Zoekresultaat: 9 artikelen

x
Jaar 2014 x
Artikel

Recht op toegang tot een advocaat in het strafproces.

Enkele gedachten naar aanleiding van de implementatie van Richtlijn 2013/48/EU.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden Richtlijn 2013/48/EU, recht op toegang tot een raadsman, Salduz
Auteurs Prof. mr. Jan Boksem
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 22 oktober 2013 werd Richtlijn 2013/48/EU (hierna: de Richtlijn) vastgesteld. Deze Richtlijn bevat onder meer minimumvoorschriften betreffende het recht van de verdachte op toegang tot een advocaat in strafprocedures. De advocaat moet op zijn beurt de fundamentele aspecten van de verdediging onverkort kunnen waarborgen. De Richtlijn dient uiterlijk op 27 november 2016 in de nationale wetgeving te zijn geïmplementeerd. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de (mogelijke) gevolgen van de implementatie van de Richtlijn voor de Nederlandse rechtsorde.
    Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming, Pb. EU 2013, L 294.


Prof. mr. Jan Boksem
Prof. mr. J. (Jan) Boksem is werkzaam als bijzonder hoogleraar verdediging in strafzaken bij Maastricht University en is tevens advocaat bij Anker & Anker Strafrechtadvocaten te Leeuwarden.

Willem H. van Boom
Prof dr. Willem van Boom is a professor of law. As of August 2014, he holds tenure at Leiden Law School.

    The Versailles Treaty (Art. 227) called for the prosecution of Wilhelm II, the German ex-Kaiser. Because of the refusal of the Dutch Government to surrender Wilhelm, a trial never took place. This paper tries to elaborate some questions concerning this possible trial. What was the background of the said Treaty paragraph? What would have happened when Wilhelm had been surrendered? Based on a report of a special committee to the peace conference, the possible indictment is discussed. The authors try to elaborate some thoughts for answering the question about Wilhelm’s criminal responsibility, especially as author of the war (‘ius ad bellum’) by starting an aggressive war and/or by violating the neutrality of Belgium and Luxemburg. Wilhelm’s possible responsibility for violations of the ‘ius in bello’ (laws and customs of war) in Belgium, France, and Poland and/or by ordering an unlimited submarine war is discussed as well. It is concluded that it would have been very difficult for the tribunal to have Wilhelm find criminal responsible for the indictment, except for the violation of the neutrality of Belgium and Luxemburg. But then, the tribunal would have been obliged to answer fundamental questions about the command responsibility of Wilhelm. From a point of view of international criminal law, it is rather unfortunate that the unique opportunity for a ‘Prologue to Nuremberg’ was not realised, although a trial would not have made history take a different turn than it did in the twentieth century after the ‘Great War’.


Paul Mevis
P.A.M. Mevis is professor of criminal law at the Erasmus University Rotterdam. Prof. Mevis wrote before ‘De berechting van Wilhelm II’, in J. Dohmen, T. Draaisma & E. Stamhuis (ed.), Een kwestie van grensoverschrijding. Liber amicorum P.E.L. Janssen (2009), at 197-231.

Jan M. Reijntjes
J.M. Reijntjes is professor of (international) criminal law at the University of Curaçao.

    Since 2005, Dutch victims of serious crime have the right to make an oral statement in court (‘spreekrecht’). In the past decade, the Dutch criminal justice system has accommodated this right to make an oral statement with regard to the consequences of the crime; no major problems have occurred. Indeed, only a minority of the victims consumes this right (ca. 230 cases annually), the majority prefers to lodge a written statement. Nevertheless, the Dutch legislature is of the opinion that the right to make an oral statement should be extended and has lodged a draft-proposal recently. The aim is to provide crime victims a right to put forward an advice to the judge at the trial session, such an advice relating to the full scheme of judicial decision-making (truth, legal qualification, punishment). Such a provision resembles a Victim Statement of Opinion, used in the American scheme of justice, and even exceeds this. The draft has been met with criticism, only the Dutch Victim Support is in favor. One of the objections heard is the one dimensional focus underlying the draft: by focusing on a specific group of victims – those who have suffered from serious crimes – the legislature neglects the heterogeneous nature of victims’ needs.


Renée Kool
Renée Kool is als universitair hoofddocent verbonden aan Ucall en het Montaigne-Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Utrecht en redacteur van dit blad.
Artikel

Probleemoplossingsgericht denken bij witwassen van uit eigen misdrijf afkomstige voorwerpen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Witwassen, Eigen misdrijf, Uitzondering, Poging tot witwassen
Auteurs Mr. Joost Verbaan en Mr. dr. Joost Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    According to the text of the law and the meaning of the (international and) Dutch legislator, someone can also commit the crime of money laundering when the illegal proceeds originate from a crime he committed himself. The acquisition or possession of property that was derived from criminal activity is also considered as money laundering regardless whose criminal activity it was. The Dutch Supreme Court made an exception for situations in which the defendant has done nothing to conceal or disguise the criminal background of the property. This means that, for instance, when a drug dealer has hidden his ‘dirty money’ in or around his house, it cannot be qualified as money laundering. This poses problems for investigative authorities. In this article, the possibility of regarding the act of hiding and keeping hidden money as an attempt to launder money, based on the presumption that every act involving the hidden or kept money will result in money laundering, is researched.


Mr. Joost Verbaan
Mr. Joost Verbaan is docent Straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en directeur van het Erasmus Centre for Penal Studies van die universiteit.

Mr. dr. Joost Nan
Mr. dr. Joost Nan is universitair docent Straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat bij Gilhuis Advocaten te Dordrecht.

Mr. A. Hammerstein
Prof. Hammerstein is raadsheer in buitengewone dienst Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Naar een vervanging van de unus-testisregel van artikel 342 lid 2 Sv

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2014
Trefwoorden unus testis, bewijsmotivering, bewijsbeslissing, bewijsminimum
Auteurs Mr. dr. Joost S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    The rule that a conviction cannot be based on the statement of just one witness, is codified in article 342 of the Dutch Criminal Procedural Code. The Supreme Court has recently demanded that such a statement finds sufficient support in other evidence and that sometimes the trial judge needs to specify why that statement is corroborated enough by other evidence. However, the Supreme Court has always given a very marginal meaning to this rule, by allowing convictions which basically are substantiated by only that one statement. The evidence supporting the story of the witness does not have to prove that the crime actually took place, nor that is indeed the defendant who has committed it. In this article, I propose the replacement of the rule with a well-founded motivated ruling of the trial judge on this subject.


Mr. dr. Joost S. Nan
Mr. dr. Joost S. Nan is universitair docent Straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat.
Artikel

De speelruimte van de strafrechter

Een pleidooi voor een meer open en transparante opstelling

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2014
Trefwoorden strafrecht, onpartijdigheid, rechter, wraking
Auteurs Mr. Leonard de Weerd en Mr. Liza Stapel
SamenvattingAuteursinformatie

    A fair trial can only be guaranteed if a judge gives as much insight in his line of thinking as possible and if a judge is actively participating in finding the truth in a criminal case. According to statutes and case law a judge has a lot of freedom to show how he feels about certain things during criminal proceedings. A challenge to a judge shall not quickly be admissible. Still, a judge needs to be impartial and willing to review his preliminary decision/opinion.


Mr. Leonard de Weerd
Mr. Leonard de Weerd is senior rechter bij de Rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, afdeling strafrecht.

Mr. Liza Stapel
Mr. Liza Stapel is senior juridisch medewerkster Midden-Nederland, locatie Utrecht, afdeling strafrecht.

    In dit stuk zetten de auteurs de huidige stand van zaken rond het recht op consultatiebijstand voor niet-aangehouden verdachten uiteen en betogen zij dat de rechtspraak van de Hoge Raad ter zake de consultatiebijstand voor deze categorie verdachten de toets van het EHRM niet kan doorstaan.


mr. J.T.E. Vis

mr. E. van Reydt
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.