Zoekresultaat: 34 artikelen

x
Jaar 2014 x
Artikel

Nachgründung, financial assistance en uitkeringen aan aandeelhouders: het overgangsrecht en de relevante jurisprudentie

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2014
Trefwoorden nachgründung, financiële steunverlening, overgangsrecht, statutaire verwijzingen, bestuurdersaansprakelijkheid
Auteurs Mr. P. Hofsteenge
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het overgangsrecht met betrekking tot de Wet Flex-BV dat op grond van de wet, parlementaire geschiedenis en jurisprudentie geldt ten aanzien van nachgründung, financial assistance en uitkeringen aan aandeelhouders. In de jurisprudentie is dit overgangsrecht meerdere malen aan de orde gekomen en duidelijk is gebleken dat de normen uit de ‘oude’ artikelen nog steeds van betekenis zijn.


Mr. P. Hofsteenge
Mr. P. Hofsteenge is kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

    Maximale invulling aan de hand van een reële prognose, niet aan de hand van de milieuvergunning.


Berthy van den Broek
Jurisprudentie

Eenzijdige wijzigingsmogelijkheden jegens gepensioneerden onder de PSW en de PW: van onbeschermd naar beschermd?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Onvoorwaardelijke indexatie, Pensioenaanspraken, eenzijdige wijziging, Gepensioneerden, Pensioen
Auteurs Anton Van Leeuwen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de vanaf 1 januari 2007 geldende Pensioenwet (PW) is bepaald dat een onvoorwaardelijk recht op indexatie deel uitmaakt van een pensioenaanspraak. Een pensioenaanspraak is volgens de PW in beginsel niet voor wijziging vatbaar. De Hoge Raad besliste in een tweetal arresten uit 2013 impliciet dat een onvoorwaardelijk recht op indexatie onder de tot 1 januari 2007 geldende Pensioen- en Spaarfondsenwet (PSW) wel gewijzigd kon worden. Verder oordeelde de Hoge Raad dat onder de PSW een eenzijdige wijzigingsmogelijkheid jegens gepensioneerden slechts beperkt wordt door het algemeen verbintenissenrecht. Er geldt dus geen beperking, zoals bepaald in artikel 7:613 BW en artikel 19 PW. De praktijk wijst uit dat dit tot onverwachte resultaten kan leiden (zie Hof Amsterdam 23 september 2014, (ECLI:NL:GHAMS:2014:4007)). De arresten van de Hoge Raad worden in deze bijdrage kritisch besproken.


Anton Van Leeuwen
Anton van Leeuwen is advocaat bij SteensmaEven.
Artikel

Beursnoteringen van (biotech- en andere) NV’s op NASDAQ; enkele aandachtspunten

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2014
Trefwoorden biotech, governance, NASDAQ, notering, prospectus
Auteurs Mr. A.C. (Anne) Noordzij
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur een aantal keuzes en (aanvullende) verplichtingen van de Nederlandse biotech- en andere vennootschappen die een beursnotering in de Verenigde Staten beogen.


Mr. A.C. (Anne) Noordzij
Mr. A.C. Noordzij is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

De no-cure-no-payovereenkomst in verhouding tot de redelijkheidstoets bij de begroting van buitengerechtelijke kosten

Een analyse van HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2797 (De Jonge/Scheper Ziekenhuis)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2014
Trefwoorden no cure, no pay, contingency fee, dubbele redelijkheidstoets, buitengerechtelijke kosten, maatstaf art. 6:96 lid 2 BW
Auteurs Dr. Drs. D.L.M.T. Dankers-Hagenaars
SamenvattingAuteursinformatie

    Een benadeelde sluit met zijn belangenbehartiger een no-cure-no-payovereenkomst. Moet bij de begroting van de buitengerechtelijke kosten op grond van art. 6:96 lid 2 sub b en c BW rekening worden gehouden met die overeenkomst? De omstandigheden van het geval legitimeren dat het redelijk is dat de kosten zijn gemaakt.


Dr. Drs. D.L.M.T. Dankers-Hagenaars
Dr. drs. D.L.M.T. Dankers-Hagenaars is universitair hoofddocent bij de afdeling Privaatrecht van de Universiteit van Amsterdam.
Casus

Nakoming van een vrijwaring in een overnameovereenkomst – show me the money?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2014
Trefwoorden vrijwaring, overnameovereenkomst, uitleg, garantie, nakoming
Auteurs J. Leedekerken
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat over vrijwaringen in een overnameovereenkomst. Stil wordt gestaan bij een aantal elementen van een vrijwaring. Wat houdt vrijwaren in? Wie kan de vrijwaring inroepen? Wanneer is een vrijwaringsvordering opeisbaar? Hoe verhoudt de vrijwaring zich tot andere contractsbepalingen? Door beter rekening te houden met dit soort elementen kunnen uitlegdiscussies voorkomen worden.


J. Leedekerken
J. Leedekerken is advocaat te Amsterdam en verbonden aan Van Doorne N.V.
Artikel

De inkleuring van het vennootschappelijk belang

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 9 2014
Trefwoorden invulling, vennootschappelijk belang, opvattingen, belangenafweging, deelbelangen
Auteurs Mr. F.A.M. Tol
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een omschrijving gegeven van de invulling van het begrip ‘vennootschappelijk belang’ in de wetsgeschiedenis en de Corporate Governance Code. Verder wordt ingegaan op de opvattingen die naar voren komen in de literatuur en tot slot wordt aandacht besteed aan recente jurisprudentie waarin het begrip aan bod komt.


Mr. F.A.M. Tol
Mr. F.A.M. Tol is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Bancaire aansprakelijkheid en doeloverschrijding in het kader van een acquisitiefinanciering: ING Commercial Finance/Aukema q.q.

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2014
Trefwoorden financieel steunverbod, bancaire aansprakelijkheid, doeloverschrijding, onderzoeksplicht
Auteurs Mr. D.A. Viëtor en Mr. D.A. Scheenjes
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken de bancaire aansprakelijkheid jegens medecrediteuren en doeloverschrijding na het ING Commercial Finance/Aukema q.q.-arrest.


Mr. D.A. Viëtor
Mr. D.A. Viëtor is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. D.A. Scheenjes
Mr. D.A. Scheenjes is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Ignace Claeys
Prof. dr. I. Claeys is hoogleraar aan de Universiteit Gent en advocaat bij Eubelius te Brussel.

Ludo Cornelis
Prof. dr. L. Cornelis is hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel en advocaat bij Eubelius te Brussel.
Casus

Governance en bescherming van banken

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden banken, publiek belang, publiek aandeelhouderschap, privatisering, Interventiewet, overheidsinvloed, vijandige overnames, beschermingsconstructies, certificering
Auteurs Prof. mr. D.F.M.M. Zaman, Mr. G.M. Portier en Mr. dr. J. Nijland
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de vraag welke publiek- en privaatrechtelijke mogelijkheden er bestaan om op permanente wijze een bank (of andere financiële instelling) te beschermen tegen beleid dat niet gericht is op het publieke belang. Daarbij worden mogelijke publiek- en privaatrechtelijke instrumenten vergeleken en geplaatst in een nationaal- en Europeesrechtelijk kader. Aangezien publiekrechtelijke instrumenten uit hoofde van de Interventiewet slechts onder bepaalde voorwaarden inzetbaar zijn (dreigende insolventie van de onderneming of instabiliteit van het financieel stelsel) en traditionele beschermingsconstructies slechts kunnen worden ingezet ter voorkoming van vijandige overnames, zien de auteurs mogelijkheden voor het gebruik van aanvullende privaatrechtelijke instrumenten ter stimulering van beleid van banken gericht op het publieke belang.


Prof. mr. D.F.M.M. Zaman
Prof. mr. D.F.M.M. Zaman is notaris te Rotterdam, (bijzonder) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Utrecht en (gewoon) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. G.M. Portier
Mr. G.M. Portier is notaris te Amsterdam.

Mr. dr. J. Nijland
Mr. dr. J. Nijland is universitair docent aan de Universiteit Leiden.
Discussie

Nooit meer thuis in deze wereld

Jean Améry’s verlangen naar herstel na Auschwitz

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Holocaust, resentment, forgiveness, recovery, victims
Auteurs prof. dr. Theo de Wit
SamenvattingAuteursinformatie

    The author examines the thoughts of the originally Austrian author Jean Améry. After his concentration camp experiences Améry publicly acclaimed that he continued to resent the Germans. He felt abandoned and deeply overwhelmed and never recovered from these feelings. He refused to forgive and forget and practiced moral and physical rebellion.


prof. dr. Theo de Wit
prof. dr. T.W.A. (Theo) de Wit is werkzaam aan de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg en is tevens bijzonder hoogleraar Vraagstukken geestelijke verzorging in justitiële inrichtingen.
Artikel

Naar een transparante markt voor mobiele telefonie?

Annotatie bij HR 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1385, RvdW 2014/811

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden consumentenkrediet, uitleg, (partiële) nietigheid, onverschuldigde betaling, privaatrechtelijke handhaving
Auteurs Mr. M.R. Hebly
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens de Hoge Raad kwalificeren telefoonabonnementen waarbij aan consumenten een ‘gratis’ telefoon wordt verstrekt, in beginsel als koop op afbetaling en als krediettransacties/kredietovereenkomsten; strijd met de toepasselijke regelgeving leidt tot vernietigbaarheid. Duidelijk is dat deze ‘verhulde’ afbetalingsconstructie niet is toegestaan, en vragen rijzen ten aanzien van de reeds afgesloten contracten.


Mr. M.R. Hebly
Mr. M.R. Hebly is als promovendus verbonden aan de sectie burgerlijk recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Arrest Jetair: wanneer brengt een maatregel het resultaat van de richtlijn in gevaar?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden onthoudingsplicht, richtlijnen, rechtstreekse werking, overgangsregeling
Auteurs Mr. Sim Haket
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Jetair van het Hof van Justitie wordt in deze bijdrage bestudeerd met het oog op de in het arrest Inter-Environnement Wallonie 1x HvJ EG 18 december 1997, zaak C-129/96, Inter-Environnement Wallonie ASBL/Région wallonne, ECLI:EU:C:1997:628. Zie voor een bespreking van dit arrest o.a. S.F. Blockmans, ‘Inter-Environnement Wallonie: nieuw stuk in de puzzel van artikel 5 EG’, NTER 1998, p. 84, waarin ook de relatie tussen de onthoudingsplicht en staatsaansprakelijkheid wordt besproken en C.W.A. Timmermans, ‘Zaak C-129/96 Inter-Environnement Wallonie’, SEW Tijdschrift voor Europees en economisch recht 1998, p. 476. ontwikkelde verplichting voor lidstaten om zich gedurende de omzettingstermijn van een richtlijn te onthouden van maatregelen die het door deze richtlijn voorgeschreven resultaat ernstig in gevaar kunnen brengen. In de analyse van het arrest ga ik in op de relatie tussen de onthoudingsplicht en rechtstreekse werking en wordt in kaart gebracht welke verplichtingen de onthoudingsplicht op welke momenten voor lidstaten bevat. Jetair laat vooral zien dat voor de beoordeling of een maatregel het door de richtlijn voorgeschreven resultaat ernstig in gevaar kan brengen voor sommige richtlijnbepalingen naar de richtlijndoelstellingen moet worden gekeken, terwijl dit voor andere richtlijnbepalingen niet het geval is.
    HvJ EU 13 maart 2014, zaak C-599/12, Jetair NV en BTW-eenheid BTWE Travel4you/FOD Financiën, ECLI:EU:C:2014:144.

Noten

  • 1 HvJ EG 18 december 1997, zaak C-129/96, Inter-Environnement Wallonie ASBL/Région wallonne, ECLI:EU:C:1997:628. Zie voor een bespreking van dit arrest o.a. S.F. Blockmans, ‘Inter-Environnement Wallonie: nieuw stuk in de puzzel van artikel 5 EG’, NTER 1998, p. 84, waarin ook de relatie tussen de onthoudingsplicht en staatsaansprakelijkheid wordt besproken en C.W.A. Timmermans, ‘Zaak C-129/96 Inter-Environnement Wallonie’, SEW Tijdschrift voor Europees en economisch recht 1998, p. 476.


Mr. Sim Haket
S.W. (Sim) Haket LLM is als docent Europees recht verbonden aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht

    For the occasion of the 40 th anniversary of the Netherlands’ Society of Criminology the author has analysed the Society’s archive and related the development of this professional organisation to the development of Dutch criminology in the period between 1974 and 2014. He distinguishes five turning points in this respect: between 1965 and 1974 we witnessed the emancipation of criminology as an autonomous discipline; the period 1978-1985 is characterised by a downfall of criminology at the universities; between 1992 and 1995 a period of restoration started, that is characterised by a focus on criminology’s policy-relevance; from 1999 to 2010 we can witness a recovery, in which academic criminology raised like a phoenix from its ashes; and from that time on we see the discipline broadening up again, in which the dominance of positivist research agendas is countered by a cultural criminology and a more critical attitude towards the production-oriented research policy in general. The bottom line is that the Society followed these trends imperceptibly: it was active when criminology did well and was ‘in rest’ when it did not. The article concludes with the question whether the Society has an active role to play in the public debate about the role of science and crime and punishment.


René van Swaaningen
René van Swaaningen is hoogleraar internationaal comparatieve criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Criminologie.

    Since 2005, Dutch victims of serious crime have the right to make an oral statement in court (‘spreekrecht’). In the past decade, the Dutch criminal justice system has accommodated this right to make an oral statement with regard to the consequences of the crime; no major problems have occurred. Indeed, only a minority of the victims consumes this right (ca. 230 cases annually), the majority prefers to lodge a written statement. Nevertheless, the Dutch legislature is of the opinion that the right to make an oral statement should be extended and has lodged a draft-proposal recently. The aim is to provide crime victims a right to put forward an advice to the judge at the trial session, such an advice relating to the full scheme of judicial decision-making (truth, legal qualification, punishment). Such a provision resembles a Victim Statement of Opinion, used in the American scheme of justice, and even exceeds this. The draft has been met with criticism, only the Dutch Victim Support is in favor. One of the objections heard is the one dimensional focus underlying the draft: by focusing on a specific group of victims – those who have suffered from serious crimes – the legislature neglects the heterogeneous nature of victims’ needs.


Renée Kool
Renée Kool is als universitair hoofddocent verbonden aan Ucall en het Montaigne-Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Utrecht en redacteur van dit blad.

    Volgens het voorstel voor de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg zullen zorgaanbieders worden verplicht zich aan te sluiten bij een geschilleninstantie. Een voorbeeld van zo’n geschilleninstantie is de Geschillencommissie Zorginstellingen (GCZ). In dit artikel wordt een overzicht en analyse gegeven van de gepubliceerde jurisprudentie van de GCZ en haar voorgangster over de periode 1996–2013. De belangrijkste bevindingen worden tegen het licht gehouden en er wordt verkend wat een en ander betekent voor de komende klachtwet.


Mr. L.H.M.J. van de Laar
Lana van de Laar is jurist en thans bezig met de afronding van de opleiding Business Administration aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is als hoogleraar gezondheidsrecht verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Klaarheid over het Clearing House

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2014
Trefwoorden wetsevaluatie, wetgevingskwaliteitsbeleid, werking van wetgeving, Clearing House voor Wetsevaluatie, IAK
Auteurs Prof. mr. G.J. Veerman
SamenvattingAuteursinformatie

    Bezien wordt wat het Clearing House voor Wetsevaluatie (CHW) heeft opgeleverd en of, en zo ja, hoe een CHW moet worden verankerd in het wetgevingskwaliteitsbeleid. De opbrengst is meer kennis: een empirisch onderbouwd schema van factoren die invloed kunnen hebben op de naleving en doelbereiking van wetten. Een meta-evaluatie leverde onder andere op dat wetten heel behoorlijk hun doel bereiken, dat er een sterk verband is tussen bekendheid, naleving en doelbereiking, en dat consultatie en gebruik van toezichts- en handhavingsbevoegdheden bijdragen aan naleving en doelbereiking. Een institutionele inbedding van kwaliteitszorg is nodig als tegenwicht tegen de druk zo snel mogelijk wetgeving te produceren tegen de laagste kosten. Voortdurende aanvulling van kennis en inzicht in het proces van wetgeving kan via het IAK worden georganiseerd, bij voorkeur aan de hand van thematisch onderzoek.


Prof. mr. G.J. Veerman
Prof. mr. G.J. Veerman is sinds 2012 met pensioen. Hij startte het Clearing House voor Wetsevaluatie en was daarvoor hoofd van het Kenniscentrum Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Hij was van 2003 tot 2014 hoogleraar wetgeving aan Maastricht University.

    On 1 January 2009, the Dutch Temporary Restraining Order Act (Wth) entered into force. This act allows mayors to impose a ten-day restraining order (which may be extended to 28 days) on (potential) perpetrators of domestic violence, which prohibits these perpetrators from entering their own house and contacting their partner and/or children. During the restraining order everyone involved (evicted persons, those who stay behind and children) is offered a range of support and intervention measures. The law requires that within five years after its entry into force the Dutch parliament is informed of the effectiveness. To this end, a study was conducted between September 2011 and August 2013. The aim of this impact assessment is to gain insight in the effectiveness of the restraining order and the support services that are connected to it. The study was designed as a quasi-experimental study with an intervention group (restraining orders) and a control group (similar situations in which no restraining order was imposed). The study shows that the restraining order is associated with less incidence of new domestic violence. After imposing a restraining order new domestic violence occurs less frequently, and in case it does occur, fewer incidents occur than in (comparable) situations where no restraining order was imposed. The main explanation for the correlation found between the restraining order and the lower incidence of new domestic violence seems to lie in the support that is offered after the imposition of a restraining order. Moreover, the support seems to be more effective in the more serious cases than in the lighter cases. The degree in which antecedents of the evicted person are present and whether or not the evicted person is criminally prosecuted are not related to a lower degree of repeated domestic violence.


Maartje Timmermans
Maartje Timmermans is onderzoeker bij Regioplan.

Katrien de Vaan
Katrien de Vaan is onderzoeker bij Regioplan.
Artikel

Faillissementsfraude: een hardnekkig fenomeen

Pleidooi voor een preventieve aanpak

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Bankruptcy fraud, Preventive approach, Prosecution, Trade Register, New legislation
Auteurs F. Kemp
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands new criminal law measures will be introduced to prevent and combat bankruptcy fraud. In this article the author argues that the emphasis on criminal law measures is not sufficient to effectively tackle the phenomenon of bankruptcy fraud because prosecution and punishment always occur after the damage is done. What is needed is an integrated approach realising preventive measures, such as tools to detect fraud at an early stage. Fraud is, after all, characterised by typical behaviour that throws up digital red flags. After detecting those red flags subsequent action can be taken to stop the fraud. Also modernising the Trade Register would contribute considerably to the protection of creditors.


F. Kemp
Mr. Frits Kemp is als advocaat en curator verbonden aan Fort advocaten te Amsterdam. Hij is lid van de initiatiefgroep 1Overheid en docent Insolventierecht bij verschillende universiteiten en instellingen.
Wetenschap

Instructiebevoegdheid en de aansprakelijkheid van de moedervennootschap als medebeleidsbepaler van haar dochter-bv op grond van art. 2:248 lid 7 BW: een kwestie van balans

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Aansprakelijkheid moedervennootschap, instructie bevoegdheid, medebeleidsbepaler, hechte concernverhoudingen, dochter BV, bestuursautonomie, beleidsbepaling
Auteurs Mw. mr. D. Mokhberolsafa
SamenvattingAuteursinformatie

    Het geven van concrete instructies kan de moedervennootschap eerder in de gevarenzone brengen om door de curator als medebeleidsbepaler van haar dochter-bv in de zin van art. 2:248 lid 7 BW aansprakelijk te worden gesteld. De aanwezigheid van een concrete instructie kan immers de feitelijke ondergeschiktheidspositie van het dochterbestuur aan de moedervennootschap in zoverre onderstrepen, dat de moedervennootschap eerder gezien kan worden als degene die feitelijk het bestuur uitoefent. Zodoende kan zij als medebeleidsbepaler worden gekwalificeerd en door de rechter aansprakelijk worden gehouden op grond van art. 2:248 lid 7 BW.


Mw. mr. D. Mokhberolsafa
Mw. mr. Mokhberolsafa heeft dit artikel geschreven in het kader van haar afstudeerscriptie. Dit artikel is inhoudelijk afgerond in mei 2014.
Toont 1 - 20 van 34 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.