Zoekresultaat: 16 artikelen

x
Jaar 2015 x

mr.dr. Maria Geertruida IJzermans
Jurisprudentie

Privaatrechtelijke handhaving door de Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Privaatrechtelijke handhaving, Sociale partners, Uitzendsector, Schadevergoeding, Boetebeding
Auteurs Mr. dr. M. Kullmann
Auteursinformatie

Mr. dr. M. Kullmann
Mr. dr. M. Kullmann is universitair docent Sociaal recht aan de Universiteit van Maastricht.
Casus

Remedies bij inbreuken op garanties in overnamecontracten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Garantie, Non-conformiteit, Remedies, Schadevergoeding, SPA
Auteurs Prof. mr. R.J. Tjittes
Auteursinformatie

Prof. mr. R.J. Tjittes
Prof. mr. Rieme-Jan Tjittes is advocaat en partner bij BarentsKrans, hoogleraar Privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van dit blad.
Artikel

Geen pauliana? Gelukkig hebben we de onrechtmatige daad nog …

Commentaar bij HR 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2930, JOR 2014/297 (Kameleon Beheer IV/Bisscheroux q.q.)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden pauliana, onrechtmatige daad, samenloop, bestuurdersaansprakelijkheid, ernstig verwijt
Auteurs Mr. J.H.L. Beckers
SamenvattingAuteursinformatie

    In een reeks vastgoedtransacties werden koopsommen betaald onder de feitelijke waarde. Het hof nam aansprakelijkheid van de betrokken BV en haar bestuurder aan wegens schuldeisersbenadeling; de pauliana-vordering werd afgewezen. De Hoge Raad onderschrijft dit. Met het stranden van een pauliana-vordering is dus niet meteen de kans op een succesvolle onrechtmatige-daadactie verkeken.


Mr. J.H.L. Beckers
Mr. J.H.L. Beckers is professional support lawyer bij NautaDutilh te Amsterdam en als fellow verbonden aan het Van der Heijden Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Kunnen twee sets algemene voorwaarden cumulatief van toepassing zijn?

Over het verschil tussen een alternatieve dubbele verwijzing (Visser/Avéro-regel) en een cumulatieve dubbele verwijzing (Haviltex-regel) naar aanleiding van ForFarmers/Doens

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden algemene voorwaarden, toepasselijkheid, alternatieve (dubbele) verwijzing, cumulatieve (dubbele) verwijzing, toepasselijkheid meerdere sets algemene voorwaarden
Auteurs Mr. S.M. Lankhaar en Mr. dr. E.-J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    In Visser/Avéro oordeelde de Hoge Raad dat in een geval waarin twee sets algemene voorwaarden alternatief van toepassing zijn verklaard (‘óf-óf’), geen van deze sets deel uitmaakt van de overeenkomst indien niet is aangegeven welke van de sets in het gegeven geval van toepassing zal zijn. In ForFarmers/Doens heeft de Hoge Raad de vraag beantwoord of de Visser/Avéro-regel ook van toepassing is bij een cumulatieve dubbele verwijzing (‘én-én’).


Mr. S.M. Lankhaar
Mr. S.M. Lankhaar is als stafjurist verbonden aan de Rechtbank Rotterdam, afdeling Privaatrecht (Haven en handel).

Mr. dr. E.-J. Zippro
Mr. dr. E.-J. Zippro is advocaat bij ZIPPRO & MEIJER Advocaten te Amsterdam.
Column

Beperkingen op de beperkende werking via de vaststellingsovereenkomst?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2015
Trefwoorden vaststellingsovereenkomst, exoneratie, beperkende werking redelijkheid en billijkheid
Auteurs Mr. dr. T.H.M. van Wechem en Mr. M. Bijloo
Auteursinformatie

Mr. dr. T.H.M. van Wechem
Edwin van Wechem is juridisch adviseur bij C-Legal en redacteur van dit blad.

Mr. M. Bijloo
Michiel Bijloo is advocaat bij BakerMcKenzie in Amsterdam.
Artikel

De rechterlijke lijdelijkheid in rook opgegaan? De ambtshalve toepassing van de consumentenkoopregels nader toegelicht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden consumentenkoop, ambtshalve toetsing, gemengde overeenkomsten, klachtplicht, bewijsvermoeden
Auteurs Mr. dr. A.G.F. Ancery en Mr. dr. drs. C.M.D.S. Pavillon
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent heeft het HvJ vragen over consumentenkoop beantwoord. Deze bijdrage bespreekt de rol van de rechter bij de kwalificatie van de overeenkomst en de vraag wie als consument wordt aangemerkt. Daarnaast wordt ingegaan op de stelplicht en bewijslast bij de klachtplicht en het bewijsvermoeden van art. 7:18 lid 2 BW.


Mr. dr. A.G.F. Ancery
Mr. dr. A.G.F. Ancery is gerechtsauditeur bij de Hoge Raad der Nederlanden, universitair docent privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en redacteur van dit tijdschrift.

Mr. dr. drs. C.M.D.S. Pavillon
Mr. dr. drs. C.M.D.S. Pavillon is universitair docent privaatrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Vorderingen in b2c-verstekken: toetsen of toewijzen?

Ambtshalve toetsen op grond van Heesakkers/Voets, de waarheidsplicht en art. 139 Rv

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2015
Trefwoorden ambtshalve toetsing, Verstek, Consumentenrecht, oneerlijke bedingen, Waarheidsplicht
Auteurs Mr. C.J-A. Seinen en mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook in verstekzaken tussen een professionele eiser en een gedaagde consument zal de civiele rechter ambtshalve moeten toetsen of de vordering (deels) berust op een beding dat dwingendrechtelijke consumentenbeschermende bepalingen schendt. De auteurs schetsen het toetsingskader in het licht van art. 139 Rv. Nu verstekzaken het leeuwendeel van de civiele zaken vormen, kan de plicht tot ambtshalve toetsing tot veel extra werk, kosten en vertraging leiden. De auteurs stellen voor om in verstekzaken een op de waarheidsplicht geënt standaardformulier te gebruiken dat recht doet aan zowel de openbare belangen van consumentenbescherming, waarheidsvinding en efficiënte inzet van overheidsmiddelen als het particuliere belang van efficiënte incasso.


Mr. C.J-A. Seinen
Mr. C.J-A. Seinen is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en gastonderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam

mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en universitair docent burgerlijk procesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen
Casus

Contractuele afspraken met goederenrechtelijke werking: het onoverdraagbaarheidsbeding, eigendomsvoorbehoud en overwaardearrangement

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2015
Trefwoorden onoverdraagbaarheidsbeding, eigendomsvoorbehoud, overwaardearrangement, goederenrechtelijke werking
Auteurs Mr. dr. R. Mellenbergh
SamenvattingAuteursinformatie

    Sommige contractuele afspraken hebben vergaande goederenrechtelijke gevolgen. De precieze formulering van contractuele afspraken met goederenrechtelijke gevolgen is noodzakelijk, aangezien kleine aanpassingen in de tekst van het contractuele beding belangrijke goederenrechtelijke gevolgen kunnen hebben. In dit artikel wordt aan de hand van drie in de praktijk belangrijke situaties ingegaan op de goederenrechtelijke werking van contractuele afspraken: (1) het onoverdraagbaarheidsbeding, (2) het eigendomsvoorbehoud, en (3) het overwaardearrangement. Deze drie situaties zijn van belang binnen de commerciële contractspraktijk en voor de financiering van bedrijven.


Mr. dr. R. Mellenbergh
Mr. dr. Rik Mellenbergh is als universitair hoofddocent verbonden aan de Vrije Universiteit, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, afdeling Privaatrecht, en is directeur van het International Business Law programma van de VU.
Praktijk

Tegen fraude is geen bankgarantie opgewassen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Bankgarantie, Uitleg, Strikte conformiteit, Bedrog, Willekeur
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    De bankgarantie is een verbintenisrechtelijke zekerheidsfiguur, die de begunstigde aanspraak geeft jegens een bank op uitbetaling van een doorgaans door een derde verschuldigd bedrag. Indien aan de voorwaarden van de bankgarantie is voldaan, is de bank in beginsel gehouden tot uitkering over te gaan. De bank mag uitkering weigeren op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, voornamelijk indien sprake is van bedrog of willekeur. In het Amstelpark-arrest, dat in deze bijdrage centraal staat, oordeelde de Hoge Raad dat bedrog of willekeur niet uitsluitend door de opdrachtgever of begunstigde hoeft te zijn bewerkstelligd, maar dat ook bedrog of willekeur van een betrokken derde tot weigering van uitkering kan leiden.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

DSM/Fox en uitleg van notariële akten – (nog) geen ‘vloeiende overgang’ van overeenkomst naar notariële akte

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden uitleg, Haviltex, DSM/Fox, overeenkomst, notariële akte
Auteurs Prof. mr. drs. J.W.A. Biemans
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de uitleg van notariële akten. Ingegaan wordt op het toepasselijke uitlegcriterium voor onder meer registergoederenakten, grossen, huwelijkse voorwaarden, uiterste wilsbeschikking, statuten en schenkingen, mede in het uitlegkader van het arrest DSM/Fox.


Prof. mr. drs. J.W.A. Biemans
Prof. mr. drs. J.W.A. Biemans is hoogleraar Burgerlijk recht, in het bijzonder Goederenrecht en Notarieel recht, aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Onafhankelijkheid en regulerende bevoegdheden van markttoezichthouders in EU-perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2015
Trefwoorden legaliteitsbeginsel, onafhankelijk markttoezicht, zelfstandig bestuursorgaan
Auteurs Prof. dr. S. Lavrijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal of en hoe Europese onafhankelijkheidsvereisten in overeenstemming zijn met het legaliteitsbeginsel en het democratiebeginsel, en of deze beginselen ook op een andere wijze kunnen of moeten worden ingevuld, gelet op de Europese ontwikkelingen inzake markttoezicht. De Europese eisen inzake de onafhankelijkheid van markttoezicht houden enerzijds in dat de toezichthouder onafhankelijk moet zijn en anderzijds dat de toezichthouder ook tot op zekere hoogte onafhankelijk moet zijn van de nationale politiek. Dit laatste element roept de vraag op of zich dat verdraagt met de Nederlandse invulling van het legaliteitsbeginsel, namelijk het primaat van de wetgever. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord, omdat zowel het democratiebeginsel als het legaliteitsbeginsel ruimte laat voor een andere invulling dan de traditionele, mits wordt gewaarborgd dat burgers inspraak hebben en dat de autoriteit verantwoording schuldig is aan de rechter. Daarnaast nopen Europese ontwikkelingen bij markttoezicht ook tot een andere invulling.


Prof. dr. S. Lavrijssen
Prof. dr. S. Lavrijssen is hoogleraar consument en energierecht aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het Tilburg Law and Economics Center van Tilburg University.
Jurisprudentie

Hoger beroep

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2015
Auteurs Mr. drs. F.J.P. Lock

Mr. drs. F.J.P. Lock
Artikel

Uitleg van een derdenbeding in een verzekeringspolis

Enkele beschouwingen naar aanleiding van HR 19 april 2013, NJ 2013/239 (Alheembouw/HDI-Gerling)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden uitleg, contract, derdenbeding, verzekering, polisvoorwaarden
Auteurs Mr. dr. P.S. Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt aan de hand van het arrest HR 19 april 2013, NJ 2013/239 (Alheembouw/HDI-Gerling) de vraag behandeld hoe ten opzichte van de in de jurisprudentie ontwikkelde gevalstypen van contractsuitleg de uitleg van een derdenbeding in een verzekeringsovereenkomst te plaatsen is. Wanneer is van zo’n beding sprake en welke uitlegmaatstaf moet hierbij worden gehanteerd?


Mr. dr. P.S. Bakker
Mr. dr. P.S. Bakker is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Europese bankenresolutie (SRM). Institutionele perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden bankenunie, afwikkeling, resolutie, SRM, SSM
Auteurs G. ter Kuile LLM Dr.
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Too Big to Fail’ banken waren een kostbaar probleem tijdens de crisis die in 2007 uitbrak. Een speciaal soort afwikkelingsrecht voor banken – ‘resolutierecht’ – bleek nodig om belastingbetalers voortaan te sparen. Met het oprichten van een gemeenschappelijk resolutiemechanisme stonden de EU-lidstaten voor een nieuwe uitdaging. Gemeenschappelijke regels, procedures en instellingen werden bij richtlijn en verordening geïntroduceerd, terwijl het resolutiefonds met een intergouvernementele overeenkomst werd bestendigd. Dit artikel bespreekt resolutie als concept, de verdragsgrondslag van de regelingen, de Single Resolution Board als agentschap en de Meroni-discussie, gedeelde bevoegdheden en significantiecriterium, interne en externe governance, het Resolutiefonds en ‘mutualisatie’, en rechtsbescherming. De hoop is uiteraard dat met een effectief Europees bankentoezicht het daadwerkelijk overgaan tot resolutie niet nodig is. Maar de voorbereiding op eventuele resoluties blijft vereist.
    Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (SRM-Verordening of SRMR).
    Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad (BRRD-richtlijn of BRRD).
    Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds, Brussel, 21 mei 2014, (8457/14), Trb. 2014, 146


G. ter Kuile LLM Dr.
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile, LLM, werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank N.V. en schrijft dit artikel op persoonlijke titel. Zijn opvattingen kunnen niet worden toegeschreven aan DNB of het Europees Stelsel van Centrale Banken.
Jurisprudentie

Burgerlijk procesrecht van het Caribische deel van het Koninkrijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2015
Trefwoorden procesrecht, Caribisch deel van het Koninkrijk
Auteurs Mr. dr. G.C.C. Lewin en Mr. dr. H.J. van Kooten
Auteursinformatie

Mr. dr. G.C.C. Lewin

Mr. dr. H.J. van Kooten
Beide auteurs zijn lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.