Zoekresultaat: 29 artikelen

x
Jaar 2015 x
Redactioneel

Over de wenselijkheid van rechtseenheid en harmonisatie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2015
Auteurs Mr. G.J.M. Evers en Mr. D.R.P. de Kok
Auteursinformatie

Mr. G.J.M. Evers
Mr. G.J.M. Evers is wetgevingsjurist bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.

Mr. D.R.P. de Kok
Mr. D.R.P. de Kok is coördinerend jurist bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Economische Zaken en redacteur van RegelMaat.
Praktijk

Voorhangprocedures voor inwerkingtredingsbesluiten: een staatsrechtelijk gedrocht?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2015
Trefwoorden wetgeving, inwerkingtredingsbesluiten, voorhangprocedures, Aanwijzingen voor de regelgeving, amendementen
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de eeuwwisseling lijkt een fenomeen in opkomst dat wat de juridische vormgeving betreft gelijkenis vertoont met parlementaire betrokkenheid bij gedelegeerde wetgeving, maar bij nadere beschouwing toch heel wat anders is: voorhangprocedures voor koninklijke besluiten waarmee een wet in werking wordt gesteld. Op het eerste gezicht lijkt dat vreemd: als de Tweede en Eerste Kamer een wet aannemen, mag toch worden verondersteld dat zij ook willen dat de wet in werking treedt. Maar zo simpel blijkt dat toch niet te zijn. De wet wordt dan weliswaar door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen, maar zij behouden zich daarbij uitdrukkelijk het recht voor om te beslissen of en wanneer de wet (of een gedeelte) daarvan) daadwerkelijk effect krijgt. Dit is een nieuw fenomeen, dat staatsrechtelijk bijzonder is te noemen. Immers, de behandeling van een wet in de Tweede en Eerste Kamer kan daarmee eigenlijk nog een keer worden overgedaan. De aanvaarding in de Tweede en Eerste Kamer krijgt daarmee slechts het karakter van een voorwaardelijk groen licht. De inwerkingtreding van de wet is formeel gesproken niet langer een vanzelfsprekend sequeel van de totstandkoming ervan. Sinds 2001 zijn er op dertien wetsvoorstellen amendementen ingediend waarin een voorhangprocedure voor een inwerkingtredingsbesluit werd voorgesteld. Daarnaast zijn er twee gevallen waarin de regering het initiatief nam. Al deze gevallen worden in het artikel besproken en van enkele conclusies voorzien.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

De verschuivende functies van de Awb

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2015
Trefwoorden harmonisatie, rechtseenheid, borging van rechtsstatelijkheid
Auteurs Prof. dr. B.J. Schueler
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat aan de hand van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in op een van de drie hoofdcategorieën van rechtseenheid die Stip en Zijlstra onderscheiden, namelijk de rechtseenheid die ziet op het voorkomen van verschillende uitleg en toepassing van dezelfde rechtsnormen binnen een rechtsorde. De auteur bespreekt de vijf belangrijkste redenen om algemene regels van bestuursrecht in de Awb op te nemen in plaats van een regeling te maken voor deelterreinen. Hij bespreekt deze redenen vanuit vijf invalshoeken: rechtseenheid, kenbaarheid, voorspelbaarheid, efficiëntie van wetgeving en borging van rechtsstatelijkheid. In het huidige tijdsgewricht zijn met name die laatste twee van belang door twee ontwikkelingen. Ten eerste proberen bestuur en wetgevers de slagkracht van het bestuur te vergroten. De Awb waarborgt dat burgers de middelen houden die nodig zijn om voor hun belangen en rechten op te komen. Ten tweede komt door verschuivingen het zwaartepunt in wetgeving steeds meer bij het bestuur te liggen: normstelling wordt meer bestuurlijk ingekleurd, de rechter wordt op afstand gezet en de wetgever laat inhoudelijke regelgeving over aan het bestuur. Dit werpt een nieuw licht op de waarborgfunctie van de Awb, die het handelen van het bestuur normeert.


Prof. dr. B.J. Schueler
Prof. dr. B.J. Schueler is hoogleraar bestuursrecht, in het bijzonder het omgevingsrecht, aan de Universiteit Utrecht en staatsraad in de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Artikel

Rechtseenheid binnen het Koninkrijk: kiezen tussen drie kwaden

Het is niet zo democratisch of het werkt niet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2015
Trefwoorden consensusrijkswetgeving, concordantie, eenvormigheid, democratische legitimatie
Auteurs Mr. H.R. Schouten en Mr. C.C. van Niel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt besproken op welke manieren binnen het Koninkrijk der Nederlanden eenheid kan worden bevorderd tussen de rechtsordes van de vier landen (Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten). De eerste vorm die wordt besproken, zijn onderlinge regelingen, met name consensusrijkswetgeving. Onderwerpen die in beginsel door de landen zelf worden geregeld, worden in dit geval door de landen gezamenlijk geregeld in rijkswetgeving. De tweede vorm is eenvormigheid, waarbij via een speciaal vastgestelde procedure wordt bevorderd dat wetgeving van de landen naar de letter hetzelfde is. De derde vorm is concordantie. Ook hier is van belang dat wetgeving van de landen zo veel mogelijk hetzelfde luidt, maar in tegenstelling tot eenvormigheid hoeft wetgeving hier niet naar de letter hetzelfde te luiden. De auteurs betogen dat deze vormen van rechtseenheid ofwel niet effectief zijn, ofwel dat vragen kunnen worden gesteld bij de betrokkenheid van de respectievelijke parlementen, met name die van de Caribische landen. Dit laatste aspect blijft volgens de auteurs in het artikel van Stip en Zijlstra in deze aflevering van RegelMaat onderbelicht, waar zij het hebben over rechtseenheid tussen rechtsordes. Tevens wordt in de bijdrage een verband gelegd tussen de ingewikkelde procedures voor de totstandkoming van consensusrijkswetgeving, eenvormige landsverordeningen en concordante wetgeving en het gebrek aan effectiviteit van deze instrumenten.


Mr. H.R. Schouten
Mr. H.R. Schouten was tot 1 juni 2014 wetgevingsjurist bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en is sinds die datum werkzaam bij het ministerie van Financiën. Zij was tot 1 februari 2015 redactiesecretaris van RegelMaat.

Mr. C.C. van Niel
Mr. C.C. van Niel is wetgevingsjurist bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en redactiesecretaris van RegelMaat.
Artikel

Rechtseenheid: concepten, motieven, actoren en instrumenten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2015
Trefwoorden rechtseenheid, harmonisatie
Auteurs Mr. M.J.C. Stip en Prof. mr. S.E. Zijlstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Rechtseenheid speelt in de juridische dogmatiek en de rechtsvorming een grote rol. Op tal van fronten wordt er onderzoek naar gedaan, beleid over ontwikkeld, en komt rechtseenheidbeogende wetgeving tot stand. Bij nadere bestudering blijkt het daarbij echter niet steeds over hetzelfde te gaan. In dit artikel wordt een typologie van varianten van rechtseenheid ontwikkeld. De auteurs analyseren het debat en trachten het te ontdoen van de begripsmatige verwarring. Vervolgens werken zij een van de varianten uit, namelijk rechtseenheid tussen rechtsnormen die niet logisch tegenstrijdig zijn. Daarna wordt besproken welke actoren en instrumenten een rol spelen bij het bewerkstelligen van die variant van rechtseenheid.


Mr. M.J.C. Stip
Mr. M.J.C. Stip is promovenda en docent staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij bereidt een proefschrift voor over vergelijkende wetgevingstechniek.

Prof. mr. S.E. Zijlstra
Prof. mr. S.E. Zijlstra is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De provinciale ladders voor duurzame verstedelijking

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden ladder voor duurzame verstedelijking, gebiedsontwikkeling
Auteurs Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de aanvullende eisen die in provinciale verordeningen worden gesteld aan stedelijke ontwikkeling besproken. Vervolgens worden de verschillen tussen de provinciale verordeningen geanalyseerd en getoetst aan de provinciale bevoegdheid om nadere regels te stellen.


Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, geassocieerd medewerker van de Universiteit Utrecht en lid van de redactie van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.
Artikel

Militaire actoren en accenten in de veiligheidszorg in twintigste-eeuws België

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2015
Trefwoorden security, policing, Belgium, twentieth century, gendarmerie
Auteurs Jonas Campion Phd in History (UCLouvain, Paris Sorbonne – Paris IV)
SamenvattingAuteursinformatie

    Since mid-January 2015, nearly 300 soldiers were mobilized by the Belgian government to ensure the safety of public places in Liège, Brussels, Antwerp and Verviers, providing assistance to local and federal police forces. This provoked intense political and public debate about the issue of the provision of security in a democratic society, raising questions such as: which are the goals of security policies and what kind of risks are they supposed to address? Which control instances should be responsible for the provision of security and how should they operate? The central issue, here, is whether either civilian or military actors and practices are the most appropriate for surveillance and policing tasks. As a matter of fact, this discussion goes back to the Belgian independence and has marked the entire history of the Belgian police system, since at the heart of it, there has long been a military police force, the gendarmerie. In this contribution, we examine how the militarization of security and policing tasks evolved across the twentieth century in Belgium, which socio-political conditions shaped these evolutions, and what kind of arguments pro or contra military approaches have been advanced in this process.


Jonas Campion Phd in History (UCLouvain, Paris Sorbonne – Paris IV)
Jonas Campion is postdoconderzoeker aan de Universiteit Lille 3, France (Irhis, gesteund door het région Nord-Pas-de-Calais) en gastprofessor aan het UCLouvain, België.
Artikel

Ouderenmishandeling

Een verkenning naar aard en omvang

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2015
Trefwoorden elder abuse, victims, prevalence, definition, study method
Auteurs Drs. I. Plaisier en Drs. M. de Klerk
SamenvattingAuteursinformatie

    Older people can become victims of abuse by someone they know and whom they depend on, such as family, friends or professional caregivers. Elder abuse is not always intentional, sometimes it is due to care falling short. Conducting a study to explore the prevalence of elder abuse is difficult. Commissioned by the Dutch State Secretary for Health, Welfare and Sport, the Netherlands Institute for Social Research (SCP) has brought together the current knowledge on this topic using the most recent data drawn from qualitative research, surveys of older persons, professionals and volunteers, and record data. The sources together do not produce an unambiguous picture of the actual number of victims in the Netherlands. All sources produce far lower figures than the estimated 200,000 based on a study of twenty years ago. The numbers found depend strongly on the research method and definition of the phenomenon.


Drs. I. Plaisier
Drs. Inger Plaisier is als onderzoeker werkzaam bij het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in Den Haag.

Drs. M. de Klerk
Drs. Mirjam de Klerk is als onderzoeker werkzaam bij het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in Den Haag.
Artikel

Naar een Landsverordening algemene regels van bestuursrecht?

Beschouwingen over nut en noodzaak van een Awb voor Caribisch Nederland

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Bestuursrecht, Landsverordening, Harmonisatie, Concordantie, Wetgevingsbeleid
Auteurs Prof. mr. S.E. Zijlstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In Aruba wordt op dit moment gewerkt aan een Landsverordening houdende algemene regels van bestuursrecht, terwijl dat land, evenals de andere Caribische landen van het Koninkrijk, meerdere andere algemeen-bestuursrechtelijke wetten kent. Dit artikel onderzoekt het nut van invoering van een ‘Algemene wet bestuursrecht’ voor die Caribische landen. Conclusie is dat het belangrijker is dat het onderwerp van de bestuurlijke handhaving geregeld wordt, dan dat men gaat werken aan één omvattende landsverordening met meerdere bestuursrechtelijke onderwerpen. Deze conclusie is relevant voor het wetgevingsbeleid in Aruba, Curaçao en Sint Maarten.


Prof. mr. S.E. Zijlstra
Prof. mr. S.E. Zijlstra is hoogleraar Staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij was eerder onder andere adjunct-secretaris en later secretaris van de commissie Algemene regels van bestuursrecht (commissie-Scheltema), de commissie die de Nederlandse Awb voorbereidt.
Artikel

De casus Tuitjenhoorn

Conclusies, adviezen en oordeel achteraf

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2015
Trefwoorden Tuitjenhoorn, IGZ, bevel, Samenwerkingsprotocol IGZ-OM
Auteurs Mr. A.C de Die
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van de casus Tuitjenhorn, waarbij een huisarts een terminaal zieke patiënt twee injecties toedient, waarna de patiënt overlijdt. Nadat de coassistent de casus bespreekt met haar begeleider bij het AMC, dit tot een melding aan de IGZ leidt en aan de huisarts een tijdelijk verbod tot beroepsuitoefening wordt opgelegd, pleegt de huisarts suïcide. Aandacht wordt besteed aan het Rapport van de Evaluatiecommissie Tuitjenhorn, naar aanleiding van de uitspraak over het opgelegde bevel, aan het handelen van de IGZ en de communicatie van overheidswege.


Mr. A.C de Die
Mieke de Die is advocaat/partner bij Velink & De Die advocaten.
Artikel

Access_open De bijzondere positie van de overheid in het Nederlandse privaatrecht

De tweewegenleer en het overheidsovereenkomstenrecht

Tijdschrift Preadviezen Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht, Aflevering 1 2015
Auteurs Pim Huisman en Frank van Ommeren
Auteursinformatie

Pim Huisman
Universitair docent en hoogleraar bij de afdeling Staats- en bestuursrecht van de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Frank van Ommeren
Universitair docent en hoogleraar bij de afdeling Staats- en bestuursrecht van de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Jurisprudentie

Markt en Overheid gestrand in het zicht van de Aanloophaven?

Besluit ACM d.d. 29 mei 2015, artikel 70c lid 1 aanhef en onder a Mededingingswet (Aanloophaven Zeewolde)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Wet markt en overheid, verklaring voor recht, algemeen belang besluit, terugwerkende kracht
Auteurs Paul Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    In het eerste besluit van ACM sinds het volledig in werking treden van de Wet markt en overheid verklaart zij voor recht dat de gemeente Zeewolde in strijd heeft gehandeld met het gebod van kostendoorberekening (art. 25j Mw) bij de verhuur van ligplaatsen in de ‘Aanloophaven’. De gemeente probeert ACM de wind uit de zeilen te nemen door een algemeenbelangbesluit te nemen op grond van artikel 25h lid 6 Mw. De intrigerende vraag is of dat ook met terugwerkende kracht tot 1 juli 2014 kan, zoals de gemeente stelt en ACM – begrijpelijkerwijze – betwist.


Paul Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat te Amsterdam (Visser Schaap & Kreijger).
Artikel

Wetgeving en andere normenstelsels: zes aanwijzingen aan de Nederlandse wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2015
Trefwoorden meergelaagde rechtsorde, private regulering
Auteurs Prof. dr. J.M. Smits
SamenvattingAuteursinformatie

    Het doel van deze bijdrage is om na te gaan hoe de nationale wetgever heeft te reageren op de toename van rechtens relevante normenstelsels. Er worden zes vragen verkend waar de nationale wetgever praktisch mee heeft te rekenen. De voorzichtige conclusie is dat de wetgever zich tot nu toe onvoldoende realiseert wat het betekent om in een meergelaagd rechtssysteem te functioneren. Het zou goed zijn indien door politici en wetgevingsjuristen een fundamenteler discussie wordt gevoerd over onder meer de ‘wie doet wat’-vraag, de kenbaarheid en coherentie van het recht, de implementatie van EU-recht, verwijzing naar private regulering en de positionering van Nederland op de internationale ‘rechtsmarkt’. Eén ding moet daarbij vooropstaan: een meergelaagde rechtsorde is geen bedreiging voor de nationale wetgever, maar biedt vooral een kans om opnieuw invulling te geven aan de eisen die in een rechtsstaat aan regelgeving moeten worden gesteld.


Prof. dr. J.M. Smits
Prof. dr. J.M. Smits is hoogleraar Europees Privaatrecht aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Schaduwgebieden van Europese regulering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2015
Trefwoorden soft law, Europese normstelling, bestuurlijke regelgeving
Auteurs Prof. mr. L.A.J. Senden
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden drie trends geschetst op het terrein van Europese regulering die nogal ongrijpbaar zijn, omdat ze zich aftekenen in de schaduw van de formele normenhiërarchie die het Verdrag van Lissabon heeft geïntroduceerd. Dit zijn ‘zachte’ bestuurlijke regelgeving door de Commissie, ten tweede bestuurlijke regelgeving door netwerken en verschillende Europese agentschappen en ten derde de ‘infiltratie’ van private regulering in het Unierecht. Deze trends hebben als gevolg dat Europese normstelling een steeds diffuser karakter krijgt, zowel in termen van feitelijke herkomst en ‘auteurschap’ als in termen van juridische aard en status. Lidstaten en nationale autoriteiten worden hiermee geconfronteerd, maar staan niet helemaal aan de zijlijn van deze ontwikkelingen, althans niet wanneer bevoegdheden op grond van wetgevingshandelingen waarbij de Raad is betrokken (wat doorgaans het geval is), aan de Commissie en agentschappen worden toegekend. De trends roepen wel vragen op ten aanzien van de betrokkenheid van nationale autoriteiten bij de opstelling ervan, alsook van stakeholders.


Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. Senden is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Utrecht en bestuurder bij het onderzoekscentrum RENFORCE van de Universiteit Utrecht.

Mr. Coosje Peterse
Mr. Coosje Peterse is strafrechtadvocaat te Den Haag en tevens redactielid van PROCES.
Column

Toepassing van het VWEU in het zorgstelsel: van zorgen verzekerd

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden vrije artsenkeuze, Europese Unie, zorgstelsel, marktwerking
Auteurs Prof. mr. E. Steyger
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel behandelt kort de problemen die het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie veroorzaakt wanneer de zorgverzekeraars patiënten naar zorgaanbieders willen sturen die door hen zijn gecontracteerd. Zowel de Patiëntenrichtlijn als het vrij verkeer van diensten is in het geding als buitenlandse zorgaanbieders worden uitgesloten van vergoedingen aan Nederlandse patiënten.


Prof. mr. E. Steyger
Elies Steyger is hoogleraar Europees bestuursrecht aan de Vrije Universiteit en advocaat te ’s-Hertogenbosch. Dit artikel is gedeeltelijk ontleend aan haar preadvies ‘Het zorgstelsel in Europeesrechtelijk perspectief’, jaarvergadering Vereniging voor Gezondheidsrecht 2015.
Artikel

Programma Aanpak Stikstof ter inzage

Spanning tussen natuur en economie

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden PAS, Programma Aanpak Stikstof, Habitatrichtlijn, Natura 2000, stikstof
Auteurs Mr. G.C.W. (Godert) van der Feltz
SamenvattingAuteursinformatie

    Van 10 januari tot 20 februari jl. lagen voor zienswijzen ter inzage: het ontwerp voor het Programma Aanpak Stikstof (het PAS, te onderscheiden van de programmatische aanpak stikstof, de PAS), het bijbehorend plan-MER, inclusief passende beoordeling (met enkele achtergrondrapporten) en de gebiedsanalyses van alle Natura 2000-gebieden waar sprake is van (bedreiging van) habitats die gevoelig zijn voor stikstof (‘de gebiedsanalyses’). Tegelijkertijd zijn openbaar gemaakt: de ontwerpen voor het Besluit grenswaarden programmatische aanpak stikstof en de Regeling programmatische aanpak stikstof (ieder met een eigen toelichting), de Overeenkomst generieke maatregelen in verband met het programma aanpak stikstof en een groot aantal achtergronddocumenten. In deze bijdrage bespreek ik het systeem van de PAS en de bouwstenen ervan, de ter inzage gelegde documenten, op hun juridische merites. De kernvraag luidt of Nederland met de PAS, zoals geconcretiseerd in het PAS en gebiedsanalyses, in overeenstemming handelt met (art. 6 van) de Habitatrichtlijn.


Mr. G.C.W. (Godert) van der Feltz
Mr. G.C.W. (Godert) van der Feltz is advocaat bij Van der Feltz advocaten.
Artikel

De faal- en slaagfactoren voor leiderschap binnen toezichthouders

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden effectief leiderschap, toezichthouders, laissez-faire, tegenspraak
Auteurs Prof. dr. Janka Stoker en Dr. Floor Rink
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beschrijft kenmerken van effectief leiderschapsgedrag en koppelt deze aan de specifieke context van een toezichthouder. Een toezichthouder is te typeren als een professionele organisatie, waarin hoogopgeleide medewerkers enerzijds consciëntieus en prudent moeten zijn, maar anderzijds ook flexibiliteit moeten kunnen tonen als de situatie daarom vraagt. Deze context stelt extra eisen aan leidinggevenden binnen toezichthouders. Een aantal belangrijke faalfactoren voor leiderschap worden beschreven: een overdaad aan laissez-faire en een tekort aan relatiegericht en verandergericht leiderschap, gecombineerd met te weinig kennis van de inhoud en te weinig ruimte voor tegenspraak. Dit leidt tot een aantal specifieke leiderschapslessen voor toezichthouders.


Prof. dr. Janka Stoker
Prof. dr. J.I. Stoker is werkzaam bij de vakgroep HRM/OB van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde, Rijksuniversiteit Groningen.

Dr. Floor Rink
Dr. F.A. Rink is werkzaam bij de vakgroep HRM/OB van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde, Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De regelgevende bevoegdheid van zelfstandige bestuursorganen, mede in het licht van het EU-recht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2015
Trefwoorden zelfstandige bestuursorganen, regelgevende bevoegdheid, Europese agencies
Auteurs Mr. J.L.W. Broeksteeg
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel onderzoekt de democratische en rechtsstatelijke inbedding van zbo’s, in het bijzonder ten aanzien van hun regelgevende bevoegdheden en in het licht van de Europese regelgeving over zbo’s. Artikel 124c Ar bepaalt dat regelgevende bevoegdheden uitsluitend aan zbo’s worden toegekend voor zover het organisatorische of technische onderwerpen betreft, of indien voorzien is in goedkeuring door de minister. De praktijk is weerbarstiger: een aanzienlijk gedeelte van de zbo’s beschikt over regelgevende bevoegdheden die verder lijken te gaan dan hetgeen artikel 124c Ar bepaalt. Daar komt bij dat zbo’s onder grote EU-invloed staan en langs die weg regelgevende bevoegdheid krijgen toegekend. Zij moeten, op grond van Europese regelgeving, bovendien onafhankelijk zijn van nationale autoriteiten. Het gevolg is een concentratie van bevoegdheden bij deze zbo’s, buiten het bereik van (nationale) parlementaire controle. Deze zbo’s ‘zweven’ tussen het Europese en het nationale bestuur. Beter zou het zijn de fundamentele keuze te maken om de staatsrechtelijke inbedding, de inrichting en de bevoegdheidstoedeling meer over te laten aan de lidstaten, dan wel om deze zbo’s in te richten als (nationale dependances van) Europese agencies. Dan kunnen de zbo’s beter worden ingebed in democratische en rechtsstatelijke structuren.


Mr. J.L.W. Broeksteeg
Mr. J.L.W. Broeksteeg is universitair hoofddocent staatsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Toont 1 - 20 van 29 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.