Zoekresultaat: 16 artikelen

x
Jaar 2011 x
Artikel

Een victimologisch perspectief op het internationale strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2011
Trefwoorden international crimes, victimology, (international) criminal justice, victims’ rights
Auteurs Dr. Antony Pemberton, Prof. mr. dr. Rianne Letschert, Dr. mr. Anne-Marie de Brouwer e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This article develops a victimological perspective on international criminal justice, based on a review of the main victimological characteristics of international crimes. These include the complicity or active involvement of government agencies, the large numbers of victims and the peculiar position of international crime victims who, at the time the crimes are committed, are usually not viewed as victims by the perpetrators, but placed outside the moral sphere or even depicted as perpetrators rather than victims.Key elements of this perspective concern the external coherence of the criminal justice reaction - the interlinking of criminal justice with other reparative efforts - as well as its internal coherence - the extent to which the procedures of international criminal justice are aligned with what it realistically can and should achieve. With internal coherence in mind, the article examines the victimological findings relating to the main rights of victims in the criminal procedure (recognition/acknowledgement, information/participation and compensation/reparation) and subsequently analyzes how the specifics of international crimes moderate them.


Dr. Antony Pemberton
Dr. A. Pemberton is associate professor of victimology aan het International Victimology Institute Tilburg van Tilburg University, a.pemberton@uvt.nl.

Prof. mr. dr. Rianne Letschert
Prof. mr. dr. R.M. Letschert is professor of victimology and international law aan het International Victimology Institute Tilburg van Tilburg University, r.m.letschert@uvt.nl.

Dr. mr. Anne-Marie de Brouwer
Dr. mr. A.-M. de Brouwer is associate professor of international criminal law aan het Department of Criminal Law van Tilburg University, a.l.m.debrouwer@uvt.nl.

Mr. dr. Roelof Haveman
Mr. dr. R.H. Haveman is freelance Rule of Law Consultant, momenteel gestationeerd in Côte d’Ivoire, roelof.haveman@gmail.com.
Artikel

Bedrijfspensioenen, geregistreerd partnerschap en het Uniebeginsel van gelijke behandeling

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden gelijke behandeling, seksuele geaardheid, algemeen beginsel, pensioen, directe discriminatie
Auteurs Mr. A.G. Veldman
SamenvattingAuteursinformatie

    In mei van dit jaar oordeelde het Hof van Justitie (Grote Kamer) dat een lagere bedrijfspensioenuitkering voor geregistreerde partners van hetzelfde geslacht in vergelijking met gehuwden, een verboden discriminatie naar seksuele geaardheid kan opleveren. Het gaat om de toepassing van Kaderrichtlijn 2000/78/EG die gelijkheid in arbeid en beroep op diverse discriminatiegronden voorschrijft. Het is pas het tweede arrest over de discriminatiegrond van seksuele geaardheid. Evenals in de eerste en soortgelijke zaak Maruko,1x HvJ EG 1 april 2008, zaak C-267/06, Tadao Maruko/Versorgungsanstalt der deutschen Bühnen, Jur. 2008, p. I-1757. Zie voor besprekingen van deze zaak: A.G. Veldman, NJCM-Bulletin 2009, nr. 2, p. 192-202 en C. Waaldijk, EHRC 2008/65. wordt het verschil in pensioenrechten tussen gehuwden en partners die een (Duits) geregistreerd partnerschap zijn aangegaan als een directe discriminatie aangemerkt, althans als op basis van het nationale recht deze partnerschappen vergelijkbaar zijn. Naar aanleiding van de Maruko-zaak is al opgemerkt dat het laatste lijkt te suggereren dat juist de lidstaten die behalve ongelijke pensioenrechten ook geen met het huwelijk vergelijkbare samenlevingsregeling kennen voor homo’s, hierdoor de dans ontspringen. Of deze conclusie gerechtvaardigd is, wordt in deze bijdrage nader besproken. Daarnaast wordt ingegaan op een tweede, belangwekkend aspect van dit arrest, namelijk de erkenning van het discriminatieverbod naar seksuele geaardheid als een algemeen beginsel van Unierecht. Voor leeftijdsdiscriminatie stond dit al vast op grond van Mangold en Kücükdeveci,2x Resp. HvJ EU 22 november 2005, zaak C-144/04, Jur. 2005, p. I-9981, JAR 2005/289 en HvJ EU 19 januari 2010, zaak C-555/07, Jur. 2010, p. 0000, JAR 2010/53. Zie ook H. de Waele en I. Kieft, ‘De doorwerking van richtlijnen en algemene beginselen van EU-recht’, NTER 2010/5, p.170-178. maar het lijkt nu te gelden voor alle gronden uit de richtlijn. Hieronder komt de betekenis van het Uniebeginsel voor de directe afdwingbaarheid van pensioenaanspraken aan bod en voor de terugwerkende kracht daarvan, al acht het Hof van Justitie het beginsel in de onderhavige zaak, anders dan in Mangold, niet toepasselijk vóór het verstrijken van de omzettingstermijn van Richtlijn 2000/78/EG.

Noten

  • 1 HvJ EG 1 april 2008, zaak C-267/06, Tadao Maruko/Versorgungsanstalt der deutschen Bühnen, Jur. 2008, p. I-1757. Zie voor besprekingen van deze zaak: A.G. Veldman, NJCM-Bulletin 2009, nr. 2, p. 192-202 en C. Waaldijk, EHRC 2008/65.

  • 2 Resp. HvJ EU 22 november 2005, zaak C-144/04, Jur. 2005, p. I-9981, JAR 2005/289 en HvJ EU 19 januari 2010, zaak C-555/07, Jur. 2010, p. 0000, JAR 2010/53. Zie ook H. de Waele en I. Kieft, ‘De doorwerking van richtlijnen en algemene beginselen van EU-recht’, NTER 2010/5, p.170-178.


Mr. A.G. Veldman
Mr. A.G. Veldman is universitair hoofddocent (Europees) arbeidsrecht en sociaal beleid aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Herontwikkeling van stortplaatsen

Kansen en belemmeringen vanuit milieurechtelijk perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden stortplaats, Wet bodembescherming, Wet milieubeheer, bodemverontreiniging, herontwikkeling
Auteurs Mr. drs. M.A. de Groote
SamenvattingAuteursinformatie

    Er zijn twee soorten stortplaatsen in Nederland, namelijk voormalige stortplaatsen en stortplaatsen die vallen onder de reikwijdte van de Wet milieubeheer (Wm). Een stortplaats die op of na 1 september 1996 in gebruik was of is, valt onder de nazorgregeling van de Wm; overige stortplaatsen zijn voormalige stortplaatsen.Thans worden bijna uitsluitend voormalige stortplaatsen herontwikkeld. Bij de beheersing van bodemverontreiniging van dergelijke stortplaatsen wordt gebruik gemaakt van de Wet bodembescherming (Wbb). Dit lijkt in de praktijk te werken, maar recente rechtspraak noopt tot aanpassing van de wet. De nazorgregeling uit de Wm gaat uit van een actieve nazorg en legt de verantwoordelijkheid voor de milieuhygiënische situatie na sluiting van de stortplaats bij de provincie. Bij herontwikkeling van Wm-stortplaatsen moet er zijn voldaan aan diverse verplichtingen die de Wm voorschrijft. Dat maakt herontwikkeling van Wm-stortplaatsen ingewikkelder dan herontwikkeling van voormalige stortplaatsen. Overheden kunnen door meerdere maatregelen herontwikkeling van beide soorten stortplaatsen vergemakkelijken.


Mr. drs. M.A. de Groote
Mr. drs. M.A. (Michiel) de Groote is werkzaam als advocaat in dienst van de gemeente Amsterdam (directie Juridische Zaken).
Artikel

Waarom het transparantiebeginsel maar niet transparant wil worden

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden transparantiebeginsel, aanbestedingsrecht, rechtszekerheid, vrij verkeer
Auteurs Mr. A.W.G.J. Buijze
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europese transparantiebeginsel breidt zich uit als een olievlek over de zee van het Europese recht. Nu meer en meer rechtsgebieden onder de reikwijdte van het transparantiebeginsel vallen, wordt het steeds moeilijker het belang van het beginsel voor het Nederlandse recht te ontkennen. Toch blijft het moeilijk te preciseren wat het transparantiebeginsel precies vereist. In dit artikel wordt betoogd dat de sleutel ligt in het instrumentele karakter van het transparantiebeginsel: steeds is een mate van transparantie vereist die zo goed mogelijk bijdraagt aan het realiseren van de doelen die in een bepaalde context bij transparantie zijn gediend.


Mr. A.W.G.J. Buijze
Mr. A.W.G.J. Buijze is promovenda bij het Instituut voor Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Eerste aanleg

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2011
Trefwoorden eerste aanleg, verzoekschriftprocedure
Auteurs Mr. J. Ekelmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek bestrijkt ontwikkelingen in de periode vanaf 1 januari 2010. Ook in die periode is het nog niet gekomen van het wetsvoorstel tot herziening van de procedure in eerste aanleg. De minister kondigde dat wetsvoorstel in 2007 aan in zijn reactie op het eindrapport van de fundamentele herbezinning. Het wetsvoorstel zou moeten voorzien in stroomlijning van de procedure in eerste aanleg door de introductie van één uniforme verzoekschriftprocedure. Na 2007 is niet meer over het wetsvoorstel vernomen. Het opstellen van een zo veel omvattend wetsontwerp is arbeidsintensief. Over de inhoud ervan valt te twisten. Het zou zomaar kunnen dat van uitstel afstel komt. Het achterwege blijven van een herziene algemene regeling laat natuurlijk onverlet dat de ontwikkelingen op deelgebieden gestaag voortgaan.


Mr. J. Ekelmans
Mr. J. Ekelmans is advocaat bij Ekelmans & Meijer advocaten te Den Haag.
Artikel

De arresten Ruiz Zambrano en McCarthy

Het Hof van Justitie en het effectieve genot van EU-burgerschapsrechten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden EU Burgerschap, interne situaties, omgekeerde discriminatie, fundamentele rechten, nationaliteitsrecht
Auteurs Mr. A.P. van der Mei, Prof. S.C.G. van den Bogaert en Prof. G.R. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Ruiz Zambrano heeft het Hof van Justitie verklaard dat een staatsburger van een derde staat zich op artikel 20 VWEU kan beroepen om aanspraak te maken op het recht van verblijf en afgifte van een werkvergunning in de lidstaat waar zijn ten laste komende kinderen verblijven en waarvan zij de nationaliteit bezitten. Deze uitspraak heeft potentieel vergaande gevolgen voor het EU-recht en de ontwikkeling van de beginselen inzake het EU-burgerschap in het algemeen, en voor de rechtspositie van EU-burgers die geen gebruik hebben gemaakt van hun vrije verkeersrechten in het bijzonder. Bijna twee maanden later echter oordeelde het Hof van Justitie in de zaak McCarthy dat EU-burgers die nooit hun recht op vrij verkeer hebben uitgeoefend, zich niet kunnen beroepen op het EU-burgerschap om het verblijf van hun echtgenoot die uit een derde land komt, te regulariseren. Het heeft er dus alle schijn van dat het Hof van Justitie in McCarthy al meteen de eerste gelegenheid te baat heeft genomen om eventuele scherpe kantjes van Ruiz Zambrano af te vijlen.HvJ EU (Grote Kamer) 8 maart 2011, zaak C-34/09, Gerardo Ruiz Zambrano/Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA), n.n.g. en HvJ EU (Derde Kamer) 5 mei 2011, zaak C-434/09, Shirley McCarthy/Secretary of State for the Home Department, n.n.g.


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. van der Mei is als universitair docent verbonden aan het Maastricht Center for European Law.

Prof. S.C.G. van den Bogaert
Prof. S.C.G. van den Bogaert is hoogleraar Europees recht en directeur van het Europa Instituut aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Prof. G.R. de Groot
Prof. G.R. de Groot is hoogleraar Rechtsvergelijking en International Privaatrecht aan de Universiteit Maastricht.
Diversen

De informatierechten van de patiënt: te weinig en te veel

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden keuze-informatie, recht op informatie, zelfbeschikking
Auteurs Prof. mr. J. Legemaate
SamenvattingAuteursinformatie

    De informatierechten van de verzekerde en de patiënt zijn in beweging. Het recht op informatie heeft niet alleen een grote intrinsieke betekenis, maar is vaak ook een voorwaarde om andere patiëntenrechten te kunnen effectueren. Nieuwe ontwikkelingen in de gezondheidszorg leiden tot nieuwe vragen over bestaande wetgeving en rechtspraak op dit gebied. De huidige en de voorgenomen wetgeving biedt de patiënt zowel te veel als te weinig informatierechten. Aan patiënten wordt niet alleen relevante informatie maar ook non-informatie aangeboden. De ondersteuning van bepaalde patiëntengroepen met betrekking tot de uitoefening van hun informatierechten verdient verbetering.


Prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht aan het AMC/Universiteit van Amsterdam en voorzitter van de Vereniging voor Gezondheidsrecht.
Artikel

Politiecultuur: een empirische verkenning in de Nederlandse context

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2011
Trefwoorden police, police culture, police style, stress factors
Auteurs Prof.dr.ir. Jan Terpstra en Dorian Schaap
SamenvattingAuteursinformatie

    To what extent have the Dutch police a distinct culture that corresponds with the image of police culture as it has been described in American studies of the 1960s and 1970s? A survey among 260 police officers shows that the Dutch police culture has a strong emphasis on mission, action, and cynicism. Other well-known elements, like conservatism and machismo proved to be less important. In accordance with the stress-coping theory police culture proved to be stronger if police officers were confronted with internal and external stress. Police culture is positively related with a crime fighting police style, and negatively with a service/guardian style. No relations could be found with a professional police style.


Prof.dr.ir. Jan Terpstra
Prof. dr. ir. Jan Terpstra is hoogleraar aan het Criminologisch Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Dorian Schaap
Dorian Schaap is verbonden aan het Criminologisch Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Diversen

Access_open Religie, veiligheid en de gedaanteverandering van religie

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden religious transformation, religion and safety, religion and lifestyle
Auteurs Erik Borgman
SamenvattingAuteursinformatie

    The fact that religion is not disappearing but changing, is not necessarily reassuring. We are witnessing a shift towards religion as an identity marker and a lifestyle, leading to new tensions. Religious lifestyles are increasingly perceived as deviant from ‘normality’, and therefore as threatening. Thus, religion becomes object of securitization policies. This article argues that this calls for a double answer. Firstly, a realist assessment is required of whether so-called religious extremism is really threatening, or just unsettling to modern Western perception. Secondly, the whole idea of ‘security’ as policy goal has to be reconsidered, using the alternatives religions present.


Erik Borgman
Prof. dr. E.P.N.M. Borgman is hoogleraar theologie aan de Universiteit van Tilburg. Hij publiceert veelvuldig over het grensgebied van religie en hedendaagse cultuur.

    Luchtkwaliteit. NSL. Het feit dat het programma gedurende looptijd bijstelling behoeft, brengt niet met zich mee dat het programma in strijd met de Wm is.

    Reactieve aanwijzing. Zuinig ruimtegebruik in het buitengebied. Provinciaal belang. Verordening nog niet in werking getreden hetgeen aanwijzing noodzakelijk maakte.

Artikel

Verzet tegen gedoogbeleid: iets typisch rechts?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2011
Trefwoorden punitive turn, political conservatism, ‘gedoogbeleid’, administrative tolerance
Auteurs Peter Mascini en Dick Houtman
SamenvattingAuteursinformatie

    This article demonstrates on the basis of a representative survey among the Dutch population (N=1,892) that it is not necessarily politically ‘rightist’ or ‘conservative’ to resist the toleration of illegal activities (‘gedoogbeleid’). Even though, generally speaking, political conservatives are most likely to be critical, this is merely because they unconsciously associate the latter with practices of tolerating illegal activities by marginal individuals. Whereas conservatives hence oppose the latter more than political progressives do, the latter for their part are more critical than conservatives about tolerating illegal activities by official agencies. These findings illustrate that gedoogbeleid does not have a universal legitimacy in the eyes of the public, but that its legitimacy is determined case by case by the concrete aims and targets addressed by this policy instrument.


Peter Mascini
Peter Mascini is universitair docent sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn onderzoek richt zich op de legitimiteit, uitvoering en handhaving van publiek beleid. Hierover heeft hij onder andere gepubliceerd in Law and Policy, Regulation and Governance, British Journal of Criminology, International Migration Review en Tijdschrift voor Criminologie.

Dick Houtman
Dick Houtman is als hoogleraar cultuursociologie verbonden aan het Centre for Rotterdam Cultural Sociology (CROCUS) van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij verricht overwegend onderzoek naar de spiritualisering van religie en de culturalisering van de politiek in hedendaagse westerse samenlevingen. Zijn twee recentste boeken zijn Religions of modernity (2010; red. met Stef Aupers) en Paradoxes of individualization (in druk; met Stef Aupers en Willem de Koster).
Artikel

Access_open Europa en zijn ‘gedomesticeerde’ islam

Geven de West-Europese kerk-staatregimes vorm aan de institutionalisering van de islam?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2011
Trefwoorden Islam, Europe, policy, representative bodies
Auteurs Jonathan Debeer, Patrick Loobuyck en Petra Meier
SamenvattingAuteursinformatie

    In the accommodation of Islam to Europe, policymakers are confronted with the secular identity of the Western-European democracies which, over time, has resulted in diverse church-state regimes serving to shield politics from religion and vice versa.In this article, we examine whether these regimes have resulted in differences concerning the coming together, shape and problems with which representative bodies for the Islamic faith are faced. To do this, we compare the Belgian, Dutch, French, German and English case.Though governments are bound to existing church-state regimes, we note a European trend that questions their influence on said bodies.


Jonathan Debeer
J. Debeer is onderzoeker bij het Steunpunt Gelijkekansenbeleid van de Universiteit Antwerpen. Hij studeerde sociologie aan de Universiteit Antwerpen, Wereldgodsdiensten, Interreligieuze Dialoog en Religiestudie aan de Katholieke Universiteit Leuven en is momenteel bezig met beleidsvoorbereidende onderzoek naar imams in Vlaanderen.

Patrick Loobuyck
Prof. dr. P. Loobuyck doceert aan het Centrum Pieter Gillis van de Universiteit Antwerpen onder meer het vak Levensbeschouwing. Hij is tevens als gastdocent verbonden aan de Vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen van de Universiteit Gent, waar hij politieke filosofie doceert. Zijn onderzoek focust op religie in de democratische, seculiere samenleving, met bijzondere aandacht voor Habermas, levensbeschouwelijk onderwijs, geschiedenis van toleranatie en liberale neutraliteit.

Petra Meier
Prof. dr. P. Meier doceert Inleiding tot de Politicologie, Belgische politiek en Politieke Sociologie aan de Universiteit Antwerpen. Haar onderzoek spitst zich toe op vragen van vertegenwoordiging in politiek en beleid, voornamelijk maar niet exclusief van gender.
Artikel

Herstelrecht in België: een stand van zaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden Restorative justice, penal mediation, evaluation studies, victim-offender conversations,
Auteurs Inge Vanfraechem
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, the author evaluates whether the development of restorative justice in Belgium over the past ten years offers an opportunity to ‘celebrate’, as the Journal for Restorative Justice does. Developments in practice show that mediation is available at all stages of the judicial procedure for adult offenders and mediation and conferencing are available according to youth law. Research has been carried out on various topics, covering a variety of practices. Furthermore, it has elaborated the concept of restorative justice, inspired innovative practices and influenced policy-making. Belgium seems to be peculiar in the relation between practice, research and policy, which tend to influence one another. Compared to the Netherlands, Belgium does have more reasons to celebrate the development of restorative justice.


Inge Vanfraechem
Inge Vanfraechem is criminologe en onderzoeker aan de Katholieke Universiteit Leuven. Zij is actief binnen het European Forum for Restorative Justice en redacteur van dit tijdschrift.

    De overtreding is dermate gering dat handhavend optreden disproportioneel zou zijn.

    Het college heeft ten onrechte nagelaten te onderzoeken of de bedrijfswoning deel uitmaakt van de Wet milieubeheer vergunningplichtige inrichting.

Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.