Zoekresultaat: 5 artikelen

x
Jaar 2021 x

    Sinds 2014 kunnen zorginstellingen de rechter vragen een vertegenwoordiger voor een cliënt te benoemen of te ontslaan. Het is niet de bedoeling dat een instelling die bevoegdheid aangrijpt om kritische familie buitenspel te zetten. Soms kan er echter sprake zijn van een vastgelopen situatie waarin de instelling weinig andere opties heeft.


Mr. drs. S.E. Garvelink
Sebastiaan Garvelink is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht.
Artikel

Zo moeiteloos als voor het ongeluk gaat het niet meer

Tijdschrift Afwikkeling Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Letselschade, Niet aangeboren hersenletsel (NAH), Personenschade
Auteurs Drs. S. de Roos
SamenvattingAuteursinformatie

    Per jaar krijgen van zo’n 20.000 kinderen (of hun ouders) tot 24 jaar te horen dat zij een Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH) hebben opgelopen, bijvoorbeeld door een val, ongeluk, vechtpartij, neurologische aandoening of ziekte.


Drs. S. de Roos
Suzanne de Roos studeerde in 2004 af als orthopedagoog en onderwijskundige (richting leerproblemen).
Artikel

Access_open Vergoeding van shockschade sinds de invoering van de Wet vergoeding affectieschade

Een greep uit en op de rechtspraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden geestelijk letsel, cumulatie, hoogte, niet-ontvankelijkheid, confrontatievereiste
Auteurs Mr. A.M. Overheul
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt middels een eerste, verkennende jurisprudentieanalyse inzichtelijk gemaakt wat speelt op het gebied van vergoeding van immateriële schade in de context van shockschade na inwerkingtreding van de Wet vergoeding affectieschade. De uitspraken zijn geanalyseerd op basis van de cumulatie van de shock- en affectieschadevordering, de hoogte van de vergoeding van immateriële schade in geval van een shockschadevordering, de niet-ontvankelijkheid van de shockschadevordering, het confrontatievereiste en het vereiste van geestelijk letsel. Aan dit laatste vereiste komt in deze bijdrage bijzondere aandacht toe bij bespreking van het juridisch kader.


Mr. A.M. Overheul
Mr. A.M. Overheul is als promovenda verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en Empirical Research into Institutions for Conflict Resolution (ERI) van de Universiteit Utrecht. Haar onderzoek gaat over compensatiesystemen voor beroepsziekten als alternatief voor de klassieke route van het aansprakelijkheidsrecht.
Artikel

De last tot een uitgave van geld of goed: verplichting en vorderingsrecht?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden geld, Legaat, aansprakelijkheid, Verhaal, goed
Auteurs Mr. dr. R.E. Brinkman
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreekt de auteur de last tot uitgave van geld of van een goed, al dan niet ‘uit de nalatenschap’, aan een of meer personen ten laste van een of meer (of de gezamenlijke) erfgenamen. De keuze van de wetgever om een dergelijke last niet meer als schuld van de nalatenschap te beschouwen, en de daaruit voortvloeiende aanpassingsoperatie van de nodige bepalingen in Boek 4 BW, heeft soms tot onnauwkeurige, soms tot inconsistente en soms zelfs tot onjuiste resultaten geleid.


Mr. dr. R.E. Brinkman
Mr. dr. R.E. Brinkman is notaris te Hardenberg, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Artikel

Access_open ‘Voltooid leven’ en de grenzen van het medisch domein

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden toegang tot dodelijke middelen, medisch geclassificeerde ziekte, pil van Drion, existentieel lijden
Auteurs Prof. dr. G.A. den Hartogh
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit het Perspectief-rapport (januari 2020) blijkt dat het besluit om het eigen leven te beëindigen zonder dat er sprake is van een medische grondslag niet samenhangt met de leeftijd van de betrokkene. Aan een wettelijke regeling die de zelfgekozen dood mogelijk maakt voor mensen met een ‘voltooid leven’, zoals voorgesteld door D66, bestaat daarom geen behoefte. De eis van een medische grondslag is echter onnodig restrictief en verdient dan ook heroverweging. Dat hoeft er niet toe te leiden niet-artsen bij de uitvoering van een besluit tot levensbeëindiging te betrekken.


Prof. dr. G.A. den Hartogh
Govert den Hartogh is emeritus hoogleraar ethiek aan de Universiteit van Amsterdam.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.