Zoekresultaat: 22 artikelen

x
Mededinging

CK Telecoms/Commissie: ‘bridging the gap’ tussen Airtours en SIEC-test?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden mededinging, SIEC, telecom, fusiecontrole
Auteurs Mr. B.J.H. Braeken en Mr. X.Y.G. Versteeg
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 28 mei 2020 heeft het Gerecht van de Europese Unie de beschikking van de Europese Commissie vernietigd waarin de Commissie de overname van Telefónica UK door CK Hutchison UK (nadien ‘CK Telecom UK’) – een zogenoemde 4-naar-3-telecomfusie in het Verenigd Koninkrijk – verbood. In dit arrest wordt voor de eerste maal de toepassing van de ‘significant impediment to effective competition’ (SIEC)-test op zogenoemde ‘gap’-zaken onderworpen aan een (indringende) rechterlijke toetsing. Gap-zaken zijn concentratiezaken waarbij geen sprake is van het creëren of versterken van een dominante machtspositie, maar waarbij mogelijk een significante beperking van de concurrentie optreedt doordat de fusie leidt tot de vermindering van concurrentiedruk op een beperkt aantal overgebleven marktspelers. De maatstaf die het Gerecht in CK Telecoms/Commissie aanlegt, lijkt bijzonder zwaar en nadert de bewijsstandaard voor collectieve dominantie zoals geformuleerd in het Airtours-arrest. Dit zal het moeilijk maken voor de Commissie (en nationale mededingingsautoriteiten) om dergelijke fusies in oligopolide markten in de toekomst nog te verbieden.
    Gerecht 28 mei 2020, zaak T-399/16, ECLI:EU:T:2020:217 (CK Telecoms UK Investments/Commissie).


Mr. B.J.H. Braeken
Mr. B.J.H. (Bas) Braeken is advocaat en partner bij bureau Brandeis.

Mr. X.Y.G. Versteeg
Mr. X.Y.G. (Jade) Versteeg is advocaat bij bureau Brandeis.
Telecommunicatie

Kroniek Telecommunicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden elektronische communicatie, Telecomcode, connectiviteit, aanleg netwerken, netneutraliteit
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    De beschikbaarheid van vaste en mobiele netwerken met zeer hoge capaciteit, zoals glasvezelnetwerken en 5G-netwerken, is cruciaal in de digitale economie. De Richtlijn van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (‘de Telecomcode’) heeft als doelstelling om bij te dragen aan de ontwikkeling van hoogwaardige netwerken. Deze connectiviteitsdoelstelling staat naast de reeds bestaande doelstellingen op het gebied van mededinging, interne markt en de bescherming van eindgebruikers. Deze bijdrage beschrijft allereerst de maatregelen, veelal soft law, die ter invulling van de connectiviteitsdoelstelling in de twee jaar na de vaststelling van de Telecomcode op Europees niveau zijn genomen, zoals Berec-richtsnoeren met een verduidelijking van nieuwe begrippen en instrumenten in de Telecomcode en een Aanbeveling van de Commissie voor een toolbox om de kosten van aanleg van nieuwe netwerken te verlagen. Daarna komt de gedeeltelijke implementatie in de Nederlandse Telecommunicatiewet aan de orde. Vervolgens passeert de jurisprudentie de revue, waarin een uitleg van de reikwijdte en de inhoud van het kader voorafgaand aan de Telecomcode, en van de Netneutraliteitsrverordening wordt gegeven. Daarbij wordt, waar relevant, ook benoemd hoe de uitleg zicht verhoudt tot de Telecomcode en de Nederlandse implementatie.


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht verbonden aan eLaw van de Universiteit Leiden en is advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.
Artikel

Langverwachte (on)duidelijkheid over de (on)redelijkheid van aansprakelijkheid van de hulpverlener voor het gebruik van medische hulpzaken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2020
Trefwoorden state of the art, ontwikkelingsrisico, gebrekkige implantaten, aansprakelijkheid arts en ziekenhuis, CE-markering
Auteurs Mr. dr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 19 juni 2020 deed de Hoge Raad uitspraak in twee kwesties waarin de aansprakelijkheid van de hulpverlener voor het gebruik van een ongeschikte medische hulpzaak centraal stond. De auteur gaat in op de betekenis van deze uitspraken in het licht van eerdere jurisprudentie op dit terrein en geeft haar visie op de bruikbaarheid van de uitspraken in de praktijk.


Mr. dr. R.P. Wijne
Mr. dr. R.P. Wijne is universitair docent Gezondheidsrecht en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast bekleedt zij enkele andere functies op het terrein van het gezondheidsrecht.
Artikel

Access_open De bezwaarmaker gehoord

Een zoektocht naar responsiviteit in de bezwaarpraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Klachtrecht, Aflevering 2 2020
Auteurs Arnt Mein en Bert Marseille
Auteursinformatie

Arnt Mein
Mr. dr. A.G. Mein is lector Legal Management aan de Hogeschool van Amsterdam.

Bert Marseille
Prof. mr. dr. A.T. Marseille is hoogleraar bestuurskunde, in het bijzonder de empirische bestudering van het bestuursrecht, aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Fusietoetsing in de zorg: een terug- en vooruitblik

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden zorgfusies, mededingingstoezicht, zorgspecifieke fusietoets, aanmerkelijke marktmacht, gezondheidszorg
Auteurs Marco Varkevisser en Erik Schut
SamenvattingAuteursinformatie

    Het fusietoezicht in de zorg staat al jaren ter discussie. Dit artikel gaat in op (1) de invoering van en ervaringen met de zorgspecifieke fusietoets en (2) de ontwikkelingen in het mededingingstoezicht op zorgfusies. Bij de zorgspecifieke fusietoets valt te betwijfelen of de voordelen opwegen tegen de nadelen. Dit pleit voor een herbezinning op nut en noodzaak van deze toets. Het mededingingstoezicht op zorgfusies is lange tijd te toegeeflijk geweest. Er lijkt sprake van een kentering, maar deze komt te laat om in sommige zorgsectoren en regio’s dominante machtposities te voorkomen. Vandaar dat sterker optreden tegen machtsposities geboden is.


Marco Varkevisser
Prof. dr. M. Varkevisser is als hoogleraar verbonden aan Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Erik Schut
Prof. dr. F.T. Schut is als hoogleraar verbonden aan Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

Dat de Hoge Raad in 2019 arrest moge wijzen

Hof Arnhem-Leeuwarden 27 november 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:10336

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2019
Trefwoorden aansprakelijkheid hulpverlener, ongeschikte hulpzaak, toerekening, objectieve onbekendheid, afweging factoren
Auteurs Mr. dr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. dr. R.P. Wijne
Mr. dr. R.P. Wijne is docent gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, lid-jurist bij het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam, medewerker bij het wetenschappelijk bureau van Holla Advocaten (praktijkgroep gezondheidsrecht) en voorzitter van de Geschilleninstantie Verloskunde.
Artikel

Politie, krijgsmacht en ordehandhaving

Een historisch perspectief (1850-2000)

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Dutch police, Dutch army, militarization, expertise
Auteurs Dr. Jos Smeets
SamenvattingAuteursinformatie

    For a century and a half, the Dutch police and the army cooperated in combating civil disturbances. It was common practice that soldiers were called from their barracks to assist in maintaining public order. However, to deploy the army against civilians raised fundamental questions about its legitimacy. As a result some Dutch police forces began implementing military tactics and using military equipment to do the job themselves. The high watermark of this development lies in the years between the two world wars, when revolution and civic unrest always seemed imminent. The post-war years were marked by the Cold War and fear of communist insurrection. Militarized units were always kept in reserve. Nowadays, the army still renders assistance, usually not ‘manu militari’, but on matters that require special expertise.


Dr. Jos Smeets
Dr. J.P.E.G. Smeets is historicus en als onderzoeker verbonden aan het lectoraat Politiegeschiedenis van de Nederlandse Politieacademie.

    Comparative methodology is an important and a widely used method in the legal literature. This method is important inter alia to search for alternative national rules and acquire a deeper understanding of a country’s law. According to a survey of over 500 Dutch legal scholars, 61 per cent conducts comparative research (in some form). However, the methodological application of comparative research generally leaves much to be desired. This is particularly true when it comes to case selection. This applies in particular to conceptual and dogmatic research questions, possibly also allowing causal explanations for differences between countries. This article suggests that the use of an interdisciplinary research design could be helpful, and Hofstede’s cultural-psychological dimensions can offer a solution to improve the methodology of selection criteria.


Dave van Toor
D.A.G. van Toor, PhD LLM BSc works as a researcher and lecturer in Criminal (Procedural) Law and Criminology at the Universität Bielefeld.
Artikel

De tweede uitspraak van het Constitutioneel Hof Sint Maarten

Over de toetsing van formele gebreken

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2017
Trefwoorden constitutionele toetsing, formele gebreken, Landsverordening Integriteitskamer, toetsingsbevoegdheid, toetsingsvolgorde
Auteurs Mr. E.M. Linthorst, Mr. S. Philipsen en Mr. dr. J.C. de Wit
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de tweede uitspraak van het Constitutioneel Hof Sint Maarten centraal. Daarin vernietigde het Hof de Landsverordening Integriteitskamer. Het Hof heeft er in deze uitspraak voor gekozen om eerst in te gaan op de door de Ombudsman aangevoerde formele bezwaren. In deze bijdrage zullen wij in het bijzonder stilstaan bij de gekozen toetsingsvolgorde. Wij starten met een bespreking van de rechtvaardiging die het Hof voor deze toetsingsvolgorde geeft, om vervolgens de wijze waarop het Hof de formele bezwaren beoordeelt aan een nadere beschouwing te onderwerpen. De afsluitende paragraaf van deze bijdrage bevat een korte reflectie op het oordeel van het Hof om op basis van zijn bevindingen de Landsverordening Integriteitskamer geheel te vernietigen. In deze bijdrage wordt regelmatig teruggegrepen naar de uitgangspunten die het Hof in de algemene overwegingen van de eerste uitspraak heeft uiteenzet. In deze algemene overwegingen heeft het Hof zijn eigen toetsingsbevoegdheid ingekaderd.


Mr. E.M. Linthorst
Mr. E.M. Linthorst is werkzaam als promovenda bij de sectie Recht & Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. S. Philipsen
Mr. S. Philipsen is werkzaam als wetenschappelijk docent bij de sectie Staats- en bestuursrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. dr. J.C. de Wit
Mr. dr. J.C. de Wit is als universitair hoofddocent Bestuursrecht werkzaam bij de Erasmus Universiteit Rotterdam en is gastdocent aan de University of Curaçao.
Casus

Verder met rechtsstatelijke toetsing van verkiezingsprogramma’s

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Rechtsstatelijkheid, Rechtsstaat, Rule of law
Auteurs mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    Politici spelen een belangrijke rol bij de bescherming van de rechtsstaat, maar er wordt soms betwijfeld of zij die rol waarmaken dan wel voldoende serieus nemen. Het toetsen van verkiezingsprogramma’s van politieke partijen kan een goed middel zijn om in beeld te brengen hoeveel aandacht er daadwerkelijk is voor de rechtsstaat. Dat is echter geen sinecure; zoals uit deze bijdrage blijkt is het al lastig om tot een gedeelde opvatting te komen van wat de rechtsstaat inhoudt. Immers, als de onderzochte partijen zich niet herkennen in het gehanteerde concept zullen zij zich daar ook niet door aangesproken voelen. Internationaal, bijvoorbeeld binnen de VN en Europese Unie is er al enige ervaring opgedaan met het meten van rechtsstatelijkheid binnen staten. Welke indicatoren daarbij worden gebruikt zijn van groot belang voor de uitkomsten van de toetsing, waarbij het risico op versimpeling van de werkelijkheid op de loer ligt. De ervaringen van internationale organisaties hiermee kunnen als bron van inspiratie dienen voor toetsing van verkiezingsprogramma’s op rechtsstatelijkheid en tevens kunnen daar lessen uit worden getrokken. Deze vraag staat in deze bijdrage centraal.


mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).

    In this paper, an attempt is made to work out a methodology for comparative legal research, which goes beyond the ‘functional method’ or methodological scepticism.
    The starting point is the idea that we need a ‘toolbox’, not a fixed methodological road map, and that a lot of published, but largely unnoticed, research outside rule and case oriented comparative law offers varying approaches, which could usefully be applied in comparative research. Six methods have been identified: the functional method, the structural one, the analytical one, the law-in-context method, the historical method, and the common core method. Basically, it is the aim of the research and the research question that will determine which methods could be useful. Moreover, different methods may be combined, as they are complementary and not mutually exclusive.This paper focuses on scholarly comparative legal research, not on the use of foreign law by legislators or courts, but, of course, the methodological questions and answers will largely overlap.


Mark Van Hoecke
Professor of Comparative Law at Queen Mary University of London, and Professor of Legal Theory and Comparative Law at Ghent University
Artikel

Voorbij goed en kwaad

Het mensbeeld achter ‘zinloos geweld’ in de literatuur en filosofie

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2015
Trefwoorden meaningless violence, acte gratuit, nihilism, literature, philosophy
Auteurs J.L. Goedegebuure
SamenvattingAuteursinformatie

    This essay focuses on the parallels between the recently coined phrase ‘meaningless violence’ and the literary theme of the ‘acte gratuit’, developed by the French modernist author André Gide, but also represented in the novels of Dostojewski, Camus and Arnon Grunberg. From a philosophical perspective the acte gratuit can be connected with Nietzsche’s ‘Wille zur Macht’, but also with Bataille’s interpretation of violence as an expression of the will to break taboos and exceed the borders between the profane and the sacred.


J.L. Goedegebuure
Prof. dr. Jaap Goedegebuure is als emeritus hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde verbonden aan het Leiden University Centre for the Arts in Society.
Artikel

De aanvulling en verbetering van uitspraken – een onderzoek naar het toepassingsbereik van art. 31 en 32 Rv

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Procesrecht, Aanvulling, Verbetering, Apparaatsfout, Deformalisering
Auteurs mr. drs. P.A. Fruytier en mr. L.V. van Gardingen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel zoeken de auteurs aan de hand van de systematiek van art. 31 en 32 Rv en de daaraan ten grondslag liggende beginselen naar de grenzen van deze bepalingen. Zij gaan vervolgens in op een aantal grensgevallen: (a) reparatie van apparaatsfouten, (b) verbetering van eigen rechtsoverwegingen door de Hoge Raad en (c) aanvulling door de rechter van gemiste gronden en weren. Voor fatale apparaatsfouten pleiten de auteurs voor aanvaarding van een termijn van veertien dagen na de uitspraak waarbinnen partijen de rechter op de fout kunnen wijzen. De andere grensgevallen kunnen volgens hen deels onder de werking van art. 31 Rv en/of art. 32 Rv gebracht worden.


mr. drs. P.A. Fruytier
Philip Fruytier is advocaat bij Houthoff Buruma en maakt deel uit van het cassatieteam.

mr. L.V. van Gardingen
Laura van Gardingen is advocaat bij Houthoff Buruma en maakt deel uit van het cassatieteam.
Artikel

Een politiële vernieuwing die vruchten afwierp, vastliep en ontspoorde

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2013
Trefwoorden professional policing, Dutch police, professional thief, Nazi-Germany
Auteurs Guus Meershoek
SamenvattingAuteursinformatie

    After World War I, the Dutch police, inspired by the German example, underwent a fast modernisation of its organisation. Two generations of police officers were the pacesetters in this reform. Technological innovations made them realize that the effectiveness of the police could be increased, that they had acquired the status of professionals, thanks to their new insights, and that professional thieves were their main enemies. During the 1930s, the police renewal stagnated, but the ties with Germany were not broken. Based on shared beliefs, some innovators rallied to the side of the German occupiers during World War II. In the end, the renewal movement did not recover from the experiences during the occupation.


Guus Meershoek
Dr. Guus Meershoek is lector Politiegeschiedenis aan de Politieacademie en universitair docent Bestuurskunde aan de Universiteit Twente.
Artikel

De poort van het gevoel

Over publiek debat en politie

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2012
Trefwoorden police public relations, media, police and politics, police legitimacy, populism
Auteurs T. Kansil
SamenvattingAuteursinformatie

    How should the police operate in the media and in public debate? This question has become more urgent since the rise of populism in The Netherlands. The media expect the police to give its views when incidents, riots, shocking crimes etc. happen. But to communicate effectively with the public it’s nowadays not enough to stick to ‘the facts’ and take an independent position above the various parties involved. Doing this is often misunderstood as denying the needs of people suffering from social security problems and not taking them seriously. The author discusses which media strategies the police could adopt to effectively handle security issues and clarify its position in democratic society.


T. Kansil
Drs. Timo Kansil is hoofd Strategie en Beleid bij de dienst IPOL van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD). Hij is tevens gastonderzoeker bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur in Den Haag.
Artikel

De Wob als sluiproute? Passieve openbaarmaking door de IGZ

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden calamiteiten IGZ, inzagerecht, Veilig melden, Wcz, Wob
Auteurs Mr. R.P. de Roode
SamenvattingAuteursinformatie

    Gegevens over de kwaliteit van zorg zijn niet zomaar geschikt voor openbaarmaking, zeker tot personen herleidbare gegevens niet. Zorgverleners kunnen door openbaarheid terughoudender worden dan wenselijk voor de kwaliteit van zorg. Bij een calamiteit is van veilig melden ten opzichte van de IGZ geen sprake. Gegevens over een calamiteit kunnen via een Wob-verzoek aan de IGZ echter ook in de openbaarheid terechtkomen. Dit zorgt voor onrust. De mogelijkheden die de Wob en rechtspraak de IGZ bieden om uitzondering te maken op het beginsel van openbaarheid zijn beperkt. De wetgever heeft plannen voor verruiming maar deze gaan niet ver genoeg.


Mr. R.P. de Roode
Robinetta de Roode is adviseur gezondheidsrecht bij de KNMG. Met veel dank aan Mieke de Die voor haar commentaar op een eerdere versie van dit artikel. De tekst van dit artikel is op 12 januari 2012 afgesloten.
Praktijk

Kroniek rechtspraak bestuursrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden bestuursrecht, kroniek, jurisprudentie, Awb
Auteurs Mr. A.C. de Die en mr. C. Velink
SamenvattingAuteursinformatie

    De kroniek geeft een overzicht van de bestuursrechtelijke uitspraken op het gebied van het gezondheidsrecht in de periode oktober 2009 tot en met januari 2011. Naast gebruikelijke onderwerpen zoals de begrippen ‘besluit’ en ‘bestuursorgaan’, komen ook onderwerpen als de bestuurlijke lus en de bewijsfuik aan bod. Aandacht verdient in ieder geval de uitspraak waarin gegevens van ziekenhuizen voor het eerst worden aangemerkt als bedrijfs- en fabricagegegevens. Als deze lijn wordt gevolgd zal de werking van de Wob kunnen worden beperkt. Ook interessant zijn de door de ombudsman geformuleerde aanwijzingen voor een duidelijke en begrijpelijke beslissing.


Mr. A.C. de Die
Mieke de Die is advocaat bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.

mr. C. Velink
Caren Velink is advocaat bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.
Artikel

Afgebrand: het voortijdig vertrek van mr. Piet Hein Donner als Minister van Justitie

Tijdschrift PROCES, Aflevering 03 2007
Trefwoorden gedetineerde, Minister van justitie, toezicht, aansprakelijkheid, personeel, noodwet, bouw, drug, ontslag, aanbeveling
Auteurs C.J. Petiet en H.A.J.M. Versteeg

C.J. Petiet

H.A.J.M. Versteeg
Titel

Detentiecentra voor bolletjesslikkers: van noodcapaciteit naar geïntegreerd regime

Tijdschrift PROCES, Aflevering 03 2003
Trefwoorden Gedetineerde, Toezicht, Aanhouding, Drug, Verblijfsruimte, Verzorging, Drugssmokkel, Executie, Voorstel van wet, Bouw
Auteurs Petiet, C.J. en Versteeg, H.A.J.M.

Petiet, C.J.

Versteeg, H.A.J.M.
Praktijk

Kroniek Rechtspraak Mededingingszaken in 2008

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden mededinging, Nma, misbruik van machtspositie, gunjumping
Auteurs Mr. K. Defares, Mr. S. Goossens en Mr. J. Langer
SamenvattingAuteursinformatie

    Was er vóór 1998 een relatief beperkt aantal beoefenaren van het mededingingsrecht, destijds neergelegd in de Wet Economische mededinging, de laatste jaren voor de inwerkingtreding van de Mededingingswet aangevuld met een aantal generieke verboden, inmiddels heeft het Nederlandse mededingingsrecht zich ontwikkeld tot een volwassen en zelfstandige juridische discipline, die haar aantrekkingskracht op een groot aantal juristen heeft bewezen. In deze tien jaar heeft de rechtspraak over de Mededingingswet een ontwikkeling doorgemaakt en in belangrijke mate bijgedragen aan het tot volle wasdom komen van dit rechtsgebied. In die rechtspraakontwikkeling heeft de NMa een bepalende rol gespeeld.


Mr. K. Defares
Mr. K. Defares is advocaat bij Stek.

Mr. S. Goossens
Mr. S. Goossens is advocaat bij Stek.

Mr. J. Langer
Mr. J. Langer was vooorheen werkzaam als advocaat bij Stek en is nu werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Deze bijdrage is geschreven op persoonlijke titel.
Toont 1 - 20 van 22 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.