Zoekresultaat: 20 artikelen

x
Jaar 2010 x
Artikel

Omstreden gelijkheid

Over de constructie van (on)gelijkheid van vrouwen en mannen in partnergeweld

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2010
Auteurs R. Römkens
SamenvattingAuteursinformatie

    Intimate partner violence (IPV) changed from a private problem to a public concern over the last decades. It has become subject of various discourses in different domains. In the social sciences the gender-based discriminatory nature of IPV is contested by some researchers who claim a gender equality in IPV. They call for a gender-neutral approach to IPV as a family problem, de-contextualized from gender-based inequalities. In the Netherlands this degendering is reflected in current policy discourse. However, in the international legal human rights domain, IPV is unequivocally considered to be an issue that affects women disproportionately as a form of women's discrimination that is the result of unequal power relations. Both international binding human rights law and recent ruling of the ECHR impose binding duties to acknowledge this. This article addresses the paradox that is reflected in these two positions and how to get beyond it.


R. Römkens
Prof. dr. Renée Römkens is als hoogleraar Huiselijk geweld verbonden aan het International Victimology Institute (Intervict) van de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Forensisch-medische expertise voor slachtoffers van huiselijk geweld

Hoe werken politie en forensische artsen samen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2010
Trefwoorden huiselijk geweld, forensische geneeskunde, medische verklaringen, letselverklaring
Auteurs Tina Dorn, Manon Ceelen, Olga Boeij e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, police can request a physical examination of victims of domestic violence. These examinations can be either carried out by the physician who has treated the victim, or, alternatively, by a forensic physician. From a medico-legal point of view, an examination by a forensic physician has several advantages, as forensic physicians are independent and trained in examining victims of violence and reporting to the police. The aim of the current study was to (1) describe the structure of forensic services for victims of domestic violence in the Netherlands, (2) establish with whom the police request physical examinations of victims (forensic physician vs. physicians who have treated the victim), (3) explore the underlying reasons for the choice made and (4) elaborate how the current cooperation of police and forensic physicians can be improved in favour of victims of domestic violence. For this purpose, interviews were carried out with police professionals and forensic physicians throughout the country. The results demonstrated that victims can access forensic services almost exclusively on referral by the police. Furthermore, the police in most cases request physical examinations from physicians who have treated the victim and not from forensic physicians. Reasons for referring victims to treating physicians instead of forensic physicians are costs and lack of information on forensic services. Reports provided by treating physicians are criticized by the police for being illegible, incomprehensible, and lacking information on aspects which are of importance for the legal procedure. In short, the legal position of victims could be strengthened by requesting physical examinations from forensic physicians instead from treating physicians. A major obstacle to change is a lack of funding. Furthermore, forensic services for victims of domestic violence in the Netherlands could be improved if victims could access forensic services without referral of the police.


Tina Dorn
Dr. Tina Dorn is onderzoeker, afdeling Epidemiologie, Documentatie en Gezondheidsbevordering, GGD Amsterdam. Contactadres: GGD Amsterdam, afd. EDG, Postbus 2200, 1000 CE Amsterdam. Tel. 020-5555911. E-mail: tdorn@ggd.amsterdam.nl.

Manon Ceelen
Dr. Manon Ceelen is onderzoeker, afdeling Epidemiologie, Documentatie en Gezondheidsbevordering, GGD Amsterdam.

Olga Boeij
Dr. Olga Boeij is onderzoeker, afdeling Epidemiologie, Documentatie en Gezondheidsbevordering, GGD Amsterdam.

Kees Das
Dr. Kees Das is hoofd afdeling Forensische Geneeskunde, GGD Amsterdam.

Mariëtte Christophe
Mariëtte Christophe is programmaleider, Landelijk Programmabureau Huiselijk Geweld en de Politietaak.
Jurisprudentie

Rechterlijke macht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2010
Trefwoorden kroniek rechterlijke macht, uniforme rechtstoepassing, competentiegrenswijziging, versterking cassatierechtspraak, mediation
Auteurs Mr. drs. G. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Kroniek rechterlijke macht wordt ingegaan op actualiteiten rondom uniforme rechtstoepassing. Betoogd wordt onder meer dat de ontwikkeling van eventueel toekomstig rechterlijk beleid gebaat is bij een algemeen aanvaarde methode. Verder wordt in deze kroniek aandacht besteed aan de beoogde wijziging van de competentiegrens in kantonzaken, die onder meer gevolgen heeft voor de relatieve competentie in kantonzaken en voor de beschikbaarheid van het Roljournaal. Daarnaast komen lopende uitvoeringstrajecten ter versterking van de cassatierechtspraak aan de orde. Tot slot wordt ingegaan op de problematiek van het verschoningsrecht voor mediators in samenhang met de implementatie van de Mediationrichtlijn.


Mr. drs. G. de Groot
Mr. drs. G. de Groot is vice-president van de Rechtbank Amsterdam.

    Deze voorbeelden van doeleinden van de bestemming ‘Openbaar of bijzonder gebouw’ zijn van belang voor de bepaling van hetgeen maximaal mogelijk is onder het oude planologische regime en kunnen daarbij niet buiten beschouwing worden gelaten. Dat die voorbeelden ieder eigen specifieke effecten op de omgeving hebben, leidt niet tot een andere conclusie aangezien zij tezamen een beeld geven van het soort gebouw dat ter plaatse is toegestaan. De voorbeelden sluiten elkaar niet uit en kunnen in combinatie voorkomen.

Artikel

Access_open Godsdienstoorlog in de raadzaal

Het ambtsgebed als raadsbesluit

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2010
Trefwoorden gemeenteraad, ambtsgebed, scheiding van kerk en staat, geschiedenis
Auteurs Ben Koolen
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the sixteenth century, Netherlands’ local councils uphold a tradition of Christian prayer at the opening and closure of their meetings. During the last decades, a two-fold development occurred: some councils abandon this custom, while others introduce neutral alternatives. In 2007, 45% of the municipality councils appear to open their meetings with a prayer or a comparable act. This study looks at the effects of this tradition as far as prescribed in the basic rules of the municipality councils, and concludes that the public prayer is not to be regarded as a religious act of the councillors, but as part of the protocol of the council.


Ben Koolen
Dr. G.M.J.M. Koolen is theoloog en was tot zijn pensionering werkzaam bij de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie. Hij is redactielid van Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Artikel

‘Ge moet daar in gezeten hebben om dat te begrijpen’

Onderzoek naar de ervaringen van leden van de assisenjury in België

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2010
Trefwoorden juryrechtspraak, hof van assisen, vertrouwen, België
Auteurs Ward Noelmans en Prof. dr. Kristel Beyens
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the last years there is extensive ongoing debate in Belgium about jury trials at the Assize Court. These trials are an example of direct participation of citizens in the criminal justice system. Hence this jury has obtained a special position in the Belgian administration of justice. Jury deliberations behind closed doors and the isolation of jury members from the outside world contribute to the fascination for this legal phenomenon. The element of secrecy also explains why there is so little empirical research on the jury’s functioning and the jurors’ experiences during the process. By means of interviews with former jury members, we studied the influence of lay participation in a jury trial on their views and confidence in jury decision making. We found that a positive evaluation of participation in a jury may strengthen their involvement with and trust in jury decision making. However, our research also reveals that jury trials may lead to some unacceptable deficits in the proceedings and outcome of the process. These results are contextualised in the broader debate about the jury and the demand for reform of the assize court proceedings.


Ward Noelmans
W. Noelmans is master in de criminologie, wardnoelmans@gmail.com.

Prof. dr. Kristel Beyens
Prof. dr. K. Beyens is hoofddocent aan de vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel, Kristel.Beyens@vub.ac.be.
Artikel

Wet bevolkingsonderzoek op gespannen voet met EU-recht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2010
Trefwoorden vrijverkeersregime, gezondheidsdienst, e-commerce, genoomanalyse, Wet op het bevolkingsonderzoek
Auteurs Mr. R.E. van Hellemondt, Prof. mr. A.C. Hendriks en Prof. dr. M.H. Breuning
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse overheid ziet met lede ogen aan dat consumenten via internet en zonder tussenkomst van medisch specialisten of andere deskundigen hun genenkaart laten ontcijferen. Dit onderzoek gebeurt door bedrijven die in andere landen zijn gevestigd, dan wel gebruik maken van de diensten van elders gevestigden. De consument krijgt aldus informatie over de kans op het krijgen van erfelijke aandoeningen. Deze onlineverkoop staat op gespannen voet met de Nederlandse wetgeving. Vandaar ook deze ‘buitenlandroute’,waarmee consumenten én bedrijven de Nederlandse regels betrekkelijk eenvoudig kunnen omzeilen. Deze bijdrage onderzoekt de ruimte van Nederland als EU-lidstaat om het aanbod van commerciële genoomanalyse te reguleren. De Nederlandse wetgeving wordt tegelijkertijd langs de Europese meetlat gelegd en blijkt niet EU-proof te zijn.


Mr. R.E. van Hellemondt
Mr. R.E. van Hellemondt is als onderzoeker/docent gezondheidsrecht verbonden aan de afdeling Ethiek & Recht van het LUMC.

Prof. mr. A.C. Hendriks
Prof. mr. A.C. Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC.

Prof. dr. M.H. Breuning
Prof. dr. M.H. Breuning is hoofd van de afdeling Klinische Genetica van het LUMC.
Artikel

Vertegenwoordiging in Boek 10 BW: een gemiste kans

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2010
Trefwoorden internationaal privaatrecht, vertegenwoordiging, Haags Vertegenwoordigingsverdrag, Rome I, Rome II
Auteurs Mr. C.R. Christiaans
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor de internationale rechtspraktijk is vertegenwoordiging een belangrijk onderwerp. Ons internationale handelsverkeer is immers grotendeels gebaseerd op vertegenwoordiging. De met grensoverschrijdende vertegenwoordiging verband houdende aspecten, waaronder zeker niet in de laatste plaats het op die vertegenwoordiging toepasselijk recht, blijven daarbij jammer genoeg veelal onderbelicht. Het voorgestelde art. 10:125 BW draagt niet bij aan het verbeteren van het begrip over dit onderwerp.


Mr. C.R. Christiaans
Mr. C.R. Christiaans is legal consultant en knowledge manager bij DLA Piper Nederland NV.
Jurisprudentie

Het internationale recht als beschermengel van de exclusieve bevoegdheden van lidstaten inzake verlies van nationaliteit?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Rottmann, burger van de Unie, intrekking van staatsburgerschap, ontbreken van de afstandseis
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Rottmann-arrest bevestigt dat lidstaten bij de uitoefening van hun exclusieve bevoegdheden het Europese recht moeten respecteren, maar laat tegelijkertijd zien dat Europese inmenging door het internationale recht wordt beperkt. Het Hof van Justitie van de Europese Unie erkent dat lidstaten ingevolge het internationale en het Europese recht hun bevoegdheid inzake het nationaliteitsrecht hebben behouden, maar voegt hieraan toe dat de primaire hoedanigheid van onderdanen van de lidstaten, te weten burger van de Unie, met zich meebrengt dat lidstaten bij de effectuering van een besluit tot intrekking van door naturalisatie verkregen nationaliteit het Europese evenredigheidsbeginsel moeten respecteren. Het expliciteert ook de verplichting van de lidstaat waarvan de nationaliteit verloren is gegaan ten tijde van de naturalisatie, om bij de beoordeling van een verzoek tot herkrijging van die nationaliteit de uit het Rottmann-arrest voortvloeiende beginselen te respecteren.


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. Oosterom-Staples is universitair docent aan de Universiteit van Tilburg.

    Planvoorschrift waarin is bepaald dat bij het realiseren van de in het bestemmingsplan toegelaten bestemmingen/functies moet worden voldaan aan de van toepassing zijnde hogere waarde en de daarin opgenomen voorwaarden, is aanvaardbaar.

Artikel

Leren van Vlaanderen

Kenmerken van de Vlaamse burgemeester ter inspiratie voor het Nederlandse debat

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2010
Auteurs J. van Ostaaijen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, the role and functioning of the Flemish mayor is analysed from a Dutch perspective. Three observations are considered noteworthy and discussed elaborately: the role of the mayor in internal local politics, the mayor's relationship with the local community, and the possible combination of several political mandates. The article shows that mayors can be more political without being directly elected (which is the case both in Flanders and the Netherlands) and that there is considerable room for mayors to give meaning to their job. In showing the similarities and differences between Dutch and Flemish mayors, this article is meant to inspire both policy makers and Dutch mayors and to contribute to the debate about the future of the Dutch mayor.


J. van Ostaaijen
Dr. Julien van Ostaaijen (j.j.c.vanostaaijen@uvt.nl) is onderzoeker aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur, Universiteit van Tilburg. Hij heeft een proefschrift geschreven over de impact van Leefbaar Rotterdam op het Rotterdamse lokaal bestuur en werkte onder meer bij de gemeente Antwerpen (als stagiair) en het Kenniscentrum Grote Steden (thans NICIS). In 2005 was hij betrokken bij de visitatie van het Vlaamse Stedenfonds (onder voorzitterschap van Filip De Rynck en Pieter Tops).

    The author notes that the growth of restorative justice practices seems to be hampered by the consequences of the effective socialization into the ‘penal equation’ that presents punishment as the necessary consequence of criminal offending. Upbringing in a different conflict-culture may be a fundamental condition for creating more room for restorative justice in the formal sphere of criminal justice. The need for a different socialization is also noted and discussed in the movement for human rights and has resulted in an Action Plan for human rights education of UNESCO in 2005. A satisfactory implementation of this action plan seems to be absent in the Netherlands today and methods of human rights education do not refer at all to the potentials of restorative practices such as peer mediation in schools. On the other hand, authors in restorative justice do not often refer to human rights and how they are promoted. The author claims that it is plausible that making ample room for peer mediation and conferencing in schools can be an effective way, not only to address offending conduct that often implies a breach of basic human rights – the most basic values therein being human dignity and equality – but also to make new generations aware of the meaning of human rights in their daily interactions and the qualities of their own social life.


John Blad
John Blad is als hoofddocent Strafrechtswetenschappen verbonden aan de capaciteitsgroep Strafrecht en Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam en hoofdredacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Criminaliteit en etniciteit

Criminele carrières van autochtone en allochtone jongeren uit het geboortecohort 1984

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2010
Trefwoorden criminele carrière, meisjescriminaliteit, cohortonderzoek, allochtonencriminaliteit
Auteurs Dr. mr. Arjan Blokland, Kim Grimbergen, Dr. Wim Bernasco e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes the officially recorded criminal careers from age twelve to 22 for all boys and girls who were born in the Netherlands in 1984. Using data on police contacts (HKS) we ask: (1) What proportion of the 1984 birth cohort has a police contact between ages twelve and 22?, (2) What are the criminal career characteristics of those registered?, (3) What is the nature of the crimes these youths are registered for?, and (4) How do chronic offenders and recidivists differ from one-time offenders? We answer these questions separately for boys and girls and for youths of different ethnic origin. Ethnicity was based on the country of birth of (one of) the parents. Our results show that 23 percent of men and 5 percent of women born in 1984 had at least one police contact prior to age 23. Youths of non-Dutch origin were overrepresented in police registrations. Overrepresentation was strongest for boys of Moroccan origin: 54 percent was registered at least once, and of those registered one third were registered five times or more. Moroccan girls were also overrepresented.


Dr. mr. Arjan Blokland
Dr. mr. A. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), ABlokland@nscr.nl.

Kim Grimbergen
K. Grimbergen is adviseur voor Reclassering Nederland regio Rotterdam-Dordrecht, kim_grimbergen@msn.com.

Dr. Wim Bernasco
Dr. W. Bernasco is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), WBernasco@nscr.nl.

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden, p.nieuwbeerta@ law.leidenuniv.nl.

    Toepassing van artikel 41 c van de WRO leidt er niet toe dat bundeling en parallelschakeling van procedures verplicht worden.


Tycho Lam
Artikel

Toets of geen toets? Is de Haaksbergen-rechtspraak staatssteunproof?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden ‘Haaksbergen’-jurisprudentie, aanmeldingsplicht, standstill verplichting / artikel 108, derde lid VWEU, steunmaatregel, staatssteunbegrip / artikel 107, eerste lid VWEU, ruimtelijke ordening
Auteurs Mr. E.V.A. Henny en Mr. J.M. Davidson
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van een recente uitspraak van de Rechtbank Arnhem, bespreekt dit artikel de wijze waarop de bestuursrechter de staatssteunregels toepast in zogenoemde ‘Haaksbergen’-situaties. Wanneer vernietiging wordt gevorderd van een besluit in de sfeer van de ruimtelijke ordening, omdat de financiering ervan geschiedt met niet aangemelde staatssteun, laat de bestuursrechter dikwijls na te toetsen of aan alle voorwaarden van artikel 107, eerste lid VWEU is voldaan. Dit artikel onderzoekt in hoeverre de nationale rechter op grond van het communautaire recht gehouden is om in geval van een beroep op artikel 108, derde lid VWEU – al dan niet expliciet – aan alle voorwaarden van artikel 107, eerste lid VWEU te toetsen en geeft commentaar op de onvolledige toets van de bestuursrechter in Haaksbergen’-situaties.


Mr. E.V.A. Henny
Mr. E.V.A. Henny is advocaat bij Allen & Overy.

Mr. J.M. Davidson
Mr. J.M. Davidson is advocaat bij Allen & Overy.
Artikel

Access_open Integratie en religie

Godsdienst en levensovertuiging in het integratiebeleid etnische minderheden

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2010
Trefwoorden etnische minderheden, immigratie, integratiebeleid
Auteurs Ben Koolen
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 30 years the Netherlands’ government practises an integration policy towards ethnic minorities. From the beginning, this comprehensive approach is challenged by demands of immigrated religious communities, e.g. the erection of buildings of worship. For the government, religion is an influential circumstance, not an object of the policy-making process. Therefore religious matters deserve political attention.The mid-nineties of the twentieth century brought the Islam into the focus of national policy. The first issue concerned the appointments on a temporary basis of Turkish imams by the Turkish authorities. That evoked the need for a Dutch training-school in order to be prevented from further admissions from abroad. In the meantime, compulsory introductory courses for religious leaders with a non-EU- or EEA-nationality were introduced. Since nine-eleven, the threats of Islamic ultra-orthodox tendencies dominate the political discourse.


Ben Koolen
Dr. G.M.J.M. Koolen studeerde niet-westerse religies aan de Nijmeegse universiteit, alwaar hij in 1993 promoveerde op het proefschrift Een seer bequaem middel. Onderwijs en Kerk onder de 17e eeuwse VOC (Kampen). Tot zijn pensionering in 2003 was hij werkzaam in verschillende functies in het kader van integratiebeleid, sinds 1982 bij de coördinerende directie Minderheden-/Integratiebeleid van het ministerie van Binnenlandse Zaken respectievelijk Justitie. Hij is redactielid van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

Het moment van de raadpleging van werknemersvertegenwoordigers op grond van de richtlijn collectief ontslag

Hof van Justitie EG 10 september 2009, C-44/08, JAR 2009/252 en RAR 2009/157 (Akavan Erityisaloyen Keskusliitto AEK ry e.a./Fujitsu Siemens Computers Oy)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2010
Trefwoorden tijdige raadpleging van werknemersvertegenwoordigers bij collectief ontslag, toerekening van besluitvorming, Wet melding collectief ontslag, welke ontslagen tellen mee voor de ondergrens van twintig ontslaggevallen
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Akavan-arrest geeft het Hof van Justitie EG een richtsnoer voor het bepalen van het moment van de raadpleging van werknemersvertegenwoordigers op grond van de Richtlijn Collectief Ontslag (98/59/EG). Deze richtlijn spreekt over het overwegen tot collectief ontslag over te gaan en over tijdige raadpleging. Dat zijn zeker binnen concernverband begrippen die door jurisprudentie nader moeten worden ingekleurd. Het Europese Hof vindt in dit arrest een werkbare oplossing. Het Hof maakt onderscheid tussen de fase waarin nog geen besluit is genomen (dan is raadpleging te vroeg), het moment waarop een strategisch of commercieel besluit is genomen dat de werkgever ertoe dwingt een collectief ontslag te overwegen (het moment waarop de raadpleging moet starten) en het moment waarop een besluit is genomen dat tot een collectief ontslag noodzaakt (dan is raadpleging te laat). De annotatie gaat op een en ander nader in.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar arbeidsrecht RU, tevens advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

    Ruimtelijke uitstraling ambassade. Maatbestemming verdraagt zich niet met Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen.

Artikel

Verdere duidelijkheid over afwikkeling van effectenleaseovereenkomsten: de wijze waarop Hof Amsterdam omgaat met de richtinggevende oordelen van de Hoge Raad

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden effectenlease, causaal verband, onaanvaardbare financiële last, eigen schuld lessee, aflossingen en betaalde rente lessee, restschuld, verrekening van voordeel
Auteurs Mr. Y.A. Wehrmeijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In juni 2009 heeft de Hoge Raad een aantal richtinggevende oordelen gegeven over het handelen van aanbieders van effectenleaseproducten. De vraag na deze arresten was op welke manier deze oordelen zouden uitwerken in de grote variëteit aan effectenlease-zaken. Hof Amsterdam heeft op 1 december 2009 vier arresten gewezen waarin het voormelde richtinggevende oordelen van de Hoge Raad toepast en een aantal nog openstaande vragen beantwoordt. Het artikel gaat in op de wijze waarop het hof voormelde richtinggevende oordelen toepast en analyseert de oplossingen van het hof ten aanzien van causaal verband, voordeelstoerekening, eigen schuld en rente.


Mr. Y.A. Wehrmeijer
Mr. Y.A Wehrmeijer is advocaat bij Houthoff Buruma te Den Haag.
Artikel

Access_open A letter of comfort: does it offer any comfort?

Een beschouwing over de letter of comfort naar Nederlands recht met een blik over de grens

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 1 2010
Trefwoorden letter of comfort, patronaatsverklaring, uitleg, toepasselijk recht
Auteurs Mr. dr. S.A. Kruisinga en Mr. L. Leber
SamenvattingAuteursinformatie

    Een letter of comfort, ook wel patronaatsverklaring genoemd, is een verklaring die door een moedermaatschappij kan worden afgegeven als onderdeel van de zekerheidsstelling in het kader van kredietverstrekking aan haar dochter. De bedoeling van een dergelijke verklaring is de kredietverstrekker gerust te stellen terzake de terugbetaling van het krediet door de dochter. Een comfort letter kan ook door de moedermaatschappij worden afgegeven als going concern verklaring in verband met de waardering van de bezittingen en schulden van de dochter. Gezien het huidig economisch klimaat is de verwachting gewettigd dat accountants vaker een dergelijke verklaring van de moedermaatschappij zullen vragen alvorens een goedkeurende verklaring te kunnen afgeven. De inhoud van comfort letters is echter niet vastomlijnd. De positie van de letter of comfort in het Nederlandse recht staat in deze bijdrage centraal.


Mr. dr. S.A. Kruisinga
Mw. mr. dr. S.A. Kruisinga is verbonden aan het Molengraaff Instituut voor privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. L. Leber
Mw. mr. L. Leber is verbonden aan het Molengraaff Instituut voor privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.