informed consent principle. Both models respect the needs of victims, while ranking these needs differently. The available empirical and theoretical observations on the subject do not unilaterally support or reject either model. We, therefore, present a complementary, albeit theoretical model, i.e. the integration of the invitation to a restorative intervention within victim support services.


Tinneke Van Camp
Tinneke Van Camp is doctoraatsstudent aan de École de Criminologie, Université de Montréal (Canada), en vrijwillig medewerker van het Leuvens Instituut voor Criminologie, KULeuven.
Artikel

Het herstelrechtelijk ongeloof in het concept bestraffing

Een verkenning op basis van het ‘last resort’-principe

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden bestraffing, abolitionisme, last resort, criminele gedragingen, leedtoevoeging
Auteurs Vicky De Mesmaecker
SamenvattingAuteursinformatie

    Discussions in the movement of restorative justice about the fundamental question, whether its interventions are alternatives to punishment or alternative punishments, have become repetitive and seem to be in a dead end. The author reviews the arguments against the background of the ‘last resort’ principle in Husak’s work. Husak distinguishes between last resort in terms of sentencing and last resort in terms of criminalization. Since the restorative justice movement does not fundamentally reject the primary criminalisations, but accepts the definitions of certain forms of conduct as crime, it merely strives to offer alternatives to punishments that would otherwise be imposed. If protagonists of restorative justice want to avoid this, they should consider an abolitionist option to strive for decriminalization.


Vicky De Mesmaecker
Vicky De Mesmaecker is werkzaam aan het Leuvens Instituut voor Criminologie, K.U.Leuven.

    How can the social environment of a prison be accurately assessed? Why is it important to measure? How should the prison experience be represented in empirical research? How do we capture distinctions between prisons, which can be good or bad in so many different ways? There is considerable consensus about the inadequacy of narrow and selective performance measures, such as hours spent in purposeful activity or serious assaults, in representing prison quality. The difficulties are both methodological and conceptual. This paper will outline one attempt to address these questions in England and Wales. Based on a series of studies aimed at identifying and measuring aspects of prison life that ‘matter most’, prisoners describe stark differences in the moral and emotional climates of prisons serving apparently similar functions. The ‘differences that matter’ are in the domain of interpersonal relationships and treatment. A developmental programme of empirical research on the quality of life in prison suggests that (a) some prisons are more survivable than others and (b) important differences in identifiable aspects of prison quality exist and may be related to outcomes. These findings have implications for our understanding of the meaning of terms like ‘inhuman and degrading’ treatment as well as for our uses and expectations of the prison.


Alison Liebling
Alison Liebling is hoogleraar Criminology & Criminal Justice aan de Universiteit van Cambridge en is directeur van het Prison Research Centre.
Artikel

Meervoudig gebruik binnen de gesubsidieerde rechtsbijstand: clusters en triggers

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2010
Trefwoorden legal aid, trigger, cluster, justiciable problem
Auteurs Susanne Peters, Lia Combrink en Mirjam van Gammeren-Zoeteweij
SamenvattingAuteursinformatie

    The use and expenditure of the Legal Aid System is ever increasing. In addition, some people make use of the Legal Aid System more often than others. In fact, a small percentage of clients (2,6%) uses a substantial part (11,2%) of the legal aid. This paper sheds light on the occurrence of multiple use of legal aid and gives insight into the frequency and characteristics of multiple use.
    In the research described in this article, we have made use of the data from 2000 until 2009 concerning legal aid that was provided by the Legal Aid Board. This dataset contains over 3 million cases (so-called certificates that are issued by the Board). The main difference between this research and other (paths to justice) studies is that the dataset contains actually provided legal aid and not self-reported problems by clients. Therefore, the representativeness is guaranteed and no false recollections can occur. At the same time, this means that the research is limited to people who are entitled to legal aid (approximately 39% of the Dutch population) and have actually received a certificate.
    The results show that the provision of legal aid leads to new cases for which legal aid is again provided. Also, certain certificates coincide with and act as a trigger for certain other certificates. In the discussion we clarify the significance and implications of the results that are presented. Furthermore, we discuss the recently ordered budget cut in legal aid in the Netherlands. We describe ways to decrease the use and expenditure of the Legal Aid System, some of which are already implemented in the system. Finally, we discuss possible other (non-legal) problems that can be experienced by multiple users of the Legal Aid System.


Susanne Peters
Susanne Peters promoveerde in de sociale wetenschappen aan de Universiteit van Utrecht (2005) op een proefschrift over rechtvaardigheid. Momenteel is zij werkzaam bij de Raad voor Rechtsbijstand, waar zij onderzoek uitvoert ten behoeve van de Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand.

Lia Combrink
Lia Combrink-Kuiters studeerde rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en promoveerde aan de juridische faculteit van deze universiteit op een jurimetrisch proefschrift betreffende de voorspelbaarheid van rechterlijke beslissingen (1998). Daarna werkte zij bij het WODC aan de evaluatie van twee landelijke mediationprojecten. Momenteel is zij werkzaam als onderzoeker bij de Raad voor Rechtsbijstand, waar zij onderzoek doet op het gebied van de gesubsidieerde rechtsbijstand.

Mirjam van Gammeren-Zoeteweij
Mirjam van Gammeren-Zoeteweij is aan de Universiteit Leiden afgestudeerd als psycholoog. Momenteel is zij werkzaam als onderzoeker bij de Raad voor Rechtsbijstand, waar zij onderzoek uitvoert ten behoeve van de Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand.

Mirjan Oude Vrielink
Mirjan Oude Vrielink is redactielid van Recht der Werkelijkheid.
Toont 1 - 20 van 48 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.