Zoekresultaat: 15 artikelen

x
Jaar 2010 x
Artikel

Het belang van ideologie

Een reactie op Marc Groenhuijsen

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, Paradigma, Tailoring, victims
Auteurs John Blad
SamenvattingAuteursinformatie

    Blad responds to Groenhuijsen by showing how political decisions in the Netherlands, after successful experiments with restorative justice for juveniles and adults, were based on the belief that criminal justice would lose its punitive foundation and tenor when restorative justice practices would become integrated in the justice system. Criminal justice should not be about resolving conflicts between victims and offenders and the type of mediation, that could lead to an agreement as an important element to be considered in sentencing, was therefore rejected. In so far as restorative justice ideology took influence, it seems to have been a misconception of restorative justice as merely a new form of penal abolitionism. The fact that restorative justice does not deny the legitimacy of the provisions in the substantive criminal law and that all important restorative projects co-operate with criminal justice agencies was apparently ignored. Against the background of the dominant political culture of ‘punitive populism’ and intensified use of severe punishments it seems highly unlikely that abandoning the ambition to develop a restorative justice paradigm would further the implementation of restorative justice.


John Blad
John Blad is hoofddocent strafrechtswetenschappen, verbonden aan de Erasmus Law School van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dajo De Prins
Dajo De Prins is wetenschappelijk medewerker rechtsfaculteit Universiteit Antwerpen.

    Bij de uitleg van het Weens Koopverdrag zijn rechters verplicht, op grond van art. 7 lid 1 CISG, om rekening te houden met uitspraken van buitenlandse rechters. Het verdrag moet immers uniform geïnterpreteerd worden. Dit houdt onder meer in dat uitspraken waaraan persuasive authority toekomt door andere rechters gevolgd moeten worden. In de Machinery case uit 2001 overweegt het Duitse Bundesgerichtshof dat algemene voorwaarden in beginsel slechts onderdeel van een overeenkomst kunnen uitmaken indien deze voorwaarden voorafgaand aan of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij ter hand zijn gesteld. Mijns inziens komt aan deze uitspraak persuasive authority toe. Het is daarom volkomen terecht dat Nederlandse rechters deze uitspraak volgen. Dit laat onverlet dat de toepasselijkheid van algemene voorwaarden op grond van het Weens Koopverdrag ook kan voortvloeien uit onderhandelingen of uit tussen partijen ontstane gebruiken.


Mr. dr. S.A. Kruisinga
Mr. dr. S.A. Kruisinga is als universitair hoofddocent handelsrecht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Praktijk

Naschrift

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Weens Koopverdrag, algemene voorwaarden, toepasselijkheid, terhandstelling
Auteurs Mr. dr. T.H.M. van Wechem en Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In ons artikel in Contracteren 2010/1 signaleerden wij dat de Nederlandse lagere rechtspraak in 2009 en masse een uitspraak van het Duitse Bundesgerichtshof (“BGH”) van 31 oktober 2001 over de toepasselijkheid van algemene voorwaarden onder het Weens Koopverdrag (‘WKV’) omarmde en één-op-één toepaste. Wij zijn van mening dat de uitspraak van het BGH onwenselijk is en van een onjuiste benadering uitgaat. Kruisinga heeft in haar reactie naar aanleiding van ons artikel verdedigd dat het BGH wel van een juiste benadering is uitgegaan en persuasive authority toekomt. Anders dan Kruisinga menen wij dat het arrest van het Bundesrichtshof in de Machinery case uit 2001 persuasive authority mist. De door het BGH gehanteerde argumenten overtuigen ons geenszins. Ook menen wij dat het BGH teveel van de Duitse juridische literatuur is uitgegaan. De rechtspraak over het onderwerp blijft overigens verdeeld. Het wordt daarom tijd dat ons hoogste rechtscollege zich over deze vraag gaat uitlaten. Een punt dat aan het voorgaande logisch voorafgaat voorafgaat betreft de status van de advisory opinions van UNCITRAL in het kader van de uitleg van het WKV. Niettegenstaande dat wij het gebruik van de advisory opinions toejuichen, constateren wij dat de praktijk nog grotendeels hiermee onbekend is. Hun praktische nut is dan ook niet zeer groot.


Mr. dr. T.H.M. van Wechem
Mr. dr. T.H.M. van Wechem is wetenschappelijk adviseur bij Baker & McKenzie advocaten, notarissen en belastingadviseurs en redacteur van dit tijdschrift.

Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten te Alphen aan den Rijn.
Artikel

Toezicht op naleving van Europese regelgeving in Frankrijk en Duitsland

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2010
Trefwoorden Frankrijk, Duitsland, lagere overheden, toezicht op naleving Unierecht
Auteurs Dr. J.H. Reestman en H. Bosdriesz
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt tegen de achtergrond van de Wet NErpe bekeken hoe in twee nabuurstaten met een belangrijke en invloedrijke constitutionele cultuur, Frankrijk en Duitsland, het centrale toezicht op naleving van Europese Unierecht door lagere overheden c.q. deelstaten is geregeld. Opvallend is dat de federale staat Duitsland wel een algemene, niet specifiek voor het Unierecht geschreven, taakverwaarlozingsregeling kent, terwijl deze in de gedecentraliseerde eenheidsstaat Frankrijk ontbreekt. In Frankrijk wordt de noodzaak van zo’n algemene regeling betwijfeld: een regresrecht zou voldoende zijn om de lagere overheden in te tomen. De Duitse taakverwaarlozingsregeling is praktisch vrijwel onbruikbaar. In plaats van haar inzet te vergemakkelijken, heeft de grondwetgever in 2006 twee regresregelingen ingevoerd.


Dr. J.H. Reestman
Dr. J.H. Reestman is universitair hoofddocent constitutioneel recht aan de Universiteit van Amsterdam.

H. Bosdriesz
H. Bosdriesz LL. B is masterstudent aan Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Enkele aandachtspunten aangaande de omgang met IPR-regels en vreemd recht volgens het voorgestelde Boek 10 BW

Een nationale IPR-codificatie in een context van europeanisatie van het IPR

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden internationaal privaatrecht, buitenlands recht
Auteurs Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het codificatieproces van het Nederlandse internationaal privaatrecht bevindt zich in de eindfase. In deze bijdrage neemt de auteur enkele bijzondere aspecten van omgang met IPR-regels en vreemd recht volgens het voorgestelde Boek 10 Burgerlijk Wetboek onder de loep, met name de ambtshalve toepassing van IPR-regels en vreemd recht, evenals de problematiek van het in te schakelen surrogaatrecht indien vreemd recht niet kenbaar is of strijdig blijkt met de openbare orde. De door de Nederlandse wetgever ter zake gemaakte keuzes worden blootgelegd en gesitueerd in een context van europeanisatie van het internationaal privaatrecht.


Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
Prof. dr. V. Van Den Eeckhout is professor ‘Vergelijkend en Europees internationaal privaatrecht’ aan de Universiteit Antwerpen en universitair hoofddocent internationaal privaatrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

The DIS Mediation Rules

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2010
Trefwoorden mediation, alternative dispute resolution, consensual
Auteurs Prof. dr. Stephan Breidenbach en Dr. Holger Peres
SamenvattingAuteursinformatie

    As a consensual dispute resolution method, mediation is gaining ever more practical significance. Above all, businesses are beginning to understand that mediation poses little risk of failure, while offering a realistic chance of continuing, and in some cases even developing, business relationships. To meet real-life demands, the German Institution of Arbitration (DIS) now provides new mediation rules as part of a whole set of new dispute resolution rules.


Prof. dr. Stephan Breidenbach
Stephan Breidenbach is a tenured professor of civil law, law of civil procedure, and international business law at Europe University Viadrina in Frankfurt (Oder), Germany. He contributed to the design of the DIS dispute resolution system.

Dr. Holger Peres
Holger Peres is an attorney and partner at BEITEN BURKHARDT Rechtsanwaltsgesellschaft mbH in Munich, Germany. He contributed to the design of the DIS dispute resolution system.
Artikel

Motieven voor schadeclaims inzake beroepsziekten: een empirisch onderzoek

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2010
Trefwoorden beroepsziekten, schadeclaims inzake beroepsziekten, beroepsziektedossiers, effecten schadeclaims
Auteurs Dr. N.J. Philipsen en Drs. W.A. Eshuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Jaarlijks loopt een groot aantal werknemers een beroepsziekte op – in Nederland naar schatting 25.000 per jaar.1x Een beroepsziekte is een ziekte of aandoening als gevolg van een belasting die in overwegende mate in arbeid of arbeidsomstandigheden heeft plaatsgevonden (art. 1 lid 1 Arboregeling). De schatting is gebaseerd op gegevens van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten. In sommige gevallen leidt de beroepsziekte tot uitval en financiële schade voor de werknemer. Deze schade kan voor getroffen werknemers aanleiding zijn om een letselschadeclaim in te dienen tegen de (voormalig) werkgever. Het is niet uitgesloten dat het aantal letselschadeclaims de komende jaren zal stijgen, mede als gevolg van de versobering van de sociale zekerheid.

Noten

  • 1 Een beroepsziekte is een ziekte of aandoening als gevolg van een belasting die in overwegende mate in arbeid of arbeidsomstandigheden heeft plaatsgevonden (art. 1 lid 1 Arboregeling). De schatting is gebaseerd op gegevens van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten.


Dr. N.J. Philipsen
Dr. N.J. Philipsen is senior onderzoeker bij het onderzoeksinstituut Metro van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van Maastricht University.

Drs. W.A. Eshuis
Drs. W.A. Eshuis is promotieonderzoeker bij het Hugo Sinzheimer Instituut voor recht en arbeid aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Heffing aan de poort

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2010
Trefwoorden griffierechtenstelsel, tarieven, inning, rekening-courantstelsel, informatieplichten
Auteurs Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsontwerp tot invoering van een nieuw griffierechtenstelsel, dat thans bij de Eerste Kamer ligt, bevat een aantal belangrijke verbeteringen, maar ook enige ongelukkige keuzes en een vrij groot aantal technische manco’s. Wat de tarieven betreft, is een eenvoudig, transparant, consistent en gebruiksvriendelijk systeem ontworpen. Maar voor de inning van het griffierecht aan het begin van de procedure (‘aan de poort’) wordt een topzware regeling ontworpen, met informatieplichten in de dagvaarding, en ontslag van instantie dan wel verstek indien de eiser resp. de gedaagde niet tijdig betaalt. De processuele consequenties zullen tot evenzovele processuele complicaties en verlies van tempo in de civiele procedure leiden. Een lichte regeling verdient de voorkeur. Een deugdelijk rekening-courantstelsel tussen gerechten en advocaten/gemachtigden, alsmede eventuele financiële prikkels (boetes) zullen wanbetaling aan de poort voorkomen zonder dat de voortgang van de procedure daaronder hoeft te lijden.


Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt
Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt is advocaat bij Houthoff Buruma te Den Haag.
Jurisprudentie

Cassatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2010
Trefwoorden cassatie, cassatieprocesrecht, cassatierechtspraak
Auteurs Mr. G. Snijders
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek is tot nu toe voornamelijk rechtspraak besproken. Het wettelijk cassatieprocesrecht is de afgelopen decennia een betrekkelijk rustig bezit geweest. Daar lijkt nu verandering in te komen. Er bestaan plannen voor een reeks van veranderingen. In het navolgende wordt bij die plannen stilgestaan. Tevens wordt ingegaan op andere relevante ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan in de cassatierechtspraak.


Mr. G. Snijders
Mr. G. Snijders is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

Access_open Tussen Keulen en Parijs

Naar een duidelijker regeling van de verhouding tussen staat en religie in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2010
Trefwoorden vrijheid van godsdienst, laïcité, bijzonder onderwijs, verhouding kerk en staat
Auteurs Aernout Nieuwenhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Civil servants wearing religious symbols, state subsidies for religious communities and several other questions concern the structural relationship between state and religion. In Germany and France, the Constitution sets forth the nature of this relationship. In the Netherlands, references are usually made only to freedom of religion and the principle of equality. This article analyzes whether specific norms may be formulated in order to solve the aforementioned questions in the Netherlands.


Aernout Nieuwenhuis
Dr. A.J. Nieuwenhuis is UHD staatsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Praktijk

Leerstukken │ De toepasselijkheid van algemene voorwaarden onder het Weens Koopverdrag: nieuwe trend in de Nederlandse (lagere) rechtspraak?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Weens Koopverdrag, algemene voorwaarden, toepasselijkheid, terhandstelling
Auteurs Mr. dr. T.H.M. van Wechem en Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Bundesgerichtshof oordeelde in zijn arrest van 31 oktober 2001 dat voor de toepasselijkheid van algemene voorwaarden vereist is dat zij ter hand worden gesteld voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomst. Dit arrest is niet in lijn met eerdere rechtspraak over de terhandstelling van algemene voorwaarden onder het Weens Koopverdrag en dit arrest mist derhalve persuasive authority. Nu bij dit arrest zich een aantal lagere Nederlandse rechters heeft aangesloten, ondanks het gebrek aan persuasive authority, dient er voor te worden gewaakt dat aan het arrest ‘via de achterdeur’ alsnog persuasive authority wordt toegekend. Kortom, overtuigd zijn wij allerminst. De regel dat de wederpartij, als redelijk handelend persoon had moeten begrijpen dat de gebruiker algemene voorwaarden van toepassing heeft verklaard, lijkt ons nog steeds onder het Weens Koopverdrag de juiste en meest wenselijk regel.


Mr. dr. T.H.M. van Wechem
Mr. dr. T.H.M. van Wechem is verbonden aan Baker & McKenzie, advocaten, notarissen en belastingadviseurs.

Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is als advocaat werkzaam bij La Gro Advocaten te Alphen aan den Rijn.
Artikel

Exhibitierecht in mededingingszaken

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2010
Trefwoorden exhibitieplicht, schadevergoedingsacties, private enforcement, bewijsmateriaal, discovery
Auteurs Mr. M.A. van der Pool
SamenvattingAuteursinformatie

    De Commissie stelt in haar Witboek betreffende schadevergoedingsacties een model van beperkte discovery voor ten behoeve van de toegang tot bewijsmateriaal. Dit model moet in Europese landen verruimde mogelijkheden voor eisers teweeg brengen, om inzage te krijgen in het bewijsmateriaal in mededingingsrechtelijke civiele procedures. De voorgestelde regeling hoeft in Nederland niet te leiden tot een wijziging van het procesrecht. Het exhibitierecht van artikel 843a Rv biedt eisers voldoende mogelijkheden van vorderingen tot openbaarmaking. Aangezien de rechtspraak verschillend omgaat met de toepassing van het exhibitierecht, zullen voor een juiste implementatie van het model de voorwaarden van artikel 843a Rv verder uitgekristalliseerd dienen te worden.


Mr. M.A. van der Pool
Mr. M.A. van der Pool is per 1 april werkzaam als advocaat-stagiair bij Kennedy van der Laan op de sectie Verzekering & Aansprakelijkheid.
Artikel

Tussentijds beroep tegen tussenuitspraken en deeluitspraken

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2010
Trefwoorden tussentijds beroep, tussenvonnis, deelvonnis, verlof
Auteurs Mr. drs. S.M. Kingma
SamenvattingAuteursinformatie

    Over weinig procesrechtelijke onderwerpen is de afgelopen veertig jaar zo’n omvangrijke en fijnmazige jurisprudentie verschenen als over tussentijds hoger beroep en cassatieberoep tegen tussen- en deeluitspraken (tussenvonnissen, tussenbeschikkingen, deelvonnissen en deelbeschikkingen). In ‘Tussentijds beroep tegen tussenuitspraken en deeluitspraken’ geeft S.M. Kingma een uitgebreid overzicht van de huidige stand van het recht en betoogt hij dat uit het uitgangspunt dat tussenuitspraken en de einduitspraak samen één geheel vormen, verdergaande consequenties te trekken zijn dan nu worden getrokken. Verder geeft hij enkele wenken voor wijzigingen van het stelsel, zoals een aanpassing van het systeem van verlening van toestemming voor tussentijds beroep en een herziening van de regeling van (tussentijds beroep van) voorlopige en niet-voorlopige voorzieningen.


Mr. drs. S.M. Kingma
Mr. drs. S.M. Kingma is cassatieadvocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te ’s-Gravenhage.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.