Zoekresultaat: 28 artikelen

x
Jaar 2009 x
Artikel

Access_open Doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht in drievoud

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2009
Trefwoorden rechtsmachtverdeling, privaatrecht, publiekrecht, bestuursrechtelijke geldschulden
Auteurs Dr. mr. M.W. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Er bestaan in verhoudingen tussen een burger en de overheid drie vormen van doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht. De eerste vorm van doorwerking hangt samen met de rechtsmachtverdeling tussen de burgerlijke rechter en de bestuursrechter. De tweede vorm van doorwerking hangt samen met de voorrang van publiekrechtelijke normen in het privaatrecht. Deze voorrang kan op twee manieren worden bereikt. Het is mogelijk dat publiekrechtelijke normen op onaanvaardbare wijze worden doorkruist indien gebruik gemaakt wordt van een privaatrechtelijke bevoegdheid. Een andere wijze waarop deze voorrang kan worden bewerkstelligd is het opnemen van een regeling in het publiekrecht van materie die ook in het BW is geregeld. De derde vorm van doorwerking betreft de doorwerking van publiekrechtelijke regels via open normen in het privaatrecht. Met het oog op de toekomst rijst de vraag welke van deze drie vormen van doorwerking in de toekomst zullen blijven bestaan en welke het meest prominent zullen worden.


Dr. mr. M.W. Scheltema
Dr. mr. M.W. Scheltema is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.
Artikel

Een gevaarlijke driehoeksverhouding?

Falende staten, georganiseerde misdaad en transnationaal terrorisme

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2009
Auteurs Tanja E. Aalberts
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years it has become popular in political discourse and academic literature to talk about the blurring boundaries between transnational terrorism and organized crime. In addition, the terrorist attacks of 11 September 2001 have instigated a debate on the link between transnational terrorism and state failure. This article scrutinizes this so-called ‘black hole’ thesis and its relationship to the crime-terror nexus by addressing the political significance of such conceptual blurring within an international context that is increasingly characterized by uncertainty and uncontrollable risks.


Tanja E. Aalberts
Dr. Tanja E. Aalberts is universitair docent aan de Universiteit Leiden (taalberts@fsw.leidenuniv.nl).

    Ondanks het gestelde dorpse karakter van Halsteren, diende ten tijde van de aankoop van het perceel rekening te worden gehouden met alle woonvormen die in een woonwijk in ontwikkeling denkbaar zijn, waaronder hoogbouw in vijf bouwlagen.

Artikel

Wie is de waterbeheerder en wat moet hij doen?

Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de waterbeheerder in de Waterwet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2009
Trefwoorden waterbeheer, Waterwet, overheidszorg, functioneel decentraal beheer
Auteurs Prof. mr. H.F.M.W. van Rijswick
SamenvattingAuteursinformatie

    In een themanummer over de Waterwet kan een beschrijving van de waterbeheerder en zijn taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden niet ontbreken. De Waterwet regelt het beheer en gebruik van het watersysteem in al zijn aspecten.1x Zie naast de bijdragen in dit themanummer over de Waterwet eveneens S. Handgraaf, De Waterwet, M en R? 2009, p. 489-496; zie over het wetsvoorstel T.P. de Kramer & N. Teesing (red.), De nieuwe Waterwet, Vereniging voor milieurecht 2007-2, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2007, M.N. Boeve & L. van Middelkoop (red.), Het waterrecht in perspectief. Actuele ontwikkelingen en doorwerking naar het milieurecht en het ruimtelijke-ordeningsrecht, Groningen: Europa Law Publishing 2008, p. 35-52, en over het voorontwerp H.J.M. Havekes, Het voorontwerp Waterwet, M en R 2005, p. 628-632. Zie eveneens E.C.M. Schippers & J.H. Geerdink, Alles over water in een notendop (in twee delen), Gemeentestem 2008, 7296, p. 261-272 en Gemeentestem 2008, 7297, p. 289-302. De nadruk ligt daarbij op het watersysteem: het samenhangende geheel van één of meer oppervlaktelichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken. Deze definiëring geeft ook de ruime reikwijdte van de wet: het gaat om het gehele watersysteem, maar de Waterwet reguleert niet de waterketen.2x Zie hierover P. Jong, Watersysteem en waterketen in de water- en milieuwetgeving, in: M.V.C. Aalders & R. Uylenburg (red.), Het milieurecht als proeftuin, 20 jaar Centrum voor Milieurecht, Groningen: Europa Law Publishing 2007, p. 57-72. De drinkwatervoorziening en het verzamelen en transport van afvalwater vallen buiten de reikwijdte van de wet.

Noten

  • * De leerstoel wordt financieel ondersteund door de Stichting Schilthuisfonds. Tevens maakt Marleen van Rijswick deel uit van de door de Stichting Leven met Water ingestelde multidisciplinaire ‘leertafel’ Watergovernance, waar zij is benoemd op de leerstoel Ontwikkelingsgericht waterrecht.
  • 1 Zie naast de bijdragen in dit themanummer over de Waterwet eveneens S. Handgraaf, De Waterwet, M en R? 2009, p. 489-496; zie over het wetsvoorstel T.P. de Kramer & N. Teesing (red.), De nieuwe Waterwet, Vereniging voor milieurecht 2007-2, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2007, M.N. Boeve & L. van Middelkoop (red.), Het waterrecht in perspectief. Actuele ontwikkelingen en doorwerking naar het milieurecht en het ruimtelijke-ordeningsrecht, Groningen: Europa Law Publishing 2008, p. 35-52, en over het voorontwerp H.J.M. Havekes, Het voorontwerp Waterwet, M en R 2005, p. 628-632. Zie eveneens E.C.M. Schippers & J.H. Geerdink, Alles over water in een notendop (in twee delen), Gemeentestem 2008, 7296, p. 261-272 en Gemeentestem 2008, 7297, p. 289-302.

  • 2 Zie hierover P. Jong, Watersysteem en waterketen in de water- en milieuwetgeving, in: M.V.C. Aalders & R. Uylenburg (red.), Het milieurecht als proeftuin, 20 jaar Centrum voor Milieurecht, Groningen: Europa Law Publishing 2007, p. 57-72.


Prof. mr. H.F.M.W. van Rijswick
Prof. mr. H.F.M.W. van Rijswick is hoogleraar Europees en nationaal waterrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Van Pkb naar AMvB

De systematiek van het nationale waterbeleid onder de AMvB Ruimte

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2009
Trefwoorden AMvB Ruimte, planologische kernbeslissing, provinciale verordening, Bestuurlijke omgangscode AMvB Ruimte
Auteurs Mw. M. Claessens en Mw. mr. D.S.P. Fransen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Ministerraad heeft 2 juni 2009 op voorstel van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) ingestemd met het ontwerp van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: AMvB Ruimte).1x (Bijlage bij) Kamerstukken II 2008/09, 31 500, nr. 15. De AMvB Ruimte bevat alle ruimtelijke beleidskaders van het Rijk en vormt het sluitstuk van het nieuwe stelsel van de ruimtelijke ordening. Dit stelsel is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008 geïntroduceerd.2x Stb. 2008, 180 (Invoeringswet Wro). Met de Wro wordt een nieuwe sturingsfilosofie geïntroduceerd, waar de AMvB in kwestie een uitwerking van is. De sturingsfilosofie gaat uit van de gedachte dat de verschillende overheden, met het Rijk in de regierol, worden gedwongen om te bepalen wat van nationaal en provinciaal belang is binnen het ruimtelijk beleid, en voorts te bepalen op welke wijze deze nationale en provinciale belangen moeten doorwerken op gemeentelijk niveau. De AMvB Ruimte vormt het instrument waarmee de vóóraf in kaart gebrachte nationale belangen kunnen doorwerken naar provinciaal en/of gemeentelijk niveau.

Noten

  • 1 (Bijlage bij) Kamerstukken II 2008/09, 31 500, nr. 15.

  • 2 Stb. 2008, 180 (Invoeringswet Wro).


Mw. M. Claessens
Mw. M. Claessens volgt thans een Master Omgevingsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en een Master Staats- en Bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Leiden. Als uitvloeisel van een juridisch assistentschap bij Stibbe is zij medeauteur van deze bijdrage.

Mw. mr. D.S.P. Fransen
Mw. mr. D.S.P. Fransen is advocaat bij Stibbe en is gespecialiseerd in het omgevingsrecht.
Artikel

Mediation en strafrecht: een proces naast een proces

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2009
Trefwoorden Mediation, Strafrechtmediation, Bijzondere voorwaarde, Herstelbemiddeling
Auteurs Janny Dierx
SamenvattingAuteursinformatie

    Mediation met slachtoffer en dader kan een succesvolle interventie zijn in het kader van het strafproces. Zowel een verwijzing naar mediation als de afspraken die slachtoffer en dader hebben vastgelegd in een mediationovereenkomst kunnen door de rechter worden opgelegd als bijzondere voorwaarde. Door gebruik te maken van deze mogelijkheden kan de rechter een impuls geven aan de ontwikkeling van een court-connected systeem voor mediation. Nederland zou daarmee aansluiten bij de internationale opmars van toepassing van mediation als interventie in het strafrecht. In dit artikel worden een aantal uitgangspunten van court-connected strafrechtmediation uitgewerkt.


Janny Dierx
Janny Dierx is adviseur en mediator bij organisatieadviesbureau De Beuk.
Artikel

De rechterlijke machtiging: een functioneel rechtsmiddel afgestoft

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2009
Trefwoorden rechterlijke machtiging, schadevergoeding, nakoming, remedies, verzuim
Auteurs Mr. D. Haas
SamenvattingAuteursinformatie

    De rechterlijke machtiging (art. 3:299 BW) verschaft de schuldeiser de bevoegdheid om op kosten van de schuldenaar een derde in te schakelen teneinde een soortgelijke situatie tot stand te brengen als die zijn tekortschietende schuldenaar had toegezegd. Van de praktische mogelijkheden die de rechterlijke machtiging biedt, wordt in de praktijk echter slechts spaarzaam gebruik gemaakt. Voldoende reden om weer eens de aandacht op deze rechtsfiguur te vestigen.


Mr. D. Haas
Mr. D. Haas is universitair docent Vrije Universiteit Amsterdam.
Jurisprudentie

Overlijdensschade

HR 10 april 2009, LJN BG8781, RvdW 2009, 514

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2009
Trefwoorden overlijdensschade, gederfd levensonderhoud, kosten lijkbezorging, schadebeperkingsplicht
Auteurs Mevrouw mr. M.C.J. Peters
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 6:108 BW lijkt op het eerste gezicht een duidelijke, limitatieve omschrijving te geven van de kring van vorderingsgerechtigden en van hun vorderingsrechten (gederfd levensonderhoud en de kosten van lijkbezorging). Echter, schijn bedriegt.Zelfs in op het eerste gezicht eenvoudige en veelvoorkomende situaties blijkt aan de hand van de wet vaak geen eenduidig antwoord te kunnen worden gegeven op de vraag hoe de schade wegens gederfd levensonderhoud vastgesteld moet worden. En zelfs over de vraag wat onder kosten van lijkbezorging moet worden verstaan, bestaat nog steeds geen overeenstemming.Bij de vaststelling van de schade leidt dat tot langdurige en daarmee voor de nabestaanden emotioneel belastende discussies over gecompliceerde vraagstukken zoals onder meer de behoeftigheid, abstracte of concrete schadebenadering en de wijze van verrekening van uitkeringen uit sommen- en levensverzekeringen, enzovoort.


Mevrouw mr. M.C.J. Peters
Mevrouw mr. M.C.J. Peters is advocaat bij Hekkelman Advocaten en Notarissen.
Artikel

Omgevingsdiensten: kans of bedreiging?

Een geluid uit de praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2009
Trefwoorden package deal VROM-IPO-VNG, omgevingsdienst, regionale uitvoeringsorganisatie, RMD West-Brabant, gemeenschappelijke regeling, centrumgemeente-constructie
Auteurs Ir. J.H.J. Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Gemeenten en provincies moeten samen regionale uitvoeringsorganisaties opzetten (omgevingsdiensten) voor de uitvoering van vergunningverlening en toezicht bij complexe bedrijven, voor complexe handhaving en ketentoezicht. Regionale milieudiensten hebben aangetoond dat samenwerking in een gemeenschappelijke regeling heel succesvol kan zijn.Samenwerken biedt voordelen op het vlak van kwaliteit, continuïteit, onafhankelijkheid en efficiency. De kwaliteit van de dienstverlening kan verder toenemen als gemeenten en provincies de ondersteuning bij de uitvoering van milieutaken niet beperken tot vergunningverlening en toezicht.De regionale uitvoeringsorganisatie is primair een dienstverlener aan overheden. Dat stelt eisen aan de inrichting en organisatie van de omgevingsdiensten. Ervaringen van de regionale milieudiensten kunnen hierbij van grote waarde zijn.


Ir. J.H.J. Groot
Ir. J.H.J. (Jan) Groot is directeur van de Regionale Milieudienst West-Brabant (RMD) en bestuurslid van het Landelijk Overleg Regionale Milieudiensten (LORM). Hij schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel.
Artikel

Onbekend, maar wel bemind

Inbraakpreventief advies in België

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2009
Trefwoorden preventie, woninginbraak, slachtofferschap, sociale ongelijkheid
Auteurs Leen Symons, Johan Deklerck, Dave Gelders e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the mid-90s, people can obtain ‘burglary prevention advice’ in Belgium, which means that a burglary prevention adviser will carry out a free assessment of the dwelling regarding the protection against a burglary and will recommend security measures as needed. In 2008, a large-scale survey by postal mail, commissioned and financed by the Belgian Ministry of Internal Affairs, was conducted to examine three main questions concerning burglary prevention advice in Belgium. Firstly, who receives a burglary prevention visit, or in other words what are the demographic characteristics of the citizens who obtain advice? Secondly, what is the extent to which these persons are satisfied with the visit and which elements, related to the advice, are associated with this (dis)satisfaction? Finally, do these citizens implement the proposed prevention measures and what is the role of the financial incentives (e.g. a tax deduction and an investment subsidy) concerning this implementation? Using a stratified random sample, 2,123 citizens were selected of whom ultimately 1,193 persons answered and returned the questionnaire. This paper presents the main findings of this study. We will also draw attention to the risk of an increased societal dualization and exclusion in the field of community safety when burglary prevention becomes predominantly the responsibility of the individual. The results of our survey for instance suggest that certain groups in society, namely the lower educated, tenants and apartment dwellers, are insufficiently sensitized to call upon these advisers. Furthermore, mainly the higher educated and those with higher incomes plan to make use of the possibility of tax deduction.


Leen Symons
Leen Symons werkt als praktijkassistent bij het Leuvens Instituut voor Criminologie (Katholieke Universiteit Leuven). E-mail: leen.symons@law.kuleuven.be.

Johan Deklerck
Johan Deklerck is als hoofddocent verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (Katholieke Universiteit Leuven). E-mail: johan.deklerck@law.kuleuven.be.

Dave Gelders
Dave Gelders is als universitair docent verbonden aan de School voor Massacommunicatieresearch (Katholieke Universiteit Leuven). E-mail: dave.gelders@soc.kuleuven.be.

Dr. Stefaan Pleysier
Stefaan Pleysier is coördinator van het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid (KATHO-Ipsoc), en deeltijds verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (Katholieke Universiteit Leuven).E-mail: stefaan.pleysier@katho.be.
Discussie

Shelley en een Europese grondwet in verzen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2009
Trefwoorden Europese grondwet, Grondrechten, Preambule, Poëtica
Auteurs prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    De grote Engelse dichter Shelley besloot zijn Defense of Poetry (1821) met de uitroep: `Poets are the unacknowledged legislators of the world.’ Shelley denkt hierbij aan grote dichters zoals Homerus, Dante of Milton die het wereldbeeld bepaalden waar gewone wetgevers zich maar naar hadden te voegen. Toch wil Shelley de verbeelding niet aan de macht helpen; dichters staan bij hem buiten en tegenover de machtige instellingen en personen van hun tijd. Zij kunnen een visie op een betere ordening formuleren waar anderen zich op kunnen richten. Is dat laatste streven niet ook aan de orde bij het project van een 40-tal dichters om, uit bezorgdheid over de impasse waarin de Europese Unie verkeert, een Europese grondwet in verzen te ontwerpen? Er zijn de nodige overeenkomsten tussen hun aanpak en die van Shelley.


prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl.
Jurisprudentie

Verlies van eenheid en overgang van onderneming

Hof van Justitie EG 12 februari 2009, C-466/07, JAR 2009/92 (Dietmar Klarenberg/Ferrotron Technologies GmbH)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2009
Trefwoorden overgang van onderneming: ondernemingsbegrip, identiteitsbehoud, behoud van eenheid, gelijkwaardige functie in nieuwe organisatie
Auteurs Dr. R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft in het Klarenberg-arrest overwogen dat een onderneming haar identiteit kan behouden – en alle werknemers dus met behoud van hun arbeidsovereenkomst overgaan – zolang de functionele band tussen de productiefactoren behouden blijft. Hiermee is duidelijk dat het enkele onderbrengen van de onderneming in een nieuw organisatorisch verband geen overgang voorkomt. Voorts eist het Hof in deze zaak niet dat de verkrijger aan de werknemer exact dezelfde functie aanbiedt, maar lijkt een gelijkwaardige functie te volstaan. Is ook die ‘volstrekt’ niet te bieden, dan komt een ontslag voor rekening van de werkgever.


Dr. R.M. Beltzer
Dr. R.M. Beltzer is universitair hoofddocent arbeidsrecht aan de UvA.

    ‘Icesave’, een bijkantoor van het IJslandse Landsbanki, en Indover Bank waren eind vorig jaar aan een noodregeling onderworpen die in een faillissement is omgezet. De auteur bespreekt de toepasselijk regels uit de Wet op het financieel toezicht en de Faillissementswet, alsmede hun Europese herkomst. Naar aanleiding van een aantal deelvragen worden aanbevelingen gedaan: over de grondslag van de rechterlijke bevoegdheid om een faillissement van een bank uit te spreken, het verzoek en de procedureregels bij faillietverklaring van een bank, informatie- en kennisgevingsverplichtingen van De Nederlandsche Bank en de curator, de omzetting van een noodregeling in een opvolgend faillissement en de rechtsregels die ná omzetting van toepassing zijn.


Prof. mr. B. Wessels
Prof. mr. B. Wessels is hoogleraar Internationaal Insolventierecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Kredietcrisis en insolventierecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2009
Trefwoorden noodregeling, faillissement, EG-insolventieverordening, illegale kredietinstelling, bank
Auteurs Mr. R. Westrik
SamenvattingAuteursinformatie

    De kredietcrisis lijkt voor het insolventierecht te leiden tot trendbreuken die tot voor kort niet voor mogelijk werden gehouden. Diverse axioma’s lijken op de helling te gaan. Nader onderzoek moet echter wachten tot de ware effecten duidelijk zijn geworden.


Mr. R. Westrik
Mr. R. Westrik is universitair hoofddocent privaatrecht Erasmus Universiteit Rotterdam; hoofd wetenschappelijk bureau te Den Bosch.
Redactioneel

Communicaties

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2009
Auteurs Prof. mr. dr. B.M.J. van der Meulen
SamenvattingAuteursinformatie

    In een redactioneel artikel geeft de redactie een toelichting op het tijdschriftnummer in kwestie.


Prof. mr. dr. B.M.J. van der Meulen
Prof. mr. dr. B.M.J.van der Meulen is hoogleraar Recht en bestuur aan Wageningen universiteit.

    In een column geeft een redacteur of auteur zijn of haar visie op een bepaald onderwerp.


Jan Bergé
Jan Bergé is advocaat en was gedurende tien jaar voorzitter van de Vlaamse bemiddelingsorganisatie Suggnomè.
Artikel

Juridische professionals en herstelgerichte praktijken

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2009
Trefwoorden juridische professionals, magistratuur, advocatuur
Auteurs Katrien Lauwaert
SamenvattingAuteursinformatie

    This article sets the stage for the discussion on the role of legal professionals – lawyers and magistrates – in restorative practices. A common task they have is controlling the respect of fundamental rights of the participants in restorative justice practices. How important this task is, will vary according to different variables such as the goals of restorative justice programs and their position towards the criminal justice system. Lauwaert goes on to sketch in separate parts the possible roles of respectively magistrates and lawyers before, during and after mediation or conferences. She refers to the European legislative framework which foresees an important role for magistrates as gatekeepers and assessors of restorative outcomes and explores the strengths and problems these roles evoke. She refers to her own research to explore the attitudes of magistrates towards restorative practices. Concerning the role of lawyers, the European legislative framework is quite vague, and the article tries to analyse more in depth the possibilities and obstacles for lawyers to contribute to the quality of mediation. The lack of knowledge of and acquaintance with the world of restorative justice and mediation is detected as a serious obstacle for further development of this field of action.


Katrien Lauwaert
Katrien Lauwaert is docent criminologie aan de universiteit van Luik en vrijwillig wetenschappelijk medewerker van het Leuvens Instituut voor Criminologie. Zij is tevens voorzitter van de Vlaamse bemiddelingsorganisatie Suggnomè en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Juridische bijstand en ondersteuning in bemiddeling

Betrokkenheid van de advocatuur bij slachtoffer-daderbemiddeling in Vlaanderen

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2009
Trefwoorden advocatuur, juridische bijstand, bemiddelingsproces
Auteurs Bart Claes
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the author explores the role of the lawyer in one particular restorative practice in Flanders: mediation with adult offenders in the framework of the law of 22 June 2005. The author discusses the role the lawyers can play before, during and after the mediation. A striking fact is the extremely low number of references by lawyers to the mediation practice. As elsewhere in the literature, the role of the lawyer during the mediation is most under discussion, although it is clear that representation by the lawyer is not admitted.
    Claes also describes the different attitudes mediators developed in actively involving lawyers, which vary from automatically contacting the lawyer of the parties to not contacting the lawyers at all. The motives behind these attitudes concern on the one hand the implementation of the right to legal assistance written in the law and on the other hand the empowerment of the parties and the concern to keep the conflict in the hands of the parties.
    Finally, Claes shows how lawyers have been structurally involved in the mediation practice, for example as members of the steering committees of the local mediation services.


Bart Claes
Bart Claes is wetenschappelijk medewerker (FWO) bij de vakgroep Criminologie, onderdeel van de Faculteit Recht en Criminologie, van de Vrije Universiteit Brussel.
Redactioneel

Toepassingen van sociale netwerkanalyse (SNA)

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2009
Trefwoorden sociale netwerkanalyse
Auteurs Dr. Renée C. van der Hulst en Leontien M. van der Knaap
SamenvattingAuteursinformatie

    In een redactioneel artikel geeft de redactie een toelichting op het tijdschriftnummer in kwestie.


Dr. Renée C. van der Hulst
Dr. Renée C. van der Hulst was tot voor kort als onderzoeker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie. Zij is thans werkzaam voor Bureau Netwerkanalyse dat onderzoek-, advies- en onderwijswerkzaamheden verzorgt (onder andere op het gebied van sociale netwerkanalyse) binnen het domein van nationale veiligheid en criminaliteitsbestrijding. Contactadres: Bureau Netwerkanalyse, Postbus 938, 1200 AX Hilversum. E-mail: vanderhulst@online.nl.

Leontien M. van der Knaap
Leontien M. van der Knaap is universitair hoofddocent bij het International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT) van de Universiteit van Tilburg. E-mail: l.m.vdrknaap@uvt.nl.
Discussie

Crisis en contract

Een aantal opmerkingen over de toepassing van artikel 6:258 BW in tijden van recessie

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2009
Trefwoorden artikel 6:258 BW, kredietcrises, contract, onvoorziene omstandigheden
Auteurs Mr. M.E.M.G. Peletier
SamenvattingAuteursinformatie

    Peletier meent dat art. 6:258 - conform het parool van de wetgever – tot nu toe door de rechter met de nodige terughoudendheid werd bejegend. Peletier signaleert dat door de crisis veroorzaakte contractuele perikelen vooralsnog echter vooral buiten rechte lijken te worden opgelost en concludeert dat waar in de literatuur op goede grond voor een heronderhandelingsplicht als alternatief voor rechterlijk ingrijpen bij onvoorziene omstandigheden is gepleit, zo’n eventuele, buiten het zicht van de rechter ontstane praktijk als winst kan worden beschouwd.


Mr. M.E.M.G. Peletier
Mr. M.E.M.G. Peletier is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Toont 1 - 20 van 28 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.