Zoekresultaat: 43 artikelen

x
Jaar 2016 x
Jurisprudentie

Overgang van wettelijke verplichtingen – het Hof van Justitie van de EU treedt wederom buiten contractuele grenzen

HvJ EU 28 januari 2015, C-688/13, ECLI:EU:C:2015:46, JAR 2015/279 (Gimnasio Deportivo San Andrés SL/Tesorería General de la Seguridad Social)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2016
Trefwoorden overgang van onderneming, sociale zekerheid, rechten en verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst, rechten van derden
Auteurs Prof. mr. Ronald Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijn 2001/23 inzake de overgang van ondernemingen ziet blijkens het in deze bijdrage besproken arrest evenzeer op de overgang van aan de arbeidsovereenkomst gerelateerde, wettelijke socialezekerheidsrechten. Slechts buitenwettelijke rechten inzake sociale zekerheid mogen door de lidstaten worden uitgezonderd van overgang (artikel 3 lid 4 onder a). De reikwijdte van deze uitzondering is beperkt. Het staat lidstaten vrij een ruimere bescherming te bieden. De auteur stelt de vraag of de uitspraak gevolgen heeft voor andere arbeidsgerelateerde rechten en analyseert de in dit arrest impliciet aanvaarde derdenwerking.


Prof. mr. Ronald Beltzer
Prof. mr. R. Beltzer is hoogleraar Arbeid en Onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Article

Access_open Legal Constraints on the Indeterminate Control of ‘Dangerous’ Sex Offenders in the Community: The German Perspective

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Supervision, twin track system, principle of proportionality, human rights, violent and sex offenders
Auteurs Bernd-Dieter Meier
SamenvattingAuteursinformatie

    After release from prison or a custodial preventive institution, offenders may come under supervision in Germany, which means that their conduct is controlled for a period of up to five years or even for life by a judicial supervising authority. Supervision is terminated if it can be expected that even in the absence of further supervision the released person will not commit any further offences. From the theoretical point of view, supervision is not considered a form of punishment in Germany, but a preventive measure that is guided by the principle of proportionality. After a presentation of the German twin track system of criminal sanctions and a glimpse at sentencing theory, the capacity of the principle of proportionality to guide and control judicial decisions in the field of preventive sanctions is discussed. The human rights perspective plays only a minor role in the context of supervision in Germany.


Bernd-Dieter Meier
Prof. Dr. Bernd-Dieter Meier is the Chair in Criminal Law and Criminology at the Law Faculty of Leibniz University Hannover.
Artikel

De hoge en bijzondere transactie: een pleidooi voor rechterlijke controle op de afdoening buiten geding

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden buitengerechtelijke afdoening, hoge transactie, bijzondere transactie, EHRM, internationale straftribunalen
Auteurs Mr. dr. K.C.J. Vriend
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel zijn de mogelijkheden van rechterlijke controle op de afdoening buiten geding in strafzaken onderzocht. Gepleit wordt voor een aparte raadkamerprocedure voor hoge en bijzondere transacties, waarbij toetsingscriteria werden ontleend aan de jurisprudentie van het EHRM en de internationale straftribunalen. De raadkamer toetst de overeengekomen transactie aan drie criteria. Ten eerste of de verdachte de transactie vrijwillig heeft geaccepteerd. Ten tweede of de verdachte voldoende geïnformeerd is over de procedurele gevolgen en over het bewijs dat tegen hem vergaard is. Ten derde toetst de raadkamer of er prima facie voldoende bewijsmateriaal in het dossier voorhanden is. Een door de raadkamer in het openbaar uitgesproken gemotiveerde beschikking maakt controle mogelijk op het overeenkomen van hoge en bijzondere transacties.


Mr. dr. K.C.J. Vriend
Mr. dr. K.C.J. Vriend is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Access_open De rol van religie in orgaandonatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Orgaandonatie, Religie, Donorregister, sociaal kapitaal
Auteurs Prof. dr. Hans Schmeets en Drs. Floris Peters
SamenvattingAuteursinformatie

    This article analyzes the relationship between religiosity and organ donation, using unique Dutch register- and survey data of almost 400.000 individuals. One in four of the Dutch population ages 12 years and above is registered as an organ donor. Non-religious individuals are more likely to give permission for the transplantation of their organs than the religious. In particular, there are few organ donors among individuals who very frequently attend religious services. Furthermore, there are differences between religious denominations. Roman-Catholics are more often registered as an organ donor than Protestants, in particular among older generations. The proportion of organ donors is lowest among Muslims.


Prof. dr. Hans Schmeets
Prof. dr. J.J.G. Schmeets is programmamanager bij het CBS en bijzonder hoogleraar Sociale statistiek aan de Universiteit Maastricht. Hij geeft leiding aan de onderzoeksthema’s sociale cohesie, welzijn, belevingen van burgers, politiek, religie, ICT en veiligheid. Tevens beoordeelt hij verkiezingen voor de OVSE.

Drs. Floris Peters
Drs. F. Peters is promovendus aan de Universiteit Maastricht en parttime onderzoeker bij het CBS. Zijn onderzoek heeft betrekking op motieven voor naturalisatie en op de relatie tussen naturalisatie en integratie van migranten. Tevens doet hij onderzoek naar orgaandonatie in Nederland.
Artikel

Is de motie een nuttig instrument voor de aandeelhouder van een beursvennootschap naast en in aanvulling op het agenderingsrecht ex artikel 2:114a BW?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2016
Trefwoorden motie, agenderingsrecht, artikel 2:114a BW, agendapunt, Fugro/Boskalis
Auteurs Mr. L. Stoppels en Mr. drs. J. van Bekkum
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de Boskalis/Fugro-zaak stellen de auteurs in dit artikel de vraag of de zogenoemde ‘motie’ in de praktijk voor aandeelhouders van beursvennootschappen een nuttig instrument kan zijn om standpunten van de algemene vergadering onder de aandacht van het bestuur en de RvC te brengen.


Mr. L. Stoppels
Mr. L. Stoppels is advocaat te Amsterdam bij Lemstra Van der Korst.

Mr. drs. J. van Bekkum
Mr. drs. J. van Bekkum is advocaat te Amsterdam bij Lemstra Van der Korst en tevens verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming & Recht/Van der Heijden Instituut, Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Ligplaatsen voor woonboten: het reguleren van een privaatrechtelijke rechtsverhouding

Lessen voor de wetgevingspraktijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden overheidsovereenkomst, doorkruisingsleer, woonboten, ligplaatsen
Auteurs mr. C.C. van Niel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal waar de wetgever rekening mee moet houden bij het reguleren van privaatrechtelijke verhoudingen, waarbij de overheid vaak partij is en waarbij publieke belangen een grote rol spelen. Dit wordt besproken aan de hand van het wetsvoorstel tot verbetering van de huurbescherming van huurders van ligplaatsen. Uit dit voorbeeld worden algemene lessen getrokken. Hieruit blijkt dat het ten eerste van belang is om alle betrokken belangen, zowel publieke als private, in kaart te brengen. Ook dient een zorgvuldige belangenafweging plaats te vinden, zodat er niet een te zeer wordt benadrukt ten koste van de andere. Tot slot dient rekening te worden gehouden met de aard van de rechtsverhouding. Als publieke belangen een belangrijke rol spelen, is enige verwevenheid van het publiekrecht met het privaatrecht onvermijdelijk, maar dit dient zo veel mogelijk te worden beperkt.


mr. C.C. van Niel
mr. C.C. (Charlotte) van Niel is wetgevingsjurist bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en redactiesecretaris van RegelMaat.
Artikel

De discretionaire ruimte bij het gebruik van geweld: hoe kleiner, hoe beter?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2016
Trefwoorden discretionary space, use of force, Training, Survey, hypothetical cases
Auteurs Jannie Noppe
SamenvattingAuteursinformatie

    First line police officers need a certain amount of discretion as they have to deal with various and complex situations on a daily basis. In this article the author examines the extent to which police officers have room for discretion in their use of force. We start from Mastrofski’s proposition that in case of decisions to use deadly force (use of firearm) police officers’ discretionary space must be restricted as much as possible. In case of less intrusive use of force, police officers may have more room for discretion. We used data from a small survey in three local police forces in Belgium to examine whether police officers have similar opinions on the decision to use their firearm – in comparison with the decision to use lower levels of force (non-firearm/non-lethal). Furthermore, we compare police officers who are highly trained in the use of force, with less trained police officers. Our results indicate that police officers are indeed more univocal when it comes to decisions to use their firearm, especially in case of more trained police officers.


Jannie Noppe
J. Noppe is doctoraatstudente bij de onderzoeksgroep IRCP, Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht, Universiteit Gent.
Article

Access_open A Theoretical Framework to Study Variations in Workplace Violence Experienced by Emergency Responders

Integrating Opportunity and Vulnerability Perspectives

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Workplace aggression, workplace violence, emergency responders, blaming the victim, victimology
Auteurs Lisa van Reemst
SamenvattingAuteursinformatie

    Emergency responders are often sent to the front line and are often confronted with aggression and violence in interaction with citizens. According to previous studies, some professionals experience more workplace violence than others. In this article, the theoretical framework to study variations in workplace violence against emergency responders is described. According to criminal opportunity theories, which integrate the routine activity theory and lifestyle/exposure theory, victimisation is largely dependent on the lifestyle and routine activities of persons. Situational characteristics that could be related to workplace violence are organisational or task characteristics, such as having more contact with citizens or working at night. However, they do not provide insight in all aspects of influence, and their usefulness to reduce victimisation is limited. Therefore, it is important to consider the role of personal characteristics of the emergency responders that may be more or less ‘attractive’, which is elaborated upon by the victim precipitation theory. Psychological and behavioural characteristics of emergency responders may be relevant to reduce external workplace violence. The author argues that, despite the risk of being considered as blaming the victim, studying characteristics that might prevent victimisation is needed. Directions for future studies about workplace violence are discussed. These future studies should address a combination of victim and situation characteristics, use a longitudinal design and focus on emergency responders. In addition, differences between professions in relationships between characteristics and workplace violence should be explored.


Lisa van Reemst
Lisa van Reemst, M.Sc., is a Ph.D. candidate at the Erasmus University Rotterdam.
Artikel

Amerikaans rechtsrealisme en empirisch-juridisch onderzoek

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2016
Trefwoorden American Legal Realism, Empirical Legal Studies, New Deal Policy, Research program, Lakatos
Auteurs Prof. dr. F.L. Leeuw
SamenvattingAuteursinformatie

    The American Legal Realism movement, which originated in the beginning of the twentieth century and was active until the Fifties, can be seen as one of the founders of current Empirical Legal Studies because of the importance it attached to social scientific knowledge on behavior of – for instance – judges and others involved in the judiciary. The author sketches several characteristics of Legal Realism at that time. Exploring their range of thought he also examines whether Legal Realism’s studies can be seen as a research program. The recent emergence of New Legal Realism in the US and elsewhere leads to the question what characterizes this (re)new(al) movement. Finally it is argued that American Legal Realism especially contributed to scientific progress by posing new questions, changing focus and by stressing the importance of empirical evidence.


Prof. dr. F.L. Leeuw
Prof. dr. Frans Leeuw is directeur van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie en daarnaast hoogleraar Recht, openbaar bestuur en sociaal-wetenschappelijk onderzoek aan de Universiteit Maastricht.

    This article examines the main assumptions and theoretical underpinnings of case study method in legal studies. It considers the importance of research design, including the crucial roles of the academic literature review, the research question and the use of rival theories to develop hypotheses and the practice of identifying the observable implications of those hypotheses. It considers the selection of data sources and modes of analysis to allow for valid analytical inferences to be drawn in respect of them. In doing so it considers, in brief, the importance of case study selection and variations such as single or multi case approaches. Finally it provides thoughts about the strengths and weaknesses associated with undertaking socio-legal and comparative legal research via a case study method, addressing frequent stumbling blocks encountered by legal researchers, as well as ways to militate them. It is written with those new to the method in mind.


Lisa Webley
Artikel

Access_open Jacqueline de Savornin Lohman

Ouwer-power in de strafrechtshervorming

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2016
Trefwoorden penal reform, restorative justice, victim support, feminism, criminal justice politics
Auteurs prof. dr. René van Swaaningen
SamenvattingAuteursinformatie

    Jacqueline de Savornin Lohman is a ‘positive criminologist’ avant la lettre. In this interview, she tells about her belief in personal people’s willingness and ability to deal with problems (such as the reception of refugees), the discouraging role of government in this respect, her internment in a Japanese camp in the Netherlands’ Indies during WW II, the persons who have inspired her most (e.g. Louk Hulsman) and her initial disbelief in the idea of a ‘glass ceiling’ for women in a male-dominated academia. She would, however, be confronted with some stunning examples of everyday sexism – such as reactions that she did not need a tenured position at the university, because she does not have to maintain a family. Being active in the women’s movement, also led her to engage in critical victimological studies – mainly on sexual violence. The main part of the interview deals with the practical consequences she has drawn from her critical action-theory on criminal justice ‘Allowed evil?’ (Kwaad dat mag?) from 1975, such as her role in the establishment of the Dutch liberal democrat party D’66, her involvement in the Coornhert League for Penal Reform, her attempts to establish a platform for various practical, critical social work initiatives in the penal field and indeed the establishment of one of the first mediation projects in the Netherlands – which she saw boycotted by the Ministry of Justice, that, in the late 1980s, instrumentalised the victim’s voice for a stiffening of the penal system.


prof. dr. René van Swaaningen
Prof. dr. René van Swaaningen is werkzaam als hoogleraar Criminologie aan de Erasmus Universiteit, Erasmus School of Law, sectie Criminologie.
Casus

Macht aus dem Rechtsstaat keinen Gurkensalat

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden rechtsstaat, rechtsstatelijkheid, empirische data, bronnenonderzoek, rechtswetenschappelijk onderzoek
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel en Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is een reactie op het artikel ‘De rechtsstaat: van sluitpost naar “Leitmotiv”’ van Zouridis, Wierenga en Niemeijer in het Nederlands Juristenblad, waarin kritiek wordt geleverd op het eerste hoofdstuk van het jaarverslag van de Raad van State. De Raad waarschuwt daarin voor het zien van rechtsstatelijke overwegingen in de politiek als een soort van sluitpost. Zouridis, Wierenga en Niemeijer vragen zich af op basis van welke empirische feiten de conclusies van de Raad van State zijn gebaseerd en of deze wel de juiste oorzaken voor het afkalven van de rechtsstaat in het vizier heeft. De auteurs van deze reactie vragen zich op hun beurt echter af of het betoog in dat artikel op zijn beurt wel op voldoende empirische onderbouwing steunt. Het gaat de auteurs daarbij met name om de onderbouwing van de stelling dat bestuur en wetgever ‘regelverslaafd’ zijn, de vraag wat het aantal wettelijke regels zegt over het rechtsstatelijke gehalte van de samenleving en welke rol overheidsjuristen vervullen bij het bewaken van rechtsstatelijke normen. Aan het slot van de bijdrage gaan de auteurs in op de vraag of er niet sprake is van een bredere trend, die twijfels oproept over de wijze waarop binnen het rechtswetenschappelijk onderzoek met empirische data en bronnenonderzoek wordt omgegaan.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.

Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Artikel

Samenwerking tussen inspecties over de grenzen heen: vormen, redenen, uitdaging en strategie

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Europese regelgeving, samenwerken, inspectiediensten, internationaal
Auteurs Prof. dr. Martijn Groenleer
SamenvattingAuteursinformatie

    In vrijwel alle beleidssectoren is sprake van afstemming tussen nationale inspecties over de wijze waarop ze toezicht houden op de uitvoering van Europese regels. In sommige gevallen wordt verregaand Europees samengewerkt tussen inspecties of vindt zelfs centralisering van toezicht plaats op Europees niveau. De vraag is dus niet zozeer of nationale inspecties samenwerken, veel meer in welke vorm ze dat doen en met welke redenen. Deze vragen staan centraal in dit artikel. Het artikel maakt een eerste inventarisatie en classificatie van de institutionele vormgeving van Europese samenwerking en ontwikkelt een voorlopige typologie van de overwegingen die inspectiediensten hebben voor zulke samenwerking.


Prof. dr. Martijn Groenleer
M.L.P. Groenleer is hoogleraar recht en bestuur aan Tilburg University en directeur van het Tilburg Center for Regional Law and Governance (TiREG).
Praktijk

Het belonen van commissarissen in aandelen: alignment versus onafhankelijkheid?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Corporate Governance Code, beloningsbeleid, Beloning van commissarissen
Auteurs T.C.A. Dijkhuizen Mr. MPhil
SamenvattingAuteursinformatie

    In een tijdsgewricht waarin de aan bestuurders van Nederlandse beursvennootschappen toegekende beloningen steeds breed worden uitgemeten in de landelijke media en publieke ophef tot gevolg hebben, is het evident dat de beloning als onderwerp terug zou komen in het consultatievoorstel tot herziening van de Corporate Governance Code. De auteur bespreekt de voorgestelde principes en best practice bepalingen over de beloning, waarbij hij ingaat op het voorstel om het mogelijk te maken commissarissen in aandelen te belonen. De vraag rijst of met het belonen van commissarissen in de vorm een variabele beloning de onafhankelijkheid van deze commissarissen in het geding komt.


T.C.A. Dijkhuizen Mr. MPhil
Mr. T.C.A. Dijkhuizen MPhil is als promovendus verbonden aan de afdeling Ondernemingsrecht en het Hazelhoff Centre for Financial Law van Universiteit Leiden.
Artikel

Tegenstrijdig belang

Recente ontwikkelingen sinds de wetswijziging in 2013

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2016
Trefwoorden tegenstrijdig belang, Bruil, besluitvormingsregeling, materiële benadering, art. 2:239 BW
Auteurs Mr. E. Zwerus en Mr. S.R. Brand
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de inwerkingtreding van de Wet bestuur en toezicht per 1 januari 2013 heeft de externe vertegenwoordigingsregeling plaats moeten maken voor een interne besluitvormingsregeling bij tegenstrijdig belang van bestuurders. De invulling van het tegenstrijdig-belangbegrip is met de wijziging van de huidige regeling niet veranderd. De criteria zoals door de Hoge Raad geformuleerd in het 2007 gewezen Bruil-arrest zijn nog steeds leidend.


Mr. E. Zwerus
Mr. E. Zwerus is werkzaam als advocaat bij De Bok Roijers Gasseling Advocaten te Rotterdam.

Mr. S.R. Brand
Mr. S.R. Brand is werkzaam als advocaat bij De Bok Roijers Gasseling Advocaten te Rotterdam.
Discussie

Het episodisch geheugen en getuigenverhoor: wat moeten politieverhoorders hiervan weten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Episodic memory, Interviewing witnesses, Quality interviews, Police practice
Auteurs Drs. Imke Rispens en Adri van Amelsvoort
SamenvattingAuteursinformatie

    Last year the article ‘Episodic memory and interviewing witnesses. What do police interviewers know about this topic?’ (Odinot, Boon & Wolters, 2015, TvC, 57(3), 279-299) was published in this journal. The article describes a study that explored the knowledge of police interviewers about episodic memory. The researchers concluded that police interviewers had insufficient knowledge of episodic memory and that this was related to the lack of psychological terms in the manual of the curriculum of police training. In this article we describe the lack of scientific consensus about episodic memory and the consequences of this for doing research with lists with theses about this subject. Differences between interviewing witnesses and suspects will be discussed. We also question whether it is necessary that police interviewers have thorough knowledge of episodic memory. More important is what knowledge does police need when doing interviews and how are these conducted? Some factors have a negative impact on the quality of those interviews, so we end up with some recommendations for improving the quality of interviews in police practice.


Drs. Imke Rispens
Drs. I.W. Rispens is recherchepsycholoog en als docent en gedragswetenschapper werkzaam bij de Politieacademie.

Adri van Amelsvoort
A.G. van Amelsvoort is freelance senior adviseur en docent. Hij was daarvoor hoofdinspecteur van politie in de functie van teamleider en kennismakelaar bij de Politieacademie. Hij is redacteur van de recherche-onderwerpen in de digitale kennisbank van Stapel & De Koning.
Artikel

Over de vraag naar de kwaliteit van de bemiddelaar

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Bemiddelaar, kwaliteit, Rechtskarakter herstelrecht, Strafrechtspleging
Auteurs Leo Van Garsse
SamenvattingAuteursinformatie

    Some believe that the credibility of restorative justice can be increased if more attention is given to the quality of the mediator, as well as methods to select people with the right profile or by training. At first glance this seems a legitimate aim: mediation services should offer quality. Reflecting on practical experience and research into mediation between offenders and victims in Flanders, the author problematizes these assumptions. The quest for tangible quality to ensure ‘credibility’ refers to a neo-liberal approach aimed at reducing risks and promoting the client’s satisfaction. In this article the author confronts the apolitical approach of client satisfaction with alternative ideas about (restorative) justice. Ideally, the mediator is critical of established (legal) authorities and professional expertise. Mediation is political in nature, even if the mediator relies on neutrality. The mediator must be aware of his – inevitable – political stance and should be ready to be interrogated on this matter.


Leo Van Garsse
Leo Van Garsse is oud-herstelbemiddelaar en momenteel werkzaam bij het vicariaat Mechelen – Vlaams Brabant als stafmedewerker voor territoriale pastoraal.
Article

Access_open ‘We Do Not Hang Around. It Is Forbidden.’

Immigration and the Criminalisation of Youth Hanging around in the Netherlands

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Criminalisation of youth hanging around, culture of control, immigration and discrimination
Auteurs Thaddeus Muller
SamenvattingAuteursinformatie

    The focus in this article is the ‘criminalisation’ of youth hanging around with the emergence of bans on hanging around. A critical social constructivist approach is used in this study, which draws predominantly on qualitative primary data collected between the late 1980s and 2010s. The article compares indigenous with immigrant youth, which coincides with, respectively, youth in rural communities and youth in urban communities. This study shows that there is discrimination of immigrant youth, which is shaped by several intertwining social phenomena, such as the ‘geography of policing’ – more police in urban areas – familiarity, sharing biographical information (in smaller communities), and the character of the interaction, normalising versus stigmatising. In further research on this topic we have to study (the reaction to) the transgressions of immigrant youth, and compare it with (the reaction to) the transgressions of indigenous youth, which is a blind spot in Dutch criminology.


Thaddeus Muller
Thaddeus Muller, Ph.D., is senior lecturer at the Lancaster University Law School.
Redactioneel

Hoe vullen we de gevangeniscellen?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2016
Auteurs Mr. dr. Sigrid van Wingerden
Auteursinformatie

Mr. dr. Sigrid van Wingerden
Mr. dr. Sigrid van Wingerden is als universitair docent Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. Zij is tevens voorzitter van de redactie van PROCES.

Mr. Coosje Peterse
Mr. Coosje Peterse is bestuurslid van de Haagse vereniging van jeugdrechtadvocaten (HVJA), (jeugdrecht)advocaat bij Sennef De Koning van Eenennaam Advocaten in Den Haag en redacteur van PROCES.
Toont 1 - 20 van 43 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.