Zoekresultaat: 33 artikelen

x
Jaar 2012 x

    Against the background of a discussion of classical and modern concepts of punishment, the first implying the imposition of suffering as essence and the second encompassing all varieties of sanctions implying restrictions but not necessarily some form of suffering the author rejects the suggestion of the second concept, that punishment should be defined without any reference to imposing suffering. There are conceptual advantages to sticking to the classical definition of punishment, such as the fact that it is clearly differentiated from the concept of measurements, which are sanctions imposed without any demand of ‘guilt’ on the side of a perpetrator. Also there are good reasons to maintain the element of (imposition of ) ‘intended pain’ in the concept of punishment, but it is this element – the intentional imposition of pain and suffering – that makes the author reject the activity of punishing as unethical. Non-violent sanctions are conceivable and feasible and should on ethical grounds be preferred. This is explored with reference to the work of Tähtinen. In close connection with this idea the author argues that we should redefine criminal justice (in the Dutch language: ‘strafrecht’ meaning the right to punish and laws regarding punishment) to mean that it is the discipline that responds to crimes and offences, without any defining reference to punishment (‘misdaadrecht’, meaning the laws regarding ((responding to)) crime).


Jacques Claessen
Jacques Claessen is universitair docent straf(proces)recht aan de Universiteit Maastricht en redacteur van dit tijdschrift. Hij is tevens medeoprichter van de stichting Mens en Strafrecht (www.mens.nl).
Artikel

De nieuwe Wob: vergaande openbaarmaking van publieke en semipublieke informatie

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2012
Trefwoorden Wet openbaarheid van bestuur, openbaarmaking, toegang tot informatie, informatiecommissaris, bestuursorgaan
Auteurs Mr. S.M. Peek en Mr. W.H.S. Duinkerke
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs het voorstel voor een nieuwe Wet openbaarheid van bestuur dat ingrijpende wijzigingen beoogt ten opzichte van de huidige openbaarmakingsregeling.


Mr. S.M. Peek
Mr. S.M. Peek is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.

Mr. W.H.S. Duinkerke
Mr. W.H.S. Duinkerke is advocaat bij Clifford Chance.
Artikel

Drijvende woning in het algemeen een roerende zaak

HR 9 maart 2012, LJN BV8198 (Marina)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2012
Trefwoorden drijvende woning, roerende zaak, schip, portacabin, art. 3:3 BW
Auteurs Mr. I.A.F. Hendriksen
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 9 maart 2012 (LJN BV8198) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een drijvende woning (‘marina’) in het algemeen een roerende zaak is. In deze bijdrage betoogt de auteur dat op deze kwalificatie het een en ander valt af te dingen. Voorts blijken drijvende woningen in het belastingrecht, het huurrecht en het bestuursrecht op een verschillende wijze te worden behandeld. Uit praktijk- en rechtszekerheidsoogpunt is dit een onwenselijke situatie.


Mr. I.A.F. Hendriksen
Mr. I.A.F. Hendriksen is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Boekbespreking

Maffia, diamanten en Mozart

Etnografie in criminologisch onderzoek

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2012
Auteurs Prof. dr. Mattijs van de Port
Auteursinformatie

Prof. dr. Mattijs van de Port
Prof. dr. M.P.J. van de Port is hoogleraar populaire religiositeit aan de VU in Amsterdam. Daarnaast is hij universitair docent bij de afdeling Antropologie aan de UvA.
Artikel

Verpest in het nest

Een casestudie van een criminele familie

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2012
Trefwoorden family ties, fission and fusion, stigmatization, criminal family
Auteurs Borris van der Swaan
SamenvattingAuteursinformatie

    This article analyses a criminal family. It is not the individual, but the family as a social entity that is central to this approach. The Van D.’s are a family of eleven brothers with a collective history of crime. Raised with anti-authoritarian norms, violence, alcohol and a strong sense of loyalty, they were known as an ‘army of brothers’ dominating the streets of H-town. The criminal family as object of study proves valuable in understanding the influence of contextual factors, subculture, and stigmatization. In the case of the Van D.’s, blood ties create cohesion and conflict at the same time.


Borris van der Swaan
Borris van der Swaan Msc is afgestudeerd als criminoloog aan de Vrije Universiteit Amsterdam. E-mail: bvanderswaan@gmail.com.
Artikel

Moeilijker handhaving van op sociale dialoog gebaseerde regulering?

De Raamovereenkomst arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en het Kücük-arrest

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden raamovereenkomst, arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, sociale politiek
Auteurs Prof. mr. F.J.L. Pennings
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Kücük-arrest betreft een griffieassistent die in elf jaar dertien arbeidscontracten voor bepaalde tijd heeft gekregen en toen nog niet in vaste dienst werd genomen. De Raamovereenkomst voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (gebaseerd op art. 139 lid 2 EG-Verdrag, nu art. 155 lid 2 VWEU) beoogt misbruik van dit type contracten tegen te gaan. Welke consequenties vindt het Hof van Justitie dat de Raamovereenkomst in deze zaak moet hebben?


Prof. mr. F.J.L. Pennings
Prof. mr. F.J.L. Pennings is werkzaam als hoogleraar sociaal recht aan de Universiteit Utrecht. <www.franspennings.org>.

    Deze studie beoogt empirische inzichten te verschaffen in de socio-juridische context van Vlaamse echtscheidingsovereenkomsten. Meer specifiek: er is empirisch onderzoek verricht naar de determinanten van echtscheidingsakkoorden (ex ante context), alsook naar de effecten die deze regelingen sorteren (ex post context). Door toepassing van de sociaalwetenschappelijke methodologie binnen het familierecht voorziet deze empirische analyse in brede kwantitatieve gegevens die als basis kunnen dienen voor toekomstige beleidsmatige beslissingen. Daarnaast kunnen de empirische bevindingen bijdragen tot de optimalisatie van de redactie van echtscheidingsovereenkomsten.
    ---
    This research aims to provide empirical insights into the socio-legal context of mutual consent divorce agreements. More specifically, this empirical-legal study investigates the determinants of divorce arrangements (i.e. the ex ante context)  as well as the effects of these arrangements (i.e. the ex post context). By using statistical techniques of the social sciences (i.e. regression analysis), this empirical analysis provides in broad quantitative data that serve as a basis for future policy decisions. This article concludes that this empirical findings contribute to the optimization of divorce agreement drafting.


Dr. Ruben Hemelsoen
Ruben Hemelsoen has a doctorate in law, and master’s degrees in law and psychology. He is currently head of student affairs at University College Ghent. Alongside this, the author works as a voluntary researcher at the civil law department of the Faculty of Law of Ghent University.
Artikel

Toetsing in het wetgevingsproces versterkt

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden constitutionele toetsing, grondrechten
Auteurs Prof. mr. R.J.B. Schutgens
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de adviezen van de Nationale conventie en de Staatscommissie Grondwet en naar aanleiding van het (nog aanhangige) voorstel-Halsema wordt in deze bijdrage de constitutionele toetsing door de wetgever opnieuw aan een beschouwing onderworpen. Daarbij is vooral aandacht voor de toetsing aan de grondrechten. Er komen verschillende manieren aan bod om de toetsing tijdens de wetsprocedure te versterken: verbeteringen in de wetgevingsadvisering door de Raad van State; de instelling van een algemene Kamercommissie voor grondrechten en constitutionele toetsing naar Brits voorbeeld; een kritischere en onafhankelijke rol voor de Kamers ten opzichte van de regering; het vaststellen van een toetsingskader waarin regering, Staten-Generaal en Raad van State gezamenlijk vastleggen aan welke materiële normen zij (nader) toetsen bij toetsing aan de Grondwet. Tot slot wordt betoogd dat de rechter de kwaliteit van de toetsing in de wetsprocedure kan bevorderen door bij zijn toetsing aan de verdragsgrondrechten de toetsing door de wetgever kritisch te beoordelen.


Prof. mr. R.J.B. Schutgens
Prof. mr. R.J.B. Schutgens is hoogleraar Algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen. r.schutgens@jur.ru.nl
Jurisprudentie

Het Europese grondrecht van jaarlijkse vakantie: voorwaarden bij ziekte en (horizontale) doorwerking

HvJ EU 22 november 2011, C-214/10, JAR 2012/19 (KHS/Schulte) en HvJ EU 24 januari 2012, C-282/10, JAR 2012/54 (Dominguez/CICOA)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Arbeidstijdenrichtlijn, vakantie, grondrecht, horizontale werking, vervaltermijn bij ziekte
Auteurs Mr. dr. A.G. Veldman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bespreking van de recente arresten van het HvJ EU over het jaarlijkse vakantierecht met behoud van loon worden twee onderwerpen behandeld. Ten eerste het grondrechtelijk karakter van het vakantierecht, de effecten daarvan voor eventuele directe horizontale werking en de verhouding van dit EU-grondrecht met het vergelijkbare ILO-grondrecht. Ten tweede wordt op basis van de nieuwe Europese jurisprudentie, waarbij het verval van vakantierechten bij ziekte niet langer is uitgesloten, onderzocht of de nieuw ingevoerde Nederlandse vervaltermijn voor vakantierechten niet te kort is.


Mr. dr. A.G. Veldman
Mw. mr. dr. A.G. Veldman is als universitair hoofddocent verbonden aan de vaksectie (Europees) arbeidsrecht en sociaal beleid van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open De liberale canon: argumenten voor vrijheid

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2012
Trefwoorden enforcement of morals, liberalism, liberty, political liberalism, Rawls
Auteurs Alex Bood
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines how a liberal public morality can be most successfully defended against perfectionism. First of all the five most important liberal arguments for freedom are taken from what is called the liberal canon: a number of characteristic works of John Locke, Immanuel Kant, John Stuart Mill, Isaiah Berlin, Joseph Raz, Ronald Dworkin, and John Rawls. These five arguments are identified as: social and political realism, respect for autonomy, fallibility of ideas, pluralism, and respect for reasonableness. Next, the persuasiveness of these arguments is assessed, starting with the argument of respect for reasonableness, which is at the heart of Rawls’s political liberalism. It is concluded that in itself this argument is not strong enough to persuade perfectionists. A powerful defence of a liberal public morality needs the other arguments for freedom as well. Finally, the paper outlines how these other arguments can strengthen the argument of respect for reasonableness in a coherent manner.


Alex Bood
Alex Bood is Research Manager at the Dutch Public Prosecution’s Office for Criminal Law Studies (WBOM).
Artikel

Pionieren en formaliseren

De internationale vervlechting van het politiewerk

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2012
Trefwoorden European police cooperation, formalisation, institutionalisation, security entrepeneurs, international policework
Auteurs J. van Buuren
SamenvattingAuteursinformatie

    International police cooperation is characterised by sometimes conflicting dynamics between informal security entrepreneurship and formal institutionalisation and centralisation. In spite of claims in governance literature that states are losing their commanding heights due to internationalisation, experience shows that states are in fact able and willing to control and steer international police networks. Whether matching processes of politicisation and bureaucratisation conflict with operational effectiveness remains to be seen. Both in politics and science the institutional approach is dominant in describing, explaining and evaluating international police cooperation. This runs the risk of losing sight of the ‘logic of practicality’ that in reality is very important for innovations and developments regarding cross-border cooperation. In the logical of practicality, dimensions like intuition, creativity, trust and perseverance are more important than rules, policy preferences or organisational charts.


J. van Buuren
Drs. Jelle van Buuren is als promovendus en universitair docent verbonden aan het Instituut Bestuurskunde, Faculteit Campus Den Haag van de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Globalization as a Factor in General Jurisprudence

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2012
Trefwoorden general jurisprudence, globalization, global legal pluralism, legal positivism, analytical jurisprudence
Auteurs Sidney Richards
SamenvattingAuteursinformatie

    Globalization is commonly cited as an important factor in theorising legal phenomena in the contemporary world. Although many legal disciplines have sought to adapt their theories to globalization, progress has been comparatively modest within contemporary analytical jurisprudence. This paper aims to offer a survey of recent scholarship on legal theory and globalization and suggests various ways in which these writings are relevant to the project of jurisprudence. This paper argues, more specifically, that the dominant interpretation of globalization frames it as a particular form of legal pluralism. The resulting concept – global legal pluralism – comes in two broad varieties, depending on whether it emphasizes normative or institutional pluralism. This paper goes on to argue that these concepts coincide with two central themes of jurisprudence, namely its concern with normativity and institutionality. Finally, this paper reflects on the feasibility of constructing a ‘general’ and ‘descriptive’ jurisprudence in light of globalization.


Sidney Richards
Sidney Richards is Doctoral candidate in Law at Pembroke College at the University of Cambridge.
Artikel

Jeugdrechtadvocaat: door sloppen en stegen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2012
Trefwoorden advocatuur, jeugdrecht, pedagogiek
Auteurs Mr. Coosje Peterse
SamenvattingAuteursinformatie

    De spagaat tussen rechtsbescherming en pedagogisch belang waar de jeugdadvocaat mee te maken krijgt is er een van alle tijden. Negentig jaar geleden, in de eerste jaargang van Proces, werd al een discussie gevoerd over de taak van de raadsman in jeugdzaken en werden er zorgen geuit over de wijze waarop deze taak werd volbracht. Men maakte zich zorgen over de betrokkenheid van de “gewone” pro deo advocaat in jeugdzaken en er werd discussie gevoerd over de vraag op welke wijze de advocaat “het belang van het kind” diende te behartigen.Ook nu spelen de deze aspecten een rol in de discussies in het jeugdrecht. De vraag in hoeverre van een jeugdadvocaat verlangd mag worden dat hij “in sloppen en stegen kinderen op gaat sporen, of de stad doortrekt om bij patroons te informeeren” is nog altijd actueel.


Mr. Coosje Peterse
Mr. Coosje Peterse is advocaat te Den Haag en sinds 2011 redactielid van PROCES.
Artikel

Uit de cel en uit het leven

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2012
Trefwoorden lang strafblad
Auteurs Mr. Coosje Peterse
SamenvattingAuteursinformatie

    In de rubriek Uit de cel en uit het leven geeft advocaat Coosje Peterse de lezers een kijkje in het leven van een cliënt met een lang strafblad, die bezig is zijn leven om te gooien.


Mr. Coosje Peterse
Mr. Coosje Peterse is advocaat te Den Haag en sinds 2011 redactielid van PROCES.
Artikel

Short selling en credit default swaps: een overzicht van EU-verordening nr. 236/2012

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 7/8 2012
Trefwoorden EU-verordening, short selling, CDS, effecten
Auteurs Mr. Esq. V. van Hoorn
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de nieuwe EU-verordening (nr. 236/2012) op het gebied van short selling en CDS-contracten.


Mr. Esq. V. van Hoorn
Mr. Esq. V. van Hoorn is werkzaam als advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

    The case law of the Court of Justice on revoking a national final administrative decision or judgement which is not compliant with EU law can illustrate the existing tension between the principle of primacy on the one hand, and the principle of national procedural autonomy on the other. Although the Court’s choice for one of the two principles as a starting point for solving a collision between EU law and national law may seem arbitrary at first glance, a system may be possible to a certain extent. This study discusses this system, hoping to provide a possible model of explanation which may be applicable to future case law.


Rolf Ortlep
R. Ortlep is gepromoveerd rechtswetenschapper en verbonden aan het Instituut voor Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht.  M.J.M. Verhoeven is gepromoveerd rechtswetenschapper en RAIO bij de Rechtbank Arnhem.

Maartje Verhoeven
M.J.M. Verhoeven is gepromoveerd rechtswetenschapper en RAIO bij de Rechtbank Arnhem.
Artikel

De zelfstandige betekenis van lid 4 van art. 7:658 BW

HR 23 maart 2012, RvdW 2012, 447 (Davelaar/Allspan)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden werkgeversaansprakelijkheid, art. 7:658 lid 4 BW, zzp’er, zorgplicht
Auteurs Mr. A. Kolder en Mr. R.K.R. Zwols
SamenvattingAuteursinformatie

    Kan een zelfstandige arbeidskracht ook de bescherming inroepen van lid 4 van art. 7:658 BW? Op 23 maart 2012 heeft de Hoge Raad zich hierover moeten uitspreken. In deze bijdrage wordt in het licht van het oordeel van de Hoge Raad stilgestaan bij de toepassingsvoorwaarden van het artikellid. Ook wordt aandacht besteed aan de (vervolg)vraag naar de – op een zorgplichtschending gebaseerde – aansprakelijkheid van de inlener/opdrachtgever conform lid 1-3 van art. 7:658 BW.


Mr. A. Kolder
Mr. A. Kolder is advocaat bij Houkes c.s. Advocaten te Emmen en duaal promovendus en docent privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. R.K.R. Zwols
Mr. R.K.R. Zwols is advocaat bij Houkes c.s. Advocaten te Emmen.
Artikel

Het Wetsvoorstel cliëntenrechten zorg (Wcz): een versterking van medezeggenschapsrechten van de cliënt(enraad)?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden cliënt, cliëntenraad, medezeggenschap, Wcz, WMCZ
Auteurs Mr. X.R. Ras en mr. dr. G.W. van der Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de nieuwe medezeggenschapsregeling in het Wetsvoorstel cliëntenrechten zorg (Wcz) en wordt ingegaan op de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (WMCZ). Deze wijzigingen blijken – overeenkomstig het doel van de Wcz – op veel punten te leiden tot een versterking van de rechtspositie van de cliënt(enraad). Anderzijds kunnen kritische kanttekeningen worden geplaatst bij de inperking van het toepassingsgebied van de nieuwe medezeggenschapsregeling ten opzichte van het toepassingsgebied van de huidige WMCZ. Tot slot wordt geconstateerd dat een aantal mogelijkheden tot (verdere) verbetering van de medezeggenschapsregeling onbenut is gebleven.


Mr. X.R. Ras
Xandra Ras is werkzaam als cliëntenraad ondersteuner bij Stichting Onder Een Dak.

mr. dr. G.W. van der Voet
Gerdien van der Voet is als arbeidsrechtadvocaat verbonden aan de Branchegroep Zorg van AKD en daarnaast als universitair docent verbonden aan de Erasmus School of Law (ESL).

Dr. Tom Daems
Dr. T. Daems is verbonden aan de vakgroep Strafrecht en Criminologie, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Universiteit Gent. Op 1 oktober 2012 wordt hij er aangesteld als docent criminologie en rechtssociologie.
Toont 1 - 20 van 33 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.