Zoekresultaat: 26 artikelen

x
Jaar 2016 x
Artikel

Reguleringsinstrumenten in de spoorsector: wisselend succes

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden overheidsregulering, aandeelhouderschap, regulering met contracten, zelfstandig bestuursorgaan, publiekrechtelijke concessie
Auteurs mr. S. Pereth
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid beschikt over verschillende instrumenten om een sector mee te reguleren. In de spoorsector is met een aantal van deze instrumenten ervaring opgedaan. Meer specifiek betreft het regulering door middel van contracten en het aandeelhouderschap. Deze instrumenten en de mogelijkheden om ermee te sturen zijn in de afgelopen decennia veelvuldig onderwerp van (parlementaire) discussie geweest. Wat bleek is dat die mogelijkheden meer dan eens beperkt waren. Gesteld kan worden dat de genoemde privaatrechtelijke instrumenten enkele inherente beperkingen kennen, die in de weg kunnen staan aan effectieve sturing en toezicht van overheidswege. Bij een contract is per definitie meer dan één partij betrokken, waardoor beslissingen niet eenzijdig genomen kunnen worden en het aandeelhouderschap betreft nu eenmaal een rol op afstand. Deze bezwaren kunnen worden ondervangen door in plaats van een contract te kiezen voor een publiekrechtelijke concessie. In plaats van het aandeelhouderschap in een private rechtspersoon kan voor een zelfstandig bestuursorgaan worden geopteerd. De conclusie is niet dat contracten en het aandeelhouderschap kunnen worden afgeschreven als instrumenten om mee te sturen. Contracten en het aandeelhouderschap kunnen in andere gevallen wel voldoende handvatten bieden. Veel is bijvoorbeeld ook afhankelijk van de inhoud en vormgeving van het contract. Ook de onderhandelingspositie bij het vormgeven van de contracten en de mate van verantwoordelijkheid die de overheid wenst te dragen zijn relevant. Per geval zullen die afwegingen moeten worden gemaakt.


mr. S. Pereth
mr. S. (Sven) Pereth is wetgevingsjurist bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Artikel

Regulering door middel van het privaatrecht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden regulering, privaatrecht, Airbnb, effectiviteit
Auteurs prof.mr. M.W. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Regulering door middel van het privaatrecht is tot op heden in beperkte mate onderzocht. Het gaat om het stellen van regels die bedoeld zijn om in meerdere gevallen te worden gebruikt en die bindend worden gemaakt door middel van het privaatrecht, zoals in contracten of op grond van eigendomsbevoegdheden. Deze vorm van reguleren heeft een aantal voordelen en kan soms de enige manier zijn om in de internationale context te reguleren. Dat neemt niet weg dat er ook evidente nadelen aan kleven, zoals op het terrein van legitimiteit en rechtsbescherming. Deze vorm van reguleren moet daarmee niet principieel worden uitgesloten, maar het is wel belangrijk om randvoorwaarden te stellen die deze nadelen zo veel mogelijk wegnemen.


prof.mr. M.W. Scheltema
Prof.mr. M.W. (Martijn) Scheltema is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus School of Law en advocaat en partner bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn
Praktijk

Initiatiefnovelles

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden Novelle, Initiatiefvoorstel, Indienen, Aanhangig maken
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de bijzondere figuur van de novelle besproken, in het bijzonder de novelle die het karakter heeft van ene initiatiefvoorstel. Tegenwoordig wordt onder novelle verstaan een wetsvoorstel tot wijziging van een ander, nog niet bekrachtigd, wetsvoorstel. Het blijkt dat het gebruik is dat novelles bij initiatiefvoorstellen worden ingediend door de initiatiefnemers van het oorspronkelijke voorstel en novelles bij regeringsvoorstellen worden ingediend door de regering. Hierop zijn in de loop der tijd echter een aantal uitzonderingen geweest. Deze worden in de bijdrage, alsmede de wetstechnische en procedurele bijzonderheden die dat met zich meebracht, besproken.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van veiligheid en Justitie.
Artikel

Mediale verbeelding en politiecultuur

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 0203 2016
Trefwoorden Police, culture, media
Auteurs Lianne Kleijer-Kool en Janine Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In the traditional understanding of police culture as well as in the criticism against the use of the concept of ‘police culture’, not much attention has been paid towards the influence of the representation of police work and crime in the media. Although since the pioneering studies in the sixties and seventies of the last century it has been made clear that police work is not limited to dealing with crime and criminal justice, the mass media for decades have presented a completely different image: one of thrill seeking and hardcore action. Police officers themselves tend to ‘sensationalize’ their work. Police culture is no longer understood as a deterministic coping mechanism, but is rooted in active and constructive participation of police officers. As a consequence we must pay attention to representation of ‘the police’ by the media and ask ourselves how identity work by police officers is influenced by the representation of crime and the police in the (new) media.


Lianne Kleijer-Kool
Lianne Kleijer-Kool is onderzoeker bij het lectoraat Werken in Justitieel Kader en docent Integrale Veiligheidskunde bij Hogeschool Utrecht.

Janine Janssen
Janine Janssen is Lector Veiligheid in afhankelijkheidsrelaties bij het expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool en hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de nationale politie.
Artikel

Hoe lang zijn ouders aansprakelijk wegens slecht bewind?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden bewind, verjaring, minderjarige, kantonrechter, toezicht
Auteurs Mr. J.H.M. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Slecht bewind over erfrechtelijke verkrijgingen van minderjarigen door ouders kan lange tijd verborgen blijven. De vraag is dan in hoeverre ouders jaren nadat een kind meerderjarig is geworden alsnog aansprakelijk gesteld kunnen worden voor de schade die uit het slechte bewind is voortgevloeid. Aan de hand van twee recente uitspraken wordt hierop nader ingegaan. Daarbij wordt tevens de rol van de kantonrechter als toezichthouder belicht.


Mr. J.H.M. ter Haar
Mr. J.H.M. ter Haar is universitair docent notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. W.R. Kastelein
Willemien Kastelein is advocaat/partner bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. en hoofdredacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Civiele aansprakelijkheid voor het gebruik van medische applicaties

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden medische applicaties, software, medische hulpmiddelen, civiele aansprakelijkheid
Auteurs Mr. A.J. Zijlstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Het toenemende gebruik van smartphones en de technologische ontwikkelingen op het gebied van medische applicaties hebben voor grote veranderingen gezorgd binnen de gezondheidszorg. Ook de juridische wereld wordt geconfronteerd met dit fenomeen, aangezien de schade die voortvloeit uit het gebruik van medische applicaties zou kunnen leiden tot claims. In dit artikel wordt onderzocht in hoeverre medische applicaties passen binnen het wettelijk kader van een gebrekkig product en een ongeschikte hulpzaak. Daarnaast worden verschillende verhaalsmogelijkheden voor de patiënt behandeld, wanneer een dergelijke applicatie wordt ingezet bij een geneeskundige behandelingsovereenkomst.


Mr. A.J. Zijlstra
Anna Zijlstra (27 jaar) is advocaat bij Lauxtermann Advocaten te Amsterdam. Dit artikel is geschreven naar aanleiding van de scriptie ter afronding van de master Gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, met de titel: ‘Civiele aansprakelijkheden bij medische applicaties’ en te raadplegen via www.gzr-updates.nl. De auteur dankt mr. dr. R.P. Wijne voor het commentaar op eerdere versies van dit artikel.
Casus

Macht aus dem Rechtsstaat keinen Gurkensalat

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden rechtsstaat, rechtsstatelijkheid, empirische data, bronnenonderzoek, rechtswetenschappelijk onderzoek
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel en Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is een reactie op het artikel ‘De rechtsstaat: van sluitpost naar “Leitmotiv”’ van Zouridis, Wierenga en Niemeijer in het Nederlands Juristenblad, waarin kritiek wordt geleverd op het eerste hoofdstuk van het jaarverslag van de Raad van State. De Raad waarschuwt daarin voor het zien van rechtsstatelijke overwegingen in de politiek als een soort van sluitpost. Zouridis, Wierenga en Niemeijer vragen zich af op basis van welke empirische feiten de conclusies van de Raad van State zijn gebaseerd en of deze wel de juiste oorzaken voor het afkalven van de rechtsstaat in het vizier heeft. De auteurs van deze reactie vragen zich op hun beurt echter af of het betoog in dat artikel op zijn beurt wel op voldoende empirische onderbouwing steunt. Het gaat de auteurs daarbij met name om de onderbouwing van de stelling dat bestuur en wetgever ‘regelverslaafd’ zijn, de vraag wat het aantal wettelijke regels zegt over het rechtsstatelijke gehalte van de samenleving en welke rol overheidsjuristen vervullen bij het bewaken van rechtsstatelijke normen. Aan het slot van de bijdrage gaan de auteurs in op de vraag of er niet sprake is van een bredere trend, die twijfels oproept over de wijze waarop binnen het rechtswetenschappelijk onderzoek met empirische data en bronnenonderzoek wordt omgegaan.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.

Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Artikel

Meer zeggenschap van burgers en organisaties over regulering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden zeggenschap, burgers, reguleringsstijlen, internetconsultatie
Auteurs Dr. A.M. Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    De centrale vraag in dit artikel is hoe de wetgever de zeggenschap van burgers, organisaties en belanghebbenden kan versterken en onbedoelde gevolgen van technocratie daarbij kan tegengaan. De inzet van alternatieve reguleringsstijlen, zoals beter reguleren, verbetert de kwaliteit van regelgeving. Zo maakt internetconsultatie het wetgevingsproces transparanter en responsiever, maar door het beperkte bereik neemt de collectieve zeggenschap van burgers er niet substantieel door toe. Dereguleren lijkt zoals beoogd de individuele zeggenschap van belanghebbenden te versterken. Maar niet iedereen waardeert die individuele zeggenschap evenzeer of kan er even goed mee omgaan. Om sociale zeggenschap van organisaties te versterken zet de overheid in op meer ruimte voor co- en zelfregulering. Het verschilt sterk per dossier in hoeverre de sociale zeggenschap is toegenomen. Als onbedoeld gevolg blijkt bij alternatieve reguleringsstijlen dat technocraten zoals toezichthouders in het gat springen dat de wetgever achterlaat. Vervolgens kan het parlement als medewetgever met een initiatiefwet proberen om de autonomie van burgers, organisaties en belanghebbenden te bewaken, zoals geïllustreerd wordt met de casus van de initiatiefwet Bisschop. Deze casus roept wel de vraag op of de regering en het parlement niet systematischer kunnen reflecteren op de (dis)balans tussen participatieve, technocratische en representatieve democratie.


Dr. A.M. Bokhorst
Dr. A.M. (Meike) Bokhorst is senior wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en associate researcher bij Institutions for Open Societies van de Universiteit Utrecht. Ze werkte eerder als programmasecretaris Bruikbare rechtsorde bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Artikel

Nice to know or need to know

Noodzakelijke strafrechtelijke gegevens voor bestuursrechtelijke sancties

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Motiveringsbeginsel, (verstrekking) politiegegevens, (herstellende of bestraffende) sanctie, Bestuurlijke Rapportage, Bewijsleer
Auteurs Mr. P. Ronteltap
SamenvattingAuteursinformatie

    Vaak zijn strafrechtelijke gegevens nodig voor de bestuursrechtelijke aanpak van georganiseerde criminaliteit. Door de geheimhoudingsplicht mogen de politie en het Openbaar Ministerie niet meer gegevens verstrekken dan noodzakelijk. Daarom onderzoekt het artikel welke soort gegevens nodig zijn voor het onderbouwen van de meest voorkomende sancties. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen herstellende en bestraffende sancties. Het artikel sluit af met de conclusie dat de huidige wijze van informatieverstrekking niet vrij is van risico’s.


Mr. P. Ronteltap
Mr. Pieter Ronteltap is Specialist Bestuursrecht bij de Nationale Politie, eenheid Limburg.
Artikel

Mediator in strafzaken: een vak apart!

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden strafrecht, Escalatie, Psychiatrie, Contra-indicaties, Secundaire victimisatie
Auteurs Tanja van Mazijk en Marion Uitslag
SamenvattingAuteursinformatie

    The mediator in criminal cases operates in special setting which requires specific competences: knowledge of the field of criminal law, knowledge of psychiatric/psychological problems and – if necessary – be able to consult a network of experts in that field, being prepared to operate in complex offender-victim relations and also to deal with high-escalated conflicts. These requirements raise a number of questions regarding the rules of the Dutch mediation federation, which are not designed to be used in the context of criminal law. Mediators in criminal cases are in need of other rules and pre-conditions to fulfil their work adequately.


Tanja van Mazijk
Tanja van Mazijk is MfN registermediator en rechtbankmediator bij de rechtbanken Utrecht en Zwolle. Tevens is zij docent arbeidsrecht, opleider bij de gecertificeerde post-HBO-opleiding Mediation en onderzoeker bij het Lectoraat ‘Toegang tot het Recht’ van de Hogeschool Utrecht.

Marion Uitslag
Marion Uitslag is MfN registermediator en rechtbankmediator, verbonden aan de rechtbanken Utrecht en Zwolle. Zij is als onderzoeker werkzaam bij het lectoraat ‘Toegang tot het Recht’ en coördinator van het Mediationcentrum van de Hogeschool Utrecht. Zij is ook als coördinator, trainer en opleider verbonden aan de post-HBO-opleiding Mediation van de Hogeschool Utrecht. Daarnaast is zij bestuurslid van de Nederlandse Vereniging van Mediators in Strafzaken (VMSZ).
Boekbespreking

Hoe ontstaan wetgevingsblunders?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2016
Trefwoorden wetgevingsblunders, boekbespreking, politiek-bestuurlijke context, wetgevingskwaliteit, bestendigheid van wetgeving
Auteurs Mr. ML M.M. Spiertz
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft een samenvatting van en oordeel over het boek The Blunders of our Governments, waarin diverse casus worden geanalyseerd en factoren opgesomd die de Britse kabinetten vatbaarder maakten voor (wetgevings)blunders. Het gaat enerzijds om menselijke factoren, zoals groepsdenken, culturele wereldvreemdheid en een kloof tussen beleidsmakers en uitvoerders. Anderzijds betreft het systeemkenmerken van het Britse stelsel, waaronder een gebrek aan individuele afrekenbaarheid, de zwakke punten uit het parlementaire proces en een gebrek aan beraadslaging.


Mr. ML M.M. Spiertz
Mr. M.M. (Menno) Spiertz ML is wetgevingsjurist bij het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

De functie van de kwaliteitsborging in het zorgstelsel

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden kwaliteit van zorg, professionele standaard, private regulering
Auteurs Prof. mr. J.G. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    In het gezondheidsrecht is de ontwikkeling van private normen van groot belang. Tussen normen van de wetgever en toetsing door de rechter ontwikkelt zich steeds meer een laag van standaarden, richtlijnen en protocollen. Deze geven invulling aan de meer globale normen en plichten die in formele wetgeving zijn neergelegd. Het Zorginstituut Nederland speelt hierin een belangrijke rol door registratie van richtlijnen en protocollen. De auteur gaat onder meer in op de ontwikkeling en vormgeving van de kwaliteitsnormering en plaatst enkele kanttekeningen daarbij. Zo zal de verwachting dat met deze ontwikkeling ook transparantie bij kwaliteit van zorg kan worden bevorderd, voorlopig niet zijn gerealiseerd. Integendeel, het heeft eerder de ondoorzichtigheid van het kwaliteitsvraagstuk in beeld gebracht. Het is zelfs de vraag of met een tendens naar standaarden als algemene, minimale kwaliteitsnormen met optimale doelmatigheid met de registratie wel de goede sleutel tot het goed functioneren van het stelsel is gevonden.


Prof. mr. J.G. Sijmons
Prof. mr. J.G. (Jaap) Sijmons is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en advocaat bij Nysingh te Zwolle.
Artikel

Private kwaliteitsborging als wetgevingsvraagstuk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden private kwaliteitsborging, regulering, toezicht
Auteurs dr. A.R. Neerhof
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij zowel de Europese als de nationale overheid is er al meer dan twee decennia lang een duidelijke belangstelling voor private kwaliteitsborging als een instrument voor regulering en toezicht naast exclusief overheidsoptreden. Dit past bij de gedachte dat in de samenleving ook veel kan worden gereguleerd zonder dat de overheid daar meteen aan te pas hoeft te komen. De auteur bespreekt dit instrument als wetgevingsvraagstuk. Daarbij komen de modaliteiten van private kwaliteitsborging aan bod en welke aandachtspunten in acht moeten worden genomen als de wetgever kiest voor private kwaliteitsborging. Deze aandachtspunten zijn te ontlenen aan beginselen van de democratische rechtsstaat en beginselen van behoorlijke wetgeving, goed bestuur en de open markt. Aan het slot trekt de auteur enkele conclusies over op welke wijze de overheid rekening moet houden met private kwaliteitsborging bij de totstandkoming van wetgeving.


dr. A.R. Neerhof
dr. A.R. (Richard) Neerhof is als universitair hoofddocent bestuursrecht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verricht onderzoek in het programma ‘Public Contracts: Law & Governance’.
Artikel

Private toezichthouders als radertjes in wiens machine: die van de overheid of van bedrijven?

De casus van zelfregulering in de uitzendbranche

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden vervangende zelfregulering, private toezichthouders, toezicht, uitzendbureaus
Auteurs Dr. H.G. van der Voort
SamenvattingAuteursinformatie

    Overheden accepteren vaak private, helpende handen voor toezichtstaken, zoals normstelling, informatieverzameling en handhaving. Publieke toezichthouders ontmoeten in een dergelijk geval hun private collega’s. Voorbeelden van deze collega’s zijn zelfregulerende brancheorganisaties, die op hun beurt toezichtstaken hebben. Zij zijn te zien als de facto private toezichthouders tussen publieke toezichthouders en bedrijven. Hoe is de rol van private toezichthouders te typeren? In een uitgebreide casusbeschrijving over vervangende zelfregulering in de uitzendbranche exploreert de auteur de rol van private toezichthouders tussen overheid en de bedrijven waarop zij toezicht houden in. Zijn zij heel afhankelijk van de overheid, een radertje in haar machine? Of juist een radertje in de machine van de bedrijven die de schone schijn willen ophouden voor de overheid? De casus laat zien dat private toezichthouders niemands radertje zijn, maar beter te zien zijn als zelfstandige module die een ingewikkeld systeem van publieke en private regels gaande houdt. De casus is inspirerend voor de wetgever, want deze heeft de branche zelf de prikkels gegeven om zich op de huidige wijze te reguleren en daarmee de private toezichthouders de huidige rol gegeven. De bijdrage sluit af met een uiteenzetting van deze prikkels en de verklaring van hun werking.


Dr. H.G. van der Voort
Dr. H.G. (Haiko) van der Voort is universitair docent aan de TU Delft, faculteit Techniek, Bestuur en Management.
Casus

Eerste Kamer en wetgeving

Een boodschap aan de staatscommissie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden wetgevingsprocedure, wetgevingskwaliteit, novelle, amendement
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De positie van de Eerste Kamer heeft al vaak onder druk gestaan. Gelet daarop is het een wonder te noemen dat wij nog altijd een senaat hebben. Dit is te danken aan een voortdurende aanpassing van zijn functie, een strategie van terughoudendheid en een zware procedure van grondwetwijziging. In meer positieve zin is de huidige acceptatie ook te danken aan het meer en meer optreden als toetsende instantie van het wetgevingsproces en de wetgevingskwaliteit. Aan de hand van twee recente voorbeelden, het wetsvoorstel Elektriciteits- en gaswet en een wijziging van de Mediawet, beziet de auteur of deze positionering terecht is. Vanuit de Kamer zelf is kritiek geuit op het staatsrechtelijke gehalte van het optreden van de Kamer bij de behandeling van die voorstellen. De auteur is van mening dat het veel meer perspectief biedt als de aangekondigde staatscommissie aandacht besteedt aan de feitelijk bijdrage die de Senaat kan leveren aan de kwaliteit van onze wetgeving, zijnde dé functie van de Senaat, dan herhaalde aandacht voor zijn staatsrechtelijke positie, waarvoor de argumenten al vele malen gewisseld zijn.


Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.

Dr. Liza Cornet
Dr. L.J.M. Cornet is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. Katy de Kogel
Dr. C.H. de Kogel is als senior wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Praktijk

Niet bekrachtigen of weigeren contraseign?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Contraseign, bekrachtiging, initiatiefwetgeving
Auteurs Tim Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de auteur in op de staatsrechtelijke finesses van de bekrachtiging van wetsvoorstellen nadat zij door de Eerste Kamer zijn aangenomen, het ministeriële contraseign en het verschil tussen die twee zaken. Letterlijk genomen ziet de term ‘bekrachtigen’ in de tekst van artikel 87 lid 1 Grondwet op een daad van de Koning en is de contrasignering door één of meer bewindspersonen een staatsrechtelijk en procedureel daarvan te onderscheiden handeling. Toch moet de bekrachtiging als geheel, dus inclusief het contraseign, worden gezien als een daad van de regering. Daarnaast gaat de auteur in op de niet-bekrachtiging van initiatiefwetsvoorstellen. De procedure voor niet-bekrachtiging wordt besproken, alsmede enige staatsrechtelijke curiosa die zich in de geschiedenis op dat punt hebben voorgedaan. Het blijkt dat niet-bekrachtiging niet alleen bij initiatiefwetsvoorstellen is voorgekomen, maar dat ook een aantal maal is afgezien van bekrachtiging van regeringsvoorstellen.


Tim Borman
Mr. Tim Borman is coördinerend raadadviseur bij de directive Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Toekomstbestendige wetgeving: duurzaam? wendbaar? duurzaam wendbaar?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2016
Trefwoorden toekomstbestendige wetgeving, Right to Challenge, experimenteerbepaling, doelregulering
Auteurs Gert Jan Veerman
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Toekomstbestendigheid’ is in de mode, dat geldt ook voor het idee van de toekomstbestendige wetgeving. Van oorsprong betekent toekomstbestendig: duurzaam. Dat wordt geïllustreerd aan de hand van het materiaal waarop teksten vroeger werden vastgelegd en van ideeën over de aard en oorsprong van regels: een godheid, de natuur, het wezen van de mens. Empirisch gesproken, is wetgeving niet zo duurzaam, maar wordt zij aangepast aan de maatschappelijke omstandigheden. Dat is in het algemeen zo, maar is ook vast te stellen voor de recente tijd. Een onderzoek naar wetten die de laatste tien jaar niet zijn gewijzigd, laat zien dat dergelijke wetgeving nauwelijks voorkomt en dat die zeer specifieke situaties betreft.
    In een recente brief van de Minister van Economische Zaken over ‘Toekomstbestendige wetgeving’ lijkt toekomstbestendigheid een andere inhoud te hebben gekregen. Wetgeving moet wendbaar zijn om innovatie te faciliteren. Om niettemin tegemoet te komen aan de bescherming van publieke belangen wordt van de wetgever gevraagd ‘duurzaam wendbare’ wetgeving te ontwerpen. Drie operationaliseringen worden gegeven van dergelijke structureel wendbare wetgeving: doelregulering, ‘Right to Challenge’ en experimenteerbepalingen. Nadere analyse leert dat sprake is van een conceptuele vergissing, dat een politieke belangenafweging wordt vermomd als een technisch-legislatieve, dat de drie operationaliseringen zo structureel niet zijn en de nodige nadelen hebben. Wetgeving is al wendbaar, wordt aangepast aan de maatschappelijke omstandigheden en het daarvoor gewenste beleid. Zo worden (de) drie betekenissen van het concept van ‘toekomstbestendige wetgeving’ in het artikel ten grave gedragen.


Gert Jan Veerman
Mr. dr. Gert Jan Veerman was werkzaam bij het Kenniscentrum Wetgeving en is emeritus-hoogleraar Wetgeving en Wetgevingskwaliteit bij Maastricht University.
Artikel

Normalisatie en zelfredzaamheid binnen het gevangeniswezen

Ervaringen van gedetineerden en personeel binnen de proeftuin ‘Centrale voorziening’ in de PI Vught

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Gevangeniswezen, Zelfredzaamheid, Normalisatie, detentieregime
Auteurs Choukri Farahi BSc en Jill van de Rijt BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years, the Dutch Ministry of Justice and Safety has had to deal with severe budget-cuts leading to various austerity measures. For the Dutch Custodial Institutions (DJI) this has had serious consequences, including the closure of nearly half the prisons, the reintroduction of multi-person cells and a retrenchment of the detention regime. However, the chamber announced repeatedly that these cuts would not be detrimental to the core objectives of detention: security, self-reliance, dignity and a safe return to society. The pilot ‘Central facility’ is a project in which DJI wants to ‘test’ in practice her vision for the future. In the pilot, learning and encouraging the own responsibility of detainees through a modified daily program takes a central position. The aim is to increase the self-sufficiency of detainees and to allow for life in prison to resemble more life outside (normalization). In this article we will look more closely at the experiences of prisoners and staff with the amended detention regime in the pilot.


Choukri Farahi BSc
Choukri Farahi BSc is masterstudent Criminologie aan de Universiteit Utrecht.

Jill van de Rijt BSc
Jill van de Rijt BSc is masterstudent Criminologie aan de Universiteit Utrecht.
Toont 1 - 20 van 26 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.