Zoekresultaat: 77 artikelen

x
Jaar 2016 x
Artikel

Enkele kanttekeningen bij het wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2016
Trefwoorden Wet bestuur en toezicht rechtspersonen, bestuurdersaansprakelijkheid stichting, decharge-problematiek, one-tier board, raad van commissarissen
Auteurs Prof. mr. S.M. Bartman, Mr. C. de Groot, Mr. J. Nijland e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het wetsvoorstel voor de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen wordt beoogd de kwaliteit van bestuur en toezicht bij verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen en stichtingen te verbeteren. In dit artikel bespreken de auteurs kort enkele aspecten van het wetsvoorstel in het licht van de doelstelling en de bruikbaarheid in de praktijk.


Prof. mr. S.M. Bartman
Prof. mr. S.M. Bartman is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. C. de Groot
Mr. C. de Groot is universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden.

Mr. J. Nijland
Mr. J. Nijland is universitair docent Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Prof. mr. drs. I.S. Wuisman
Prof. mr. drs. I.S. Wuisman is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Rechtsgeldigheid en doorwerking van een aandeelhoudersovereenkomst in de persoonsgebonden BV: een stappenplan voor de praktijk

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2016
Trefwoorden aandeelhoudersovereenkomst, rechtsgeldigheid, doorwerking, vennootschapsrechtelijke werking, persoonsgebonden
Auteurs Mr. R. de Leeuw
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel de literatuur als de rechtspraak geeft geen blijk van een helder toetsingskader voor de beoordeling van de rechtsgeldigheid en doorwerking van aandeelhoudersovereenkomsten. Dit artikel beschrijft een eenduidig toetsingskader (inclusief schematisch stappenplan) waarmee een rechter, notaris of advocaat kan beoordelen of een aandeelhoudersovereenkomst geldig is, en zo ja, of deze in het concrete geval doorwerkt in de vennootschap.


Mr. R. de Leeuw
Mr. R. de Leeuw is juridisch medewerker bij Schaap Advocaten Notarissen te Rotterdam.
Jurisprudentie

Overgang van wettelijke verplichtingen – het Hof van Justitie van de EU treedt wederom buiten contractuele grenzen

HvJ EU 28 januari 2015, C-688/13, ECLI:EU:C:2015:46, JAR 2015/279 (Gimnasio Deportivo San Andrés SL/Tesorería General de la Seguridad Social)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2016
Trefwoorden overgang van onderneming, sociale zekerheid, rechten en verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst, rechten van derden
Auteurs Prof. mr. Ronald Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijn 2001/23 inzake de overgang van ondernemingen ziet blijkens het in deze bijdrage besproken arrest evenzeer op de overgang van aan de arbeidsovereenkomst gerelateerde, wettelijke socialezekerheidsrechten. Slechts buitenwettelijke rechten inzake sociale zekerheid mogen door de lidstaten worden uitgezonderd van overgang (artikel 3 lid 4 onder a). De reikwijdte van deze uitzondering is beperkt. Het staat lidstaten vrij een ruimere bescherming te bieden. De auteur stelt de vraag of de uitspraak gevolgen heeft voor andere arbeidsgerelateerde rechten en analyseert de in dit arrest impliciet aanvaarde derdenwerking.


Prof. mr. Ronald Beltzer
Prof. mr. R. Beltzer is hoogleraar Arbeid en Onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.

Geeske Tuinstra
Artikel

Schade door een ongeschikte medische hulpzaak ex artikel 6:77 BW: een rechtsvergelijking met Frankrijk en Duitsland

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2016
Trefwoorden artikel 6:77 BW, medische hulpzaken, Frans aansprakelijkheidsrecht, Duits aansprakelijkheidsrecht
Auteurs Mr. V.J.P. Ramaekers
SamenvattingAuteursinformatie

    De aansprakelijkheidsregeling voor gebruikers van ongeschikte medische hulpzaken volgens artikel 6:77 BW heeft geleid tot rechtsonzekerheid en discussie. Om nieuwe inzichten te verkrijgen is het interessant om een rechtsvergelijking te maken met twee nabijgelegen landen die voor wat betreft het rechtssysteem en de juridisch-culturele ontwikkeling op Nederland lijken. In deze bijdrage is daarom onderzocht wie in Frankrijk en Duitsland door patiënten kunnen worden aangesproken, wat daar de tendensen in zijn en op welke manier het Nederlandse recht daar inspiratie aan kan ontlenen.


Mr. V.J.P. Ramaekers
Mr. V.J.P. Ramaekers is jurist bij OBV-Logistiek B.V. te Eijsden.
Artikel

Is de motie een nuttig instrument voor de aandeelhouder van een beursvennootschap naast en in aanvulling op het agenderingsrecht ex artikel 2:114a BW?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2016
Trefwoorden motie, agenderingsrecht, artikel 2:114a BW, agendapunt, Fugro/Boskalis
Auteurs Mr. L. Stoppels en Mr. drs. J. van Bekkum
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de Boskalis/Fugro-zaak stellen de auteurs in dit artikel de vraag of de zogenoemde ‘motie’ in de praktijk voor aandeelhouders van beursvennootschappen een nuttig instrument kan zijn om standpunten van de algemene vergadering onder de aandacht van het bestuur en de RvC te brengen.


Mr. L. Stoppels
Mr. L. Stoppels is advocaat te Amsterdam bij Lemstra Van der Korst.

Mr. drs. J. van Bekkum
Mr. drs. J. van Bekkum is advocaat te Amsterdam bij Lemstra Van der Korst en tevens verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming & Recht/Van der Heijden Instituut, Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Uitgebalanceerd compromis voor personenvennootschappen: drie maal is scheepsrecht?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2016
Trefwoorden personenvennootschap, VOF, CV, maatschap, wetsvoorstel
Auteurs Mr. M. Alzafari en Mr. S.S.M. Rutten
SamenvattingAuteursinformatie

    In september 2016 is het rapport Modernisering personenvennootschappen van de Werkgroep Personenvennootschappen aangeboden aan de minister van Veiligheid en Justitie. Hierin is een nieuwe wettelijke regeling voor personenvennootschappen opgenomen. In dit artikel bespreken de auteurs de belangrijkste thema’s van het wetsvoorstel en geven zij een reactie op opvallende wijzigingen. De minister heeft aangegeven dat hij het rapport zal meenemen in zijn plannen tot vernieuwing van het ondernemingsrecht. Het zal dan ook naar alle waarschijnlijkheid leiden tot indiening van een wetsvoorstel.


Mr. M. Alzafari
Mr. M. Alzafari is Professional Support Lawyer Corporate M&A bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. S.S.M. Rutten
Mr. S.S.M. Rutten is Professional Support Lawyer Corporate M&A bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Verwerking van het enquêterecht

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2016
Trefwoorden rechtsverwerking, enquêterecht, Cordial, artikel 2:350 BW, artikel 2:349 BW
Auteurs Mr. D.L. Barbiers
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden enkele kanttekeningen geplaatst bij de Cordial-beschikking waarin de Hoge Raad voor de eerste keer besliste dat rechtsverwerking in het enquêterecht toepassing vindt. Verder wordt ingegaan op hoe rechtsverwerking zich verhoudt tot de ontvankelijkheidstermijn van artikel 2:349 lid 1 BW en de belangenafweging van artikel 2:350 BW.


Mr. D.L. Barbiers
Mr. D.L. Barbiers is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

De berekening van interne loonkosten: hoe concreet is concreet?

Annotatie bij HR 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1278 (deel II)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2016
Trefwoorden doorkruisingsleer, onrechtmatige daad, kostenverhaal, abstracte of concrete schadeberekening, loonkosten
Auteurs Mr. E.M. van Orsouw en Mr. M.F.J. Hiel
SamenvattingAuteursinformatie

    Kunnen gemeenten de kosten van rampbestrijding verhalen op de overheid via de privaatrechtelijke weg? Of levert dat een onaanvaardbare doorkruising van een publiekrechtelijke regeling op? En als een gemeente loonkosten wil verhalen, moeten deze dan abstract of concreet worden berekend? Die vragen staan centraal in het arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2016 en in twee opeenvolgende bijdragen in het Maandblad voor Vermogensrecht. Dit is het tweede deel, over het verhaal van de loonkosten.


Mr. E.M. van Orsouw
Mr. E.M. van Orsouw is partner bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

Mr. M.F.J. Hiel
Mr. M.F.J. Hiel is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

Ligplaatsen voor woonboten: het reguleren van een privaatrechtelijke rechtsverhouding

Lessen voor de wetgevingspraktijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden overheidsovereenkomst, doorkruisingsleer, woonboten, ligplaatsen
Auteurs mr. C.C. van Niel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal waar de wetgever rekening mee moet houden bij het reguleren van privaatrechtelijke verhoudingen, waarbij de overheid vaak partij is en waarbij publieke belangen een grote rol spelen. Dit wordt besproken aan de hand van het wetsvoorstel tot verbetering van de huurbescherming van huurders van ligplaatsen. Uit dit voorbeeld worden algemene lessen getrokken. Hieruit blijkt dat het ten eerste van belang is om alle betrokken belangen, zowel publieke als private, in kaart te brengen. Ook dient een zorgvuldige belangenafweging plaats te vinden, zodat er niet een te zeer wordt benadrukt ten koste van de andere. Tot slot dient rekening te worden gehouden met de aard van de rechtsverhouding. Als publieke belangen een belangrijke rol spelen, is enige verwevenheid van het publiekrecht met het privaatrecht onvermijdelijk, maar dit dient zo veel mogelijk te worden beperkt.


mr. C.C. van Niel
mr. C.C. (Charlotte) van Niel is wetgevingsjurist bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en redactiesecretaris van RegelMaat.
Artikel

De discretionaire ruimte bij het gebruik van geweld: hoe kleiner, hoe beter?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2016
Trefwoorden discretionary space, use of force, Training, Survey, hypothetical cases
Auteurs Jannie Noppe
SamenvattingAuteursinformatie

    First line police officers need a certain amount of discretion as they have to deal with various and complex situations on a daily basis. In this article the author examines the extent to which police officers have room for discretion in their use of force. We start from Mastrofski’s proposition that in case of decisions to use deadly force (use of firearm) police officers’ discretionary space must be restricted as much as possible. In case of less intrusive use of force, police officers may have more room for discretion. We used data from a small survey in three local police forces in Belgium to examine whether police officers have similar opinions on the decision to use their firearm – in comparison with the decision to use lower levels of force (non-firearm/non-lethal). Furthermore, we compare police officers who are highly trained in the use of force, with less trained police officers. Our results indicate that police officers are indeed more univocal when it comes to decisions to use their firearm, especially in case of more trained police officers.


Jannie Noppe
J. Noppe is doctoraatstudente bij de onderzoeksgroep IRCP, Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht, Universiteit Gent.

Dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Article

Access_open The Right to Mental Health in the Digital Era

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2016
Trefwoorden E-health, e-mental health, right to health, right to mental health
Auteurs Fatemeh Kokabisaghi, Iris Bakx en Blerta Zenelaj
SamenvattingAuteursinformatie

    People with mental illness usually experience higher rates of disability and mortality. Often, health care systems do not adequately respond to the burden of mental disorders worldwide. The number of health care providers dealing with mental health care is insufficient in many countries. Equal access to necessary health services should be granted to mentally ill people without any discrimination. E-mental health is expected to enhance the quality of care as well as accessibility, availability and affordability of services. This paper examines under what conditions e-mental health can contribute to realising the right to health by using the availability, accessibility, acceptability and quality (AAAQ) framework that is developed by the Committee on Economic, Social and Cultural Rights. Research shows e-mental health facilitates dissemination of information, remote consultation and patient monitoring and might increase access to mental health care. Furthermore, patient participation might increase, and stigma and discrimination might be reduced by the use of e-mental health. However, e-mental health might not increase the access to health care for everyone, such as the digitally illiterate or those who do not have access to the Internet. The affordability of this service, when it is not covered by insurance, can be a barrier to access to this service. In addition, not all e-mental health services are acceptable and of good quality. Policy makers should adopt new legal policies to respond to the present and future developments of modern technologies in health, as well as e-Mental health. To analyse the impact of e-mental health on the right to health, additional research is necessary.


Fatemeh Kokabisaghi
Fatemeh Kokabisaghi, Iris Bakx and Blerta Zenelaj are Ph.D. candidates at the Institute of Health Policy and Management, Erasmus University Rotterdam. All authors contributed equally.

Iris Bakx
Fatemeh Kokabisaghi, Iris Bakx and Blerta Zenelaj are Ph.D. candidates at the Institute of Health Policy and Management, Erasmus University Rotterdam. All authors contributed equally.

Blerta Zenelaj
Fatemeh Kokabisaghi, Iris Bakx and Blerta Zenelaj are Ph.D. candidates at the Institute of Health Policy and Management, Erasmus University Rotterdam. All authors contributed equally.
Article

Access_open A Theoretical Framework to Study Variations in Workplace Violence Experienced by Emergency Responders

Integrating Opportunity and Vulnerability Perspectives

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Workplace aggression, workplace violence, emergency responders, blaming the victim, victimology
Auteurs Lisa van Reemst
SamenvattingAuteursinformatie

    Emergency responders are often sent to the front line and are often confronted with aggression and violence in interaction with citizens. According to previous studies, some professionals experience more workplace violence than others. In this article, the theoretical framework to study variations in workplace violence against emergency responders is described. According to criminal opportunity theories, which integrate the routine activity theory and lifestyle/exposure theory, victimisation is largely dependent on the lifestyle and routine activities of persons. Situational characteristics that could be related to workplace violence are organisational or task characteristics, such as having more contact with citizens or working at night. However, they do not provide insight in all aspects of influence, and their usefulness to reduce victimisation is limited. Therefore, it is important to consider the role of personal characteristics of the emergency responders that may be more or less ‘attractive’, which is elaborated upon by the victim precipitation theory. Psychological and behavioural characteristics of emergency responders may be relevant to reduce external workplace violence. The author argues that, despite the risk of being considered as blaming the victim, studying characteristics that might prevent victimisation is needed. Directions for future studies about workplace violence are discussed. These future studies should address a combination of victim and situation characteristics, use a longitudinal design and focus on emergency responders. In addition, differences between professions in relationships between characteristics and workplace violence should be explored.


Lisa van Reemst
Lisa van Reemst, M.Sc., is a Ph.D. candidate at the Erasmus University Rotterdam.

Raf Geenens
Raf Geenens is Assistant Professor of Ethics and Legal Philosophy at the Institute of Philosophy, University of Leuven.

Nora Timmermans
Nora Timmermans is PhD Research Fellow of the Research Foundation - Flanders (FWO) at the Centre for Ethics, Social and Political Philosophy, University of Leuven.
Artikel

Access_open E pluribus unum? The Manifold Meanings of Sovereignty

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2016
Trefwoorden political sovereignty, power, legislative sovereignty, constitutive power, external sovereignty
Auteurs Raf Geenens
SamenvattingAuteursinformatie

    This article investigates and classifies the different meanings of the term sovereignty. What exactly do we try to convey when using the words “sovereign” or “sovereignty”? I will argue that, when saying that X is sovereign, we can mean five different things: it can mean that X holds the capacity to force everyone into obedience, that X makes the laws, that the legal and political order is created by X, that X holds the competence to alter the basic norms of our legal and political order, or that X is independently active on the international stage. These different usages of the term are of course related, but they are distinct and cannot be fully reduced to one another.


Raf Geenens
Raf Geenens is an assistant professor of Ethics and Legal Philosophy at the Institute of Philosophy, University of Leuven.
Artikel

Normbeelden als alternatief voor politiecultuur: de integere, neutrale en loyale supercop

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 0203 2016
Trefwoorden police culture, norm image, integrity, neutrality, loyalty
Auteurs Sinan Çankaya
SamenvattingAuteursinformatie

    This article argues that the notion of norm images does more justice to the complexity of the police organization. The notion of ‘police culture’ is heavily criticized for its homogenizing tendencies, monolithic connotations and stereotypical and negative evaluation of police work. Norm images have an analytical value, because (1) the images are contextualized within and connected to the rule of law, (2) the images are sufficiently analytically flexible for a situational and relational interpretation of the cultural processes within the police organization, and (3) the notion theoretically presupposes the resistance strategies of social actors against the norm images. The article illustrates the theoretical value of norm images by focusing on the dominant images of the ‘trustworthy’, ‘neutral’ and ‘loyal’ police officer.


Sinan Çankaya
Sinan Çankaya is universitair docent op de afdeling Bestuurswetenschappen & Politicologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De beperkte macht van de regel

De kracht van sturen op gewenst gedrag bij verandering in de financiële en zorgsector

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2016
Trefwoorden effectiviteit van wetgeving, publieke toezichthouders, cultuur en gedrag
Auteurs Mr. dr. M.F.M. van den Berg, Mr. H.F.L. Goverde en Mr. C.W.M. Vergouwen
SamenvattingAuteursinformatie

    De macht van de regel is beperkt. Veranderingen binnen de financiële sector en de gezondheidssector vereisen vooral een gedragsverandering van de traditionele spelers binnen die sectoren. Wet- en regelgeving kunnen maar een beperkte rol spelen om de vereiste veranderingen te realiseren. Dit geldt voor meerdere (publieke) sectoren van de samenleving. Zeker als sprake is van overregulering en daarmee samenhangende regeldruk, zoals in de financiële sector het geval is.


Mr. dr. M.F.M. van den Berg
Mr. dr. M.F.M. van den Berg is zelfstandig trainer en adviseur op juridisch en compliancegebied. Daarnaast is zij als research fellow verbonden aan het Tilburg Institute for Private Law (TIP) en het Amsterdam Centre for Insurance Studies (ACIS). Tevens is zij redacteur van dit tijdschrift.

Mr. H.F.L. Goverde
Mr. H.F.L. Goverde is voormalig Group Compliance Officer van Achmea en directeur Juridische Zaken van Interpolis. Thans is hij partner van het organisatieadviesbureau ZorgopKoers. Daarnaast vervult hij bestuurs- en toezichtfuncties binnen de zorg- en verzekeringssector.

Mr. C.W.M. Vergouwen
Mr. C.W.M. Vergouwen is Manager Compliance & ORM bij Achmea.
Artikel

Een helikopterongeval in de Bommelerwaard

Annotatie bij HR 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1278 (deel I)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2016
Trefwoorden doorkruisingsleer, onrechtmatige daad, kostenverhaal, abstracte schadeberekening, loonkosten
Auteurs Mr. dr. J.E. van de Bunt
SamenvattingAuteursinformatie

    Kunnen gemeenten de kosten van rampbestrijding, waaronder brandweerkosten, als gevolg van een helikopterongeval in de Bommelerwaard verhalen op de overheid via de privaatrechtelijke weg? Of levert dat een onaanvaardbare doorkruising van een publiekrechtelijke regeling op? En als een gemeente loonkosten wil verhalen, moeten deze dan abstract of concreet worden berekend? Die vragen staan centraal in het arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2016 en in twee opeenvolgende bijdragen in het Maandblad voor Vermogensrecht. Dit is deel I over het aspect van de doorkruisingsleer.


Mr. dr. J.E. van de Bunt
Mr. dr. J.E. van de Bunt is gastonderzoeker bij de afdeling burgerlijk recht van de Universiteit Leiden. Zij promoveerde daar in juni op het proefschrift Het rampenfonds.
Toont 1 - 20 van 77 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.