Zoekresultaat: 27 artikelen

x
Jaar 2010 x
Artikel

Ontslagrecht in het Koninkrijk der Nederlanden (2)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden ontslagrecht, concordantiebeginsel, Antillen, Aruba, arbeidsrecht, Koninkrijk der Nederlanden, doorwerking, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Auteurs Mr. F.M. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de wetgevers van de verschillende Koninkrijkslanden verplicht een aantal belangrijke rechtsgebieden ‘zoveel mogelijk’ op overeenkomstige wijze te regelen. In een tweetal artikelen onderzoekt de auteur in hoeverre zij met betrekking tot het ontslagrecht aan deze zogenoemde concordantieverplichting voldoen. Volgens de auteur houdt artikel 39 Statuut namelijk in dat een verschil in wetgeving tussen de drie Koninkrijkslanden slechts geoorloofd is indien daar een behoorlijke rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangewezen. In dit tweede deel ligt de focus allereerst op gevolgen van de recente staatkundige hervormingen binnen het Koninkrijk voor het vigerende ontslagrecht. Conclusie hiervan is dat de materiële gevolgen voor het ontslagrecht zeer beperkt zijn. Met dit als uitgangspunt worden vervolgens de opzegbepalingen uit het BW, de rechterlijke ontbinding en het einde van rechtswege in de verschillende koninkrijkslanden met elkaar vergeleken. Uit deze vergelijking blijkt dat er tussen de verschillende landen een hoop ongerechtvaardigde verschillen bestaan. Deze verschillen lijken zich evenwel voornamelijk voor te doen op technisch-juridische gebieden. Bij het uitvaardigen van nieuwe wetgeving houden de wetgevers dus onvoldoende rekening met het concordantiebeginsel. De rechters uit het Koninkrijk kan men in dezen daarentegen weinig kwalijk nemen. Daar waar hun een zekere beoordelingsruimte wordt gelaten, bestaat er immers een grote mate aan concordantie. Door middel van concorderende interpretatie worden de open normen in de verschillende landen namelijk op dezelfde wijze ingevuld. Hierbij moet er echter wel voor worden gewaakt dat er een te grote mate van concordantie wordt bereikt. De rechter mag de verschillen in cultuur en gewoontes tussen de Koninkrijkslanden niet uit het oog verliezen.


Mr. F.M. Dekker
Mr. F.M. Dekker is externe promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en advocaat(-stagiair) bij BarentsKrans N.V. te Den Haag.
Artikel

Access_open Internetveilingen – geen easy riding

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 3 2010
Trefwoorden internetveiling, derdenwerking overeenkomsten, toepasselijkheid algemene voorwaarden, e-commerce, aanvullende werking redelijkheid en billijkheid
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat een bespreking van de juridische figuur van de internetveiling centraal. De verhouding tussen de bij de veiling betrokken personen, de derdenwerking van de veilingvoorwaarden, de noodzaak van de aanwezigheid van de notaris of deurwaarder, aspecten van elektronisch contracteren en de toepasselijkheid van algemene voorwaarden worden besproken.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. (Jan) Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

Multilaterale handelsfaciliteiten en dark pools

Is MiFID na drie jaar al aan herziening toe?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2010
Trefwoorden MiFID, MTF, multilaterale handelsfaciliteit, multilateraal handelsplatform
Auteurs Mw. Mr. S. Rosmalen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de multilaterale handelsfaciliteit centraal. De bijdrage beoogt een globaal overzicht te geven van de regelgeving die van toepassing is op dit handelsplatform dat beter bekend is als MTF. Er wordt aansluiting gezocht bij de herziening van MiFID en bekeken wordt of MiFID na drie jaar de door haar beoogde concurrentieverhoging ten aanzien van handelsplatformen heeft weten te volbrengen. Besproken wordt de definitie van het begrip MTF en de belangrijkste elementen van het op een MTF van toepassing zijnde regelgevend kader. Tevens wordt stilgestaan bij de verschillen die er zijn tussen een gereglementeerde markt en een MTF. Ook wordt nader ingegaan op het begrip dark pool (het onderdeel van de handel dat buiten het orderboek van de handelsplatformen plaatsvindt) en komen de bevindingen van CESR en IOSCO aan bod voor zover die momenteel relevant zijn voor MTF’s en dark pools.


Mw. Mr. S. Rosmalen
Mw. mr. S. Rosmalen is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Internationale testamenten en het Haags Testamentsvormenverdrag 1961

Beoordeling van de formele geldigheid van testamentaire beschikkingen in Nederland, nu en in de toekomst

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden internationaal erfrecht/IPR-erfrecht, Haags Testamentsvormenverdrag 1961, Boek 10 BW, Europese Erfrechtverordening, (internationale) testamentsvormen, formele geldigheid testamenten
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    De formele geldigheid van testamentaire beschikkingen moet in internationale gevallen in Nederland worden beoordeeld aan de hand van het Haags Testamentsvormenverdrag 1961, waarvan de inhoud op hoofdlijnen wordt besproken. De ophanden zijnde ontwikkelingen op het gebied van het internationaal erfrecht in de vorm van de invoering van Boek 10 BW en de Europese Erfrechtverordening zouden hierin verandering kunnen brengen. De auteur toont aan dat dit vooralsnog niet het geval lijkt te zijn: Boek 10 BW verwijst enkel naar het verdrag en de vormgeldigheid van testamenten wordt niet door het in de verordening aangewezen recht beheerst. Geanalyseerd wordt of dit ten aanzien van de Europese Erfrechtverordening nu wel zo’n gelukkige keuze is, welke vraag ten slotte ontkennend wordt beantwoord.


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en wetenschappelijk adviseur bij PlasBossinade te Groningen (j.g.knot@rug.nl).
Artikel

Access_open Over het verbod op het dragen van een gezichtssluier en van andere gelaatsbedekkende kleding

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden gelaatsbedekkende kleding, boerka, godsdienstvrijheid, wetgeving
Auteurs Paul van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    The last decade the wearing of face hiding clothes has come up as a rather new phenomenon in the Netherlands and surrounding countries. Although not that many people wear them, a rather wide aversion exists against this phenomenon and is directed especially against the Islamic burqa. A rather intensive public and political debat is going on concerning the allowance of those clothes. In different countries, among which the Netherlands, France and Belgium, the legislator is drafting laws which aim to forbid the wearing of these clothes. This article gives an overview of the debate on this issue in especially the aforementioned countries and reflects upon it, with a special focus on the freedom of belief and religion.


Paul van Sasse van Ysselt
Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en tevens verbonden aan de afdeling Staats- en bestuursrecht van de VU Amsterdam.
Artikel

Vernietiging van besluiten

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2010
Trefwoorden vernietiging, besluiten, wilsgebreken, arbitrage
Auteurs Mr. Chr.M. Stokkermans
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de vraag wie bevoegd zijn om op de voet van artikel 2:15 BW een vordering tot vernietiging van een besluit in te stellen, alsmede de vraag of vernietiging mogelijk is door arbiters.


Mr. Chr.M. Stokkermans
Mr. Chr.M. Stokkermans is werkzaam als notaris bij Allen & Overy.
Artikel

De nieuwe oproepingstermijn en registratiedatum – enkele praktische beschouwingen

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2010
Trefwoorden oproepingstermijn, registratiedatum, richtlijn aandeelhoudersrechten
Auteurs Mr. J.G. Thijssen en Mr. W.T. Bongartz
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken in deze bijdrage de wijze waarop de Nederlandse wetgever invulling heeft gegeven aan de implementatie van met name de oproepingstermijn en registratiedatum die onder de richtlijn aandeelhoudersrechten verplicht worden voor beursgenoteerde NV’s.


Mr. J.G. Thijssen
Mr. J.G. Thijssen is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance.

Mr. W.T. Bongartz
Mr. W.T. Bongartz is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance.
Jurisprudentie

Van Auroux/Roanne naar Müller/Wildeshausen: waar ligt de grens van de aanbestedingsplicht bij gebiedsontwikkeling?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2010
Trefwoorden overheidsopdracht, gebiedsontwikkeling, gronduitgifte, publiekprivate samenwerking
Auteurs Mr. G. ‘t Hart en Mr. H.S.J. Albers
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn Müller-arrest heeft het Hof van Justitie van de Europsese Unie (hierna: Hof van Justitie) duidelijk aangegeven onder welke omstandigheden welke onderdelen van een gebiedsontwikkeling Europees moeten worden aanbesteed. De ontwikkeling en realisatie van vastgoed met een private bestemming hoeft in beginsel niet mee te worden aanbesteed met de publieke delen, indien aanbestedende dienst en ontwikkelaar vasthouden aan hun eigen rol.


Mr. G. ‘t Hart
Mr. G. ’t Hart is advocaat bij Houthoff Buruma.

Mr. H.S.J. Albers
Mr. H.S.J. Albers is advocaat bij Houthoff Buruma.
Artikel

Het Nederlandse voorstel voor implementatie van de gewijzigde Europese regels voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2010
Trefwoorden elektronische communicatie, nieuwe Regelgevende Kader, NRF, New Regulatory Framework
Auteurs Mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 november 2009 is het gewijzigde Europese kader voor elektronische communicatie in werking getreden. Met twee richtlijnen worden de richtlijnen die sinds 2002 het regelgevingskader vormden, gewijzigd om beter te zijn toegesneden op de technologische en marktontwikkelingen. Een voorbeeld van een technologische ontwikkeling is het snel toegenomen gebruik van mobiele data, als gevolg van bijvoorbeeld ‘internetten’ of films bekijken via de mobiele telefoon. Om tegemoet te komen aan deze ontwikkeling is nodig dat er voldoende frequentieruimte beschikbaar is, maar ook dat wordt gewaarborgd dat gebruikers zoveel mogelijk ongeacht de aard en omvang van hun gebruik internet kunnen (blijven) gebruiken (netneutraliteit). Daarnaast betrof een van de discussiepunten bij de voorbereiding van het gewijzigde Europese kader de bescherming van gebruikers bij het afsluiten van het gebruik van internet en is het in het definitieve Europese kader op dit punt tot een compromis gekomen. Naast de wijzigingen in de richtlijnen is ook met een verordening een nieuw orgaan van Europese regelgevers onder de naam BEREC opgericht om te adviseren aan de Commissie en de nationale toezichthouders.


Mr. G.P. van Duijvenvoorde
Mr. G.P. van Duijvenvoorde is als advocaat werkzaam bij KPN Telecom te Den Haag en is gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.
Artikel

Openbare biedingen – recente ontwikkelingen

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 9 2010
Trefwoorden (1) Besluit openbare biedingen, (2) Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht, Put up or shut up, Biedingsregels, Openbaar bod
Auteurs Mr. F.L. Pierik
SamenvattingAuteursinformatie

    (1) De auteur bespreekt het consultatiedocument houdende wijziging van het Besluit openbare biedingen Wft en een aantal andere recente wetgeving(sinitiatieven) met relevantie voor de openbare-overnamepraktijk.


Mr. F.L. Pierik
Mr. F.L. Pierik is werkzaam als advocaat bij Allen & Overy.

    F.R. Vermeer, Gedogen door bestuursorganen, Kluwer 2010


Mr. G.A. van der Veen
Mr. G.A. (Gerrit) van der Veen is advocaat omgevingsrecht en bestuursrecht bij AKD te Rotterdam en is tevens redactielid van TO.
Artikel

Access_open Tweeluik Religie en Publiek Domein

Handvatten voor gemeenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2010
Trefwoorden scheiding kerk en staat, gemeenten, subsidiëring
Auteurs Pien van den Eijnden en Joyce Overdijk-Francis
SamenvattingAuteursinformatie

    Governmental authorities have to deal with religion on a daily basis: via individual citizens or religious organisations, in the framework of subsidy applications or measures against the radicalisation of believers. More than a year after publication of ‘Religion and the public domain, guidelines for municipalities’, a joint production of the Association of the Netherlands Municipalities and the Ministry of the Interior and Kingdom relations, we discuss the room for cooperation between the government and religious organisations within the limits of the principle of separation between church and state. Both the legal framework and practical examples from different municipalities will be brought up. Three rules (of play) are exemplified in particular, namely that contacts between government and religious organisations or parties on an ideological basis do not lead to a substantive involvement with the faith itself, or with internal church matters, that the contacts serve to realise non-faith related public goals and that the government is held tot treat religious organisations or parties on an ideological basis equally. Having regard to those rules (of play) cooperation is very well possible.


Pien van den Eijnden
Mw. mr. P.M. van den Eijnden is werkzaam als juridisch specialist bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving (CZW) van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Joyce Overdijk-Francis
Mw. mr. J.E. Overdijk-Francis is werkzaam als senior adviseur bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).
Hoofdartikel

Ontslagrecht in het Koninkrijk der Nederlanden (1)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2010
Trefwoorden ontslagrecht, concordantiebeginsel, Antillen, Aruba, arbeidsrecht, Koninkrijk der Nederlanden, doorwerking, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Auteurs Mr. F.M. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de wetgevers van de verschillende Koninkrijkslanden verplicht een aantal belangrijke rechtsgebieden ‘zoveel mogelijk’ op overeenkomstige wijze te regelen. In een tweetal artikelen onderzoekt de auteur in hoeverre zij met betrekking tot het ontslagrecht aan deze zogenaamde concordantieverplichting voldoen. In dit eerste deel van de tweeluik ligt de focus allereerst op het concordantiebeginsel. Volgens de auteur houdt artikel 39 Statuut in dat een verschil in wetgeving tussen de drie Koninkrijkslanden slechts geoorloofd is indien daar een behoorlijke rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangewezen. Met dit als uitgangspunt worden vervolgens de drie regelingen inzake de preventieve ontslagtoetsing met elkaar vergeleken. Daaruit blijkt dat er tussen het Buitengewoon besluit arbeidsverhoudingen 1945 en de beide Landsverordeningen beëindiging arbeidsovereenkomsten een hoop ongerechtvaardigde verschillen bestaan. Ook tussen de landsverordeningen onderling bestaan de nodige verschillen. Geconcludeerd moet daarom worden dat de Koninkrijkswetgevers op dit terrein niet aan hun Statutaire concordantieverplichting voldoen.


Mr. F.M. Dekker
Mr. F.M. Dekker is externe promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en advocaat(-stagiair) bij BarentsKrans N.V. te Den Haag
Jurisprudentie

Kennelijk onredelijk ontslag vanuit historisch perspectief verklaard

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2010
Trefwoorden kennelijk onredelijk ontslag, schadevergoeding, vergoeding naar billijkheid, begroten, ex tunc, ontbinding, kantonrechtersformule, leeftijdsdiscriminatie
Auteurs Mr. D.J. Buijs
SamenvattingAuteursinformatie

    De arresten Van de Grijp/Stam en Rutten/Breed met betrekking tot kennelijk onredelijk ontslag hebben geleid tot commotie. Dat is begrijpelijk in het kader van de rechtsontwikkeling van het afgelopen decennium, maar wanneer de problematiek wordt geplaatst in het kader van de rechtsontwikkeling van de afgelopen eeuw, wordt het nieuwe onder de zon gevormd door de invoering van het nieuwe BW en de onbedoelde gevolgen daarvan voor de als bijzondere overeenkomst aangemerkte arbeidsovereenkomst. De arbeidsovereenkomst is minder bijzonder dan sommigen menen en de leer van de Hoge Raad met betrekking tot kennelijk onredelijk ontslag vergt weliswaar vaardigheden, maar de praktijk leert dat de rechter door de Hoge Raad niet voor een onmogelijke opgave wordt gesteld.


Mr. D.J. Buijs
Mr. D.J. Buijs is kantonrechter.
Artikel

Access_open Constitutionele toetsing in een democratie zonder volk

Een kelseniaanse rechtvaardiging voor het Europees Hof van Justitie

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Kelsen, Democracy, Legitimacy, European Union, European Court of Justice
Auteurs Quoc Loc Hong
SamenvattingAuteursinformatie

    This article draws on Hans Kelsen’s theory of democracy to argue that, contrary to conventional wisdom, there is nothing fundamentally wrong with the democratic legitimacy of either the European Union (EU) or the European Court of Justice (ECJ). The legitimacy problems from which the EU in general and the ECJ in particular are alleged to suffer seem to result mainly from our rigid adherence to the outdated conception of democracy as popular self-legislation. Because we tend to approach the Union’s political and judicial practice from the perspective of this democracy conception, we are not able to observe what is blindingly obvious, that is, the viability and persistence of both this mega-leviathan and the highest court thereof. It is, therefore, imperative that we modernize and adjust our conception of democracy in order to comprehend the new reality to which these bodies have given rise, rather than to call for ‘reforms’ in a futile attempt to bring this reality into accordance with our ancient preconceptions about what democratic governance ought to be. Kelsen is the democratic theorist whose work has enabled us to venture into that direction.


Quoc Loc Hong
Quoc Loc Hong was a FWO Postdoctoral Fellow from 2007 to 2009 at the University of Antwerp. He is currently an independent researcher.
Artikel

De nieuwe tegenstrijdigbelangregeling en de praktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2010
Trefwoorden tegenstrijdig belang, wetsvoorstel bestuur en toezicht, artikel 2:146/256 BW, persoonlijk belang bestuurders en commissarissen
Auteurs Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel 31 763 (bestuur en toezicht) bevat een nieuwe regeling van het tegenstrijdig belang welke er in de kern op neerkomt dat bestuurders en commissarissen niet mogen deelnemen aan besluitvorming indien zij daarbij een persoonlijk tegenstrijdig belang hebben. In deze bijdrage wordt de nieuwe regeling onder de loep genomen, mede met het oog op vragen die zich in de praktijk kunnen gaan voordoen. Allereerst wordt de nieuwe regeling in kort bestek geschetst, gevolgd door enkele kanttekeningen. Voor een goed begrip van de regeling worden ook enkele met het tegenstrijdig belang verwante aangelegenheden gesignaleerd die buiten de nieuwe regeling vallen. Daarna worden enkele specifieke opmerkingen gemaakt met het oog op de praktijk. Deze bijdrage wordt afgesloten met een samenvatting van de belangrijkste bevinden en een conclusie.


Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn is hoogleraar ondernemingsrecht (transnationale aspecten) aan de Universiteit Utrecht en advocaat bij AKD Advocaten en Notarissen.
Artikel

De werkgever en het kelderluik

Over toepassing van de Kelderluik-criteria bij artikel 7:162 en artikel 7:658 BW

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2010
Trefwoorden gezichtspunten, Kelderluik-factoren, Bayar/Wijnen, werkgeversaansprakelijkheid, onrechtmatige daad, context
Auteurs Mr. J.P. Quist
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Kelderluik-arrest uit 1965 heeft de Hoge Raad een viertal gezichtspunten geformuleerd die van belang (kunnen) zijn bij de beantwoording van de vraag of sprake is van onrechtmatige gevaarzetting. Veertig jaar later, in het arrest Bayar/Wijnen, heeft de Hoge Raad deze factoren herhaald en daaraan een gezichtspunt toegevoegd in een geval waarin het ging om een werknemer die bij het werken met een gevaarlijke machine letsel had opgelopen. In dit artikel wordt ingegaan op de manier waarop invulling aan de verschillende gezichtspunten (en enkele andere relevante omstandigheden) wordt gegeven. De toepassing van de gezichtspunten bij op artikel 6:162 BW en artikel 7:658 BW gebaseerde vorderingen lijkt veel op elkaar. Een opvallend verschil is echter dat het enkele feit dat het bij artikel 7:658 BW om aansprakelijkheid van de werkgever gaat, van groot belang is voor de strengheid waarmee toepassing aan de Kelderluik-factoren en andere (mogelijk) relevante omstandigheden wordt gegeven. Daar waar de Kelderluik-factoren bij artikel 6:162 BW (in beginsel) een neutraal karakter hebben, wijzen zij bij artikel 7:658 BW veel meer in de richting van een bevestigende beantwoording van de aansprakelijkheidsvraag. De context waarbinnen een bepaalde schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan, is dan ook van grote invloed op de wijze waarop de verschillende factoren worden ingekleurd. In deze bijdrage komen ook andere overeenkomsten en verschillen tussen toepassing van artikel 6:162 BW en artikel 7:658 BW aan bod.


Mr. J.P. Quist
Mr. J.P. Quist is verbonden aan de sectie Arbeidsrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam en tevens advocaat bij Adriaanse van der Weel Advocaten te Middelburg (www.avdw.nl).
Artikel

Exhibitierecht in mededingingszaken

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2010
Trefwoorden exhibitieplicht, schadevergoedingsacties, private enforcement, bewijsmateriaal, discovery
Auteurs Mr. M.A. van der Pool
SamenvattingAuteursinformatie

    De Commissie stelt in haar Witboek betreffende schadevergoedingsacties een model van beperkte discovery voor ten behoeve van de toegang tot bewijsmateriaal. Dit model moet in Europese landen verruimde mogelijkheden voor eisers teweeg brengen, om inzage te krijgen in het bewijsmateriaal in mededingingsrechtelijke civiele procedures. De voorgestelde regeling hoeft in Nederland niet te leiden tot een wijziging van het procesrecht. Het exhibitierecht van artikel 843a Rv biedt eisers voldoende mogelijkheden van vorderingen tot openbaarmaking. Aangezien de rechtspraak verschillend omgaat met de toepassing van het exhibitierecht, zullen voor een juiste implementatie van het model de voorwaarden van artikel 843a Rv verder uitgekristalliseerd dienen te worden.


Mr. M.A. van der Pool
Mr. M.A. van der Pool is per 1 april werkzaam als advocaat-stagiair bij Kennedy van der Laan op de sectie Verzekering & Aansprakelijkheid.
Artikel

EVOA in vogelvlucht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2010
Trefwoorden EVOA, afvalstoffen, Kaderrichtlijn afvalstoffen, groene lijst-stof
Auteurs Mr. E.T. Sillevis Smitt
SamenvattingAuteursinformatie

    Overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Unie is gebonden aan regels die zijn gesteld in de Verordening (EG) nummer 1013/2006 van het Europese Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (EVOA). Deze verordening is vanaf 12 juli 2007 in de lidstaten van toepassing en vervangt haar voorloper, de EVOA 259/93, die sinds 1994 vigeerde.De reden voor het opstellen van een nieuwe EVOA is – onder meer – ingegeven vanuit verdere harmonisatie van regelgeving tussen de lidstaten van de Europese Unie, waarbij ook eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie is verankerd.Het kenmerk van een Europese verordening is dat deze rechtstreeks geldend is binnen de Europese lidstaten en de lidstaten enkel in nationale regelgeving regels kunnen of moeten stellen, zoals nader geduid in de EVOA.


Mr. E.T. Sillevis Smitt
Mr. E.T. (Eveline) Sillevis Smitt is advocaat bij AKD te Rotterdam.
Artikel

De invloed van de Corporate Governance Code op het vermogensrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Corporate Governance Code, maatschappelijk verantwoord ondernemen, gerechtvaardigd vertrouwen, maatschappelijke opvattingen, Bonus
Auteurs Mr. P. Memelink
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat de vraag naar de status en invloed van de Corporate Governance Code op het vermogensrecht centraal. Geschetst wordt hoe de Code in elkaar zit, wat de jongste ontwikkelingen zijn op het gebied van corporate governance en hoe veranderende maatschappelijke opvattingen daaromtrent doorwerken in de Code én het (vermogens)recht. Hoewel de Code in beginsel geen rechtens afdwingbare gedragsnormen voorschrijft, kan volgens de auteur niet gezegd worden dat de Code geen invloed heeft op het (vermogens)recht.


Mr. P. Memelink
Mr. P. Memelink is universitair docent bij de afdeling Civiel recht aan de Universiteit Leiden.
Toont 1 - 20 van 27 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.