Zoekresultaat: 19 artikelen

x
Jaar 2014 x
Artikel

Kinderpornorechercheurs en hun mentale weerbaarheid

Hoe rechercheurs de impact van kinderpornografiezaken ervaren en daarmee omgaan

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Auteurs Drs. Henk Sollie, Dr. Nicolien Kop en Prof. dr. Martin Euwema
SamenvattingAuteursinformatie

    Eleven Teams against Child Abuse Images and Transnational Child Sex Offences (TBKKs) are operating within the Dutch National Police Force. This study provides an in-depth analysis of the resilience of criminal investigators working in these teams and how they perceive and cope with daily work stressors. Observational studies within five TBKKs and 35 semi-structured interviews with child pornography investigators revealed that managing their heavy caseloads, classifying abusive images, dealing with suspects and conducting home searches can sometimes be (very) challenging. Despite these demanding work aspects, investigators experience low levels of stress. By employing emotional detachment, self-reflection, workload regulation, social support and meaningfulness, they overcome the stress of investigating internet child exploitation. However, successful implementation of these resilience-enhancing strategies depends on the availability of several individual and organizational resources. To reduce the risk of health problems and to stimulate positive functioning, these resources require permanent investment from police management and investigators themselves.


Drs. Henk Sollie
Drs. H. Sollie is promovendus ‘Mentale Weerbaarheid binnen de Opsporing’ bij de Nederlandse Politieacademie.

Dr. Nicolien Kop
Dr. N. Kop is lector Criminaliteitsbeheersing & Recherchekunde bij de Nederlandse Politieacademie.

Prof. dr. Martin Euwema
Prof. dr. M.C. Euwema is hoogleraar Organisatiepsychologie, KU Leuven.
Artikel

200 jaar Staten-Generaal en zelfregulering: betrokkenheid op afstand

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2014
Trefwoorden zelfregulering, SER
Auteurs Drs. M.I. Hamer, Dr. M. Drahos en Drs. I. Thomassen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Staten-Generaal dragen via het controleren van de regering en door (mede)wetgeving bij aan het borgen van publieke belangen. Literatuur en praktijk laten echter zien dat publieke belangen onder voorwaarden ook effectief kunnen worden geborgd door zelfregulering. Dit artikel geeft een beschouwing op de gevolgen van zelfregulering voor het democratische gehalte van beleid, op vraagstukken rondom representativiteit bij zelfreguleringsinitiatieven en op kansen en risico’s betreffende de effectiviteit van borging van publieke belangen. Deze drie aspecten worden belicht vanuit de ervaringen met vier vormen van zelfregulering binnen de Sociaal-Economische Raad (SER).


Drs. M.I. Hamer
Drs. M.I. Hamer is voorzitter van de SER.

Dr. M. Drahos
Dr. M. Drahos is senior beleidsmedewerker bij de directie Economische Zaken van de SER.

Drs. I. Thomassen
Drs. I. Thomassen was senior beleidsmedewerker bij de directie Bestuurszaken van de SER.
Discussie

De stelling

De Aanwijzingen 6 en 7 van de Aanwijzingen voor de regelgeving, die verlangen dat niet tot nieuwe regelingen wordt besloten dan nadat de noodzaak daarvan is komen vast te staan en nadat alternatieven voor wetgeving gewogen en te licht bevonden zijn, zijn een dode letter gebleken.

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2014
Trefwoorden Aanwijzingen voor de regelgeving, alternatieven voor wetgeving, regeldruk, wetgevingskwaliteit
Auteurs Mr. drs. A.G. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Om de kwaliteit van de regelgeving hoog te houden en de omvang behapbaar is voortdurende aandacht nodig voor de vraag naar nut en noodzaak in de democratische rechtsstaat. Dat het niet eenvoudig is de regeldruk zowel wat betreft aantallen regels als wat betreft de lasten die voortvloeien uit die regels in de hand te houden, staat buiten kijf. Niet voor niets is al sinds 1981 het streven remmen aan te brengen om de regeldruk binnen de perken te houden. Ook kan het onder druk lastig zijn de eisen die de democratische rechtsstaat stelt, hoog te houden. Er zijn mogelijkheden de betekenis van de Aanwijzingen te vergroten. Zo zou het helpen als een regeerakkoord, voordat het tot stand komt, niet alleen wordt beoordeeld op financiële gevolgen, maar ook wordt bezien op de gevolgen voor de wetgeving (inclusief eisen van rechtsstatelijkheid, de gevolgen van het akkoord voor de regeldruk en of de wetgevingsvoornemens nodig zijn om de beoogde doelen te bereiken). Hoe dan ook is het belangrijk dat wetgevingsjuristen en beleidsmakers bij elk voornemen tot wetgeving kritisch blijven vragen welk doel precies wordt gediend met de voorgenomen regelgeving, hoe dat doel zich verhoudt tot andere doelen en of wel het juiste instrument wordt gekozen om het doel te bereiken. Daarvoor moeten ze ruimte nemen en krijgen. Ar 6 en 7 helpen daarbij. Net zoals een open houding naar bij de regelgeving betrokken partijen, een kritische Afdeling advisering van de Raad van State, een luisterend oor van bewindslieden, het debat in het parlement en de mogelijkheden die de rechter heeft om veel van de regelgeving in concrete gevallen te toetsen aan het rechtsstatelijke beginsel van proportionaliteit.


Mr. drs. A.G. van Dijk
Mr. drs. A.G. van Dijk is directeur van de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Is er behoefte aan bestendige wetgeving?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2014
Trefwoorden wetgevingsbeleid, bestendigheid, rechtszekerheid, normenhiërarchie, flexibele regelgeving
Auteurs Mr. G.J.M. Evers
SamenvattingAuteursinformatie

    Klachten over het gebrek aan bestendigheid van wetgeving zijn niet nieuw. De overheid wil steeds opnieuw door wetgeving uitvoering geven aan nieuw beleid. Hierbij wordt de noodzaak van verandering niet altijd onderbouwd en worden de effecten van nieuwe wetgeving niet altijd goed onderzocht. Bestendigheid van wetgeving is belangrijk. Het draagt bij aan de uitvoerbaarheid, de handhaafbaarheid, de eenvoud, duidelijkheid en toegankelijkheid en de effectiviteit en efficiëntie van wetgeving. Tegelijkertijd is ook van belang dat de wetgeving een bestendig kader kan bieden zonder te veel aan flexibiliteit in de weg te staan. Het is de uitdaging om een balans te vinden tussen daadkracht en continuïteit, flexibiliteit en rechtszekerheid en snelheid en zorgvuldigheid.


Mr. G.J.M. Evers
Mr. G.J.M. Evers is wetgevingsjurist bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.
Praktijk

15 vraagpuntjes over wijzigingstechniek: wat niet in de Aanwijzingen staat

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2014
Trefwoorden wetgevingstechniek, wijziging van regelingen, Aanwijzingen voor de regelgeving
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het merendeel van de regelingen die jaarlijks in het Staatsblad en de Staatscourant verschijnen, draagt het karakter van een wijzigingsregeling. Regelmatig doen zich vraagpuntjes voor over de formulering van wijzigingsinstructies. In deze bijdrage worden enkele van deze vraagpuntjes behandeld. Het gaat met name om kwesties waarover de Aanwijzingen voor de regelgeving weinig of geen uitsluitsel geven. Vaak blijkt dat wijzigingsteksten beknopter kunnen worden geformuleerd dan in de praktijk gebeurt.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Wetgevingsbeleid springlevend!

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2014
Trefwoorden wetgevingskwaliteitsbeleid, nota Vertrouwen in wetgeving, kwaliteit van wetgeving, wetgever, wetgevingsbeleid
Auteurs Drs. S.A.P.J. van Melis
SamenvattingAuteursinformatie

    De nota ‘Vertrouwen in wetgeving’ heeft gezorgd voor een koerswijziging in het wetgevingskwaliteitsbeleid. In de afgelopen tien jaren heeft dit veel concrete resultaten opgeleverd om de kwaliteit van wetgeving te verbeteren. Dit is in tegenspraak met de eerste stelling bij het proefschrift van M. Bokhorst, Bronnen van legitimiteit. Over de zoektocht van de wetgever naar zeggenschap en gezag, die stelt dat het wetgevingsbeleid anno 2014 op sterven na dood lijkt. Een terecht gebruik van het woord ‘lijkt’, want het wetgevingsbeleid is springlevend. Dit artikel beschrijft de koerswijziging in het wetgevingskwaliteitsbeleid en de bereikte resultaten. Met het oog op de toekomst worden enkele perspectieven voor het wetgevingsbeleid geschetst.


Drs. S.A.P.J. van Melis
Drs. S.A.P.J. van Melis is coördinerend raadadviseur bij de sector Wetgevingskwaliteitsbeleid, directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Alles woelt hier om verandering … Bestendige omgevingswetgeving?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2014
Trefwoorden bestendigheid van wetgeving, omgevingswetgeving, instrumentele wetgeving, milieubeleid, Europese omgevingsregelgeving
Auteurs Mr. Th.G. Drupsteen
SamenvattingAuteursinformatie

    Bestendigheid van wetgeving speelt geen rol van betekenis in de omgevingswetgeving. Deze wetgeving draagt in belangrijke mate een instrumenteel karakter. Zij is erop gericht om te komen tot een samenhangend en effectief milieubeleid. Veranderingen in de omgevingswetgeving zijn het gevolg van verschillende invloeden, waaronder de Europese omgevingsregelgeving. Deze veranderingen beogen steeds de omgevingswetgeving beter te laten beantwoorden aan haar doel.


Mr. Th.G. Drupsteen
Mr. Th.G. Drupsteen is staatsraad in buitengewone dienst. Hij is werkzaam in de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Boekbespreking

Wanneer een droom werkelijkheid wordt

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2014
Auteurs Prof. dr. Kristel Beyens en Prof. dr. Miranda Boone
Auteursinformatie

Prof. dr. Kristel Beyens
Prof. dr. K. Beyens is hoogleraar aan de vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel.

Prof. dr. Miranda Boone
Prof. dr. M. Boone is bijzonder hoogleraar penologie en penitentiair recht aan de Rijksuniversiteit Groningen en universitair hoofddocent strafrecht en criminologie aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Compliance analyseren met behulp van het Willen-Kunnen-Durven-model

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2014
Trefwoorden compliance, Willing-being Able-daring framework, tendency to transgress, opportunity, deterrence
Auteurs Prof. dr. H. Elffers
SamenvattingAuteursinformatie

    The ‘Willing-Being Able-Daring’ (WBAD) framework for analysing rule compliance is introduced and explained. It models rule transgression as the result of climbing a three step staircase: people first have to form a will to not-comply, then see whether they can find an opportunity to transgress the rule without being caught for certain, and finally have to decide to take the risk, facing the consequences of being caught and issued an informal or formal reaction in terms of social disapproval or juridical prosecution. The WBAD framework proposes to identify which of these steps is (too) low, using expert meetings or surveys. It advocates to ponder on ways to increase the heights of the steps. It is claimed that the approach is simpler and hence more parsimonious than the Table-of-Eleven-approach commonly used in The Netherlands. The approach is illustrated with an example from the realm of tax compliance. The article concludes with sketching a perspective when to apply WBAD.


Prof. dr. H. Elffers
Prof. dr. Henk Elffers is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam en emeritus hoogleraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

    Ontvankelijkheid; art. 1:3 Awb; belanghebbende

Artikel

Enige ontwikkelingen op het terrein van de trust

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden irrevocable trust, Afgezonderd Particulier Vermogen, fixed trust, discretionair, doorkijkbelasting, Haags Trustverdrag
Auteurs Mr. K.M.L.L. van de Ven
SamenvattingAuteursinformatie

    Het fiscale regime voor afgezonderde particuliere vermogens is in 2010 ingevoerd voor rechtsfiguren zoals de Anglo-Amerikaanse discretionary trust en de Curaçaose Stichting Particulier Fonds. Drie jaar na de invoering van het APV-regime is dit door de Belastingdienst geëvalueerd en heeft een wijziging in de aanmerkelijkbelangregeling plaatsgevonden. Voor het overgangsrecht met betrekking tot het recht van schenking is rechtspraak gewezen. Verwacht wordt dat er de komende jaren nog verdere ontwikkelingen te zien zullen zijn. In buurland België is in 2013 een regeling in werking getreden die een meldingsplicht inhoudt van buitenlandse vermogensstructuren, waaronder de trust.


Mr. K.M.L.L. van de Ven
Mr. K.M.L.L. van de Ven is docent belastingrecht Maastricht University tevens kandidaat-notaris (Athena Advies en Praktijk).
Artikel

De schadeclaim van het slachtoffer van strafbare feiten; bruggenbouwer tussen twee rechtsgebieden?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Slachtoffer, voeging in het strafproces, civiele vordering, financiële afwikkeling, immateriële genoegdoening
Auteurs Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart en Mr. A.J.J.G. Schijns
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel in het strafrecht als in het civiele letselschaderecht is (toenemende) aandacht voor de behoeften van slachtoffers. Bij beide categorieën slachtoffers leven zowel materiële als immateriële behoeften. Toch geven de beide disciplines op eigen wijze invulling aan deze behoeften. In deze bijdrage signaleren de auteurs overeenkomsten en verschillen in de benadering van het slachtoffer in het strafrecht en het civiele letselschaderecht en verkennen zij de mogelijkheden voor kruisbestuiving tussen de beide disciplines. Zij gaan onder andere in op de mogelijkheid om de civiele vordering van de benadeelde partij in het strafproces onder te brengen in een parallel civiel traject.


Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart is advocaat bij de sectie Cassatie van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn en medewerker van dit tijdschrift.

Mr. A.J.J.G. Schijns
Mr. A.J.J.G. Schijns is advocaat bij de sectie Verzekeringen en Aansprakelijkheid van Kennedy Van der Laan en onderzoeker bij het Amsterdam Centre for Comprehensive Law van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Boekbespreking

Situational crime prevention in the international supply chain

The cost of alternative measures

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2014
Auteurs Henk Elffers PhD
Auteursinformatie

Henk Elffers PhD
H. Elffers, PhD is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam en emeritus hoogleraar empirische bestudering van de strafrechtpleging bij de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam en het Nachtwacht Instituut van deze universiteit.
Boekbespreking

Boekrecensie Thornthon’s Legislative Drafting

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2014
Auteurs Prof. mr. S.E. Zijlstra
Auteursinformatie

Prof. mr. S.E. Zijlstra
Prof. mr. S.E. Zijlstra is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit, alwaar hij leiding geeft aan het onderzoeksproject Wetgevingskwaliteit (zie <www.rechten.vu.nl/nl/onderzoek/programmas/vuclg/index.asp>).
Artikel

Overvragende wetgever zet gezagsuitoefening van rechter onder druk

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden judiciary, legislature, legitimacy, overburdening
Auteurs Meike Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    During the recent Senate debate about the constitutional state some senators expressed a concern about the tensions between the legislature and judiciary. The problems of overburdening, underfunding and instrumentalisation of the judiciary have a long history. The legislature has a tendency to overburden himself and the other powers of state, like the judiciary, notwithstanding the official policy to be reserved with regard to the responsibilities of government. The judiciary must adapt itself to an ever more prominent role in the constitutional state. The judiciary also has to generate its own legitimacy and cannot consider this to be a function of the legitimacy basis of the democratic legislator. The legislator for his part has all kinds of democratic wishes and expectations on how the judiciary can increase its own legitimacy basis by dealing quicker with more cases. In this context, the minister strongly adheres to the maxim that justice delayed is justice denied. The working methods of the judiciary have shown small and gradual steps in the direction of a more responsive and communicative procedure. However, the judiciary is not able to transform all its ideas into concrete initiatives and to transform successful initiatives into settled practices.


Meike Bokhorst
Meike Bokhorst is wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in Den Haag. Onlangs promoveerde zij in Tilburg op het proefschrift ‘Bronnen van legitimiteit. Over de zoektocht van de wetgever naar zeggenschap en gezag.’ Hiervoor werkte ze als onderzoeker bij de Algemene Rekenkamer en als beleidsmedewerker bij het Ministerie van Justitie. Ze studeerde filosofie met journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen en politicologie aan de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

De zoektocht naar de juiste interpretatie van opvolgend werkgeverschap na Van Tuinen/Wolters

HR 11 mei 2012, JAR 2012, 150 (Van Tuinen/Wolters) en het voorstel Wet werk en zekerheid (Kamerstukken II 2013/14, 33818)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2014
Trefwoorden opvolgend werkgever(schap), zodanige banden, voorgezette arbeidsovereenkomst, ketenregeling, proeftijd, transitievergoeding
Auteurs S. Palm
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beantwoordt de vraag waarom de Hoge Raad bij de uitleg van artikel 7:668a lid 2 Burgerlijk Wetboek heeft gekozen voor aansluiting bij zijn maatstaf uit de proeftijdjurisprudentie en daarnaast of de regering in het voorstel Wet werk en zekerheid op terechte gronden heeft besloten de koers van de Hoge Raad niet te volgen. De auteur stelt vast dat aansluiting bij de proeftijdjurisprudentie tot op zekere hoogte een compromis is en niet in alle gevallen goed toepasbaar is. De door de regering voorgestelde koerswijziging maakt de toepassing van het leerstuk opvolgend werkgeverschap echter nog complexer. Daarom volgt een suggestie voor een andere interpretatie van het leerstuk opvolgend werkgeverschap.


S. Palm
Steven Palm is advocaat bij Ploum Lodder Princen en promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Beleggingsfondsen niet langer geschaard onder artikel 4 WBRV

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 2 2014
Trefwoorden onroerendezaakrechtspersoon, onroerendezaaklichaam, Wet op belastingen van rechtsverkeer, beleggingsfonds, economische eigendom
Auteurs Mr. E.M. van Hall
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de wijziging van de artikelen 2 en 4 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, waarbij met name de gevolgen voor vastgoedbeleggingsfondsen worden behandeld.


Mr. E.M. van Hall
Mr. E.M. van Hall is kandidaat-notaris bij Stibbe.
Artikel

Planning met de personenvennootschap (III)

Eind goed, al goed?

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 04 2014
Trefwoorden Schenking
Auteurs


Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.