Zoekresultaat: 16 artikelen

x
Jaar 2014 x
Casus

Nakoming van een vrijwaring in een overnameovereenkomst – show me the money?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2014
Trefwoorden vrijwaring, overnameovereenkomst, uitleg, garantie, nakoming
Auteurs J. Leedekerken
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat over vrijwaringen in een overnameovereenkomst. Stil wordt gestaan bij een aantal elementen van een vrijwaring. Wat houdt vrijwaren in? Wie kan de vrijwaring inroepen? Wanneer is een vrijwaringsvordering opeisbaar? Hoe verhoudt de vrijwaring zich tot andere contractsbepalingen? Door beter rekening te houden met dit soort elementen kunnen uitlegdiscussies voorkomen worden.


J. Leedekerken
J. Leedekerken is advocaat te Amsterdam en verbonden aan Van Doorne N.V.
Artikel

Regulatory governance by contract: the rise of regulatory standards in commercial contracts

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2014
Trefwoorden contracts, transnational regulation, codes of conduct, private standards, supply chain
Auteurs Paul Verbruggen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper a literature review is used to explore the role that commercial contracts concluded between private actors play as instruments of regulatory governance. While such contracts are traditionally seen as a means to facilitate exchange between market participants, it is argued in the literature that commercial contracts are becoming increasingly important vehicles for the implementation and enforcement of safety, social and sustainability standards in transnational supply chains. The paper maps the pervasiveness of this development, its drivers, and the governance challenges that arise from it. While doing so, the paper more generally explores the relationship between regulation and contract law.


Paul Verbruggen
Paul Verbruggen is Assistant Professor of Private Law at the Business and Law Research Centre of Radboud University, Nijmegen, the Netherlands. He conducted his PhD research at the European University Institute, Florence, Italy, which resulted in the monograph Enforcing Transnational Private Regulation: A Comparative Analysis of Advertising and Food Safety (Edward Elgar, 2014). Paul writes on the design and operation of regulatory frameworks (both public and private), focusing on questions of legitimacy, accountability and enforcement. His research interests concern European private law, regulatory policy, risk regulation and certification.
Artikel

What role is there for the state in contemporary governance?

Insights from the Dutch building sector

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2014
Trefwoorden governance, collaborative governance, governance performance, urban sustainability, fuzzy set qualitative comparative analysis (fsQCA)
Auteurs Jeroen van der Heijden
SamenvattingAuteursinformatie

    An emerging body of empirical governance studies highlights that the role of the state in governance has been changing. It has moved away from governing societal problems solely through traditional direct regulatory interventions. State actors are now (also) taking up facilitative and enabling roles in innovative voluntary governance arrangements. This article seeks to gain a better understanding of these facilitating and enabling roles of state actors in real world practice and what (clusters of) roles are needed to obtain successful outcomes from these arrangements. It builds on an empirical study of ten different arrangements in the Dutch sustainable building sector, which are analysed using fuzzy set qualitative comparative analysis (fsQCA) methodology. It finds no evidence that any of the specific (clusters of) role(s) is necessary to achieve positive outcomes from the arrangements studied, but uncovers that when combined, such roles affect the outcomes of arrangements. It concludes by presenting an evidence-based typology of combinations of roles that state actors may wish to take up in seeking positive outcomes from innovative voluntary governance arrangements, or preventing negative outcomes.


Jeroen van der Heijden
Jeroen van der Heijden is a senior research fellow at the Australian National University and an assistant professor at the University of Amsterdam. His main research interest is governance for urban sustainability and resilience. He has recently brought together his research on this topic, conducted over nearly the last ten years, in his book Governance for Urban Sustainability and Resilience: Responding to Climate Change and the Relevance of the Built Environment (Edward Elgar Publishers, 2014).

    The Versailles Treaty (Art. 227) called for the prosecution of Wilhelm II, the German ex-Kaiser. Because of the refusal of the Dutch Government to surrender Wilhelm, a trial never took place. This paper tries to elaborate some questions concerning this possible trial. What was the background of the said Treaty paragraph? What would have happened when Wilhelm had been surrendered? Based on a report of a special committee to the peace conference, the possible indictment is discussed. The authors try to elaborate some thoughts for answering the question about Wilhelm’s criminal responsibility, especially as author of the war (‘ius ad bellum’) by starting an aggressive war and/or by violating the neutrality of Belgium and Luxemburg. Wilhelm’s possible responsibility for violations of the ‘ius in bello’ (laws and customs of war) in Belgium, France, and Poland and/or by ordering an unlimited submarine war is discussed as well. It is concluded that it would have been very difficult for the tribunal to have Wilhelm find criminal responsible for the indictment, except for the violation of the neutrality of Belgium and Luxemburg. But then, the tribunal would have been obliged to answer fundamental questions about the command responsibility of Wilhelm. From a point of view of international criminal law, it is rather unfortunate that the unique opportunity for a ‘Prologue to Nuremberg’ was not realised, although a trial would not have made history take a different turn than it did in the twentieth century after the ‘Great War’.


Paul Mevis
P.A.M. Mevis is professor of criminal law at the Erasmus University Rotterdam. Prof. Mevis wrote before ‘De berechting van Wilhelm II’, in J. Dohmen, T. Draaisma & E. Stamhuis (ed.), Een kwestie van grensoverschrijding. Liber amicorum P.E.L. Janssen (2009), at 197-231.

Jan M. Reijntjes
J.M. Reijntjes is professor of (international) criminal law at the University of Curaçao.
Artikel

Het Experiment resultaatgerelateerde beloning – verwachtingen over werking en doelbereiking

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2014
Trefwoorden no cure, no pay, honorariumafspraken, resultaatgerelateerde beloning, contingency fee, Verordening op de praktijkuitoefening
Auteurs Prof. mr. W.H. van Boom en mr. M. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt verkend welke verwachtingen er onder advocaten, rechters en verzekeraars leven over de werking van het Experiment resultaatgerelateerde beloning en of dat experiment aan zijn doel zal beantwoorden. Het experiment staat onder voorwaarden toe dat een letselschadeadvocaat een ‘no cure, no pay’-afspraak met de benadeelde maakt. Het doel daarvan is het vergroten van de toegang tot het recht van letselschadeslachtoffers. Het is echter de vraag of er bij cliënten en advocaten een gedeelde behoefte bestaat om dergelijke afspraken te maken. Andere effecten zijn waarschijnlijker, zo voorspelt deze bijdrage.


Prof. mr. W.H. van Boom
Prof. mr. W.H. van Boom is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit Leiden.

mr. M. de Jong
Mr. M. de Jong was studente master Aansprakelijkheid en Verzekering aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en is inmiddels schadebehandelaar bij Allianz Nederland Schadeverzekeringen. Zij schrijft op persoonlijke titel. De bijdrage werd afgesloten in augustus 2014 en bouwt voort op de resultaten van de afstudeerscriptie die de tweede auteur onder begeleiding van de eerste auteur schreef aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. De auteurs danken de twaalf respondenten die bereidwillig deelnamen aan de interviews en toestemming gaven voor het weergeven van hun antwoorden in deze bijdrage.
Artikel

Eerste hulp bij emancipatie: waarom we nudging nodig hebben

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2014
Trefwoorden paternalism, Foucault, emancipatory norms, interactive metal fatigue, nudging
Auteurs Dr. G. van Oenen
SamenvattingAuteursinformatie

    Both the traditional liberal view of freedom as absence of paternalist state interference and the nonliberal Foucaultian analysis of modern governmentality as fully consisting of behavioural management cannot provide an adequate explanation or justification of the popularity of nudging. Alternatively, the theory of interactive metal fatigue shows why nudging is neither paternalist nor managerial; it is better understood as a much-needed and very contemporary way of assisting the modern individual who is no longer able to carry the full burden of his own emancipation. Nudging is thus found unobjectionable, and even beneficial, as long as it enables individuals to act in accordance with the emancipatory norms they themselves adhere to, but not always manage to act on, due to interactive metal fatigue.


Dr. G. van Oenen
Dr. Gijs van Oenen is als universitair hoofddocent sociale en politieke filosofie verbonden aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit Rotterdam; daarnaast is hij fellow van het Erasmus University College.
Hoofdartikel

Schikken in het nieuwe ontslagrecht: bedenk eer ge begint

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Opzegging met instemming, beëindigingsovereenkomst, bedenktermijn, antistapelingsbepaling, pro forma ontbinding
Auteurs Prof. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    De in de Wwz neergelegde regeling van de bedenktermijn heeft grote invloed op het schikken van ontslagzaken. De Wwz maakt een niet uitlegbaar onderscheid tussen de beëindigingsovereenkomst en de opzegging met instemming. Het verschil ziet op de betaling van een transitievergoeding. Dit verschil kan makkelijk tot ongelukken aanleiding geven. Mogelijk zien we bovendien de terugkeer van de pro-forma-ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Niet meer voor WW-doeleinden, maar met het oog op het bekorten van de periode van de bedenktermijn. Deze bijdrage behandelt de in dat kader te bewandelen weg en noemt ook een alternatief voor de formele ontbinding. Dit alternatief maakt gebruik van de antistapelingsbepaling in de regeling van de bedenktermijn en voorziet in een soort ‘tweetrapsraket’. Voor een succesvolle aanpak zal tussen beide trappen wel denkruimte voor de werknemer moeten zitten. Het bij ontslagzaken aansturen op een vertrekregeling wordt eens te meer een zaak voor juristen.


Prof. L.G. Verburg
Prof. L.G. Verburg is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen (Onderzoekcentrum Onderneming & Recht).

Wout Cornelissen PhD
Artikel

Systeemtoezicht in de Nederlandse gezondheidszorg. Een experimentele innovatie van toezicht.

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2014
Trefwoorden systeemtoezicht, kwaliteit en veiligheid van zorg, experimental governance, institutioneel leren, formatief onderzoek
Auteurs Annemiek Stoopendaal, Martin de Bree, Franske Keuter e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft geëxperimenteerd met een nieuwe vorm van inspectie gebaseerd op systeemtoezicht (ST). Het experiment volgt uit voortgaande ontwikkelingen in de governance van zorginstellingen. Het experiment is gevolgd en ondersteund met formatief onderzoek. Geleerd is dat ST in de Nederlandse gezondheidszorg, mits gericht en evenwichtig toegepast, een bijdrage kan leveren aan de doelstellingen van de IGZ ten aanzien van effectief en efficiënt toezicht. ST maakt ‘inspectiemaatwerk’ mogelijk. Daarenboven geeft dit artikel inzicht in de werkwijze die gebruikt kan worden bij de modernisering van toezicht.


Annemiek Stoopendaal
Dr. A.M.V. Stoopendaal is universitair docent/wetenschappelijk onderzoeker, instituut Beleid en Management Gezondheidszorg, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Martin de Bree
Dr. ing. M.A. de Bree MBA is adviseur en wetenschappelijk onderzoeker, Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Franske Keuter
Drs. F.G. Keuter MD is Coördinerend Specialistisch Senior Inspecteur, Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Paul Robben
Prof. dr. P.B.M. Robben is bijzonder hoogleraar ‘Effectiviteit van toezicht op de kwaliteit van de gezondheidszorg’, instituut Beleid en Management Gezondheidszorg Erasmus Universiteit Rotterdam/ Inspectie voor de Gezondheidszorg.
Artikel

Vlieland als ons eigen Siberië

Over de (on)mogelijkheden van resocialisatie voor ex-delinquenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2014
Trefwoorden resocialisering, ontkerstening, ex-delinquenten, christelijke deugden, Dostojevski
Auteurs Jaap Goedegebuure
SamenvattingAuteursinformatie

    In a recent novel that received much public revulsion, Flemish writer Kristien Hemmerechts identifies with Michelle Martin, ex-wife and accomplice of the notorious criminal Marc Dutroux. To a certain extent her book is a plea for rehabilitation and re-socialization of Martin. By the wider public this ‘humanization’ is experienced as unacceptable. Nowadays re-acceptation of ex-convicts has become increasingly problematic. It seems the public would prefer to banish many ex-offenders to a desert island or a distant country. This development shows that the ethic of forgiveness has lost social influence. In this essay Hemmerechts' position is compared to that of Dostoevsky, especially with his novel Crime and Punishment in which the Gospel message of humility, charity and compassion reverberates.


Jaap Goedegebuure
Jaap Goedegebuure was van 2005 tot 2012 hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Leiden. Eerder vervulde hij leeropdrachten aan de universiteiten van Berlijn, Tilburg en Nijmegen. Hij publiceert regelmatig over de literatuur van de negentiende en twintigste eeuw. Zijn laatste publicatie in boekvorm is Nederlandse schrijvers en religie 1960-2010.
Artikel

Access_open The Right to Have Rights as the Right to Asylum

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Arendt, asylum, refugeeship, right to have rights, statelessness de facto and de jure
Auteurs Nanda Oudejans
SamenvattingAuteursinformatie

    This article argues that the right to have rights, as launched by Hannah Arendt, is relative to refugee displacement and hence translates as a right to asylum. It takes issue with the dominant view that the public/private divide is the locus classicus of the meaning of this primordial right. A different direction of thought is proposed, proceeding from Arendt’s recovery of the spatiality of law. The unencompassibility of place in matters of rights, freedom and equality brings this right into view as a claim at the behest of those who have lost a legal place of their own. This also helps us to gain better understanding of Arendt’s rebuttal of the sharp-edged distinction between refugees and stateless persons and to discover the defiant potential of the right to have rights to illuminate the refugee’s claim to asylum as a claim to an own place where protection can be enjoyed again.


Nanda Oudejans
Nanda Oudejans is an independent researcher in philosophy of law and political philosophy.
Praktijk

Irrevocables

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2014
Trefwoorden irrevocable, openbaar bod, vrijstellingsbesluit, stemafspraak
Auteurs Mr. J.A.C. van Veersen
SamenvattingAuteursinformatie

    In openbare biedingen wordt veelal gebruik gemaakt van irrevocable undertakings. Dit zijn overeenkomsten tussen de bieder en grootaandeelhouders van de doelvennootschap die bereid zijn hun stukken in het openbaar bod aan te melden. Dergelijke afspraken vergroten de slagingskans van het bod, omdat daardoor bij aanvang al duidelijk is dat de grootste aandeelhouders de geboden prijs kennelijk redelijk vinden. Omdat de irrevocable in de praktijk is ontstaan en vrij specifiek is voor publieke M&A, leek het de auteur nuttig de belangrijkste elementen van dit document, alsmede het regulatoir kader daarvan op een rijtje te zetten.


Mr. J.A.C. van Veersen
Mr. J.A.C. van Veersen is advocaat bij Loyens & Loeff in Amsterdam.

    In this contribution the author reviews Probleemoplossend strafrecht en het ideaal van responsieve rechtspraak by Suzan Verberk.


John Blad
John Blad is hoofddocent strafrechtswetenschappen aan de Erasmus Law School Rotterdam, hoofdredacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Het Duitse recht op nevengeschikt aanklagen

De volledige integratie van het slachtoffer in het strafproces

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Accessory prosecution, victims, Victim lawyers, Secondary victimization, punishment
Auteurs Michael Kilchling en Helmut Kury
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the German concept of accessory prosecution (Nebenklage) is discussed. The Nebenklage was implemented in the Code of Criminal Procedure of 1877. It had merely an accessory function in conjunction with the private prosecution and the Klageerzwingungsverfahren, two legal institutions which had little practical relevance. Nowadays, in the course of the modern victim movement, the Nebenklage has radically changed into an instrument that is clearly provided as the main participatory option for victims interested in actively contributing to the trial of ‘their’ criminal. Previous research findings are outlined and the results of an explorative survey are presented. The findings suggest that the mere presence of the victim lawyer can significantly change the atmosphere in the courtroom, thus enhancing the willingness of the defence to treat the victim more respectfully.


Michael Kilchling
Michael Kilchling is criminoloog en is werkzaam aan het Max-Planck-Institut für ausländisches und internationales Strafrecht in Freiburg (Duitsland), en is daarnaast voorzitter van het European Forum for Restorative Justice.

Helmut Kury
Helmut Kury was hoogleraar psychologie en criminologie en was onder andere verbonden aan het Max-Planck-Institut für ausländisches und internationales Strafrecht in Freiburg (Duitsland).

    Legal position of a known donor constitutes an ongoing challenge. Known donors are often willing to play a role in the child’s life. Their wishes range from scarce involvement to aspiring legal parentage. Therefore three persons may wish for parental role. This is not catered for in the current laws allowing only for two legal parents. Several studies show how lesbian mothers and a donor ’devise new definitions of parenthood’ extending ’beyond the existing normative framework’. However, the diversity in the roles of the donors suggests a split of parental rights between three persons rather than three traditional legal parents. In this article I will discuss three jurisdictions (Quebec, Sweden and the Netherlands), allowing co-mother to become legal parent other than by a step-parent adoption. I will examine whether these jurisdictions attempt to accommodate specific needs of lesbian families by splitting up parentage ’package’ between the duo-mothers and the donor.


Prof. mr. Masha Antokolskaia Ph.D.
Masha Antokolskaia is professor of Private Law (in particular, Personal Status and Family Law) at the VU University Amsterdam. She is a member of the Commission on European Family Law (CEFL) and a board member of the International Society of Family Law. She is author of a diverse range of monographs and articles written in Dutch, English and Russian. Her main research areas are: European comparative Family Law and Dutch Family Law, with particular regard to the law relating to relationships, parentage and divorce.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.