Zoekresultaat: 50 artikelen

x
Jaar 2015 x
Artikel

De verschuivende functies van de Awb

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2015
Trefwoorden harmonisatie, rechtseenheid, borging van rechtsstatelijkheid
Auteurs Prof. dr. B.J. Schueler
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat aan de hand van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in op een van de drie hoofdcategorieën van rechtseenheid die Stip en Zijlstra onderscheiden, namelijk de rechtseenheid die ziet op het voorkomen van verschillende uitleg en toepassing van dezelfde rechtsnormen binnen een rechtsorde. De auteur bespreekt de vijf belangrijkste redenen om algemene regels van bestuursrecht in de Awb op te nemen in plaats van een regeling te maken voor deelterreinen. Hij bespreekt deze redenen vanuit vijf invalshoeken: rechtseenheid, kenbaarheid, voorspelbaarheid, efficiëntie van wetgeving en borging van rechtsstatelijkheid. In het huidige tijdsgewricht zijn met name die laatste twee van belang door twee ontwikkelingen. Ten eerste proberen bestuur en wetgevers de slagkracht van het bestuur te vergroten. De Awb waarborgt dat burgers de middelen houden die nodig zijn om voor hun belangen en rechten op te komen. Ten tweede komt door verschuivingen het zwaartepunt in wetgeving steeds meer bij het bestuur te liggen: normstelling wordt meer bestuurlijk ingekleurd, de rechter wordt op afstand gezet en de wetgever laat inhoudelijke regelgeving over aan het bestuur. Dit werpt een nieuw licht op de waarborgfunctie van de Awb, die het handelen van het bestuur normeert.


Prof. dr. B.J. Schueler
Prof. dr. B.J. Schueler is hoogleraar bestuursrecht, in het bijzonder het omgevingsrecht, aan de Universiteit Utrecht en staatsraad in de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

    Deze bijdrage gaat over de verschillen tussen de enquêteprocedure als verzoekschriftprocedure en het kort geding als dagvaardingsprocedure. In beide procedures kunnen voorlopige ordemaatregelen worden verkregen, maar er bestaan belangrijke verschillen. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld het belang dat in de procedure centraal staat alsmede de rol die belanghebbenden spelen.


Mr. B. Kemp
Mr. B. Kemp is advocaat bij DVDW Advocaten te Den Haag, als universitair docent verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, research fellow bij het Institute for Corporate Law, Governance and Innovation Policies (ICGI) van de Universiteit Maastricht.
Artikel

De remmende werking van huwelijk en arbeid op vermogensdelicten. Rotterdam, 1812-1820

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2015
Trefwoorden property crime, marriage, labour, nineteenth century, Netherlands
Auteurs Bjørn Gallée BA en Jaap Ligthart MA
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the field of criminology, marriage and labour are important determinants for the decline in criminal behavior. However, these factors are seldom researched in the context of historical criminology. By conducting research into crimes against property in Rotterdam, those brought to the Rotterdam correctional court in the 1812-1820 period, this paper attempts to shed light on the topic. Our findings show that a majority of the delinquents in question were employed, while a minority of those female delinquents were married, yet also in gainful employment in most cases. Male adolescents, who had just entered the labour market, were the largest group of male delinquents. The female population of delinquents consisted mostly of women who were close to marriageable age. Thus, it is suggested that labour and marriage supplied insufficient economical stability to inhibit criminal behavior during the 1812-1820 period.


Bjørn Gallée BA
B. Gallée, BA is werkzaam als onderzoeksassistent in het project ‘Crime and Gender’ aan de Universiteit Leiden.

Jaap Ligthart MA
J. Ligthart, MA was in 2013 werkzaam als onderzoeksassistent in het project ‘Crime and Gender’ en promoveert momenteel aan de Universiteit Leiden op financiële problemen van vorsten in de vijftiende-eeuwse Nederlanden.
Casus

Enkele gedachten over de arbeidsovereenkomst in het concern

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2015
Trefwoorden arbeidsovereenkomst, concern, werknemer
Auteurs Prof. dr. R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    De werknemer in het concern heeft veelal niet alleen te maken met degene met wie hij de arbeidsovereenkomst ondertekende, maar ziet zich tevens geconfronteerd met allerhande ‘derden’ die direct of indirect hun invloed uitoefenen op de arbeidsovereenkomst. Denk aan de situatie dat de werkgever niet meer in staat is het loon te betalen omdat de moedervennootschap al haar leningen heeft opgeëist. Een ander concernonderdeel kan zelfs in het geheel niet als derde worden ervaren, bijvoorbeeld in de veelvoorkomende situatie dat de werknemer binnen een concern feitelijk permanent werkt binnen een andere vennootschap dan die waarmee hij de arbeidsovereenkomst sloot. De centrale vraag van de auteur is of het recht voldoende rekening houdt met de arbeidsovereenkomst binnen het concern.


Prof. dr. R.M. Beltzer
Prof. dr. R.M. Beltzer is hoogleraar Arbeid & Onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Casus

Drie ontwikkelingen in de rechtspraak van de Hoge Raad in 2015 over personenvennootschappen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2015
Trefwoorden maatschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, personenvennootschap
Auteurs Mr. C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2015 is de Hoge Raad in drie belangrijke uitspraken ingegaan op het personenvennootschapsrecht. De Hoge Raad besliste dat een vennoot die toetreedt tot een al bestaande vennootschap onder firma of als gewone vennoot toetreedt tot een al bestaande commanditaire vennootschap ook aansprakelijk is voor verbintenissen die al waren ontstaan vóór zijn toetreden. De Hoge Raad is tevens ingegaan op de vraag wanneer een commanditaire vennoot het zogenoemde bestuursverbod overtreedt. Ten slotte heeft de Hoge Raad beslist dat het faillissement van een vennootschap onder firma niet automatisch tot gevolg heeft dat ook de vennoten in staat van faillissement komen te verkeren.


Mr. C. de Groot
Mr. C. de Groot is universitair hoofddocent Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

De objectivering van de bevoordelingsbedoeling in het erfrecht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden schenking/gift, bevoordelingsbedoeling, legitimaire massa, lijfrente, waardering
Auteurs Mr. F.W. Brans en Mr. Ph.A.J. Raaijmaakers
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van twee uitspraken uit eigen praktijk wordt onderzocht welke omstandigheden een rol kunnen spelen bij de beoordeling of sprake is van een gift, hoe en waarop deze wordt gewaardeerd, of de legitimaire massa daarmee wordt vermeerderd en op welk wettelijk breukdeel daarvan de legitimaris aanspraak kan maken. Conclusie is dat wordt gekeken naar omstandigheden van vóór of tijdens het moment van de gestelde gift (‘objectief’). Omstandigheden van latere datum blijven in beginsel buiten beschouwing, ook als achteraf daaruit een wil of intentie tot bevoordelen kan worden herleid (‘subjectief’).


Mr. F.W. Brans
Mr. F.W. Brans is senior jurist bij AD Advocaten te Amsterdam.

Mr. Ph.A.J. Raaijmaakers
Mr. Ph.A.J. Raaijmaakers is advocaat bij AD Advocaten te Amsterdam.

Prof. dr. L.J.J. Rogier
Artikel

Vessel protection, van zorgplicht naar zelfverdediging

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 0304 2015
Trefwoorden Security, Piracy, public vs. private responsibilities, policy making, paradigm changes
Auteurs Henk Warnar
SamenvattingAuteursinformatie

    This article demonstrates the influence of intellectual debate in policy paradigm changes. In response to piracy around the Horn of Africa, Dutch naval forces have participated in NATO and EU counter piracy operations since 2008. Although successful, also self protection measures by the merchant ships are required to provide security to individual ships. Since 2008 Dutch ship owners have advocated to amend legislation to allow private armed security teams (PAST) for individual protection, similar to policies by most foreign countries. Because of sensitivities concerning the private use of arms, policymakers, politicians, stakeholders and advisors have circumvented the issue. Instead of addressing the question of self defense, the paradigm of state monopoly for violence and the state’s obligation to provide security, made individual protection by embarked military teams to develop as a governmental service at levels that turned out to be unachievable for the armed forces. This policy caused several types of friction. Currently, the only acceptable solution seems to be to allow PAST and legislation is being prepared accordingly. A successful paradigm change however can only be achieved if an adequate new paradigm is constructed by intellectual debate. (Hall, Visser & Hemerijck) So far this debate has been too limited in scope. Debate has been state centric and focused on legal views and regulation. To resolve friction, additional analysis of differing roles by the state and individual entrepreneurs is required. Such analysis argues that the state severely reduces individual protection and politicians decide on the fundamental question of self defense by ships at the high seas.


Henk Warnar
Henk Warnar is senior adviseur bij het Ministerie van Defensie.
Artikel

De Bröring-test

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Forumbank, Aurora, bronvermelding, databanken, auteursinformatie
Auteurs Mr. F.G.K. Overkleeft
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur vraagt zich af hoe het kan dat een in 1959 geboren hoogleraar bestuursrecht in ondernemingsrechtelijke publicaties van anderen nog wel eens wordt aangeduid als de auteur van NJ-annotaties bij klassieke arresten van de Hoge Raad uit 1955 en 1960. Een digitale persoonsverwisseling lijkt hiervan de oorzaak te zijn. De auteur stipt enkele vragen aan die deze gang van zaken oproept.


Mr. F.G.K. Overkleeft
Mr. F.G.K. Overkleeft is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

De Hoge Raad en het Hof van Justitie van de EU als partners in de prejudiciële procedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden samenwerking Hoge Raad en Hof van Justitie van de EU, prejudiciële procedure van de EU, praktische wenken, relatie prejudiciële verwijzingsplicht en prejudiciële adviesbevoegdheid ex Protocol 16 EVRM
Auteurs Prof. mr. C.W.A. Timmermans
SamenvattingAuteursinformatie

    De relatie tussen de Hoge Raad en het Hof van Justitie van de EU is er een van samenwerking, niet van hiërarchie. Instrument voor deze samenwerking is de prejudiciële procedure. Hoe deze procedure optimaal te benutten? De auteur doet enkele, meer praktische suggesties, onder andere inzake de formulering van de verwijzingsbeschikking en de deelneming aan de procedure voor het Hof. Ten slotte wordt ingegaan op de prejudiciële adviesbevoegdheid voor hoogste, nationale gerechten ex Protocol 16 bij het EVRM en de relatie tot een eventuele verwijzingsplicht ex art. 267 VWEU.


Prof. mr. C.W.A. Timmermans
Prof. mr. C.W.A. Timmermans is oud-rechter in het Hof van Justitie van de EU.
Artikel

De hoogste nationale rechter en de Europese hoven

Naar een systeem van checks-and-balances tússen gerechten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden grondrechtenbescherming, rechterlijke dialoog, Hof van Justitie van de Europese Unie, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, checks-and-balances
Auteurs Prof. mr. M.A. Loth
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is gewijd aan de verhoudingen tussen de hoogste nationale rechters, het HvJ EU en het EHRM. Enerzijds behouden diverse hoogste nationale rechters zich de mogelijkheid van het laatste woord voor, zonder daarvan daadwerkelijk gebruik te maken. Anderzijds heeft het HvJ EU de mogelijkheid erkend van lidstaataansprakelijkheid voor een gekwalificeerde schending van het Unierecht als een afbakening van het speelveld, niet als een remedie voor rechtszoekenden. Ook de verhouding tussen het HvJ EU en het EHRM is nog niet uitgekristalliseerd. De gesignaleerde verschuivingen kunnen het beste worden begrepen als onderdeel van een systeem van checks-and-balances tússen de betrokken gerechten.


Prof. mr. M.A. Loth
Prof. mr. M.A. Loth is hoogleraar Privaatrecht aan Tilburg University.
Artikel

De koers van de Hoge Raad: (on)voorspelbaar?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 5 2015
Trefwoorden werkgeversaansprakelijkheid, art. 81 Wet RO, rechtseenheid, rechtsvorming, onvoorspelbaarheid
Auteurs Prof. mr. C.J.M. Klaassen
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in op de taak van de Hoge Raad om de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling te bevorderen. Aan de hand van een aantal arresten op het terrein van het aansprakelijkheidsrecht stelt zij de vraag of de koers van de Hoge Raad wel voldoende voorspelbaar is en op welke wijze de Hoge Raad de voorspelbaarheid van zijn beslissingen kan verbeteren.


Prof. mr. C.J.M. Klaassen
Mw. prof. mr. C.J.M. Klaassen is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Tenant vs. owner: deriving access to justice from the right to housing

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2015
Trefwoorden tenants’ rights, adequate housing, discrimination, effectiveness of law
Auteurs Nico Moons
SamenvattingAuteursinformatie

    The right to adequate housing has since long been established in international and European human rights law and has been (constitutionally) incorporated into many domestic legal systems. This contribution focuses on the extent to which this fundamental right influences rental law and the horizontal relationship between tenant and landlord and how it contributes to the tenant’s access to justice. The right to housing certainly accounts for tenant’s rights, but since international and European human rights law evidently centres around state obligations, any possible impact on the position of tenants remains indirect. This is of course different on the national plane. In Belgium, the constitutional right to housing has been implemented through regional Housing Codes, complementing private law measures and creating additional protection to tenants. Nonetheless, many challenges still remain in increasing access to justice for tenants, both top-down and bottom-up: lack of knowledge and complexity of law, imbalance in power and dependency, discrimination, etc.


Nico Moons
Nico Moons is a PhD student at the Faculty of Law of the University of Antwerp (research group Government & Law). His research topic involves the effectiveness of the right to adequate housing. Previously, he has worked at the Council for Alien Law Litigation.
Artikel

De positie van de aandeelhouder bij een gedwongen omzetting van schuld in aandelenkapitaal buiten insolventie

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2015
Trefwoorden herstructurering, dwangakkoord, enquêteprocedure, debt for equity swap
Auteurs Mr. G.J.L. Bergervoet
SamenvattingAuteursinformatie

    Het omzetten van schuld in aandelenkapitaal, of een debt for equity swap, kan een manier zijn om een onderneming succesvol financieel te herstructureren. In deze bijdrage wordt ingegaan op de mogelijkheden voorschuldeisers om buiten insolventie de zittende aandeelhouder te dwingen medewerking te verlenen aan een omzetting van schuld in aandelenkapitaal.


Mr. G.J.L. Bergervoet
Mr. G.J.L. Bergervoet is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam en is daarnaast als fellow verbonden aan het Onderzoekcentrum voor Onderneming & Recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Publicatie van de jaarrekening op grond van het effectenrecht: effectieve openbaarmaking of (slechts) verregaand transparant?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden publicatieplicht, beursvennootschappen, jaarrekening, effectenrecht, Fondsenreglement
Auteurs Prof. mr. J.B.S. Hijink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat centraal het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch waarin is uitgemaakt dat met het voldoen aan effectenrechtelijke publicatieverplichtingen ook is voldaan aan de publicatieplicht op grond van Boek 2 BW. Tegen de achtergrond van de uiteenlopend vormgegeven publicatieverplichtingen in het vennootschapsrecht enerzijds en het effectenrecht anderzijds, plaatst de auteur daarbij enige kanttekeningen.


Prof. mr. J.B.S. Hijink
Prof. mr. J.B.S. Hijink is hoogleraar jaarrekeningenrecht en toezicht financiële verslaggeving aan de Erasmus School of Law te Rotterdam en advocaat te Amsterdam.
Artikel

Schaduwgebieden van Europese regulering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2015
Trefwoorden soft law, Europese normstelling, bestuurlijke regelgeving
Auteurs Prof. mr. L.A.J. Senden
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden drie trends geschetst op het terrein van Europese regulering die nogal ongrijpbaar zijn, omdat ze zich aftekenen in de schaduw van de formele normenhiërarchie die het Verdrag van Lissabon heeft geïntroduceerd. Dit zijn ‘zachte’ bestuurlijke regelgeving door de Commissie, ten tweede bestuurlijke regelgeving door netwerken en verschillende Europese agentschappen en ten derde de ‘infiltratie’ van private regulering in het Unierecht. Deze trends hebben als gevolg dat Europese normstelling een steeds diffuser karakter krijgt, zowel in termen van feitelijke herkomst en ‘auteurschap’ als in termen van juridische aard en status. Lidstaten en nationale autoriteiten worden hiermee geconfronteerd, maar staan niet helemaal aan de zijlijn van deze ontwikkelingen, althans niet wanneer bevoegdheden op grond van wetgevingshandelingen waarbij de Raad is betrokken (wat doorgaans het geval is), aan de Commissie en agentschappen worden toegekend. De trends roepen wel vragen op ten aanzien van de betrokkenheid van nationale autoriteiten bij de opstelling ervan, alsook van stakeholders.


Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. Senden is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Utrecht en bestuurder bij het onderzoekscentrum RENFORCE van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Bestuursbesluit zou vereist moeten zijn bij eigen enquêteverzoek rechtspersoon

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden vertegenwoordiging, enquêteverzoek, ontvankelijkheid, Ondernemingskamer, Sluis
Auteurs Mr. drs. J. van Bekkum
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt in deze bijdrage de problematiek die zich voordoet bij het indienen van een enquêteverzoek namens de rechtspersoon. Hij betoogt dat in een dergelijk geval aan het enquêteverzoek in beginsel een bestuursbesluit ten grondslag moet liggen, tenzij een misstand aan besluitvorming in de weg staat.


Mr. drs. J. van Bekkum
Mr. drs. J. van Bekkum is advocaat bij Lemstra Van der Korst te Amsterdam en tevens verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht/Van der Heijden Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De seksuele tiener en de sociale orde

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2015
Trefwoorden youth, sex, transgression, criminal law
Auteurs Mr. drs. Juul Gooren
SamenvattingAuteursinformatie

    A taboo serves the social order for it facilitates social control. This article will focus on taboos related to sexual contact by youngsters. The way authorities guard sexual taboos is indicative of the way authorities envision the organization of society. It is this organization through the control of youth and sex which will receive attention. In the classic study by Mary Douglas on pollution and taboo dirt is understood as ‘matter out of place’. The sexual teenager is an illustration of this ‘matter out of place’ because it is difficult to categorize sexual teenagers on the basis of asexual children and sexual adults as an organizing principle for society. In criminal law lewd conduct by youngsters refers to wrong sex at the wrong age. By criminalizing these sexual transgressions the proper place of youth and sex is once again restored. This is necessary for it will be argued that the interests of society are somewhat under pressure because of transgressions when it comes to children as asexual and when it comes to sex as something for within a relationship. The perpetrator of lewd conduct should be understood as a scapegoat reestablishing when and how sex should take place. By restoring the asexual child and the sexual relationship it is hoped sex and youngsters can once again offer some guidance in a social order lacking these clear markers.


Mr. drs. Juul Gooren
Mr. drs. Juul Gooren is docent voor Safety & Security Management Studies aan De Haagse Hogeschool.
Casus

De reikwijdte van de zorgplicht binnen concernverhoudingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2015
Trefwoorden zorgplicht, moedermaatschappij, concernverhouding, economische werkelijkheid, concernleidingsplicht
Auteurs Mr. F. van Liere
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de aansprakelijkheid van de moedermaatschappij jegens crediteuren van haar dochter(s) vanwege schending van de zorgplicht om de crediteurenbelangen in acht te nemen. De term zorgplicht is in lagere rechtspraak en literatuur ontwikkeld, maar de Hoge Raad heeft deze term nog niet aanvaard, waardoor nog altijd onduidelijkheid bestaat over de exacte invulling van de zorgplicht. In dat kader worden drie vragen behandeld: naar de inhoud van de zorgplicht, naar de omstandigheden waaronder zij zich manifesteert en naar het moment van inwerkingtreding van de zorgplicht. Aan de hand van de kernarresten en de economische werkelijkheid worden deze vragen beantwoord en wordt geconcludeerd dat sprake is van een immer aanwezige zorgplicht om de belangen van de crediteuren in acht te nemen als uitwerking van de concernleidingsplicht van de moedermaatschappij binnen concernverhoudingen.


Mr. F. van Liere
Mr. F. van Liere is heeft dit artikel geschreven in het kader van haar afstudeerscriptie.
Artikel

De verhaalsmogelijkheden bij schade door een ongeschikte medische hulpzaak anno 2015

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2015
Trefwoorden artikel 6:77 BW, medische hulpzaak, aansprakelijkheid, schade, notified body
Auteurs Mr. J.T. Hiemstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien een patiënt schade heeft geleden ten gevolge van een lekkend borstimplantaat, een niet goed sluitende hartklep, een heup die metaaldeeltjes afgeeft of een andersoortige medische hulpzaak, rijst de vraag of, en zo ja, op wie hij deze schade zou kunnen verhalen. In dit artikel wordt besproken welke actoren de patiënt zou kunnen aanspreken, waarbij met name gekeken zal worden naar recente ontwikkelingen op het gebied van de aansprakelijkheid van deze actoren.


Mr. J.T. Hiemstra
Mr. J.T. Hiemstra is promovenda en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen, vakgroep Privaatrecht en Notarieel Recht.
Toont 1 - 20 van 50 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.