Zoekresultaat: 25 artikelen

x
Jaar 2017 x
Artikel

Reactie: convocatierecht en agenderingsrecht – een rechtspolitieke wens als vader van Eikelbooms gedachten

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2017
Trefwoorden convocatierecht, agenderingsrecht, aandeelhoudersactivisme, EU-recht, stakeholdersbenadering
Auteurs Mr. dr. F.G.K. Overkleeft
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur geeft een reactie op het eveneens in dit nummer gepubliceerde artikel van Eikelboom over het convocatierecht (art. 2:110/111 BW) en het agenderingsrecht (art. 2:114a BW) van aandeelhouders in beursvennootschappen. De auteur laat zien dat Eikelboom in zijn beschouwing de verschillen in het toepasselijk juridisch kader voor deze onderscheidenlijke rechten miskent en dat Eikelboom voorts in dit verband een te brede uitleg aan artikel 6 van de Richtlijn Aandeelhoudersrechten uit 2007 geeft.


Mr. dr. F.G.K. Overkleeft
Mr. dr. F.G.K. Overkleeft is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Casus

Waarom zou de aansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad zijn uitgesloten?

HR 17 februari 2017: art. 2:11 BW en onrechtmatige daad – de Hoge Raad kiest (terecht?) voor eenheid

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2017
Trefwoorden art. 2:11 BW, hoofdelijke aansprakelijkheid, onrechtmatige daad, tweedegraads bestuurder, bestuurdersaansprakelijkheid
Auteurs Mr. H.J. Vetter
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 17 februari 2017 heeft de Hoge Raad een knoop doorgehakt: art. 2:11 BW leidt ook tot hoofdelijke aansprakelijkheid van de tweedegraads bestuurder, als de rechtspersoon-bestuurder tegenover een crediteur van de bestuurde rechtspersoon aansprakelijk is op grond van onrechtmatige daad. Bij de motivering van deze keuze door de Hoge Raad kunnen vraagtekens worden geplaatst; geheel in het stelsel van de bestuurdersaansprakelijkheid wegens onrechtmatig handelen past de keuze niet. Maar voordeel is dat nu aan een al jaren slepende discussie in de literatuur en aan de verwarring in de lagere rechtspraak een einde is gekomen.
    De via art. 2:11 BW aangesproken tweedegraads bestuurder heeft een disculpatiemogelijkheid: als hij stelt en, zo nodig, bewijst dat hem geen persoonlijk ernstig verwijt treft, ontkomt hij alsnog aan aansprakelijkheid. Hoever moet de aangesproken bestuurder daarbij gaan: moet hij ook stellen dat hij niet is tekortgeschoten in zijn collegiale verantwoordelijkheid? Een vonnis gewezen tegen de rechtspersoon-bestuurder en tegen een collega-tweedegraads bestuurder heeft jegens hem geen gezag van gewijsde.


Mr. H.J. Vetter
Mr. H.J. Vetter is raadsheer in het Gerechtshof Den Haag en redactielid.
Artikel

Het lichaam van de niet-uitvoerende bestuurder

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2017
Trefwoorden rechtspersoon-commissaris, niet-uitvoerende bestuurder, non-executive, Wet bestuur en toezicht rechtspersonen, doorbraak
Auteurs Mr. K.H.M. de Roo
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgevers van zowel Nederland als Engeland willen de benoeming van rechtspersonen als niet-uitvoerende bestuurders verbieden. In Nederland is deze keuze echter niet onderbouwd; dit terwijl zij lijkt te botsen met de behoeften van de praktijk. Welke lessen kunnen uit de Engelse stand van zaken worden getrokken?


Mr. K.H.M. de Roo
Mr. K.H.M. de Roo is als promovendus verbonden aan het Zuidas Instituut voor Financieel recht en Ondernemingsrecht (ZIFO) van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Het special committee naar Amerikaans model bij openbare biedingen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2017
Trefwoorden overname, commissie, toezicht, corporate governance, openbaar bod
Auteurs Mr. P.L. Hezer
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt het special committee vanuit zowel juridisch als praktisch perspectief, mede op basis van empirisch onderzoek. Hierbij wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling van het special committee in de VS. Doel is richtsnoeren te geven voor het gebruik van special committees bij openbare biedingen op Nederlandse beursvennootschappen.


Mr. P.L. Hezer
Mr. P.L. Hezer is advocaat bij Houthoff te Amsterdam.
Artikel

De speciale overnamecommissie in nationaal en rechtsvergelijkend perspectief

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2017
Trefwoorden overnamecommissie, raad van commissarissen, RvC, stuurgroep, overname
Auteurs Mr. drs. C. Groen en Mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen jaren is de aandacht voor de rol en de positie van de raad van commissarissen (RvC) van een doelvennootschap bij een overname toegenomen. Het komt in de praktijk regelmatig voor dat de RvC (mede) uit zijn midden een speciale overnamecommissie of stuurgroep vormt die specifiek belast is met een juiste afwikkeling van het overnameproces. In dit artikel gaan de auteurs in op de rol en vormgeving van deze speciale overnamecommissie.


Mr. drs. C. Groen
Mr. drs. C. Groen is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

Mr. H. Koster
Mr. H. Koster is verbonden aan het departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht en aan de Universiteit van Dubai.
Artikel

Bestuurdersaansprakelijkheid en corporate governance

Hebben bestuurders wat te vrezen als ze de Corporate Governance Code schenden?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2017
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, Corporate Governance Code, corporate governance, bestuurder, commissaris
Auteurs Mr. drs. R.T.L. Vaessen
SamenvattingAuteursinformatie

    Afgelopen jaar was er veel aandacht voor de nieuwe Corporate Governance Code. De Code kent veel bepalingen die het handelen van bestuurders en commissarissen normeren. Dit artikel behandelt de vraag of bestuurders en commissarissen op dit moment vaak aansprakelijk worden gesteld vanwege schending van de Corporate Governance Code, en of zij in dat geval in rechte wat te vrezen hebben.


Mr. drs. R.T.L. Vaessen
Mr. drs. R.T.L. Vaessen is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

Het vennootschappelijk belang: de beschermheer van het nationale belang?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2017
Trefwoorden nationaal belang, vennootschappelijk belang, buitenlandse overname, buitenlandse investering, Foreign Direct Investment
Auteurs R.M. Nijk LL.B.
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage onderzoekt de auteur in hoeverre een Nederlandse beursgenoteerde NV het nationale belang kan inroepen tegen een openbaar bod dat is gedaan door een buitenlandse entiteit. Hiertoe bekijkt hij in hoeverre het vennootschappelijk belang het nationale belang omvat.


R.M. Nijk LL.B.
R.M. Nijk LL.B. is student aan de Universiteit van Cambridge.
Artikel

Onmiddellijke voorzieningen voorafgaand aan een beslissing op het enquêteverzoek – ‘only use in case of emergency’

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2017
Trefwoorden Ondernemingskamer, onmiddellijke voorzieningen, enquêteverzoek, DSM, terughoudendheid
Auteurs Mr. R. Analbers
SamenvattingAuteursinformatie

    De OK heeft de bevoegdheid om onmiddellijke voorzieningen te treffen voorafgaand aan een beslissing op het enquêteverzoek. Van deze bevoegdheid dient de OK terughoudend gebruik te maken. In dit artikel wordt aan de hand van de jurisprudentie van de OK in de afgelopen twee jaar bekeken of de OK zich daar in de praktijk aan houdt.


Mr. R. Analbers
Mr. R. Analbers is advocaat bij Rutgers & Posch te Amsterdam.
Casus

Lange termijn waardecreatie van de beursvennootschap en de daaraan verbonden onderneming, het bestendige succes van de (dochter)onderneming en het begrip ‘vennootschappelijk belang’: harmonie of disharmonie?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Corporate Governance Code, vennootschappelijk belang, Concernbelang, het bestendige succes van de onderneming, lange termijn waardecreatie
Auteurs Prof. mr. M.M. Mendel en Prof. mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Cancun-beschikkingen uit 2014 heeft de Hoge Raad het begrip ‘het bestendige succes’ van de onderneming geïntroduceerd. De auteurs beantwoorden de vraag hoe dit begrip zich verhoudt tot (1) de rechtsregel uit de ABN AMRO- en ASMI-beschikkingen dat het bestuur van een nv of bv het eigen belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming voorop behoort te stellen, en (2) (bij een concernvennootschap) het concernbelang. Vervolgens geven zij aan hoe ‘het bestendige succes’ van de onderneming zich verhoudt tot de ‘lange termijn waardecreatie van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming’ uit de Nederlandse Corporate Governance Code 2016.


Prof. mr. M.M. Mendel
Prof. mr. M.M. Mendel is emeritus hoogleraar Handelsrecht aan de Universiteit Leiden en oud-raadsheer Hof Amsterdam

Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor, en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.

Mr. M.W. Josephus Jitta
Mr. M.W. Josephus Jitta is werkzaam als advocaat bij ENSpigt.
Artikel

De aansprakelijkheid van beherend vennoten bij toetreding tot een personenvennootschap in het licht van het voorstel van de Werkgroep Personenvennootschappen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2017
Trefwoorden Carlande-arrest, aansprakelijkheid toetredende beherend vennoot, Werkgroep Personenvennootschappen, Artikel 18 jo. 19 WvK, Biek Holdings-arrest
Auteurs Mr. N.C. Canev
SamenvattingAuteursinformatie

    De Werkgroep Personenvennootschappen wijkt in haar voorstel af van de door de Hoge Raad in het Carlande-arrest (2015) ontwikkelde rechtsregel dat een beherend vennoot in een VOF of CV bij toetreden ook aansprakelijk wordt voor schulden die zijn ontstaan vóór zijn toetreden. De auteur onderzoekt de wenselijkheid van dit voorstel.


Mr. N.C. Canev
Mr. N.C. Canev is per 1 september 2017 Young Professional Legal bij EIFFEL te Arnhem.
Artikel

Het structuurregime: vijf rechtsvragen in de praktijk

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2017
Trefwoorden structuurregime, structuurvennootschap, aanbevelingsrecht, internationale holdingvrijstelling, uitloopperiode
Auteurs Mr. J.H.G. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    In de praktijk blijkt dat het huidige structuurregime nog veel vragen oproept, omdat de wet en de literatuur op een aantal punten geen heldere richtlijnen geven. In deze bijdrage bespreekt de auteur enkele punten waar praktijkbeoefenaars bij het opzetten of het afschaffen van een structuurregime tegenaan (kunnen) lopen.


Mr. J.H.G. Visser
Mr. J.H.G. Visser is kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Aansprakelijkheidsrisico’s bij het gebruiken van een lege projectvennootschap: aandeelhouders- of bestuurdersaansprakelijkheid?

Beschouwingen bij HR 24 maart 2017, NJ 2017/149 (Hanzevast/G4 II)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2017
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, aandeelhoudersaansprakelijkheid, SPV, projectvennootschap, verhaalsrisico
Auteurs Mr. E.C.H.J. Lokin en Mr. O.J.W. Schotel
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs gaan aan de hand van het Hanzevast/G4 II-arrest in op het verhaalsrisico bij het contracteren door middel van lege projectvennootschappen en de vraag in hoeverre een eventuele aansprakelijkheid in een dergelijk geval geënt dient te worden op bestuurdersaansprakelijkheid, een indirecte doorbraak van aansprakelijkheid, of wellicht op beide.


Mr. E.C.H.J. Lokin
Mr. E.C.H.J. Lokin en mr. O.J.W. Schotel zijn advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

Mr. O.J.W. Schotel
Artikel

Commentaar bij HR 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:275 (X/Le Roux Fruit Exporters (Pty) Ltd)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2017
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, hoofdelijkheid, risicoaansprakelijkheid, tweedegraadsbestuurder, onrechtmatige daad
Auteurs Mr. T.M.C. Arons
SamenvattingAuteursinformatie

    De (hoofdelijke) aansprakelijkheid van de tweedegraadsbestuurder uit onrechtmatige daad jegens vennootschapscrediteuren van de kleindochter staat in deze bijdrage centraal. Meer in het bijzonder de vraag of de aansprakelijkheid ex artikel 2:11 BW van de tweedegraadsbestuurder een vorm van risicoaansprakelijkheid in het leven roept voor het gedrag van de medetweedegraadsbestuurder die een onrechtmatige daad pleegt jegens vennootschapscrediteuren van de kleindochter.


Mr. T.M.C. Arons
Mr. T.M.C. Arons is universitair docent financieel recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en senior jurist bij de Vereniging van Effectenbezitters te Den Haag.
Praktijk

Onttrekkingen door aandeelhouders en de (niet benijdenswaardige) rol van het bestuur

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2017
Trefwoorden uitkeringen, bestuur, vennootschappelijk belang, bestuurdersaansprakelijkheid, art. 2:216 lid 2 BW
Auteurs Mr. R. Fluit
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage geeft de auteur een overzicht van de grenzen die de wet en jurisprudentie thans stellen aan uitkeringen bij een bv. De nadruk ligt op de rol van het bestuur en meer in het bijzonder op de reikwijdte van zijn bevoegdheid om goedkeuring aan uitkeringen te weigeren. Indien het bestuur geen ruimte ziet om op basis van art. 2:216 lid 2 BW zijn goedkeuring te weigeren, maar het bestuur overigens wel van mening is dat door de uitkering het vennootschappelijk belang onevenredig wordt geschaad, welke middelen staan het dan ten dienste om de vennootschap te beschermen tegen deze uitkering.


Mr. R. Fluit
Mr. R. Fluit is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Nieuwe piketpalen bij aansprakelijkheidsvorderingen tegen indirecte bestuurders via art. 2:11 BW

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2017
Trefwoorden art. 2:11 BW, indirecte bestuurder, ernstig verwijt, bestuurdersaansprakelijkheid, disculpatie
Auteurs Mr. Y.A. Wehrmeijer en Mr. J.P.W.M. van Heijningen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad slaat nieuwe piketpalen. In het geval van externe bestuurdersaansprakelijkheid van de rechtspersoon-bestuurder is de indirecte bestuurder hoofdelijk aansprakelijk via art. 2:11 BW. Een persoonlijk ernstig verwijt van de indirecte bestuurder is daarvoor niet nodig. De indirecte bestuurder kan zich wel beroepen op een disculpatiegrond, waarvoor hij de stelplicht en bewijslast draagt.


Mr. Y.A. Wehrmeijer
Mr. Y.A. Wehrmeijer en mr. J.P.W.M. van Heijningen zijn advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam, werkzaam in de praktijkgroep Corporate & Commercial Litigation.

Mr. J.P.W.M. van Heijningen
Artikel

Rechtstreekse vergoeding van afgeleide schade van een vennoot in een personenvennootschap

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2017
Trefwoorden afgeleide schade, afgescheiden vermogen, Poot/ABP-arrest, personenvennootschap, rechtspersoonlijkheid
Auteurs Mr. T.D.J. Oosterink
SamenvattingAuteursinformatie

    Schade aan het vermogen van een personenvennootschap heeft voor de individuele vennoten zowel rechtstreekse als afgeleide schade tot gevolg. De auteur onderzoekt hoe dit zit en of individuele vennoten die beide schadesoorten buiten de personenvennootschap om op de schadetoebrenger kunnen verhalen. Hij doet dit naar aanleiding van lagere rechtspraak en in het licht van het Poot/ABP-arrest.


Mr. T.D.J. Oosterink
Mr. T.D.J. Oosterink is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Vennootschappen uit het Verenigd Koninkrijk in Nederland na de brexit: gaan zij terug naar het verdomhoekje?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2017
Trefwoorden Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen, Verenigd Koninkrijk, brexit, buitenlandse rechtspersonen, incorporatiestelsel
Auteurs Mr. B. Kemp
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de gevolgen van een harde brexit voor de vrije vestiging van vennootschappen uit het Verenigd Koninkrijk in Nederland. Daarbij wordt onder meer ingegaan op de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen. Dit wordt ook beschouwd vanuit het perspectief van regulatory competition tussen landen.


Mr. B. Kemp
Mr. B. Kemp is advocaat en als universitair docent verbonden aan het Institute for Corporate Law, Governance and Innovation Policies (ICGI) van Maastricht University.
Artikel

Bottom-up concernenquête door de verschaffer van vreemd vermogen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2017
Trefwoorden enquêteprocedure, concernenquête, bottom-up, Landis, enquêtebevoegdheid
Auteurs Mr. T. Drenth
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van de wetsgeschiedenis en eerdere jurisprudentie over de (bottom-up) concernenquête onderzoekt de auteur of geldend recht mogelijkheden biedt voor het entameren van een bottom-up concernenquête door enquêtebevoegde verschaffers van vreemd vermogen.


Mr. T. Drenth
Mr. T. Drenth is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.
Artikel

Verhaal van onderzoekskosten: vreemde eend in de bijt van het enquêterecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden art. 2:354 BW, onderzoekskosten, enquête, bestuurdersaansprakelijkheid, fishing expedition
Auteurs Mr. C.J-A. Seinen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Meavita-beschikking bevestigt dat de toewijzing van een verzoek ex art. 2:354 BW aan hoge motiveringseisen moet voldoen. Maar past een uitgebreid onderzoek naar de aan individuele bestuurders en commissarissen te maken verwijten wel in de enquêteprocedure, en hoe verhoudt de maatstaf voor kostenverhaal zich tot maatstaven voor bestuurdersaansprakelijkheid?


Mr. C.J-A. Seinen
C.J-A. Seinen is cassatieadvocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten in Den Haag en gastonderzoeker bij het Amsterdam Centre for Comprehensive Law (Vrije Universiteit Amsterdam).
Toont 1 - 20 van 25 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.