Zoekresultaat: 147 artikelen

x
Artikel

De duiding van een vordering uit hoofde van de 403-verklaring

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2022
Trefwoorden 403-aansprakelijkheid, groepsregime, hoofdelijkheid, 403-maatschappij, concernaansprakelijkheid
Auteurs Mr. D.R.C. Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van een 403-verklaring kan een moedermaatschappij aansprakelijk zijn voor bepaalde schulden van haar groepsmaatschappij(en). Deze bijdrage analyseert aan de hand van jurisprudentie en literatuur de verschillende duidingen van de 403-vordering en beoordeelt hoe de 403-vordering naar huidig recht moet worden geduid.


Mr. D.R.C. Smit
Mr. D.R.C. Smit is werkzaam als advocaat bij Houthoff te Amsterdam.
Artikel

De Overleveringswet op de helling: de herimplementatie van Kaderbesluit 2002/584/JBZ

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2021
Trefwoorden Kaderbesluit 2002/584/JBZ, EAB, Overleveringswet, Herimplementatiewet, kaderbesluitconforme uitleg
Auteurs Prof. mr. dr. V.H. (Vincent) Glerum
SamenvattingAuteursinformatie

    De Overleveringswet strekt tot uitvoering van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. Deze wet bevatte een groot aantal gebreken. Een deel daarvan was aangetoond in arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie. De op 1 april 2021 in werking getreden Herimplementatiewet beoogde de Overleveringswet in overeenstemming met die arresten te brengen. Deze bijdrage
    toont aan dat de Herimplementatiewet maar ten dele in die opzet is geslaagd, dat deze wet een aantal gebreken die (nog) niet in arresten van het Hof van Justitie zijn aangetoond ongemoeid heeft gelaten en dat deze wet bovendien een aantal nieuwe gebreken heeft gecreëerd.


Prof. mr. dr. V.H. (Vincent) Glerum
Prof. mr. dr. V.H. (Vincent) Glerum is bijzonder hoogleraar internationaal en Europees strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en stafjurist Europees strafrecht bij de rechtbank Amsterdam.

    Een moedermaatschappij kan na de intrekking van haar 403-verklaring de overblijvende aansprakelijkheid beëindigen als zij voldoet aan de cumulatieve vereisten ex art. 2:404 lid 3 BW. De huidige regeling voor de beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid en de uitleg daarvan in de jurisprudentie zijn echter nodeloos belastend en werken in de hand dat een moedermaatschappij zal proberen om de procedure zo veel mogelijk onder de radar te doorlopen. In deze bijdrage wordt ervoor gepleit dat de regeling op bepaalde punten wordt aangepast of anders wordt uitgelegd in de jurisprudentie.


E.A. van Dooren
Mr. dr. E.A. van Dooren is universitair docent Ondernemingsrecht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Meervoudige verpanding: rangwijziging, inning en verdeling

Bespreking van HR 9 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:524 (Bowie Recycling)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2021
Trefwoorden zekerheidsrechten, rangwijziging pandrechten, inningsbevoegdheid openbaar pandhouder
Auteurs Mr. T.A. Hartman
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreekt de auteur het arrest HR 9 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:524 (Bowie Recycling). Hierin heeft de Hoge Raad enkele belangrijke oordelen gegeven over de rangwijziging bij meervoudige verpanding en de inningsbevoegdheid van de openbaar pandhouder.


Mr. T.A. Hartman
Mr. T.A. Hartman is advocaat bij NautaDutilh te Rotterdam.
Artikel

Access_open Een probleem rondom het nemo tenetur-beginsel?

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2021
Trefwoorden nemo tenetur-beginsel, zwijgrecht, zelfincriminatie, strafprocesrecht, eerlijk proces
Auteurs Mr. dr. J.S. (Joost) Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van een verdachte om niet mee te hoeven werken aan zijn eigen veroordeling (het nemo tenetur-beginsel), is samen met het zwijgrecht een hoeksteen in ons strafprocesrecht. Voor het positieve recht is het echter nog steeds geen uitgemaakte zaak wat de inhoud van het beginsel precies is. Toch kan men daarover duidelijk een divergentie waarnemen tussen de opvatting van de Nederlandse (hoogste) rechters en het EHRM.


Mr. dr. J.S. (Joost) Nan
Joost Nan is universitair hoofddocent straf(proces)recht bij EUR en (cassatie)advocaat bij Wladimiroff Advocaten.
Artikel

Het vermogen van een beëindigde rechtspersoon

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden ontbinding, vereffening, rechthebbende, baten, toebehoren
Auteurs Mr. B. van der Wal
SamenvattingAuteursinformatie

    Een rechtspersoon kan ophouden te bestaan ondanks de aanwezigheid van baten. Vervolgens is het onduidelijk of het vermogen van de beëindigde rechtspersoon kan blijven bestaan, of dat het met de rechtspersoon eindigt. De auteur komt in dit artikel tot de conclusie dat het vermogen van de beëindigde rechtspersoon kan blijven bestaan.


Mr. B. van der Wal
Mr. B. van der Wal is docent burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

    Het ontgrendelen van elektronische gegevensdragers met een biometrisch kenmerk staat nog steeds in de schijnwerpers van de rechtswetenschap en de rechtspraktijk. Uit de literatuur is een duidelijke meerderheidsopvatting te distilleren, namelijk dat de verdachte verplicht kan worden elektronische gegevensdragers met een biometrisch kenmerk te ontgrendelen, maar dat van een verplichting zijn wachtwoord af te staan geen sprake kan zijn. Verschillende nationale gerechten hebben dezelfde conclusie getrokken. Ondanks de duidelijke meerderheidsopvatting werd tegen een van de eerste uitspraken, een vonnis van de rechtbank Noord-Holland, cassatie in het belang van de wet ingesteld waarin advocaat-generaal Bleichrodt onlangs concludeerde. In deze bijdrage wordt de zojuist genoemde conclusie besproken, in het licht van de afwezigheid van een fundamentele bezinning op de normering van opsporingsbevoegdheden in de digitale wereld.


D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. van Toor PhD LLM BSc is verbonden als universitair docent aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.

    Sinds inwerkingtreding van de WAMCA kent de collectieve actie een procedurele tweedeling in een ontvankelijkheidsfase en een inhoudelijke fase. Inhoudelijke behandeling van de vordering vindt ingevolge art. 1018c lid 5 Rv pas plaats indien en nadat de rechter over de ontvankelijkheid heeft beslist. De vraag is in hoeverre de twee fasen los van elkaar kunnen worden gezien, nu elementen van de ontvankelijkheidstoets nauw zijn verweven met de inhoudelijke beoordeling. De auteur maakt een vergelijking met de Amerikaanse federale class action, die een soortgelijke problematiek kent, en betoogt dat een genuanceerde toepassing van art. 1018c lid 5 Rv aangewezen is.


Pim Wissink
Mr. P.G.J. Wissink is promovendus en docent burgerlijk recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Jurisprudentie

Civiele jurisprudentie van GEA en GHvJ

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2020
Auteurs Prof. mr. dr. J. de Boer
Auteursinformatie

Prof. mr. dr. J. de Boer
Prof. mr. dr. J. de Boer is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Ook is hij lid van de redactie van het Caribisch Juristenblad.
Artikel

Publieke en private handhaving van het kartelverbod – een convergente toepassing van dezelfde norm?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2020
Trefwoorden kartel, kartelverbod, publieke handhandhaving, private handhaving
Auteurs Ellen Römkens, Anke Prompers, Aron Bouman e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit tweeluik zal aan de hand van rechtspraak worden geïnventariseerd of ten aanzien van (a) het bewijzen van kartelafspraken en (b) de wijze van toerekening, we op het eerste oog kunnen spreken van een convergente toepassing van het kartelverbod door de Nederlandse bestuursrechter en de civiele rechter.


Ellen Römkens
Mr. H.B.M. Römkens is senior medewerker toezicht bij de Directie Juridische Zaken van de ACM.

Anke Prompers
Mr. A.S.M.L. Prompers is coördinator beroepen bij de Directie Juridische Zaken van de ACM.

Aron Bouman
Mr. A. Bouman is medewerker toezicht bij de Directie Juridische Zaken van de ACM.

Marc Kuijper
Mr. M. Kuijper is advocaat/partner bij Dentons Europe LLP.

Reinier Lamberti
Mr. R.J.G. Lamberti is advocaat bij Dentons Europe LLP.
Artikel

De huidige status van het rechtsgebied omgevingsrecht

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden omgevingsrecht, natuurbeheer, milieubeheer, ruimtelijke ontwikkeling
Auteurs Mr. dr. J. Sybesma
SamenvattingAuteursinformatie

    Teruggeblikt wordt op de ontwikkelingen in het omgevingsrecht, zijnde natuur, milieu en ruimtelijke ontwikkeling, gedurende de laatste twintig jaar van de Caribische delen van het Koninkrijk.


Mr. dr. J. Sybesma
Mr. dr. J. Sybesma is lid van de Raad van Advies (RvA) van Curaçao en bijzondere rechter in de Raad van Beroep Ambtenarenzaken en in LAR Sociale Verzekeringszaken van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (GHvJ). Hij is ook redactielid van het Caribisch Juristenblad. Deze bijdrage reflecteert geenszins de mening van de RvA Curaçao en/of die van het GHvJ.
Artikel

Access_open Naar een toekomstbestendig compensatiesysteem voor verkeersongevallen

Over zelfrijdende auto’s, herstelgerichte schadeafwikkeling en de mogelijkheden van een systeem van directe schadeverzekering

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2020
Trefwoorden zelfrijdende auto, herstelgerichte schadeafwikkeling, procedurele rechtvaardigheid, directe verzekering, WA-direct
Auteurs Mr. dr. K.A.P.C. van Wees en Prof. mr. dr. A.J. Akkermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Nieuwe ontwikkelingen, zoals de opkomst van de zelfrijdende auto en het groeiende inzicht in het anti-therapeutische effect van de afwikkeling van letselschade, leiden tot het hernieuwd overdenken van ons compensatiesysteem voor verkeersongevallen. Het Verbond van Verzekeraars begint in 2021 met WA-direct, een eerste innovatieve stap, nog op basis van het huidige aansprakelijkheidsrecht maar met het oog op meer. In dit artikel worden deze ontwikkelingen besproken en met elkaar in verband gebracht. De mogelijkheden van een stelsel van directe schadeverzekering worden vergeleken met die van het aansprakelijkheidsrecht en WA-direct.


Mr. dr. K.A.P.C. van Wees
Mr. dr. K.A.P.C. van Wees is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Law and Behavior Institute (A-LAB).

Prof. mr. dr. A.J. Akkermans
Prof. mr. dr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en directeur van het Amsterdam Law and Behavior Institute (A-LAB).
Artikel

Access_open De WHOA: een nieuw herstructureringsinstrument

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2020
Trefwoorden insolventierecht, faillissementsrecht, herstructurering, akkoord
Auteurs Prof. mr. R.D. Vriesendorp en Mr. dr. O. Salah
SamenvattingAuteursinformatie

    De WHOA introduceert een nieuwe akkoordprocedure (bestaande uit twee varianten) in de Faillissementswet. Hiermee kan een schuldenaar een onderhands akkoord aanbieden aan zijn schuldeisers en aandeelhouders. Indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan, kan de rechter het akkoord homologeren. Dan zijn alle stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders gebonden aan het gehomologeerde akkoord.


Prof. mr. R.D. Vriesendorp
Prof. mr. R.D. Vriesendorp is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam en hoogleraar Insolventierecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. dr. O. Salah
Mr. dr. O. Salah is als advocaat werkzaam bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Access_open De waarheidsplicht en de geraden gevolgtrekking anno 2020: een zoektocht naar proportionaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2020
Trefwoorden waarheidsplicht, waarheidsbeginsel, artikel 21 Rv, artikel 22 Rv, artikel 85 Rv
Auteurs Cindy Seinen
SamenvattingAuteursinformatie

    De waarheidsplicht komt in procedures steeds vaker aan de orde, ofwel omdat een partij om sanctionering ervan vraagt, dan wel omdat de rechter ambtshalve oordeelt dat sanctionering nodig is. Deze bijdrage behandelt de ontwikkelingen aan de hand van de typen gevolgtrekking die rechters sinds 2014 aan schendingen hebben verbonden.


Cindy Seinen
Mr. C.J-A. Seinen is rechter in de rechtbank Den Haag en buitenpromovenda aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Serie-artikel

NAM, haar aandeelhouders en de 403-verklaring

Een artikel in de serie ‘Aardbevingen in Groningen en het vermogensrecht’

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden hoofdelijke aansprakelijkheid, groepsmaatschappij, jaarrekening, jaarrekeninggvrijstelling, intrekking
Auteurs Mr. dr. E.C.A. Nass
SamenvattingAuteursinformatie

    De aandeelhouders van NAM zijn in beginsel niet aansprakelijk voor de verplichtingen van NAM in verband met aardbevingsschade. De bijzondere situatie in Groningen is aanleiding geweest voor de aandeelhouders om dat uitgangspunt vrijwillig te doorbreken. In deze bijdrage staat de aansprakelijkheidspositie van de aandeelhouders die daarvan het gevolg is centraal.


Mr. dr. E.C.A. Nass
Mr. dr. E.C.A. Nass is advocaat bij Elexer advocaten te Nijmegen.
Artikel

Access_open Onvrijwillige aansprakelijkheid van een moedervennootschap: een overzicht van de risico’s en suggesties ter beperking daarvan

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden concernaansprakelijkheid, risicobeperking, artikel 6:162 BW, moedervennootschap
Auteurs Mr. D.R.C. Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    Doorbraak van aansprakelijkheid is een risico voor de moedervennootschap van een concern. Aan de hand van arresten van de Hoge Raad brengt deze bijdrage de aansprakelijkheidsrisico’s voor een moedervennootschap op grond van onrechtmatige daad jegens crediteuren van haar groepsvennootschap in kaart en reikt voorts suggesties aan ter beperking van die risico’s.


Mr. D.R.C. Smit
Mr. D.R.C. Smit is recent afgestudeerd aan de Universiteit Utrecht en binnenkort werkzaam bij Houthoff te Amsterdam.
Artikel

Access_open De Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid

Meer mogelijkheden voor rechtspersonen tot het gebruik van elektronische communicatiemiddelen en het uitstellen van termijnen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden corona, algemene vergadering, ledenvergadering, verslaglegging, noodwetgeving
Auteurs Mr. S. Rietveld en Mr. L.E. Stroeve
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de op 24 april 2020 in werking getreden Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid. Deze wet geeft verschillende voorzieningen voor vergaderingen van bestuur en raad van commissarissen, algemene vergaderingen, ledenvergaderingen en verslaglegging door tijdelijke afwijkingen van en aanvullingen op Boek 2 BW toe te staan.


Mr. S. Rietveld
Mr. S. Rietveld is Staff Associate bij Stibbe te Amsterdam.

Mr. L.E. Stroeve
Mr. L.E. Stroeve is kandidaat-notaris bij Stibbe te Amsterdam.
Brexit

Access_open Wightman en het soevereine recht om lid van de EU te blijven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden Brexit, artikel 50 VEU, soevereiniteit, 4 intrekking kennisgeving, uittreding
Auteurs Mr. dr. A. Cuyvers
SamenvattingAuteursinformatie

    Wightman bevestigt het unilaterale, soevereine recht van een lidstaat om een kennisgeving van uittreding in te trekken. Deze bijdrage bespreekt zowel dit recht op intrekking als de eventuele grenzen aan dit recht, waaronder wellicht misbruik van recht.
    HvJ 10 december 2018, zaak C-621/18, Wightman, ECLI:EU:C:2018:999.


Mr. dr. A. Cuyvers
Mr. dr. A. (Armin) Cuyvers is universitair hoofddocent Europees Recht aan het Europa Instituut Leiden Law School.
Artikel

Lotsverbonden overeenkomsten en de ontbindende voorwaarde

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2019
Trefwoorden lotsverbonden overeenkomst, ontbindende voorwaarde
Auteurs Mr. L.F. Kloppenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht of een lotsverbonden overeenkomst te kwalificeren is als een voorwaardelijke overeenkomst met een ontbindende voorwaarde in de zin van de artikelen 6:21 en 6:22 BW. Dit kan onder omstandigheden aan de orde zijn indien lotsverbondenheid de grondslag vindt in de uitleg van de lotsverbonden overeenkomst of (wellicht) in de aanvullende werking van de redelijkheid en de billijkheid. Dit kan met name van belang zijn omdat het vervullen van de ontbindende voorwaarde in de zin van artikel 6:22 BW, in tegenstelling tot ontbinding in de zin van artikel 6:265 BW, goederenrechtelijke werking heeft.


Mr. L.F. Kloppenburg
Advocaat bij Groenendijk & Kloppenburg Advocaten

    In de Caribische gebiedsdelen geldt met betrekking tot kwesties van personen-, familie- en erfrechtelijke aard als geschreven regel van conflictenrecht dat het daarop toepasselijke recht het recht is van de ‘gewone verblijfplaats’ van betrokkene(n). Bij de praktische toepassing van deze algemeen geformuleerde regel rijzen de nodige vragen. In deze bijdrage worden de belangrijkste daarvan besproken, om vervolgens met enige handreikingen te komen inzake de omgang daarmee.


Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht.
Toont 1 - 20 van 147 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.