Zoekresultaat: 54 artikelen

x
Jaar 2011 x
Jurisprudentie

Van Drie/Alpuro

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2011
Trefwoorden inkoopmacht, geografische marktafbakening, concentratiecontrole, doorgifte inkoopvoordelen, kalfsvlees
Auteurs Dr. T. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 mei 2010 heeft de NMa besloten dat voor de voorgenomen overname van Alpuro Holding B.V. (Alpuro) door Van Drie Holding B.V. (Van Drie) geen vergunning is vereist.1x Besluit van de Raad van Bestuur van de NMa van 4 mei 2010, zaaknr. 6891, Van Drie/Alpuro. Van Drie en Alpuro zijn actief op het gebied van de verkoop van kalfsvlees en in verschillende lagen in de bedrijfskolom die hieraan voorafgaan: in de mesterij, waarin nuchtere kalveren door kalvermesters worden gemest tot vette kalveren; en in de slachterij, waarin vette kalveren worden geslacht en verwerkt.Er is overlap tussen Van Drie en Alpuro in de mesterijfase. Beide partijen kopen nuchtere kalveren in op verzamelplaatsen en Van Drie ook nog op veemarkten. Beide sluiten contracten af met kalvermesters die de nuchtere kalveren vetmesten, en produceren kalvermelk voor de mesterij, waarbij Van Drie ook nog grondstoffen voor kalvermelk produceert. Verder is er ook overlap in de slachterijfase. Partijen beschikken allebei over slachtcapaciteit waar de vette kalveren van hun contractmesters worden geslacht, en met name Van Drie koopt daarnaast ook vette kalveren in bij derden. Ten slotte is zowel Van Drie als Alpuro actief in de verkoop van kalfsvlees.

Noten

  • * De auteur bedankt drs. J. Rosenstok voor commentaar op een eerdere versie van dit artikel.
  • 1 Besluit van de Raad van Bestuur van de NMa van 4 mei 2010, zaaknr. 6891, Van Drie/Alpuro.


Dr. T. van Dijk
Dr. T. van Dijk is econoom bij Lexonomics.

Prof. dr. J.M.G. Frijns
Prof. dr. J.M.G Frijns is bijzonder hoogleraar Financial Markets and Corporate Governance aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Grensvervaging tussen interne en externe veiligheid

Achtergronden en gevolgen

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2011
Trefwoorden internal security, external security, blurring boundaries
Auteurs Tom Vander Beken
SamenvattingAuteursinformatie

    Internal and external security are traditionally considered to be distinct concepts that allow police organizations and tasks to be differentiated from those of the military. Internal security is then viewed as oriented towards the maintenance of the order within a state and to be exercised against fellow citizens with a limited use of violence. External security deals with the protection of the territory and is exercised against foreign enemies, may include the use of excessive violence. In practice, however, the boundaries between these concepts and between police and military aims and tasks have become blurred. The extension of the security concept, a change in the nature of interventions on foreign territory and a shifting image of the enemy create an overlap between internal and external security issues and actors. This evolution seriously challenges the existing legal and normative frameworks that rely heavily on assumptions based on the distinction between internal and external security.


Tom Vander Beken
Prof. dr. T. (Tom) Vander Beken is hoogleraar aan de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP). Correspondentieadres: Universiteitstraat 4, 9000 Gent, België. E-mail: tom.vanderbeken@ugent.be
Artikel

De onvermoede reikwijdte van de mededingingsrechtelijke nietigheid

HR 16 september 2011, LJN BQ2213, RvdW 2011, 1104 (Batavus/Vriend’s Tweewielercentrum)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2011
Trefwoorden mededingingsrecht, distributierelaties, opzegging, nietigheidssanctie, merkbare beperking van de mededinging
Auteurs Mr. P.J. Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak staat de nietigheidssanctie van art. 6 lid 2 Mw centraal. Op grond daarvan zijn overeenkomsten die in strijd zijn met het kartelverbod nietig. De Hoge Raad heeft deze nietigheid op een afzonderlijke en eenzijdige rechtshandeling toegepast, in dit geval de opzegging door Batavus van een prijsvechtende distributeur. Die opzegging volgde op de druk die op Batavus werd uitgeoefend door haar andere distributeurs, nadat zij over hun prijsvechtende collega hadden geklaagd, en was daarmee volgens alle rechterlijke instanties in deze zaak het ‘sluitstuk’ van concurrentiebeperkend feitelijk onderling afgestemd gedrag van Batavus en haar distributeurs. Hoewel feitelijk gedrag niet voor nietigheid vatbaar lijkt, zag de Hoge Raad kennelijk geen probleem in toepassing van de nietigheidssanctie op een eenzijdige rechtshandeling die volgt uit feitelijk gedrag. De zaak illustreert nog eens het (mededingingsrechtelijk) lastige parket waarin leveranciers door hun distributeurs kunnen worden gebracht.


Mr. P.J. Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat bij Linklaters LLP te Amsterdam.
Artikel

Evaluatie van de implementatie van de slachtoffer-dadergesprekken

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden victims,, victim-offender dialogue, restorative justice, victim-in-focus
Auteurs Bart de Jong en Agnes van Burik
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 2007, an organisation called ‘Slachtoffer in Beeld’ offers victims and juvenile delinquents the opportunity to engage in victim-offender dialogue. Since 2010, it is also possible for adult offenders to engage in victim-offender dialogue. Van Montfoort Advisory evaluated the implementation of victim-offender dialogue in 2010. The article sums up the most relevant conclusions of the evaluation, with a focus on conclusions related to victims. Results related to the internal implementation at ‘Slachtoffer in Beeld’ and the external implemention at organisations who refer to victim-offender dialogue are presented. Numbers of referrals are shown. It is striking to see that most referrals are coming from organisations working with offenders, even though victim-offender dialogue is, given the parlementary history, primarily an offer for victims. In the article reasons are given to explain the difference between the number of referrals from victim oriented organisations and offender oriented organisations. At the end possible effects of victims-offender dialogue on victims are presented.


Bart de Jong
Mr. drs. Bart de Jong is criminoloog en strafrechtsjurist en als onderzoeker verbonden aan onderzoeksbureau Van Montfoort, een onderzoeksbureau dat praktijkgericht sociaal-wetenschappelijk onderzoek verricht op het terrein van (jeugd)zorg, (jeugd)criminaliteit en veiligheid. Daarnaast is hij redacteur van de nieuwsbrief van de Stichting Restorative Justice Nederland. Samen met Agnes van Burik en andere collega’s heeft hij de evaluatie van de implementatie van de slachtoffer-dadergesprekken uitgevoerd.

Agnes van Burik
Drs. Agnes van Burik is socioloog en als senior onderzoeker verbonden aan onderzoeksbureau Van Montfoort. Samen met Bart de Jong en andere collega’s heeft zij de evaluatie van de implementatie van de slachtoffer-dadergesprekken uitgevoerd.
Artikel

De emotionele hond en zijn rationele staart in recent onderzoek naar slachtoffers van een misdrijf

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden moral psychology, victimology, restorative justice, victim impact statements
Auteurs Antony Pemberton
SamenvattingAuteursinformatie

    In the past decades the social intuitionist approach to moral psychology has eclipsed rationalist models. The social intutionist approach considers emotions to be a driving force in moral judgement, while reasoning most often functions as a post hoc rationalisation of the initial emotion. This article argues that the social intutionist approach is also applicable to the choice and preferences victims make and have while navigating the criminal justice system. This is illustrated through two recent evaluations of victims experiences in the Netherlands: an evaluation of the Dutch victim-offender encounters and the oral and written Victim Impact Statements (VIS). It is shown that participation in the former programme is a function of low emotional impact, while participants in the VIS-schemes present with high levels of anxiety and anger, and exhibit signs of possible posttraumatic disorder. The implications of these findings are discussed and framed in terms of the social intuitionist model of moral psychology.


Antony Pemberton
Dr. Antony Pemberton is sociaalwetenschapper en universitair hoofddocent bij het International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT) van de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Brusselse niet-bindende richtsnoeren bij de begroting van schade wegens schendingen van het mededingingsrecht

Een praktisch hulpmiddel voor de rechter en procespartijen?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2011
Trefwoorden niet-bindende richtsnoeren, schadebegroting, mededingingsrecht, mededingingsschade, privaatrechtelijke handhaving
Auteurs Mr. S.J. The en Mr. E.-J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    Het voornemen van de Commissie om een kader aan te reiken met pragmatische, niet-bindende aanwijzingen ter begroting van mededingingsschade heeft geresulteerd in een Ontwerp-Beleidsnota. In deze bijdrage geven wij een overzicht van de in de Ontwerp-Beleidsnota aangereikte technieken ter begroting van mededingingsschade. Daarnaast bespreken wij de vraag of de praktijk daadwerkelijk iets heeft aan deze Brusselse niet-bindende richtsnoeren.


Mr. S.J. The
Mr. S.J. The is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V. te Amsterdam.

Mr. E.-J. Zippro
Mr. E.-J. Zippro is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V. te Amsterdam.
Artikel

Symmetrie in homicide

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 0 2011
Trefwoorden social rank, honour, conflict, close social bonds, small communities
Auteurs Anton Blok
SamenvattingAuteursinformatie

    An analysis of about 2,200 cases of homicides in the Netherlands committed between 1992 and 2006 shows that lethal violence typically results from conflict in symmetric relations in which social rank is ambiguous. The settings of homicides are mostly well-integrated, small communities, including families, rural villages in tribal and agrarian societies, modern urban neighbourhoods, gettos, criminal organisations, and ethnic enclaves. The mechanism that drives antagonism between people in such places is their attachment, close-knit structure, and common features. Earlier, Simmel developed this insight in lethal conflict when saying ‘the more we have in common with another as whole persons, the more easily will our totality be involved in every single relationship to that person, hence the disproportionate violence to which normally well-controlled people can be moved within their relations to those closest to them.’ Contemporary sociologists, ethnographers, and historians amply corroborated this view of lethal violence. In his comparative work Gould shows a compelling connection between ambiguity of social rank and lethal conflict. Knauft investigated the high homicide rates in a New Guinea community and found that lethal violence resulting from sorcery attributions is not the anti-thesis of the ideal of ‘good company’ but its ultimate culmination.


Anton Blok
Prof. dr. Anton Blok is emeritus hoogleraar Culturele antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. E-mail: anton.blok@xs4all.nl.
Artikel

Etnografie en criminologie in het tropisch regenwoud

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 0 2011
Trefwoorden green criminology, ethnography, rainforests, illegal logging
Auteurs Tim Boekhout van Solinge
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses tropical deforestation from a cultural criminological perspective, by using qualitative methods such as ethnography and interviews, and by emphasizing the difficulties, dangers and dilemmas of ethnographic research. Case studies include timber smuggling from Indonesia to Malaysia and deforestation for bauxite, soy and timber in Brazil’s Amazon. Also described are meetings with (Dutch) timber traders, policy makers and law enforcers. Tropical deforestation is responsible for a great deal of harm, crime and violence, mainly committed by ranchers and loggers. Victims are humans (including humanity’s oldest societies), future generations (considering the impact on greenhouse gas emissions and climate change) and non-humans (with risks of extinctions).


Tim Boekhout van Solinge
Dr. Tim Boekhout van Solinge is sociaal-geograaf en universitair docent Criminologie aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtwetenschappen, Universiteit Utrecht. E-mail: t.boekhoutvansolinge@uu.nl.
Artikel

Gedetineerden met een licht verstandelijke beperking

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2011
Trefwoorden intellectual disability, prisoners
Auteurs Dr. Hendrien Kaal
SamenvattingAuteursinformatie

    Signs that a more or less substantial group of people in Dutch prison experience problems as a result of an intellectual disability, suggest that it makes sense to track this group and subsequently offer them the support they need. The reason this does not happen in practice is a lack of knowledge on various fronts. As it is, it is not clear how large the group of people with an intellectual disability in Dutch prisons is, what problems they face, and what could aid them. This article highlights what we do know and what we do not know with regards to this group.


Dr. Hendrien Kaal
Dr. H.L. Kaal is als onderzoeker en docent verbonden aan de afdeling Toegepaste Psychologie van de Hogeschool Leiden.
Artikel

Access_open Een discipline in transitie

Rechtswetenschappelijk onderzoek na de Commissie Koers

Tijdschrift Law and Method, januari 2011
Trefwoorden rechtswetenschappelijk onderzoek, peer review, ranking, methodologie, grand challenges
Auteurs Carel Stolker
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2010 verscheen het rapport Kwaliteit & diversiteit van de Commissie Koers die het wetenschappelijk onderzoek van negen Nederlandse juridische faculteiten beoordeelde. De conclusie van het rapport is dat het ‘goed’ gaat met het rechtswetenschappelijk onderzoek in Nederland, maar tegelijkertijd ziet de Commissie ‘een discipline in transitie’. De Commissie dringt er bij de decanen van de faculteiten op aan om veel meer te gaan samenwerken. Als uitgesproken ‘zwak’ benoemt ze het gegeven dat er binnen de discipline geen algemeen gedeelde opvatting bestaat over de wetenschappelijke kwaliteit op grond waarvan onderzoeksresultaten beoordeeld kunnen worden. In deze bijdrage blikt de auteur aan de hand van de bevindingen van de Commissie Koers terug en trekt hij lijnen naar de toekomst. Volgens hem verdient vooral de externe oriëntatie aandacht: de wetenschappelijke verantwoording (peer review, ranking, impactmeting), de steeds belangrijker wordende maatschappelijke verantwoording, en de thematisering van het juridische onderzoek (de Europese ‘grand challenges’ en de Nederlandse topsectoren).


Carel Stolker
Prof. mr. Carel Stolker was decaan van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Daarvoor was hij vice-decaan voor het onderzoek en directeur van het facultaire E.M. Meijers Instituut. In het academisch jaar 2011-2012 werkt hij aan een boek over rechtenfaculteiten.
Redactioneel

Access_open Een nieuwe impuls aan het methodendebat

Tijdschrift Law and Method, januari 2011
Auteurs Sanne Taekema en Bart van Klink
Auteursinformatie

Sanne Taekema
Prof. Sanne Taekema is hoogleraar aan de Erasmus School of Law in Rotterdam.

Bart van Klink
Prof. dr. Bart van Klink is hoogleraar Methoden en Technieken van Recht en Rechtswetenschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Toegang tot de enquêteprocedure en de kapitaalseis van artikel 2:346 sub b BW

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2011
Trefwoorden ênqueterecht, ênquetebevoegdheid, kapitaalseis, ontvankelijkheid, peilmoment
Auteurs Mr. drs. L.M.H.A.A. Hennekens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op welk moment moeten de verzoekers tot enquête aan de kapitaalseis voldoen? In deze bijdrage bespreekt de auteur de Emba-beschikking (HR 8 juli 2011, NJ 2011, 306) en haar implicaties voor de toegang tot de enquêteprocedure.


Mr. drs. L.M.H.A.A. Hennekens
Mr. drs. L.M.H.A.A. Hennekens is werkzaam als advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Comparitierechters in eenzelfde zaak vergeleken: de individuele aanpak van rechters

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden civil hearing, courts, dispute resolution, individual approach
Auteurs Silke Praagman
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, the way in which judges behave and communicate during hearings is increasingly being emphasized. This is related to the implementation of post-defence appearance in Dutch civil hearings (comparitie na antwoord) and a more general, albeit cautious, shift from dispute resolution, focused solely on resolving the legal aspects of a case, towards broader conflict resolution, in which other aspects of a case are considered too. This article compares how six judges managed a civil hearing of the same case. It seeks to explain the different outcomes that resulted from these judges’ hearings (i.e. settlement/judgement/referral to mediator) and seeks to identify what different ways of managing hearings imply for a possible shift from dispute resolution to conflict resolution. The empirical study found that the judges’ preparation of the case and their way of beginning and structuring the hearing were very similar; they also discussed similar subjects. Differences were found in how the judges interacted with the parties; the skills they used during hearings; how they used a specific skill; and in how they guided parties in the decision-making process about the outcome. No strong correlation emerged between a specific type of hearing management and the type of outcome selected. Interviews with the judges suggest that the explanation for the different outcomes lies partly in the judges’ personal views (on the appropriate outcome). Such beliefs influence how the judges manage a civil hearing, and indirectly the outcome of a case as well. These findings imply that for a shift from dispute resolution to conflict resolution to materialize, this will require judges to develop a common understanding of their responsibilities and to enhance their skills. They will also need to verify their assumptions more, so that the parties’ needs and the judge’s personal beliefs are better matched.


Silke Praagman
Silke Praagman heeft de VSR-scriptieprijs 2010 gewonnen. Zij studeerde rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Utrecht en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Tijdens haar studie werkte zij als junior medewerker bij het Landelijk bureau Mediation naast rechtspraak. In dit kader was zij betrokken bij onderzoek naar de verwijzingsvoorziening naar mediation en de werkwijze van rechters. Ook heeft zij tijdens het schrijven van haar scriptie als buitengriffier bij de Rechtbank Rotterdam binnen de sector civiel gewerkt.
Casus

Franchise en mededingingsrecht: een bijzondere verhouding

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2011
Trefwoorden franchise, mededingingsrecht, concurrentiebeding, distributie, Groepsvrijstelling
Auteurs Mr. M.J. van Joolingen en mr. D.T.A. Noordeloos
SamenvattingAuteursinformatie

    In civiele procedures komt de verenigbaarheid van een franchiseovereenkomst met het mededingingsrecht regelmatig aan de orde. Uit de rechtspraak blijkt dat de mededingingsrechtelijke beoordeling soms te wensen overlaat of dat partijen argumenten laten liggen. In dit artikel komt eerst de mededingingsrechtelijke context van franchise aan de orde. Vervolgens worden de vanuit het mededingingsrechtelijk perspectief meest essentiële onderdelen van een franchiseovereenkomst toegelicht aan de hand van de Europese wetgeving en rechtspraak. Enerzijds wordt hierin de noodzaak tot bescherming van de franchisegever of het franchisenetwerk erkend. Anderzijds wordt gesteld dat de aard van franchise niet zo bijzonder is dat zij zich volledig kan ontrekken aan het mededingingsrecht.


Mr. M.J. van Joolingen
Mr. M.J. van Joolingen is advocaat bij Banning te Den Bosch.

mr. D.T.A. Noordeloos
Mr. D.T.A. Noordeloos is advocaat bij Banning te Den Bosch.
Artikel

Het meten van onderpresteren bij whiplashslachtoffers

Veelbelovend maar juridisch lastig te vertalen

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2011
Trefwoorden whiplash, symptoomvaliditeitstesten, symptoomvaliditeit, onderpresteren
Auteurs Dr. A.A. Vendrig
SamenvattingAuteursinformatie

    In whiplashzaken worden door medisch deskundigen expertiseonderzoeken uitgevoerd bij het slachtoffer om de ongevalsgevolgen in kaart te brengen. Neuropsychologisch onderzoek is een van de verschillende soorten expertiseonderzoek die geregeld bij whiplashslachtoffers worden uitgevoerd. Sinds enkele jaren zien we een gestage opmars van zogenoemde ‘symptoomvaliditeitstesten’ in neuropsychologische expertises van whiplashslachtoffers. Een andere term die in dit verband gebruikt wordt, is ‘onderpresteren’. In deze bijdrage zal nader worden ingegaan op wat nu symptoomvaliditeitstesten inhouden, wat de reikwijdte ervan is, en zal getracht worden een antwoord te vinden op de volgende vragen: kan onderpresteren ook een gevolg zijn van klachten zoals pijn en vermoeidheid? Zegt onderpresteren iets over de betrouwbaarheid van de onderzochte? Hoe wordt onderpresteren eigenlijk vastgesteld? Zegt onderpresteren iets over de neiging om klachten te overdrijven?


Dr. A.A. Vendrig
Dr. A.A. Vendrig is klinisch psycholoog en werkzaam in Gezondheidscentrum Vledder en Gezondheidscentrum ‘De Wissel’ in Noordwolde en als hoofddocent diagnostiek verbonden aan RINO Noord-Holland (postdoctoraal opleidingsinstituut voor beroepen in de GGZ).

    The introduction and fast growing popularity of electronic dance music has strongly influenced the spread of so-called party drugs in Amsterdam. Trends in substances use in Amsterdam's nightlife have been monitored systematically with ‘Antenna’, combining qualitative and quantitative methods. Ecstasy remained the most popular stimulant drug, but since the late 1990s it had to compete with cocaine, and to a lesser extent with amphetamine. In the past decade, GHB and ketamine also gained popularity among clubbers and pub-goers. However, the vast majority does not take illicit drugs while going out at night. Alcohol remains by far the most popular substance, and has become even more important in the past decade.


T. Nabben
Dr. Ton Nabben is als onderzoeker verbonden aan het Bonger Instituut voor Criminologie van de Universiteit van Amsterdam.

D.J. Korf
Prof. dr. Dirk Korf is bijzonder hoogleraar criminologie en directeur van het Bonger Instituut voor Criminologie van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Alcohol en agressie: een complexe relatie

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2011
Auteurs N. van Hasselt, N. van Bunningen en R. Bovens
SamenvattingAuteursinformatie

    Not everyone using alcohol turns aggressive. The effect of a substance like alcohol works differently for different individuals. This is not only due to the substance itself, but also to the drinker's attitude, state of mind and personality, as well as the physical, social and cultural settings in which drinking occurs. The relation between alcohol consumption and aggression is therefore a complex one. Moreover alcohol consumption often takes place in settings and situations where other aggression stimulating factors are present. This article explores the relation between alcohol and aggression on the basis of existing literature. Attention goes to the effects of the substance itself, the drinker and the context in which the drinking takes place.


N. van Hasselt
Drs. Ninette van Hasselt is werkzaam bij het Trimbos-instituut.

N. van Bunningen
Drs. N. van Bunningen is werkzaam bij het Trimbos-instituut.

R. Bovens
Dr. René Bovens is werkzaam bij het Trimbos-instituut.
Artikel

Zijn Nederlandse burgers écht enthousiast over de nieuwe antiterrorismemaatregelen?

Een vergelijking van attitudes en willingness to pay

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden counterterrorism policy, public opinion, willingness to pay, legitimacy
Auteurs Johan van Wilsem en Maartje van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 2001, the Netherlands have broadened their array of antiterrorism legislation and policies. However, there is hardly any insight into the level of public support for them. This article assesses the Dutch public opinion on four measures that were recently made effective: enhanced possibilities for stop-and-search, broadening of possibilities for special investigative resources, increased obligations for identification, and body scans in airports. Two randomly selected, comparable groups were asked different questions about these issues: attitudes or willingness to pay. The results show that respondents have positive attitudes towards newly introduced antiterrorism measures, yet simultaneously, they have low willingness to pay. Both groups were also asked how they would allocate an imaginary fixed budget to various criminal justice policies and tax rebate. These results show similar relations for both attitudes and willingness to pay, suggesting they both measure the relative importance assigned to antiterrorism policies. A right political orientation predicts both positive attitudes and high willingness to pay. Furthermore, people with high income have higher willingness to pay. The results underline the necessity to pay attention to the subtleties underlying public opinion on crime control.


Johan van Wilsem
Dr. J.A. (Johan) van Wilsem is universitair hoofddocent criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. E-mail: J.A.van.Wilsem@law.leidenuniv.nl.

Maartje van der Woude
Mr. dr. M.A.H. (Maartje) van der Woude is universitair docent criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. E-mail: m.a.h.vanderwoude@law.leidenuniv.nl.
Artikel

Internationale lessen voor een sluitende aanpak nazorg

Een literatuurstudie over evaluatieonderzoek naar nazorgprogramma’s voor ex-gedetineerden

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden prisoners reentry programs, employment programs for offenders, transitional housing, substance dependent offenders, recidivism
Auteurs Tamar Fischer
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch aftercare for former prisoners is strongly developing. This article describes lessons from international experiences with aftercare for former prisoners in three areas of life: alcohol and drug problems, work and housing. Moreover, it discusses which lessons are especially relevant for the Dutch system. The analysis of the literature shows to what extent and under which conditions voluntary aftercare can affect reintegration and recidivism. Conclusions are that various aftercare programs do affect recidivism to some extent, but that the level of success differs substantially across programs and across subpopulations of former prisoners. Both programs that start during detention and continue after release and programs that combine multiple services (e.g. housing services and drug treatment) are most successful. Work programs have the strongest effects for older individuals. In all three areas of aftercare studied in this article, the strongest program effects were found for subpopulations with the highest risk of recidivism. The review also shows that communication between organizations and the integration of services are very important for the success of aftercare programs.


Tamar Fischer
Dr. T.F.C. (Tamar) Fischer is universitair docent bij de sectie Criminologie van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. E-mail: fischer@frg.eur.nl.
Toont 1 - 20 van 54 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.