Zoekresultaat: 13 artikelen

x
Jaar 2010 x
Artikel

Dwang blijft wrang

Over vrijheid, verplichte zorg en de rol van het recht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden psychiatric patient rights, compulsary admission, duty of care
Auteurs Pieter Ippel
SamenvattingAuteursinformatie

    The position of patients facing forced hospitalization in a mental health clinic develops both in a soft and in a hard direction. On the one hand there is a soft current of more empathy with legal protection and on the other hand a harder current that leads to a growing number of forced measures. This involves three dilemmas. First, legal intervention touches only upon the fringe and not upon the core of psychiatric treatment. Second, the problematic relation with the criminal justice sector and third, a lack of concern for what happens after the decision of the judge. Quality based peer review has not developed well in this sector. Forced hospitalization will remain sour for the near future.


Pieter Ippel
Pieter Ippel is vanaf 2005 hoogleraar rechtsgeleerdheid bij de Roosevelt Academy in Middelburg, een Engelstalig Liberal Arts & Science College van de Universiteit Utrecht. Daarvoor was hij onder meer hoogleraar rechtstheorie in Utrecht. Hij studeerde wijsbegeerte, criminologie en Nederlands recht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en promoveerde daar in 1989 op een rechtssociologisch proefschrift. Hij publiceerde over uiteenlopende onderwerpen. Zijn belangrijkste boek is Modern recht en het goede leven. Over gezondheid, milieu en privacy (Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2002).
Artikel

Zorg en recht in de kinder- en jeugdpsychiatrie

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden youth health care, child and adolescent psychiatry, rights of the child
Auteurs Vivianne Dörenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Care, self determination and law in child psychiatry is a difficult combination. Three problems arise here: Bureau Jeugdzorg does not have a good working relationship with the doctors, bad coordination between professionals, and finally an unwarranted trust in protection within the family. It is argued that a ‘duty of special care’ for professionals might help. This should prevail over the right of self determination. A second improvement might be a ‘criterion of necessity’ that may overrule a lack of cooperation by the minor.


Vivianne Dörenberg
Vivianne Dörenberg is sinds september 2010 verbonden aan het EMGO Instituut/VUmc in Amsterdam en werkt als docent gezondheidsrecht voor de Vrije Universiteit. Daarvoor was ze werkzaam bij de rechtenfaculteit in Nijmegen, waar ze in mei van dit jaar promoveerde op het proefschrift Kind en stoornis. Een systematisch onderzoek naar de rechtspositie van minderjarigen in de kinder- en jeugdpsychiatrie.
Artikel

Wetgeving en de positie van de patiënt: instrument voor verandering of terugvaloptie?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden impact of health law, evaluation of health law, patient empowerment, patient rights
Auteurs Roland Friele en Remco Coppen
SamenvattingAuteursinformatie

    Empirical research on the practice of ‘informed consent’ and the right of complaint of patients shows that these rights are important as guarantees for carefulness and legal certainty. However, at the same time these rights seem to have hardly any effect on the position of the patient in the daily interactions with doctors and other medical personnel. Rather, they seem to have led to a formalization of institutional relations with patients. At the same time, in practice especially hospitals seem to aim at an informal and varied way of dealing with these patient’s rights.


Roland Friele
Roland Friele is adjunct-directeur van het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg. Hij doet onderzoek naar de sociaalwetenschappelijke aspecten van wet- en regelgeving in de gezondheidszorg. Wetsevaluaties in de gezondheidszorg vormen de hoofdmoot.

Remco Coppen
Remco Coppen is onderzoeker bij het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg). Zijn onderzoek richt zich met name op sociaalwetenschappelijke aspecten van wet- en regelgeving. Hij is betrokken geweest bij verschillende wetsevaluaties, zoals de tweede en derde evaluatie van de Wet op de orgaandonatie, de tweede evaluatie van de Wet inzake bloedvoorziening, de evaluatie van de Wet marktordening gezondheidszorg en de Zorgverzekeringswet. In 2010 is hij gepromoveerd op een proefschrift over de effecten van de Wet op de orgaandonatie.
Jurisprudentie

Kroniek rechtspraak Wet Bopz

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2010
Auteurs Mr. dr. V.E.T. Dörenberg

Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
Artikel

Het Spector-arrest: het weerlegbare vermoeden in een strafrechtelijke en mensenrechtelijke context

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Europees strafrecht, EVRM, harmonisatie, richtlijnconforme interpretatie, marktmisbruik
Auteurs Mr. J.M.W. Lindeman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Spector-arrest, waarin prejudiciële vragen van de Belgische rechter worden beantwoord, heeft al heel wat Nederlandse pennen in beweging gebracht. Daar is alle reden toe, want de uitspraak bevat op meerdere fronten interessante materie. Centraal in de uitspraak staat de duiding van het in de richtlijn marktmisbruik opgenomen verbod op handel met voorwetenschap, dat in Nederland is geïmplementeerd in artikel 5:56 van de Wet op het financieel toezicht (Wft). De door het Hof van Justitie van de Europese gemeenschappen (hierna: Hof van Justitie) gekozen invulling van deze verbodsbepaling roept enkele vragen op over de inpassing in het Nederlandse (bestuurs)strafrecht. Daarnaast spelen vraagstukken over al dan niet beoogde volledige harmonisatie van de richtlijn, de doorwerking van het EVRM en richtlijnconforme interpretatie.


Mr. J.M.W. Lindeman
Mr. J.M.W. Lindeman is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Het internationale recht als beschermengel van de exclusieve bevoegdheden van lidstaten inzake verlies van nationaliteit?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Rottmann, burger van de Unie, intrekking van staatsburgerschap, ontbreken van de afstandseis
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Rottmann-arrest bevestigt dat lidstaten bij de uitoefening van hun exclusieve bevoegdheden het Europese recht moeten respecteren, maar laat tegelijkertijd zien dat Europese inmenging door het internationale recht wordt beperkt. Het Hof van Justitie van de Europese Unie erkent dat lidstaten ingevolge het internationale en het Europese recht hun bevoegdheid inzake het nationaliteitsrecht hebben behouden, maar voegt hieraan toe dat de primaire hoedanigheid van onderdanen van de lidstaten, te weten burger van de Unie, met zich meebrengt dat lidstaten bij de effectuering van een besluit tot intrekking van door naturalisatie verkregen nationaliteit het Europese evenredigheidsbeginsel moeten respecteren. Het expliciteert ook de verplichting van de lidstaat waarvan de nationaliteit verloren is gegaan ten tijde van de naturalisatie, om bij de beoordeling van een verzoek tot herkrijging van die nationaliteit de uit het Rottmann-arrest voortvloeiende beginselen te respecteren.


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. Oosterom-Staples is universitair docent aan de Universiteit van Tilburg.
Jurisprudentie

De doorwerking van richtlijnen en algemene beginselen van EU-recht

De stand van zaken na het arrest Kücückdeveci

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2010
Trefwoorden uitsluitende directe werking, Kücükdeveci, Handvest van de Grondrechten
Auteurs Dr. H. de Waele en Mr. I. Kieft
SamenvattingAuteursinformatie

    Kücükdeveci is een mijlpaalarrest. Het verruimt de mogelijkheden voor richtlijnen om ‘horizontale effecten’ te sorteren, en voegt zo een belangrijk nieuw hoofdstuk toe aan een klassiek hoofdpijndossier. In geschillen tussen particulieren lijkt er voortaan vaker dan voorheen, over de band van de zogenoemde ‘uitsluitende directe werking’ van Europese regels, een beroep op bepalingen uit richtlijnen te kunnen worden gedaan. Daarbij wordt eerdere jurisprudentie over de doorwerking van algemene beginselen van EU-recht uitgebreid. Het arrest leidt echter tevens tot vervagende grenzen tussen de Europeesrechtelijke kernleerstukken. Verder dreigt het gevaarlijke spanningen op te roepen, zowel tussen rechters als tussen lidstaten, onder meer door een (potentieel) brisante passage over het Handvest van de Grondrechten. Al met al vormt het oordeel een ware Fundgrube voor verdere wetenschappelijke theorievorming; daarnaast reikt het advocaten en magistraten een aantal praktische handvatten voor de toekomst aan.


Dr. H. de Waele
Dr. H. de Waele is universitair docent Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. I. Kieft
Mr. I. Kieft is advocaat te Amsterdam bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.
Artikel

De Dienstenwet: dekt de vlag de lading

Pleidooi voor verdere omzetting van de Dienstenrichtlijn

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Dienstenwet, omzetting richtlijnen
Auteurs Mr. M.R. Botman
SamenvattingAuteursinformatie

    De belangrijkste artikelen uit de Europese Dienstenrichtlijn zijn niet terug te vinden in nationale wet- of regelgeving. De vraag is hoe zich dit verhoudt met de strikte implementatie-eisen uit de rechtspraak van het Hof van Justitie. In dit artikel worden de argumenten van de wetgever om de bepalingen niet op te nemen kritisch tegen het licht gehouden. Daarbij wordt ingegaan op de juridische en praktische gevolgen die het ontbreken van nationale voorschriften met zich brengt. Moet de Dienstenwet worden uitgebreid?


Mr. M.R. Botman
Mr. M.R. Botman is promovenda aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en verbonden aan het VU University Amsterdam Centre for Law and Governance. Zij doet onderzoek naar de tenuitvoerlegging van de Dienstenrichtlijn in Nederland.
Artikel

Wetsvoorstel Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten: overbodig of onmisbaar in de praktijk?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden toezicht, decentrale overheden, naleving, aanwijzing, verhaalsrecht
Auteurs Mr. M.J.M. Verhoeven
SamenvattingAuteursinformatie

    Wanneer Europese regelgeving in de Nederlandse rechtsorde niet goed nageleefd wordt, spreekt de Europese Commissie de lidstaat Nederland daarop aan. Binnen de nationale rechtsorde is de centrale overheid echter niet als enige verantwoordelijk voor de toepassing van Europees recht. De toepassing van Europese regelgeving in de nationale rechtsorde is veelal ook in handen van andere overheidsorganen, zoals zelfstandige bestuursorganen en decentrale overheden. De centrale overheid heeft vanwege haar Europese verantwoordelijkheid voor de correcte toepassing van Europees recht behoefte aan voldoende bevoegdheden voor toezicht op deze overheidsorganen. Met het wetsvoorstel Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten (Kamerstukken II 2009/10, 32 157, nr. 2; hierna afgekort tot wetsvoorstel NErpe) worden aan het toezichtsinstrumentarium enkele nieuwe bevoegdheden toegevoegd, die zijn toegesneden op de handhaving van Europees recht. In deze bijdrage een eerste blik op dit wetsvoorstel.


Mr. M.J.M. Verhoeven
Mr. M.J.M. Verhoeven is als promovenda verbonden aan het Europa Instituut en de Afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. dr. B.J.M. Frederiks
Brenda Frederiks is universitair docent gezondheidsrecht VUMC/EMGO+.

Prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht VU/VUMC/EMGO+.

Mr. dr. K. Blankman
Kees Blankman is universitair docent familie- en gezondheidsrecht VU.

dr. C.M.P.M. Hertogh
Cees Hertogh is hoogleraar ethiek van de zorg VUMC/ EMGO+.
Jurisprudentie

Snel helderheid van het Hof over de bewaring: het arrest Kadzoev

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Kadzoev, bewaring illegaal verblijvende derdelanders, opvangrichtlijn, procedurerichtlijn asiel, terugkeerrichtlijn
Auteurs Mr. A. Pahladsingh
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 30 november 2009 heeft het Hof van Justitie met toepassing van de prejudiciële spoedprocedure (PPU) zich voor de eerste keer uitgelaten over de toepassing van de bewaring bij illegaal verblijvende derdelanders op het grondgebied van de lidstaten. Opmerkelijk hierbij is dat de implementatietermijn van de terugkeerrichtlijn (Richtlijn 2008/115/EG) nog niet was verstreken op het moment van dit arrest. Het Hof heeft de maximumtermijn van de bewaring ten aanzien van een illegaal verblijvende derdelander verduidelijkt door te overwegen dat deze maximaal zes maanden mag duren en dat deze slechts in beperkte mate en ten hoogste met nog eens twaalf maanden mag worden verlengd. De bewaring van een asielzoeker valt volgens het Hof niet onder het toepassingsbereik van Richtlijn 2008/115/EG, maar onder de reikwijdte van de opvangrichtlijn en de procedurerichtlijn asiel. Ook is van belang dat de bewaring moet zijn gericht op verwijdering van de persoon en niet mag worden opgelegd enkel als maatregel in het kader van de openbare orde of openbare veiligheid.


Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. Pahladsingh is jurist bij de afdeling Kennis en Onderzoek van de Raad van State.
Artikel

De rechter als wetgever: uniforme rechtstoepassing in rechtersregelingen vanuit staatsrechtelijk perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2010
Trefwoorden rechtseenheid, uniforme rechtstoepassing, rechtspraak, rechterlijke organisatie
Auteurs Prof. mr. P.P.T. Bovend’Eert
SamenvattingAuteursinformatie

    De totstandkoming van de nieuwe kantonrechtersformule in 2008 riep de vraag op of de rechter deze regeling inzake de hoogte van ontslagvergoedingen niet beter aan de wetgever kan laten. Rechtersregelingen zijn nog altijd omstreden vanuit een constitutioneel perspectief bezien. Onduidelijk is of het positieve (constitutionele) recht voldoende grondslag biedt voor dit optreden van de rechter als quasiwetgever. Daarnaast is het de vraag wie rechtersregelingen mogen vaststellen, in hoeverre zij bindend zijn en op welke onderwerpen zij betrekking kunnen hebben. Op deze vragen wordt in deze bijdrage nader ingegaan.


Prof. mr. P.P.T. Bovend’Eert
Prof. mr. P.P.T. Bovend’Eert is hoogleraar Staatsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. P.BovendEert@jur.ru.nl
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.