Zoekresultaat: 28 artikelen

x
Jaar 2015 x
Praktijk

Migranten en minderheden in het vizier van staat en politie

Een langetermijnperspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2015
Auteurs Prof. dr. Margo De Koster
Auteursinformatie

Prof. dr. Margo De Koster
Prof. dr. M. De Koster is universitair docent historische criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Vrije Universiteit Brussel.
Jurisprudentie

Obesitas en handicap: een zwaar probleem voor het Hof van Justitie van de EU?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Obesitas, Hof van Justitie van de EU, Gelijke behandeling, Ziekte, Gebrek
Auteurs Prof. P. Foubert en E. Veronesi
Auteursinformatie

Prof. P. Foubert
Prof. P. Foubert is hoogleraar aan de Universiteit Hasselt (België).

E. Veronesi
E. Veronesi is doctoraatsstudente aan de Universiteit Hasselt (België).
Artikel

De hervorming van het Franse verbintenissenrecht: le renouveau de la grande dame

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Hervorming, Verbintenissenrecht, Contractenrecht, Algemeen, Frankrijk/België
Auteurs Dr. S. Jansen
Auteursinformatie

Dr. S. Jansen
Sanne Jansen is postdoctoraal onderzoeker (en aspirant van het FWO-Vlaanderen) aan het Instituut voor Verbintenissenrecht, afdeling Privaatrecht, KU Leuven.
Artikel

You can talk the talk but can you walk the walk?

Niet-mededingingsrechtelijke nationale belemmerende maatregelen met betrekking tot fusies en buitenlandse investeringen en het recht van de Europese Unie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden Fusies en buitenlandse investeringen, publieke belangen, bevoegdheidsverdeling nationaal-supranationaal
Auteurs Mr. P. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Een nieuwe golf van economisch patriottisme doet de vraag rijzen in hoeverre het Unierecht een keurslijf vormt voor publieke belangen die, in het kader van fusies en buitenlandse investeringen, kunnen worden ingeroepen ter onttrekking van nationale regelingen aan de vrije mededinging. In dit artikel zal deze kwestie benaderd worden vanuit het perspectief van het internemarktrecht. Daarbij zal worden ingegaan op de vraag of – en zo ja, wanneer – lidstaten op grond van het Unierecht nationale mechanismen mogen instellen en/of toepassen.


Mr. P. Jansen
Mr. P. (Pim) Jansen is als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het instituut Consument, Concurrentie en Markt van de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven, België.
Artikel

Minderjarige slachtoffers in herstelbemiddeling: positie en ervaringen

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden jeugdige slachtoffers, Herstelbemiddeling, Participatie, Inspraak
Auteurs Eline Renders BA en Inge Vanfraechem
SamenvattingAuteursinformatie

    This article studies the position of young victims in restorative justice and mediation. First we study the literature, which shows that although young victims may have specific needs, their position within restorative justice remains underexposed. Therefore, we have set up a small explorative study in the beginning of 2015. Through nine interviews with young victims who have gone through a mediation process in Flanders, we sought to answer three central questions. The article discusses whether these victims were satisfied with the mediation process, whether they could have a say in the process and what the importance was of having support persons throughout the mediation process.
    We found that the participation of the parents does influence the mediation process, since the parents are the main support persons for the young victim. Other support people are seldom present in the process, although some victims wanted the school or a friend to participate. Most of the young victims found they had a say in the process, but the presence of the parents could be an impediment in that regard. Young victims interviewed were generally satisfied with the mediator and mediation process, but not always with the outcome of the mediation. Ensuring that these young victims really get a say in the process proved to be a point of attention for practice.


Eline Renders BA
Eline Renders is BA in sociaal werk (KH Leuven) en MA in Criminologie (KU Leuven) en schreef haar thesis aangaande herstelbemiddeling en minderjarige slachtoffers. Ze deed haar stage bij de Bemiddelingsdienst van het Arrondissement Leuven.

Inge Vanfraechem
Inge Vanfraechem is senior onderzoeker aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (KU Leuven) en redactielid van dit tijdschrift.

    This research aims to explore empirically (method: questionnaire) the usefulness of mediation as a technique of external conflict management in the event of a family business transfer. More specifically, the research intents to verify if the conditions of application, the consequences and the benefits of mediation as described in general literature apply to the context of a family business (transfer), since Prince underlined 25 years ago that research is required to develop: ‘a system of intervention that employs the concepts, techniques, and logic of mediation that apply to the unique aspects of family business’. Results of the own research showed that mediation was an adequate technique of external conflict management in the context of a family business transfer and that it was more successful than consulting, defined as other techniques of external conflict management, in the researched cases. Furthermore, the research found indications that mediation is an adequate technique beyond the researched cases.


Tim De Greef
Tim De Greef is vrijwillig wetenschappelijk medewerker faculteit Rechtsgeleerdheid KU Leuven campus Brussel en als advocaat-stagiair werkzaam bij het advocatenkantoor Tiberghien.

Filiep Deruyck
Prof. dr. Filiep Deruyck is werkzaam bij de afdeling Strafrecht, vakgroep Publiekrecht aan de Vrije Universiteit Brussel en advocaat bij de balie te Antwerpen.
Artikel

De 3 uit 6-voorwaarde voor export van Nederlandse studiefinanciering door niet-actieve EU-burgers

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2015
Trefwoorden Europees burgerschap, studiefinanciering, Export van studiefinanciering, 3 uit 6-voorwaarde
Auteurs Mr. R.H. van Ooik
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie had al beslist dat Nederland door een woonplaatsvereiste voor te schrijven, de zogenoemde 3 uit 6-voorwaarde, voor migrerende werknemers en hun gezinsleden om Nederlandse financiering voor buiten Nederland gevolgd hoger onderwijs te kunnen verkrijgen, zijn verplichtingen krachtens artikel 45 VWEU en artikel 7 lid 2 van Verordening (EEG) nr. 1612/68 betreffende het vrije verkeer van werknemers niet was nagekomen. In de hier besproken uitspraak Martens is het de vraag of deze 3 uit 6-voorwaarde ook voor economisch niet-actieve EU-burgers verboden is, vanwege strijd met de bepalingen over het Europees Burgerschap (art. 20 en 21 VWEU).
    HvJ 25 februari 2015, zaak C-359/13, B. Martens/Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,


Mr. R.H. van Ooik
Mr. R.H. (Ronald) van Ooik is als Universitair hoofddocent Europees recht verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

National en European champions: moet een hierop gericht industriebeleid onder de Europese concentratiecontroleregels als illusoir worden beschouwd?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden National en European champions, industriebeleid, concentratiecontrole, gewettigde belangen
Auteurs Pim Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    De vergaande overheidsbemoeienis in het kader van de overnamestrijd rondom Alstom en AstraZeneca roept de vraag op of er in een Europese context juridisch gezien nog ruimte is voor een industriebeleid dat is gericht op het creëren, ondersteunen of beschermen van European en national champions. In dit artikel wordt deze vraag benaderd vanuit de Europese concentratiecontroleregels. Voor zover het gewenste beleid niet reeds op grond van de materiële toets in de CoVo kan worden verwezenlijkt, wordt ingegaan op de vraag welke mechanismen de CoVo bevat om te bepalen of, en zo ja, wanneer de mededinging in dat verband zou moeten wijken.


Pim Jansen
Mr. P. Jansen is als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het instituut Consument, Concurrentie en Markt van de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven, België. Deze bijdrage vertolkt louter de persoonlijke mening van de auteur. Het artikel werd gefinaliseerd op 3 september 2015. Met dank aan Wolf Sauter, Hannelore Buelens en Quirijn Bongaerts voor hun commentaren.
Artikel

Kunnen twee sets algemene voorwaarden cumulatief van toepassing zijn?

Over het verschil tussen een alternatieve dubbele verwijzing (Visser/Avéro-regel) en een cumulatieve dubbele verwijzing (Haviltex-regel) naar aanleiding van ForFarmers/Doens

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden algemene voorwaarden, toepasselijkheid, alternatieve (dubbele) verwijzing, cumulatieve (dubbele) verwijzing, toepasselijkheid meerdere sets algemene voorwaarden
Auteurs Mr. S.M. Lankhaar en Mr. dr. E.-J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    In Visser/Avéro oordeelde de Hoge Raad dat in een geval waarin twee sets algemene voorwaarden alternatief van toepassing zijn verklaard (‘óf-óf’), geen van deze sets deel uitmaakt van de overeenkomst indien niet is aangegeven welke van de sets in het gegeven geval van toepassing zal zijn. In ForFarmers/Doens heeft de Hoge Raad de vraag beantwoord of de Visser/Avéro-regel ook van toepassing is bij een cumulatieve dubbele verwijzing (‘én-én’).


Mr. S.M. Lankhaar
Mr. S.M. Lankhaar is als stafjurist verbonden aan de Rechtbank Rotterdam, afdeling Privaatrecht (Haven en handel).

Mr. dr. E.-J. Zippro
Mr. dr. E.-J. Zippro is advocaat bij ZIPPRO & MEIJER Advocaten te Amsterdam.
Casus

Onrechtmatige verkoop van bv-aandelen door schending onderzoeksplicht: bestuurlijke tekortkoming of aandeelhoudersgedraging?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2015
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, aandeelhoudersaansprakelijkheid, onderzoeksplicht, verkoop bv, onrechtmatige daad
Auteurs Mr. V. van Vegchel
SamenvattingAuteursinformatie

    De verkoper van een bv riskeert onder omstandigheden persoonlijke aansprakelijkheid jegens crediteuren van die bv indien hij de verkoop doorzet zonder onderzoek te doen naar de koper en deze koper achteraf malafide blijkt te zijn. Verscheidene rechtbanken zien in het schenden van deze onderzoeksplicht een grondslag voor bestuurdersaansprakelijkheid van een verkopend dga. In dit artikel wordt geconstateerd dat deze grondslag onjuist is. Een aandelenoverdracht behelst immers een aandeelhoudersgedraging. Bovendien had de dga ook via de weg van aandeelhoudersaansprakelijkheid kunnen worden aangesproken. Verder komt aan bod wat de kenmerken zijn van de onderzoeksplicht en wanneer dit aansprakelijkheidsrisico zich kan verwezenlijken.


Mr. V. van Vegchel
Mr. V. van Vegchel is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer te Amsterdam.
Artikel

De verhaalsmogelijkheden bij schade door een ongeschikte medische hulpzaak anno 2015

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2015
Trefwoorden artikel 6:77 BW, medische hulpzaak, aansprakelijkheid, schade, notified body
Auteurs Mr. J.T. Hiemstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien een patiënt schade heeft geleden ten gevolge van een lekkend borstimplantaat, een niet goed sluitende hartklep, een heup die metaaldeeltjes afgeeft of een andersoortige medische hulpzaak, rijst de vraag of, en zo ja, op wie hij deze schade zou kunnen verhalen. In dit artikel wordt besproken welke actoren de patiënt zou kunnen aanspreken, waarbij met name gekeken zal worden naar recente ontwikkelingen op het gebied van de aansprakelijkheid van deze actoren.


Mr. J.T. Hiemstra
Mr. J.T. Hiemstra is promovenda en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen, vakgroep Privaatrecht en Notarieel Recht.
Artikel

Vierde Witwasrichtlijn aangenomen; wat wijzigt?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden Integriteit van financiële stelsel, Witwassen, Terrorismefinanciering, UBO-register, Centraal aandeelhoudersregister
Auteurs Mr. dr. B. Snijder-Kuipers en Mr. T.A. Tilleman
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 mei 2015 heeft het Europees Parlement de Vierde antiwitwasrichtlijn (hierna: Vierde Witwasrichtlijn) aangenomen. Uiterlijk juni 2017 dienen de lidstaten de bepalingen van de Vierde Witwasrichtlijn in nationale wetgeving te implementeren. Dat zal in Nederland tot aanpassing van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme leiden. Elke rechtspersoon is verplicht de ultimate beneficial owner, de uiteindelijk belanghebbende (UBO), in een nationaal register te registreren. In deze bijdrage worden de belangrijkste wijzigingen voor u op een rijtje gezet. Afgesloten wordt met enkele suggesties voor de wetgever en andere betrokkenen.
    Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70EG van de Commissie, PbEU 2015, L 141/73 (Vierde Witwasrichtlijn).


Mr. dr. B. Snijder-Kuipers
Mr. dr. B. (Birgit) Snijder-Kuipers is kandidaat-notaris te Amsterdam, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ook is zij lid van de werkgroep WWFT van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en BFT. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.

Mr. T.A. Tilleman
Mr. T.A. (André) Tilleman LL.M. is werkzaam bij het Bureau Financieel Toezicht en freelance docent/auteur. Ook is hij lid van de werkgroep WWFT van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en BFT. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Jurisprudentie

Collectieve acties uit solidariteit, als correlarium van de vrijheid van collectief overleg (artikel 6 ESH) en van de vrijheid van vakvereniging (artikel 11 EVRM)

HR 31 oktober 2014, JAR 2014/298 (Enerco)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Staking, Enerco, Solidariteit, Euopees Sociaal Handvest, EVRM
Auteurs F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    HR 31 oktober 2014, JAR 2014/298 (Enerco)
    In 2014 dienden twee hoge rechtscolleges een uitspraak te doen over de rechtmatigheid van collectieve acties die in het teken stonden van solidariteit. Het meest recente arrest is van Hollandse bodem. Op 31 oktober 2014 sprak de Hoge Raad zich uit over de voorziening in cassatie die FNV Bondgenoten en de vakvereniging Het Zwarte Korps inleidden tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Nagenoeg acht maanden eerder diende het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich uit te spreken over de vraag of de Britse wettelijke bepalingen die solidariteitsstakingen (secondary actions) verboden een aantasting inhielden van de door artikel 11 EVRM gewaarborgde vrijheid van vakvereniging. In deze bijdrage wordt het arrest van de Hoge Raad geanalyseerd en geduid. Het Enerco-arrest wordt in drievoud gecontextualiseerd. De eerste contextualisering is van rechtsvergelijkende aard. In een tweede beweging wordt onderzocht hoe de door de Hoge Raad gegeven interpretatie van artikel 6 ESH zich verhoudt tot de ‘jurisprudentie’ (lees: de conclusies van het Europees Comité voor Sociale Rechten) en met enkele spraakmakende commentaren van het Europees Sociaal Handvest in verband met de rechtspositie van de uit solidariteit gevoerde collectieve actie. Tot slot wordt het Enerco-arrest geconfronteerd met het arrest RMT/VK


F. Dorssemont
F. Dorssemont is hoogleraar aan de UCLouvain (België).

    In deze kroniek worden de belangrijkste uitspraken behandeld die met betrekking tot de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten zijn gedaan in de periode van 1 april 2013 t/m 1 januari 2015. Met betrekking tot de Zorgverzekeringswet worden in hoofdzaak de inhoud van de zorgverzekering en de zorgverzekeraars besproken. Wat betreft de AWBZ komen de kring der verzekerden en de aanspraken aan bod. Daarnaast wordt aandacht besteed aan uitspraken over de zorginkoop en over de afbakening tussen de Zorgverzekeringwet en de AWBZ.


Mr. H.M. den Herder
Hedwig den Herder is als advocaat werkzaam bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. te Den Haag.

mr. C. van Balen
Chris van Balen is als advocaat werkzaam bij LEXSIGMA Healthcare te Amsterdam.
Artikel

De beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 7/8 2015
Trefwoorden bmvk, open-end beleggingsmaatschappij, closed-end beleggingsmaatschappij, icbe, abi
Auteurs Mr. M.R.H.M. Plasmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal, waarbij zij voorbeelden uit de praktijk behandelt en enkele kanttekeningen plaatst in het licht van de huidige wet- en regelgeving.


Mr. M.R.H.M. Plasmans
Mr. M.R.H.M. Plasmans is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Jurisprudentie

Meelzaak – beperking aansprakelijkheid investeringsmaatschappijen door ACM?

ACM-besluiten inzake Bencis en CVC d.d. 30 november 2014

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Meel, Toerekening, Ne bis in idem, Investeringsmaatschappij, Boeteberekening
Auteurs Paul van den Berg en Jeannette ten Cate
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de ACM-besluiten inzake Bencis en CVC van 30 november 2014. Met deze besluiten heeft ACM, in navolging van de praktijk van de Europese Commissie, voor het eerst investeringsmaatschappijen beboet voor een inbreuk begaan door een dochtervennootschap. In eerste instantie is alleen de dochtervennootschap, Meneba, aansprakelijk gehouden voor een gestelde kartelinbreuk. In twee nieuwe besluiten zijn Bencis en CVC, beide investeerders, alsnog beboet als gevolg van de inbreuk begaan door hun dochtervennootschap Meneba. De besluiten roepen een aantal interessante vragen op, waaronder met betrekking tot (1) de – in lijn met Europese jurisprudentie – lage standaard die ACM toepast voor toerekening van de inbreuk aan moedervennootschappen, in lijn met recente Europese jurisprudentie; (2) het nemen van een nieuw besluit ten aanzien van de moedervennootschappen; en (3) de wijze van omzetberekening voor de boete.


Paul van den Berg
Mr. P.D. van den Berg is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.

Jeannette ten Cate
Mr. drs. J.J. ten Cate is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.
Artikel

De minnelijke beslechting van familiale geschillen in België

Nieuwe wegen als gevolg van de wet van 30 juli 2013 betreffende de invoering van een familie- en jeugdrechtbank

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Familiale geschillen, Familie- en jeugdrechtbank, Minnelijke schikking, Akkoordvonnis, verzoening
Auteurs Steven Brouwers
SamenvattingAuteursinformatie

    In a sequal to his earlier contribution in TMD 2014 (18) 2, p. 63, the author describes in more detail the ins and outs of the statute of 30 July 2013 on family and juvenile courts. With this new statute Belgian family and juvenile law are modernized. Also, the new statute started an autonomous development in family procedure, apart from the general civil procedure rules: most of the family conflicts can be solved in a shortened procedure and the possibility of mediation is introduced.


Steven Brouwers
Steven Brouwers is erkend advocaat-bemiddelaar in familiezaken en docent UAntwerpen PAO Bemiddeling.
Artikel

Bemiddeling bij Belgische class actions

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2015
Trefwoorden massaschade, collectieve afwikkeling, consumentengeschillen, class action
Auteurs Marc Taeymans
SamenvattingAuteursinformatie

    The author discusses the details of the new Belgian statute on class actions. An intriguing part of the new legislation is that friendly negotiations between the disputing parties are strongly encouraged, yet the intervention of a professional mediator is wholly absent from the law. This is surprising, as the author emphasizes, in view of the procedural safeguards that mediation entails, safeguards that could also be of use in mass litigation.


Marc Taeymans
Marc Taeymans is bedrijfsjurist, praktijklector KU Leuven, en erkend bemiddelaar.
Article

Access_open Draagmoederschap naar Belgisch en Nederlands recht

Tijdschrift Family & Law, mei 2015
Auteurs Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Samenvatting

    Zowel in België als in Nederland komt draagmoederschap voor. Deze bijdrage heeft tot doel om de houding van de twee buurlanden ten aanzien van dit controversiële fenomeen te onderzoeken en te vergelijken.
    De wensouders en draagmoeders ervaren meerdere juridische obstakels. Zo blijkt in beide landen de draagmoederschapsovereenkomst niet geldig en evenmin afdwingbaar te zijn. Hoewel in Nederland de mogelijkheid bestaat om het ouderlijk gezag over te dragen van draagmoeder naar wensouders, is het ook daar, net zoals in België, allesbehalve evident om de band tussen kind en wensouders juridisch te verwezenlijken. Noch de oorspronkelijke, noch de adoptieve afstamming is aan het fenomeen aangepast. Vooral voor Nederland is dit vreemd aangezien de Nederlandse wetgeving uitdrukkelijk bepaalt onder welke voorwaarden medisch begeleid draagmoederschap toegelaten is. De wet schept met andere woorden een gezondheidsrechtelijk kader, maar regelt niet de gevolgen van het draagmoederschap. In België is er daarentegen geen enkele wetgeving betreffende draagmoederschap. Dit betekent dat de onaangepaste wetgeving betreffende medisch begeleide voortplanting van toepassing is op draagmoederschap. Over deze toepassing en de gevolgen ervan bestaat evenwel onduidelijkheid. Commercialisering van draagmoederschap leidt ook tot problemen. In Nederland is professionele bemiddeling en het openbaar maken van vraag en aanbod met betrekking tot draagmoederschap strafbaar gesteld. Daarnaast kunnen de omstandigheden van een zaak waarin het kind als het ware verkocht wordt aan de wensouders zowel in België als in Nederland leiden tot andere misdrijven. Gelet op dit alles begeven sommige wensouders zich naar het buitenland om daar beroep te doen op draagmoederschap. Wensen zij terug te keren met het kind naar het land van herkomst, dan leidt dit in beide buurlanden tot internationaalprivaatrechtelijke problemen.
    Door het gebrek aan een algemeen wettelijk kader, is het draagmoederschapsproces in beide landen vaak een calvarietocht. Dit leidt tot rechtsonzekerheid. Oproepen tot een wettelijk ingrijpen bleven tot nu toe echter onbeantwoord.
    Surrogacy is practiced in Belgium and the Netherlands. The aim of this contribution is to compare the many legal aspects of the phenomenon. In both countries legal problems surround surrogacy: the surrogacy contract is unenforceable; it is difficult for the intended parents to become the legal parents; commercial surrogacy can result in criminal sanctions and cross-border surrogacy leads to limping legal relations. The main differences between the two legal systems are that in Belgium there is no regulation at all, while in the Netherlands, professional mediation and advertising in surrogacy are explicitly forbidden and Dutch law provides a limited health law regulation. In both countries scholars have pressed the need for legal change.


Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Toont 1 - 20 van 28 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.