Zoekresultaat: 54 artikelen

Jaar 2019 x

    Na een lange wetsgeschiedenis is op 19 maart 2019 het voorstel voor de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) aangenomen door de Eerste Kamer. De inwerkingtreding van de WAMCA is op korte termijn te verwachten. In deze bijdrage wordt de WAMCA op hoofdlijnen besproken. Tevens worden enkele kritische kanttekeningen en vraagtekens bij deze wet geplaatst.

Carla Klaassen
Prof. mr. C.J.M. Klaassen is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij is lid van de Adviescommissie voor burgerlijk procesrecht.

Annotatie Lang

Voorbereiding van terrorisme

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Syriëgangers, Terrorisme, Uitreizigers
Auteurs Mr.dr. Marloes van Noorloos

Mr.dr. Marloes van Noorloos
Mr. dr. L.A. van Noorloos is universitair hoofddocent strafrecht aan Tilburg Law School en redactielid van dit tijdschrift.

Access_open The Potential of Public Policy on Open Access Repositories

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2019
Trefwoorden public policy, dissemination, governance, open access, repositories
Auteurs Nikos Koutras

    To address the potential of public policy on the governance of OARs it is necessary to define what is meant by public policy and the importance of public policy in designing an efficient governance framework. Critical components are the subject matter of public policy and its objectives. Hence, it is useful to consider declarations, policies and statements in relation to open access practice and examine the efficiency of these arrangements towards the improvement of stakeholders’ engagement in governance of OARs. Secondly, policies relating to dissemination of scientific information via OARs should be examined. In this regard, it is relevant to consider the public policy basis for Intellectual Property (IP) laws that concerning the utility of OARs. Therefore, economic theories relevant with the role of IP laws should be examined. Such examination depicts to what extend these laws facilitate the utility of OARs. In order to specify justifications for the desirability of OARs the objectives of social theories should be also considered. Thus, there is consternation that without legal protection against copying the incentive to create intellectual property will be undermined. As scholarly communication infrastructure evolves, it is necessary to recognize the efforts of the relationship between Intellectual Property Rights (IPRs) and communication technologies in the context of public policy and after engagement with it. After employing such multilevel approach, the paper argues about a socio-economic framework to enhance the governance of OARs through public policy.

Nikos Koutras
Postdoctoral Researcher, Faculty of Law, University of Antwerp.

    This article relies on the premise that to understand the significance of Open Access Repositories (OARs) it is necessary to know the context of the debate. Therefore, it is necessary to trace the historical development of the concept of copyright as a property right. The continued relevance of the rationales for copyright interests, both philosophical and pragmatic, will be assessed against the contemporary times of digital publishing. It follows then discussion about the rise of Open Access (OA) practice and its impact on conventional publishing methods. The present article argues about the proper equilibrium between self-interest and social good. In other words, there is a need to find a tool in order to balance individuals’ interests and common will. Therefore, there is examination of the concept of property that interrelates justice (Plato), private ownership (Aristotle), labour (Locke), growth of personality (Hegel) and a bundle of rights that constitute legal relations (Hohfeld). This examination sets the context for the argument.

Nikos Koutras
Postdoctoral Researcher, Faculty of Law, University of Antwerp.

Het opzettelijk groeimodel van het jeugdstrafrecht

Hoe jeugdigen de klos zijn van bewust onbekwame politici

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2019
Trefwoorden Jeugdzorg, Jeugdbeleid, Jeugdstrafrecht, Onbekwame politici
Auteurs Prof. dr. René Clarijs

    The Dutch youth policy limits itself to children who have or cause problems. Our Youth Law is even only related to youth care.
    The consequences are disastrous: the results are extremely poor, especially in comparison with other countries. Scandinavian and Eastern European countries have a comprehensive infrastructure to offer children a useful, relaxed and pleasant leisure time. The motto of these leisure time organisations is inclusion. They choose for dilution (some criminal or civil law children are placed together with normal children), while we organise compaction of the problems (we put them all together in one institution).
    The Netherlands prefers an unbalanced youth policy, where anything has been professionalized, whereby we look at children through worrying glasses. We do not see chances for development, but worrisome developments.
    Politicians do not want to be informed about a better solution. They are consciously incompetent. Criminal law should look at that situation.

Prof. dr. René Clarijs
Prof. dr. René Clarijs is hoogleraar aan de Universiteit Sint-Petersburg in Rusland, hoofdredacteur van Jeugdbeleid, auteur, en zelfstandig gevestigd beleidsadviseur.

Een andere benadering van het right to challenge

De concessie als kern van een algemene regeling?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2019
Trefwoorden uitdaagrecht, right to challenge, concessie, buurtconcessie, verordening
Auteurs Mr. O. Kwast

    Een algemene regeling van het uitdaagrecht lijkt verkeken. Te veel knelpunten. Maar wat als dat geen obstakels zijn voor wettelijke regeling, maar symptomen van het ontbreken daarvan? Deze bijdrage laat zien dat een algemene regeling denkbaar is, door niet het uitdaagrecht zelf te regelen, maar de bevoegdheid om over een uitdaging te beslissen. De concessie is daarvan de kern. En als een algemene regeling van concessies denkbaar is, dan is een regeling voor buurtconcessies als gemeentelijk instrument voor het uitdaagrecht dat ook.

Mr. O. Kwast
Mr. O. (Olaf) Kwast is oprichter van en wetgevingsjurist bij Wetgevingswerken

Reprise: naar een nieuwe coördinatieregeling in de Awb

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden samenhangende besluiten, indeplaatstreding, coördinatie
Auteurs L.R.M.A. (Nard) Beurskens LLB en Mr. J.H.N. (Jelmer) Ypinga

    In dit artikel bespreken de auteurs het voorstel voor een nieuwe coördinatieregeling in afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht.

L.R.M.A. (Nard) Beurskens LLB
L.R.M.A. Beurskens LLB is onderzoeksmasterstudent aan de Radboud Universiteit en de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. J.H.N. (Jelmer) Ypinga
Mr. J.H.N. Ypinga is werkzaam als juridisch medewerker bij Stibbe te Amsterdam.

De accountantsorganisatie en het inzagerecht van art. 843a Rv

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2019
Trefwoorden accountant, beroepsaansprakelijkheid, AFM, interne positiebepaling, controledossier
Auteurs Mr. J.C. van Nass

    In procedures over de beroepsaansprakelijkheid van accountants speelt de administratie van de accountantsorganisatie een belangrijke rol. Het inzagerecht van art. 843a Rv geeft onder omstandigheden toegang tot het controledossier van de accountant, maar niet tot vertrouwelijke informatie die is uitgewisseld met de AFM en evenmin tot informatie die dient ter interne positiebepaling.

Mr. J.C. van Nass
Mr. J.C. van Nass is advocaat bij Ysquare te Amsterdam.

Prof. dr. Dina Siegel
Prof. dr. Dina Siegel is hoogleraar criminologie bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht.

Sharia in het Westen (I)

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Sharia in het Westen, islamitisch recht, religieus recht, rechtsvergelijking, juridisch pluralisme
Auteurs Prof. dr. mr. Maurits S. Berger

    The notion of ‘sharia in the West’ is by now fairly well established, both in social, political and scientific circles, but both the terms ‘sharia’ and ‘West’ remain difficult to define. It is therefore striking that the combination of these two terms is used with such self-evidence. This article wants to answer the question: what exactly is the sharia that Western Muslims arguably want, and how is this sharia received in the West? To this end, a model is presented that provides a description of the complex interaction between sharia as practiced by Western Muslims on the one hand, and the conditions that the Western environment sets for it on the other. The model shows that ‘sharia’ cannot be compared to a law system, and that the Western environment has a major influence on the extent and ways in which Muslims apply sharia. From a Western perspective, the model shows that sharia issues are mainly discussed in legal terms, while most controversies are not of a legal nature, but rather a cultural one.

Prof. dr. mr. Maurits S. Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden en directeur van de Leiden Islam Academie. Tevens is hij senior research associate aan Instituut Clingendael, en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.

Criminaliteit, digitalisering en de online sociale wereld: dezelfde processen in een nieuwe sociale context?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2019
Trefwoorden digitalisation, crime, cybercrime, social media, online
Auteurs Prof. dr. Frank Weerman

    This contribution reflects on the criminological meaning of the still ongoing trend of digitalisation. What does this mean for crime as a phenomenon and for the explanation of criminal behaviour? Not only did we see the emergence of new types of offending, also the context of crime has changed. In principle, the underlying explanatory processes can remain the same, but their application in the online world is complex and deserves further attention. Online social interactions are not only important for online crime, but also for traditional offenses. However, systematic research on how this actually takes place is scarce.

Prof. dr. Frank Weerman
Prof. dr. F.M. Weerman is bijzonder hoogleraar jeugdcriminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam.

Zorg voor en zorgen om alleenstaande minderjarige vreemdelingen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2019
Trefwoorden unaccompanied minor asylum seekers, mental health problems, mental health care, resilience, guardianship
Auteurs Prof. dr. Monika Smit

    Among the asylum seekers arriving in Europe are unaccompanied minors (UMAs). As a result of the often traumatic experiences before and during their flight, many have mental health problems. The question is how they cope in the country of destination. After the flight, the plight is not over: destination countries are often not welcoming in all respects, UMAs may encounter violence in reception facilities, and experience stress related to the asylum procedure and possible family reunification, as well as worries about relatives left behind. Although UMAs are also known to be resilient, and most are supported by family members and/or significant others, there are worries about their transition to adulthood. When they turn 18, they have to deal with the developmental tasks that come with that age, as well as to come to terms with past experiences. At the same time their guardianship ends, and they are supposed to manage on their own in the relatively new country. Many UMAs seem to manage, but it would be helpful if the 18 years age limit could be used flexible when necessary.

Prof. dr. Monika Smit
Prof. dr. M. Smit is hoofd van de Onderzoeksafdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en Vreemdelingenaangelegenheden van het WODC en bijzonder hoogleraar Psychosociale zorg voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Access_open Toezicht, de stad en de regio

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden decentralisatie toezicht, regiovorming, toezicht
Auteurs Martijn Groenleer

Martijn Groenleer
Prof. dr. M.L.P. Groenleer is hoogleraar recht en bestuur aan Tilburg University en directeur van het Tilburg Center for Regional Law and Governance (TiREG) en redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.

Access_open Controleren van gemeentelijke samenwerking

Een blik op interbestuurlijk toezicht vanuit het perspectief van gemeenteraden

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden interbestuurlijk toezicht, democratische controle, horizontale controle, gemeenteraad, gemeenschappelijke regelingen
Auteurs Klaartje Peters

    Gemeenteraden worstelen met hun controlerende taak, zeker ten aanzien van de grote regionale samenwerkingsverbanden zoals de Veiligheidsregio, de GGD en de Omgevingsdienst. De kwaliteit van de informatievoorziening over prestaties van die verbanden is een belangrijk knelpunt. Bij nadere beschouwing blijkt dat Rijksinspecties en de provincies in hun rol als interbestuurlijk toezichthouder regelmatig onderzoek doen naar gemeenten en hun samenwerkingsverbanden dat voor gemeenteraden uiterst bruikbaar is. Gemeenteraden lijken daar weinig gebruik van te maken, deels doordat zij niet worden geïnformeerd over de onderzoeken en de resultaten ervan. Dat moet veranderen: er moet bij toezichthouders meer oog komen voor het belang van gemeenteraden als eerste controleur van het gemeentebestuur.

Klaartje Peters
Prof. dr. K. Peters is zelfstandig onderzoeker, rekenkamerlid en bijzonder hoogleraar Lokaal en regionaal bestuur aan de Universiteit Maastricht.

Controleren van gemeentelijke samenwerking

Een blik op interbestuurlijk toezicht vanuit het perspectief van gemeenteraden – Reflectie

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden interbestuurlijk toezicht, democratische controle, horizontale controle, gemeenteraad, gemeenschappelijke regelingen
Auteurs Marcel van Dam

Marcel van Dam
Dr. M. van Dam is politiek-bestuurlijk adviseur, onderzoeker en interim-manager. Momenteel is hij interim-griffier van de gemeenteraad van Rotterdam.

Conflict narratives and conflict handling strategies in intercultural contexts

Reflections from an action research project based on restorative praxis

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2019
Trefwoorden action research, conflict, restorative justice, intercultural contexts
Auteurs Brunilda Pali

    A rapidly growing field of research and practice, restorative justice has primarily found its gravitational centre within the criminal justice system, as an alternative of dealing with the aftermath of crime. Less explored remains the application of restorative justice in complex, urban, or intercultural contexts, an application which raises a whole set of conceptual and practical challenges. This article is based on an action project which aimed to research conflict narratives in intercultural contexts and transform them through restorative praxis. Mostly used in educational, organizational, and health care settings, action research remains an underused but a highly interesting methodology for criminology and criminal justice research. Its alternative epistemology makes it particularly apt for scientific projects that aim both at investigating crime and justice related issues and at engendering change, either at the level of criminal justice or communities. Although action research has focused mostly on creating change at the level of practical knowledge, when conceived in a critical manner, action research aims not only at improving the work of practitioners, but also at assisting them to arrive at a critique of their social or work settings. Practice concerns at the same time problem setting or problem framing. By zooming into one of the case studies of the project, more specifically the social housing estates in Vienna, I focus in this article specifically on the tensions and dilemmas created by processes of engagement in a problematizing approach to the context and to practice. During these processes, together with other social actors, such as inhabitants and professionals, we named problems (in our case social conflicts) and framed the context in which we addressed them. I argue that participatory forms of inquiry, such as action research, should actively reframe rather than merely describe contexts and problems they work with.

Brunilda Pali
Brunilda Pali is FWO Postdoctoral researcher, Leuven Institute of Criminology, Leuven, Belgium.

Access_open Towards Responsible Business Conduct in Global Value Chains: Relevant Legal Developments in the Netherlands

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2019
Trefwoorden responsible business conduct, business and human rights, corporate social responsibility, sustainable development, the Netherlands
Auteurs Liesbeth Enneking en Jeroen Veldman

    The past few decades have seen an increasing scrutiny of the impacts – both positive and negative – that companies have on the societies in which they operate. The search for adequate responses to such scrutiny is reflected in developments in the societal, political and academic debate on three separate but interrelated concepts: corporate social responsibility, business and human rights and responsible business conduct. The focus in this Special Issue will be on law and policy relating to responsible business conduct in global value chains. The contributions in this Special Issue identify relevant developments and institutions in the Netherlands, including rules and regulations related to trade, investment and corporate governance as well as cases related to corporate and consumer responsibilities, and assess their role in relation to the potential to provide a positive response to the concern about the human and environmental impacts of business activities. Together, they provide a multi-perspective view of relevant gaps and/or best practices with regard to regulatory governance in the Netherlands while at the same time enabling a comparative debate on the extent to which these diverse developments and institutions are in line with stated policy goals in this context both at national and EU levels. In doing so, this Special Issue aims to contribute to further coherence between national and EU policies with regard to RBC in global value chains and sustainable development.

Liesbeth Enneking
Liesbeth Enneking is Professor of Legal Aspects of International Corporate Social Responsibility at the Erasmus University in Rotterdam, the Netherlands.

Jeroen Veldman
Jeroen Veldman is Visiting Professor at the Interdisciplinary Institute for Innovation at Mines ParisTech in Paris, France and Honorary Senior Visiting Fellow at Cass Business School in London, UK.

De toekomst van het concordantiebeginsel

Een onderzoek naar de vraag of het concordantiebeginsel zoals neergelegd in artikel 39 Statuut in de huidige vorm gehandhaafd moet blijven

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2019
Trefwoorden concordantiebeginsel, Statuut, landsaangelegenheid, consultatieplicht, leemte in de wet
Auteurs E. van Keeken

    Heeft het concordantiebeginsel na de herstructurering van 10 oktober 2010 nog een toekomst? Een literatuuronderzoek heeft tot de volgende conclusies geleid. Het concordantiebeginsel moet blijven bestaan. De open norm van artikel 39 lid 1 Statuut moet gehandhaafd blijven, daar het een landsaangelegenheid betreft. Omdat er veel onbewuste discordantie plaatsvindt, moet artikel 39 lid 2 Statuut aangescherpt worden. Concordantie van rechtspraak moet bij een leemte in de wet in lijn met de juridisch meest zuivere visie van Lewin afgebakend worden in het Statuut onder andere met het oog op de machtenscheiding en de autonomie van de Caribische landen.

E. van Keeken
E. van Keeken is masterstudent Nederlands Recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Frits Posthumus
Mr. Frits Posthumus is advocaat-generaal bij het Ressortsparket, vestiging Amsterdam.

Access_open Landelijke evaluatie van de verschillende vormen van piketmediation: best practices en knelpunten

Tijdschrift Family & Law, oktober 2019
Auteurs mr. Daniëlle Brouwer, mr. Eva de Jong, prof. mr. Lieke Coenraad e.a.

    Piketmediation is een vorm van mediation naast rechtspraak maar dan in de vorm van een pressure-cooker. Typerend voor piketmediation is dat de mediation plaatsvindt in het gerechtsgebouw en dat in beginsel direct na het eerste gesprek een terugkoppeling plaatsvindt aan de rechter. Het doel van piketmediation is om een verdere escalatie van het conflict te beperken en partijen een dienst te bieden waardoor zij snel tot een oplossing kunnen komen. Piketmediation wordt veelal aangeboden in de voorlopige voorzieningenprocedure.
    In opdracht van de Raad voor de rechtspraak is empirisch onderzoek uitgevoerd binnen het Amsterdams Centrum voor Familie & Recht (ACFL) van de Vrije Universiteit Amsterdam. In dit onderzoek zijn verschillende aanbiedingsvormen van piketmediation geëvalueerd die worden aangeboden door zeven gerechten: in een aantal gerechten zijn piketmediation pilots uitgevoerd en in andere is piketmediation reeds een reguliere werkwijze is geworden. In totaal zijn er 120 dossiers gescoord, 39 interviews afgenomen en een expertmeeting gehouden met 14 professionals. De bevindingen uit het dossieronderzoek, de interviews en de expertmeeting tezamen hebben geleid tot een algemeen rapport over de best practices en knelpunten van piketmediation met enkele aanbevelingen betreffende vormen van piketmediation die goed blijken te werken in de praktijk.
    Picket mediation (in Dutch: piketmediation) is a form of mediation which runs alongside normal court procedures, and is held in a pressure-cooker-like environment. It typically takes place in the courthouse and in principle, the outcome of the mediation is reported back to the judge after the first session. Such mediation is intended to limit any further escalation of a conflict and also to offer parties a service with which they can quickly resolve a situation themselves. Picket mediation is often offered in the provisional provisions procedure.
    At the request of The Council for the Judiciary, an empirical study of picket mediation was conducted by the Amsterdam Center for Family & Law (ACFL) of the VU University Amsterdam. Various forms of picket mediation as offered by seven courts were evaluated in this study. While some courts are conducting picket mediation pilots, others already have implemented picket mediation as a regular procedure. For this study a total of 120 files were scored, 39 interviews were conducted and an expert meeting was held with 14 professionals. The combined findings from these events have led to a general report on the best practices and challenges of picket mediation. A number of recommendations regarding forms of picket mediation that appear to work well in practice are additionally included.

mr. Daniëlle Brouwer
Daniëlle Brouwer is advocate bij bureau Brandeis.

mr. Eva de Jong
Eva de Jong is advocate bij SmeetsGijbels advocaten.

prof. mr. Lieke Coenraad
Lieke Coenraad, Vrije Universiteit Amsterdam.

prof. mr. Masha Antokolskaia
Masha Antokolskaia, Vrije Universiteit Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 54 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.