Zoekresultaat: 6 artikelen

x
Jaar 2012 x

    The SGP does not allow women to stand for election for general representative political bodies. This position is based on the biblically inspired conviction that the exercise of such elected functions is against the vocation of women, since men and women have different roles in society. The European Court of Human Rights considers this position unacceptable in the light of Article 3 of Protocol No. 1 (obligation of the states to hold free elections) taken together with Article 14 (right to equal treatment in the enjoyment of Convention rights and freedoms). In a unanimous decision the Court considered the application manifestly ill-founded and, therefore, declared it inadmissible. By doing so, the European Court fails to deal with the real issues at hand and fails to consider the specifics of the case. The mere fact that the highest civil court and the highest administrative court in the Netherlands reached contrary conclusions regarding the human rights dimension of the case already should have led the European Court to deal with case substantively.


Sophie van Bijsterveld
Prof. dr. S.C. van Bijsterveld is bijzonder hoogleraar Religie, rechtsstaat en samenleving aan de Universiteit van Tilburg. Zij is redactielid van Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. s.c.vbijsterveld@uvt.nl.
Artikel

Bemiddeling en conflicthantering in Vlaamse echtscheidingsovereenkomsten

Een empirisch-juridische analyse

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2012
Trefwoorden divorce agreements, mediation arrangements, content analysis, empirical-legal study
Auteurs Ruben Hemelsoen PhD
SamenvattingAuteursinformatie

    In this empirical-legal study, the mediation arrangements concluded in the context of a divorce by mutual consent are studied by using the social scientific method of content analysis. Within a representative sample of Flemish divorce agreements, these clauses are both quantitatively and qualitatively analyzed. The quantitative results show that the number of mediation arrangements and ADR clauses in the dataset are rather low. The qualitative content analysis reveals that most mediation provisions can be improved. Ultimately, this contribution contains suggestions to improve the terminology and stipulation of the investigated clauses.


Ruben Hemelsoen PhD
Ruben Hemelsoen is vrijwillig postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de Vakgroep Burgerlijk Recht van de Universiteit Gent. Ruben.Hemelsoen@ugent.be.

Mr. dr. M.C. Ploem
Artikel

Gunstbetoon en medische hulpmiddelen

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Gedragscode Medische Hulpmiddelen, gunstbetoon, medische hulpmiddelen, zelfregulering, reclame
Auteurs Mr. M.E. de Bruin en prof. mr. M.D.B. Schutjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgeving voor medische hulpmiddelen bevat – in tegenstelling tot de wetgeving voor geneesmiddelen – nauwelijks bepalingen over reclame en in het geheel geen bepalingen over financiële relaties (gunstbetoon) tussen leveranciers van hulpmiddelen en zorgprofessionals, waaronder artsen. Met ingang van 1 januari 2012 is de Gedragscode Medische Hulpmiddelen in werking getreden. Deze gedragscode bindt de leden van zes koepelorganisaties van fabrikanten/leveranciers van medische hulpmiddelen en stelt onder meer voorwaarden aan het geven van geschenken, financiële ondersteuning bij (deelname aan) bijeenkomsten, betaling voor dienstverlening en sponsoring. De Gedragscode gaat uit van wederkerigheid (wat leveranciers niet mogen aanbieden, mogen zorgprofessionals ook niet aannemen). Zorgprofessionals zullen formeel echter pas aan de Gedragscode gebonden zijn indien zij deze ook als zodanig hebben onderschreven.


Mr. M.E. de Bruin
Mirjam de Bruin is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin.

prof. mr. M.D.B. Schutjens
Marie-Hélène Schutjens is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin. Marie-Hélène Schutjens is tevens deeltijd hoogleraar farmaceutisch recht aan de UU.
Artikel

De veranderde positie van de verpleegkundige in de Wet BIG

De positie van de verpleegkundige en de verpleegkundig specialist in de Wet BIG na invoering van de Wet taakherschikking

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden experimenteerartikel, taakherschikking, verantwoordelijkheidsverdeling, verpleegkundig specialist, voorschrijfverpleegkundige, Wet BIG
Auteurs Mr. D.Y.A. van Meersbergen
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent is aan de Wet BIG een zogenaamd experimenteerartikel toegevoegd. Op grond daarvan mogen onder meer verpleegkundig specialisten tijdelijk bepaalde voorbehouden handelingen indiceren en verrichten. Een regeling via het experimenteerartikel lijkt echter niet goed toe te passen bij beroepen die reeds bestaan, zoals de verpleegkundig specialist. Dit roept verschillende vragen op waar de auteur in dit artikel nader op ingaat. Daarnaast behandelt dit artikel de uitwerking van het experimenteerartikel op de veranderde positie van de verpleegkundige in het beroepenspectrum en de nieuwe verantwoordelijkheden die daarbij horen.


Mr. D.Y.A. van Meersbergen
Diederik van Meersbergen is als jurist werkzaam bij de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst.
Artikel

Dossier Arbeid & Recht januari 2012

Tijdschrift Dossier Arbeid & Recht, Aflevering 01 2012
Auteurs Prof. mr. C.J. Loonstra en Mr. B. Hoogendijk

Prof. mr. C.J. Loonstra

Mr. B. Hoogendijk
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.