Zoekresultaat: 24 artikelen

x
Jaar 2013 x

    This contribution scrutinizes the effect of the General Administrative Act (Algemene wet bestuursrecht) on the doctrine of administrative supervision (bestuurlijk toezicht), especially on the (governmental) power of spontaneous annulment (spontane vernietigingsrecht) towards local authorities. In 1998 the legal provisions concerning administrative supervision have been transferred from the Local Government Act (Gemeentewet) to the General Administrative Act. Since then the doctrine was subject to several major changes, from which the 2006 Policy document on spontaneous annulment (Beleidskader spontane vernietiging) and the 2012 Act on re-vitalizing general supervision (Wet revitalisering generiek toezicht) are the most important. The provisions from the General Administrative Act concerning administrative supervision have hardly been changed; case law concerning spontaneous annulment mainly concerned the interpretation of the Policy documents. The provisions regarding administrative supervision and laid down in the General Administrative Act, can therefore be seen as of constant value of administrative supervision.


Mr. Hansko Broeksteeg
Mr. Broeksteeg is universitair hoofddocent Staatsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Moordamendementen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2013
Trefwoorden amendement, wetgevingsprocedure, killer amendment, moordamendement, stemgedrag, geamendeerd wetsvoorstel, volksvertegenwoordiger
Auteurs Mr. N.C. Engel en Mr. H.R. Schouten
SamenvattingAuteursinformatie

    Een moordamendement is een paradox: als in een parlement een meerderheid is voor een wetsvoorstel, terwijl een geamendeerd wetsvoorstel het Staatsblad nooit zal bereiken, waarom zou een meerderheid dan voor het amendement stemmen? Strategisch stemgedrag kan een moordamendement altijd voorkomen. Onjuiste verwachtingen over de haalbaarheid van een geamendeerd wetsvoorstel kunnen er echter toe leiden dat er niet strategisch wordt gestemd. Ook kan het gebeuren dat een politicus denkt dat hij een strategische stem tegenover zijn achterban niet zal kunnen uitleggen. In dit artikel komen onder andere voorbeelden aan de orde over abortus en over de gewetensbezwaarde trouwambtenaar, onderwerpen die heel gevoelig liggen bij de kiezer en waarover strategisch stemmen dus geen optie is voor een volksvertegenwoordiger.


Mr. N.C. Engel
Mr. N.C. Engel is werkzaam als wetgevingsjurist bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal respectievelijk het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Mr. H.R. Schouten
Mr. H.R. Schouten is werkzaam als wetgevingsjurist bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal respectievelijk het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Verzamelwetgeving: meer dan een opeenhoping van wijzigingsvoorstellen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2013
Trefwoorden verzamelwetgeving, voorstel van wet
Auteurs mr. W.A.E. Brüheim
SamenvattingAuteursinformatie

    Verzamelwetgeving lijkt met name in de Eerste Kamer een imagoprobleem te hebben. De bezwaren tegen dit type wetgeving hebben echter veelal slechts betrekking op een klein deel van de wetten die in de praktijk met dit begrip worden aangeduid. In deze bijdrage wordt daarom een scherpere definitie van het begrip verzamelwetgeving voorgesteld. Ook wordt ingegaan op een betrekkelijk recente nota waarin criteria worden gegeven om de opportuniteit te beoordelen van het opnemen van een onderwerp in een verzamelwetsvoorstel.


mr. W.A.E. Brüheim
mr. W.A.E. Brüheim is werkzaam als senior juridisch adviseur en coördinator internationale zaken bij de Kiesraad.

    De laatste jaren staat in Nederland definitieve geschilbeslechting door de bestuursrechter sterk in de aandacht. Het in de jurisprudentie van de hoogste Nederlandse bestuursrechtelijke colleges ontwikkelde uitgangspunt dat de bestuursrechter een besluit niet slechts op rechtmatigheid behoort te beoordelen maar ook zo veel mogelijk dient te bezien of het geven van een definitieve oplossing van het geschil mogelijk is, heeft daar geleid tot wetgeving met dezelfde strekking. De landsverordeningen administratieve rechtspraak van Aruba en de voormalige Nederlandse Antillen voorzien nog niet in die wettelijke verplichting en evenmin in een verruiming van de wettelijke bevoegdheden ter uitvoering van die taak. Uit recente jurisprudentie blijkt echter dat het Hof ook met gebruik van de bestaande bevoegdheden zeer wel in staat is geschillen definitief te beslechten. In het artikel worden die bevoegdheden aan de hand van de daarop betrekking hebbende jurisprudentie besproken. Voorts wordt stilgestaan bij de eisen die definitieve geschilbeslechting stelt aan procedure en opstelling van partijen.


Mr. J.Th. Drop
Mr. J.Th. Drop is lid van het Gemeenschappelijk Hof. Hij hoopt in mei 2014 te promoveren aan de UoC op een onderzoek naar de invloed van Nederlandse jurisprudentie op het Caribisch bestuursprocesrecht. Promotor is Prof. L.J.J. Rogier. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel en is een bewerking en uitbreiding van een lezing gehouden op het Symposium ‘Rollen van de overheidsjurist’, gehouden op Curaçao op 25 en 26 april 2013.
Artikel

Nabeschouwing: de actor als factor

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Kingdon, policy formation, policy entrepreneurs
Auteurs Alex Jettinghoff en Leny de Groot-van Leeuwen
SamenvattingAuteursinformatie

    With the help of a model of policy formation designed by John Kingdon, we seek to map the actors in the previous cases of legal change and to establish the way in which they performed their key role and what conditions allowed them to do that. It appears that only two of the actors are insiders, government officials. The rest are outsiders. According to Kingdon’s model, a particular kind of actors is most likely to play a key role in policy change. He calls them ‘policy entrepreneurs’ and they typically are experts in a particular field of policy, who spend time, energy and money to promote a proposal they favour. They spring into action when they seize an opportunity to push their proposal on the agenda of the decision-makers. In our small collection of actors, Lemkin, Sinzheimer and Leenen are prototypical ‘policy entrepreneurs’. The others do not fit this profile, but played an influential role nevertheless.


Alex Jettinghoff
Alex Jettinghoff is als fellow verbonden aan het Instituut voor Rechtssociologie van de Rechtenfaculteit van Radboud Universiteit Nijmegen. Hij schreef recentelijk over het procederen van bedrijven, rechterlijke specialisatie en de wording van het Unified Patent System van de Europese Unie.

Leny de Groot-van Leeuwen
Leny de Groot-van Leeuwen is hoogleraar Rechtspleging en voorzitter van het gelijknamige onderzoeksprogramma van het onderzoekscentrum Staat en Recht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij publiceerde in boeken en tijdschriften over de juridische beroepen en de legitimiteit van rechtspraak.
Artikel

Naar een Algemene Klokkenluiderswet

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 7 2013
Trefwoorden whistleblowing in the Netherlands, Whistleblowing Protection Act, Advice Centre Whistleblowers, National Ombudsman, supervising authorities
Auteurs M.A.P. Bovens
SamenvattingAuteursinformatie

    The private member’s bill ‘Huis voor klokkenluiders’ is a step forward in the protection of whistleblowers in The Netherlands. However, adoption of the bill will not end the discussion about the protection of whistleblowers, because the bill has several flaws. The new ‘Huis’ has too many roles, the ‘Fonds’ provides the wrong incentives, and whistleblowers who go straight to the relevant authorities are not protected. Therefore, the next step should be a general Whistleblowing Protection Act, which provides legal protection, both to public and private employees who report serious organizational deviances to the relevant authorities and who, in doing so, have acted with due care. Enforcement of the Act, including the award of compensation, should be provided by the industrial law courts and not by a ‘Huis’ or a ‘Fonds’.


M.A.P. Bovens
Prof. dr. Mark Bovens is als hoogleraar Bestuurskunde verbonden aan de Universiteit Utrecht en is tevens lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).
Artikel

Financiering van de flatcoöperatie

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2013
Trefwoorden flatcoöperatie, pandrecht, huurbeding, lidmaatschap, hypotheek
Auteurs Mr. A.P. van Zijl
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt het arrest van de Hoge Raad van 26 april 2013. Hierin heeft de Hoge Raad bepaald dat het huurbeding van artikel 3:264 BW niet analoog kan worden toegepast op een pandrecht dat is gevestigd op een lidmaatschap in een flatcoöperatie.


Mr. A.P. van Zijl
Mr. A.P. van Zijl is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Naar een betere waarborging van de onafhankelijkheid van de faillissementscurator

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden positie faillissementscurator, rechtsvergelijking, Europese Insolventieverordening, benoeming en ontslag curator, juridische beroepen
Auteurs Prof. mr. B. Wessels
SamenvattingAuteursinformatie

    Het thema ‘onafhankelijkheid van de faillissementscurator’ wordt onderzocht, mede vanuit rechtsvergelijkend en internationaal perspectief. Dit leidt tot een beschouwing van de onafhankelijkheid van een curator ten opzichte van de schuldenaar, van de schuldeisers en ten opzichte van de rechter-commissaris. Europese ontwikkelingen nopen er mede toe vaart te maken met het in de wet vastleggen van regels die de onafhankelijkheid van een faillissementscurator waarborgen.


Prof. mr. B. Wessels
Prof. mr. B. Wessels is juridisch adviseur te Dordrecht en hoogleraar internationaal insolventierecht aan de Universiteit Leiden.
Praktijk

De zelfstandige AMvB: hoe staat het daarmee?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2013
Trefwoorden zelfstandige algemene maatregel van bestuur, algemene maatregel van bestuur, Aanwijzingen voor de regelgeving, Raad van State
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de stand van zaken rond de figuur van de zelfstandige AMvB sinds het jaar 2000. Er wordt een beschrijving gegeven van de vijftien zelfstandige (ontwerp-)AMvB’s die sindsdien tot stand zijn gebracht. Daarbij wordt veel aandacht geschonken aan de opvattingen van de Raad van State en de daarmee niet altijd overeenkomende opvattingen van de regering. Een van de conclusies is dat de vraag hoe de regering de toelaatbaarheid van een zelfstandige AMvB beoordeelt, sterk afhangt van de interpretatie die een individuele minister geeft aan artikel 89 Gw.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Decentralisatie op grote schaal

Aandachtspunten en uitgangspunten voor de decentralisaties in het sociale domein

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2013
Trefwoorden decentralisatie, schaalproblematiek, gemeente, intergemeentelijke samenwerking, medebewind
Auteurs Mr. S.A.J. Munneke
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal met welke juridische grenzen en uitgangspunten de wetgever rekening moet houden bij het op grote schaal decentraliseren van taken in het sociale domein. Hoewel de wetgever bij deze operatie een grote vrijheid heeft, en nauwelijks door juridische grenzen wordt belemmerd, dient hij met het oog op de uitvoerbaarheid en doeltreffendheid van de wet wel met een groot aantal aandachtspunten rekening te houden. Onder andere gaat het dan om het bieden van voldoende beleidsmatige en financiële vrijheid voor de gemeenten en het creëren van voldoende draagvlak, ook met betrekking tot de gewenste schaalgrootte. Decentralisatie betekent de acceptatie van verschillen tussen gemeenten en vraagt om een terughoudende positie van de centrale overheid, onder andere met betrekking tot het interbestuurlijk toezicht.


Mr. S.A.J. Munneke
Mr. S.A.J. Munneke is universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit en programmaleider van het onderzoeksprogramma Grondrechten, regulering en de verantwoordelijke overheid, onderdeel van het VU Centre for Law and Governance.

    Ter Haar’s thesis is een verfrissende studie. De aanpak is origineel: verschillende thema’s rond het vermogen van een minderjarige worden besproken. De inhoud van het proefschrift bestaat voornamelijk uit reeds gepubliceerde artikelen, met inbegrip van een uitgebreid empirisch onderzoek. Hoewel het vermogen van een minderjarige de rode draad van zijn dissertatie vormt, handelt Ter Haar over veel verschillende aspecten van minderjarigheid: handelings(on)bekwaamheid (vergeleken met het fictieve tachtig-pusbewind), bewind (Boek 1 en Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek), ouderlijk vruchtgenot, de som ineens, de verjaringstermijn in het kader van vermogensbeheer en de minderjarige in het erfrecht. Naar mijn mening ligt het zwaartepunt van de dissertatie bij het testamentaire bewind, waar Ter Haar een goede analyse maakt van de verhouding tussen het beschermingsbewind van Boek 1 en die van Boek 4 BW. Maar ook de andere hoofdstukken, gevuld met soms prikkelende suggesties, zijn zeer lezenswaardig.
    ---
    Ter Haar's thesis is a refreshing study. The approach is original: different themes surrounding the property of a minor are discussed. The contents of his thesis mainly consist of already published articles, including extensive empirical investigation. Although the minor's property is absolutely the leitmotiv in his thesis, Ter Haar deals with very different aspects of minority: legal (in)capacity (compared with a fictitious eighty-plus administration), administration (Book 1 and Book 4 of the Dutch Civil Code), parental usufruct, the lump sum, the limitation period within the framework of property management, the minor in inheritance law. As far as I am concerned, the centre of gravity of the thesis lies with the testamentary administration under inheritance law, where Ter Haar makes a fine analysis between the administration from Book 1 and that from Book 4. But also the other chapters, filled with sometimes tantalizing suggestions, are very much worth reading.


Prof. mr. Tea Mellema-Kranenburg
Prof. T.J. Mellema-Kranenburg is a senior lecturer at the Faculty of Law (Institute for Private Law, civil law section) of Leiden University.
Artikel

Instructies in de Omgevingswet: onmisbare beïnvloedingsinstrumenten of overbodige ballast?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Omgevingswet, instructies interbestuurlijk toezicht, aanwijzing, indeplaatsstelling, schorsing en vernietiging
Auteurs Prof. dr. F.P.C.L. Tonnaer
SamenvattingAuteursinformatie

    In het wetsvoorstel voor de Omgevingswet worden de proactieve en reactieve aanwijzingsbevoegdheid uit de Wro overgenomen in de vorm van instructies en instructieregels en van een bredere toepassing voorzien. De auteur betoogt in deze bijdrage dat de instructie geen meerwaarde heeft in de nieuwe wet. Daarbij wordt gewezen op de beperkte toegevoegde waarde ten opzichte van de schorsings- en vernietigingsbevoegdheid en de indeplaatsstelling. Daar waar instructies wel meer mogelijk maken dan deze generieke instrumenten, roept de auteur de vraag op of dat wel wenselijk is in termen van de staatrechtelijke verhoudingen.


Prof. dr. F.P.C.L. Tonnaer
Prof. dr. F.P.C.L. (Frans) Tonnaer is deeltijdhoogleraar omgevingsrecht bij de Open Universiteit en algemeen directeur van Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht.
Artikel

Vier knelpunten van de regresvordering van de werkgever ex artikel 6:107a lid 2 BW

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2013
Trefwoorden regres, artikel 6:107a lid 2 BW, re-integratie, schadebeperkingsplicht, arbeidsvermogensschade
Auteurs Mw. mr. M. Opdam
SamenvattingAuteursinformatie

    Wanneer een werknemer letsel oploopt door een oorzaak waarvoor een derde aansprakelijk is, lijdt ook zijn werkgever schade. De werkgever is verplicht om het loon van de zieke werknemer door te betalen. De werkgever komt op grond van artikel 6:107a lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW) een regresvordering toe. In deze bijdrage worden knelpunten besproken die zich in dit kader voordoen. Kan de aansprakelijke partij zich tegen een dergelijke vordering verweren door te stellen dat het loon onverplicht is doorbetaald? Rust op de werkgever een schadebeperkingsplicht? En welke gevolgen hebben werkzaamheden in het kader van de re-integratie op de hoogte van de regresvordering?


Mw. mr. M. Opdam
Mw. mr. M. Opdam is promovenda bij de Vrije Universiteit. Zij verricht promotieonderzoek naar de re-integratieverplichtingen van letselschadeslachtoffers. Dit onderzoek wordt gefinancierd door NWO.
Column

Nieuwe wetgeving over het klachtrecht: winst of verlies?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden klachtrecht, klachtencommissie, geschillencommissie, wetswijziging
Auteurs Prof. mr. J. Legemaate
SamenvattingAuteursinformatie

    In april 2013 is het wetsvoorstel kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) aan de Tweede Kamer voorgelegd. Dit wetsvoorstel beoogt onder meer het wettelijk klachtrecht te wijzigen en geeft een belangrijke rol aan een externe geschillencommissie. Er is reden de inhoud van het wetsvoorstel kritisch te bezien. Waar het gaat om het afhandelen van schadeclaims kan het wetsvoorstel de positie van de patiënt verbeteren. Met betrekking tot het klachtrecht is echter van een verslechtering van die positie sprake.


Prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar Gezondheidsrecht AMC/Universiteit van Amsterdam
Artikel

Het proportionaliteitsbeginsel in het wetgevingsbeleid

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2013
Trefwoorden proportionaliteit, wetgevingsbeleid, rechtsbeginselen, afwegingskader, wetgevingskwaliteit
Auteurs Mr. M.Tj. Bouwes
SamenvattingAuteursinformatie

    Proportionaliteit van wetgeving omvat zowel de rechtvaardiging van overheidsinterventie als de keuze van het middel ter bereiking van het doel en de effectiviteit van de maatregel. De bijdrage plaatst de proportionaliteitsvraag in de sleutel van de rechtsstaat en de bescherming van burgerlijke vrijheden. Beperken van vrijheidsrechten en ingrijpen in wezenlijke elementen van de maatschappelijke ordening mogen niet verder gaan dan noodzakelijk ter bereiking van een legitiem doel. Het proportionaliteitsbeginsel als toetssteen voor wetgeving is evenwel problematisch omdat maatschappelijke en politieke oordelen over de wenselijkheid van wetgevend optreden evenzeer meespelen en legitiem zijn. In deze bijdrage wordt uiteengezet dat desondanks proportionaliteit en daarmee ook politieke afwegingen over noodzaak en inhoud van een wettelijke maatregel door de rechter kunnen worden getoetst.


Mr. M.Tj. Bouwes
Mr. M.Tj. Bouwes is hoofd van de sector wetgevingskwaliteitsbeleid van de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie. m.tj.bouwes@minvenj.nl
Artikel

Casus over corporate governance: de onderzoeksrapporten over Barclays en HBOS

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2013
Trefwoorden corporate governance, board, Barclays, HBOS, Code
Auteurs Mr. F.G.K. Overkleeft LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt twee recent verschenen onderzoeksrapporten over de Britse financiële instellingen Barclays en HBOS. Hij wijst erop dat beide rapporten in zekere zin als casestudy op het gebied van corporate governance kunnen dienen. De auteur pleit er niet voor om uit deze casus algemene regels op het gebied van corporate governance af te leiden, maar wijst juist op de toegevoegde waarde die het bestuderen van concrete praktijkgevallen voor een goed begrip van de materie kan hebben.


Mr. F.G.K. Overkleeft LLM
Mr. F.G.K. Overkleeft, LLM is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Onafhankelijkheid leidt niet tot betere financiële prestaties

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden onafhankelijkheid, bestuur, commissarissen, financiële prestaties, meta-analyse
Auteurs Mr. dr. N.J.M. van Zijl, Prof. dr. M. Lückerath-Rovers en Prof. dr. A. de Bos
SamenvattingAuteursinformatie

    De aandacht voor onafhankelijkheid van het bestuur of de raad van commissarissen is groot, maar de gevolgen voor de financiële prestaties zijn niet duidelijk. Eerder onderzoek levert wisselende resultaten op. Deze studie analyseert op kwantitatieve wijze eerder onderzoek naar de relatie tussen onafhankelijkheid en financiële prestaties met behulp van een meta-analyse. Op basis van 43 onderzochte studies – uit de periode 2000 tot en met 2011 – met 52.182 waarnemingen laten de resultaten een significant negatieve correlatie tussen onafhankelijkheid en financiële prestaties zien. Het kan dus niet worden onderbouwd dat onafhankelijkheid leidt tot betere financiële prestaties van een onderneming.


Mr. dr. N.J.M. van Zijl
Mr. dr. N.J.M. van Zijl is gepromoveerd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. M. Lückerath-Rovers
Prof. dr. M. (Mijntje) Lückerath-Rovers is hoogleraar Corporate Governance aan de Nyenrode Business Universiteit en lid van de redactie van TvT.

Prof. dr. A. de Bos
Prof. dr. A. de Bos is hoogleraar Bedrijfseconomie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Redactioneel

Governance

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2013
Auteurs Prof. dr. B.E. Baarsma en Prof. dr. M. Lückerath-Rovers
Auteursinformatie

Prof. dr. B.E. Baarsma
Prof. dr. B.E. Baarsma is algemeen directeur van SEO Economisch Onderzoek en bijzonder hoogleraar Marktwerking- en mededingingseconomie aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit van Amsterdam. Tevens is zij lid van de redactie van TvT.

Prof. dr. M. Lückerath-Rovers
Prof. dr. M. Lückerath-Rovers is hoogleraar Corporate Governance aan de Nyenrode Business Universiteit en lid van de redactie van TvT.
Praktijk

Van ‘Wij Beatrix’ naar ‘Wij Willem-Alexander’: enkele beschouwingen bij het afkondigingsformulier

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2013
Trefwoorden afkondigingsformulier, aanhef van wetten en AMvB’s, troonswisseling, koningschap, ‘bij de gratie Gods’
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor de tekst van het afkondigingsformulier van wetten geldt ingevolge additioneel artikel XIX Grondwet nog steeds het formulier uit de oude Grondwet: ‘Wij’ enz. ‘Koning der Nederlanden’ enz. Al sinds de vorming van ons Koninkrijk tweehonderd jaar geleden is de praktijk dat ter invulling van het eerste ‘enz.’ de formule ‘bij de gratie Gods’ wordt gebezigd. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij enkele achtergronden van dit gedeelte van het afkondigingsformulier. Ingegaan wordt op de historie, met uitgebreide verwijzingen naar wetsgeschiedenis en literatuur. De bijdrage spitst zich toe op het uitblijven van de grondwettelijke opdracht om een regeling van het afkondigingsformulier te treffen en op de formule ‘bij de gratie Gods’. Bepleit wordt om na de troonswisseling tot een wettelijke regeling van het afkondigingsformulier te komen, zowel voor wetten als voor AMvB’s. Met de kwestie van het al dan niet opnemen van de formule ‘bij de gratie Gods’ zou dan pragmatisch te werk moeten worden gegaan. Het gebruik van de formule behoeft niet wettelijk te worden geregeld en kan net als nu aan de praktijk worden overgelaten. Wettelijke regeling van het afkondigingsformulier lost ook enkele kwesties op rond de vermelding van de advisering door de Raad van State in het afkondigingsformulier.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie. t.c.borman@minvenj.nl
Jurisprudentie

Waterwet 2011-2012

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Waterwet, legger, gedoogplicht, watervergunning
Auteurs Mr. ir. S. Handgraaf en Mr. P. de Putter
SamenvattingAuteursinformatie

    In TO 2011, nummer 3 verscheen het eerste jurisprudentieoverzicht over de Waterwet. Inmiddels is er weer anderhalf jaar verstreken en kan een nieuwe balans worden opgemaakt. In deze bijdrage geven de auteurs een overzicht van de jurisprudentie op grond van de Waterwet. Zij beperken zich hierbij tot drie onderwerpen: de legger, gedoogplichten en de watervergunning.


Mr. ir. S. Handgraaf
Mr. ir. S. (Simon) Handgraaf is mede-eigenaar van Colibri Advies BV.

Mr. P. de Putter
Mr. P. (Peter) de Putter is mede-eigenaar van Sterk Consulting BV.
Toont 1 - 20 van 24 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.