Zoekresultaat: 17 artikelen

x
Jaar 2011 x
Artikel

De onvermoede reikwijdte van de mededingingsrechtelijke nietigheid

HR 16 september 2011, LJN BQ2213, RvdW 2011, 1104 (Batavus/Vriend’s Tweewielercentrum)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2011
Trefwoorden mededingingsrecht, distributierelaties, opzegging, nietigheidssanctie, merkbare beperking van de mededinging
Auteurs Mr. P.J. Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak staat de nietigheidssanctie van art. 6 lid 2 Mw centraal. Op grond daarvan zijn overeenkomsten die in strijd zijn met het kartelverbod nietig. De Hoge Raad heeft deze nietigheid op een afzonderlijke en eenzijdige rechtshandeling toegepast, in dit geval de opzegging door Batavus van een prijsvechtende distributeur. Die opzegging volgde op de druk die op Batavus werd uitgeoefend door haar andere distributeurs, nadat zij over hun prijsvechtende collega hadden geklaagd, en was daarmee volgens alle rechterlijke instanties in deze zaak het ‘sluitstuk’ van concurrentiebeperkend feitelijk onderling afgestemd gedrag van Batavus en haar distributeurs. Hoewel feitelijk gedrag niet voor nietigheid vatbaar lijkt, zag de Hoge Raad kennelijk geen probleem in toepassing van de nietigheidssanctie op een eenzijdige rechtshandeling die volgt uit feitelijk gedrag. De zaak illustreert nog eens het (mededingingsrechtelijk) lastige parket waarin leveranciers door hun distributeurs kunnen worden gebracht.


Mr. P.J. Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat bij Linklaters LLP te Amsterdam.
Artikel

De klachtplicht bij koop

HR 25 maart 2011, LJN BP8991, RvdW 2011, 419 (Ploum/Smeets II)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2011
Trefwoorden gezichtspuntencatalogus, klachtplicht, arrest Ploum/Smeets II, art. 6:89 BW, art. 7:23 lid 1 BW
Auteurs Mr. Y.A. Rampersad en Mr. J.A. van der Weide
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen jaren is door de Hoge Raad een ‘gezichtspuntencatalogus’ ontwikkeld aan de hand waarvan kan worden getoetst of in een concreet geval aan de klachtplicht van art. 6:89 en 7:23 lid 1 BW is voldaan. In deze bijdrage wordt het arrest Ploum/Smeets II van 25 maart 2011, LJN BP8991, RvdW 2011, 419, besproken waarin deze gezichtspuntencatalogus is uitgebreid en nader is uitgewerkt.


Mr. Y.A. Rampersad
Mr. Y.A. Rampersad is onlangs afgestudeerd in de richtingen Civiel recht en Straf(proces)recht aan de Universiteit Leiden.

Mr. J.A. van der Weide
Mr. J.A. van der Weide is universitair docent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Contra non valentem agere, non currit praescriptio

De vordering van degene die niet in staat is zijn vordering geldend te maken, verjaart niet

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2011
Trefwoorden verjaring, kennis omtrent de schade en de verantwoordelijke persoon, onmogelijkheid te ageren, contra non valentem-regel, Bemoti-zaak
Auteurs Prof. mr. E.J.H. Schrage
SamenvattingAuteursinformatie

    Het instituut van de verjaring beoogt mede de rechtszekerheid en de billijkheid te dienen. Aldus de Hoge Raad in een recent arrest, waarin het beroep op verjaring van de vordering wegens ernstig lichamelijk letsel werd gehonoreerd (de Bemoti-zaak). In het woordje en zit echter veel springstof verborgen. Het kan de grootst mogelijke eenheid suggereren (‘waar werd oprechter trouw dan tussen man en vrouw, ter wereld ooit gevonden?’, vroeg Vondel zich af); hetzelfde woordje en kan echter de grootst mogelijke tegenstelling verdoezelen (zoals in de uitdrukkingen water en vuur, hemel en hel). Dat laatste lijkt zich voor te doen in deze zaak. Misschien is de rechtszekerheid die met het arrest in de Bemoti-zaak is gediend, wel de zekerheid van onrecht. Aan de hand van enige buitenlandse voorbeelden, een tot op de veertiende eeuw teruggaand rechtsbeginsel dat heden ten dage een typerende karaktertrek van het instituut van de verjaring in Frankrijk en Louisiana vormt, en een recent rapport van de Zuid-Afrikaanse Law Commission betoogt de auteur dat toepassing van de korte verjaringstermijn er niet toe mag leiden dat de toegang tot de rechter wordt afgesloten in gevallen waarin gewichtige redenen het tijdig aanhangig maken van de vordering verhinderden.


Prof. mr. E.J.H. Schrage
Prof. mr. E.J.H. Schrage is emeritus hoogleraar Privaatrecht aan de Universiteit van Amsterdam, oud-hoogleraar Romeins recht aan de Vrije Universiteit en raadsheer-plaatsvervanger in het Hof Amsterdam.
Artikel

Mensen met een licht verstandelijke beperking in aanraking met politie en justitie

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2011
Trefwoorden learning disability, police, interrogation
Auteurs Dr. Xavier Moonen, MSc Marjolein de Wit en MSc Marjolein Hoogeveen
SamenvattingAuteursinformatie

    There are many situations in which people with a learning disability encounter law enforcement. Early recognition of their learning disability by police and justice authorities is necessary to ensure an appropriate manner of communication and handling that takes into account their limitations and abilities. Yet, without special knowledge, it is not easy to recognize the learning disability, especially if the limitations of the disability are mild. Diagnosing a learning disability requires taking into account several aspects, and a simply determination of the IQ is definitely insufficient. This article deals with the specific characteristics of people with a learning disability in their contacts with the police and the justice system. Furthermore recommendations are given as to how to interrogate them in a respectful and correct way.


Dr. Xavier Moonen
Dr. Xavier Moonen is docent en onderzoeker op het gebied van mensen met een (licht) verstandelijke beperking aan de Universiteit van Amsterdam.

MSc Marjolein de Wit
Marjolein de Wit MSc is als orthopedagoog werkzaam bij Pameijer in Rotterdam, een organisatie voor mensen met een (licht) verstandelijke beperking.

MSc Marjolein Hoogeveen
Marjolein Hoogeveen MSc is criminologe.
Artikel

Twintig jaar nieuwe aansprakelijkheden voor personen

Over de (beperkte) betekenis van art. 6:171 en 6:172 BW

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden kwalitatieve aansprakelijkheid, vertegenwoordigers, niet-ondergeschikten, begrenzing, schadevergoeding
Auteurs Mr. R.D. Lubach
SamenvattingAuteursinformatie

    Bijna twintig jaar na de inwerkingtreding wordt mede aan de hand van recente rechtspraak de balans opgemaakt van twee van de noviteiten die het BW destijds introduceerde: de aansprakelijkheid voor zelfstandige hulppersonen (art. 6:171 BW) en de aansprakelijkheid voor vertegenwoordigers (art. 6:172 BW). Wat hebben de artikelen de rechtspraktijk gebracht?


Mr. R.D. Lubach
Mr. R.D. Lubach is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Discussie

Een haalbaarheidsstudie naar een optioneel instrument

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2011
Trefwoorden optioneel instrument, Europese commissie, oneerlijke bedingen, afgebroken onderhandelingen, bevoegdheid, Rome I Vo
Auteurs Mr. dr. J.W. Rutgers
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur behandelt in haar bijdrage thema’s rondom het concept optioneel instrument zoals de Europese Commissie dat op 3 mei 2011 op haar website heeft gepubliceerd. Zij bespreekt achtereenvolgens de context waarin de Europese Commissie het concept optioneel instrument plaatst, de vraag of er een bevoegdheid is in de Europese verdragen om tot vaststelling van een optioneel instrument te kunnen komen en wat de verhouding tot Rome I Vo is. Ten slotte gaat de auteur in op de inhoud van het document en licht er twee onderwerpen uit: het afbreken van onderhandelingen en de toetsing van oneerlijke bedingen.


Mr. dr. J.W. Rutgers
Mr. dr. J.W. Rutgers is universitair hoofddocent Afdeling Privaatrecht, Juridische Faculteit VU en raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Artikel

Spraakmakend BGH-arrest over belangenconflicten bij swap-advisering door banken

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 9 2011
Trefwoorden beleggingsadvies, belangenconflict, Bundesgerichtshof, Swap, negatieve marktwaarde
Auteurs Mr. R.J.W. Analbers en Mr. F.P.C. Strijbos
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken de spraakmakende Duitse uitspraak over het adviseren tot het aangaan van zogenoemde spread ladder swaps. Het Bundesgerichtshof heeft bepaald dat voorafgaand aan het afsluiten van een dergelijke swap een voor de cliënt initiële negatieve marktwaarde openbaar moet worden gemaakt.


Mr. R.J.W. Analbers
Mr. R.J.W. Analbers is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.

Mr. F.P.C. Strijbos
Mr. F.P.C. Strijbos is werkzaam als wetenschappelijk medewerker bij Clifford Chance te Amsterdam en als promovendus verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming en Recht te Nijmegen.
Jurisprudentie

‘Vernietiging’ van een zuivere aanvaarding van een nalatenschap

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden zuiver aanvaarden, beneficiair aanvaarden, vernietiging, overbedelingsvordering
Auteurs Prof. mr. E.A.A. Luijten en Mw. Prof. mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het komt wel eens voor dat erfgenamen een nalatenschap zuiver aanvaarden en pas later ontdekken dat zij beter zouden zijn overgegaan tot beneficiaire aanvaarding of zelfs tot verwerping van de betrokken nalatenschap. In deze bijdrage is gekozen voor een beschikking van Rechtbank Assen, sector kanton, d.d. 19 oktober 2010, nr. 295357/EK VERZ 10-10180, Notafax 2011, 74, waarin een erfgenaam zuiver had aanvaard, maar daarop later wilde terugkomen.


Prof. mr. E.A.A. Luijten
Prof. mr. E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de RU Nijmegen, oud-notaris en thans advocaat te Heerlen.

Mw. Prof. mr. W.R. Meijer
Mw. prof. mr. W.R. Meijer is hoogleraar privaatrecht aan de OU Nederland, Heerlen.
Artikel

Misleidende omissie bij het aangaan van overeenkomsten

Reflexwerking van de regeling oneerlijke handelspraktijken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7/8 2011
Trefwoorden oneerlijke handelspraktijken, reflexwerking, dwaling, uitleg overeenkomst, spaarovereenkomst
Auteurs Prof. mr. A.G. Castermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Heeft de regeling oneerlijke handelspraktijken invloed bij de beoordeling van een beroep op dwaling of bij de uitleg van de overeenkomst? Deze vraag wordt onderzocht aan de hand van Rb. Amsterdam 18 mei 2011, LJN BQ6506. Het antwoord luidt positief en werpt een ander perspectief op de besproken zaak.


Prof. mr. A.G. Castermans
Prof. mr. A.G. Castermans is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Consumentenbescherming en het Optionele Instrument van contractenrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7/8 2011
Trefwoorden Optioneel Instrument, toepassingsgebied, consumentenbescherming
Auteurs Prof. dr. M.B.M. Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanuit consumentenrechtelijk perspectief wordt onderzocht wat het personele, materiële en territoriale toepassingsgebied van het toekomstige Optionele Instrument zou moeten zijn om effectief te kunnen zijn, waarna dit wordt vergeleken met de door de Europese Commissie gemaakte keuzes. Geconcludeerd wordt dat het materiële toepassingsgebied uitgebreid zal moeten worden om het Optionele Instrument aantrekkelijk te maken voor zowel ondernemers als consumenten.


Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. Loos is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder het Europees consumentenrecht, aan de Universiteit van Amsterdam, en verbonden aan het Centre for the Study of European Contract Law van die universiteit.

    The Bank of England depleted its open market portfolio by secretly sterilising large gold inflows. Thereafter interest rates were influenced by falsifying reported gold flows. The false reporting was a tightly kept secret, hidden from members of the Bank of England's highest governing bodies. The false reporting obscured the instability of the gold standard and supported monetary policies that degraded British economic performance and increased world financial fragility in the critical early years of the Great Depression. The episode supports the view that the interwar gold standard was not a system guiding policy, but was manipulated to enforce a dysfunctional classical orthodoxy.


J.R. Garrett
Prof. John R. Garrett is hoogleraar economie van de UC Foundation aan de University of Tennessee in Chattanooga. Deze bijdrage is een vertaalde en geactualiseerde versie van Secrecy and manipulation of the golden standard by the Bank of England, 1925-1931, Journal of Economic History, vol. 55, no. 3, september 1995. Na vertaling is het artikel door Eric Mecking verder bewerkt en toegankelijk gemaakt. De redactie is hem hiervoor erkentelijk.
Artikel

Art. 3:310 BW, subjectieve bekendheidseis en niet-stuiting verjaring zijdens minderjarige

HR 3 december 2010, LJN BN6241, RvdW 2010, 1449 (X/Bemoti c.s.)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden verjaring, subjectieve bekendheid, minderjarige, vertegenwoordiging
Auteurs Mr. J.H.M. van Swaaij en Mr. I.M. Walrecht
SamenvattingAuteursinformatie

    HR 3 december 2010, LJN BN6241, RvdW 2010, 1449 (X/Bemoti c.s.). Korte verjaringstermijn van art. 3:310 BW. Subjectieve bekendheidseis ook als eenvoudig identiteitsonderzoek waarmee aansprakelijke persoon bekend was geworden, nagelaten is? Toerekening aan destijds 9-jarig letselschadeslachtoffer van ontoereikende wettelijke vertegenwoordiging door moeder in meelijwekkende omstandigheden? Derogerende werking van redelijkheid en billijkheid?


Mr. J.H.M. van Swaaij
Mr. J.H.M. van Swaaij is Lawyer’s lawyer en advocaat bij Van Swaaij Cassatie & Consultancy te Nijmegen.

Mr. I.M. Walrecht
Mr. I.M. Walrecht is advocaat bij De Kempenaer Advocaten te Arnhem.


Prof. mr. T.R. Ottervanger
Prof. mr. T.R. Ottervanger is advocaat bij Allen & Overy en hoogleraar Europees Recht, in het bijzonder Mededingingsrecht, in Leiden.
Artikel

Garanties en vrijwaringen: handvatten voor het aanscherpen van het onderscheid

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2011
Trefwoorden garanties, vrijwaring, uitleg, voorzienbaarheid
Auteurs Mr. C. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de problematiek van het onscherpe onderscheid tussen garanties en vrijwaringen in de overnamepraktijk. In het bijzonder gaat hij hierbij in op uitlegkwesties die bij garanties spelen. De auteur formuleert een aantal handvatten bij het opstellen van overnamecontracten om dergelijke uitlegkwesties zo veel mogelijk weg te nemen.


Mr. C. Visser
Mr. C. Visser is advocaat bij NautaDutilh.
Jurisprudentie

2011/16 Rechtbank Breda 2 februari 2011

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden informed consent, overeenkomst, complicaties, compensatie
Samenvatting

    Informed consent; patiënte onvoldoende geïnformeerd, derhalve geen toestemming; overeenkomst vernietigd: compensatie voor ten onrechte ondergane behandeling en daarmee samenhangende complicaties.

    The variety and importance of visual displays in American courtrooms has exploded. This visual and digital transformation of law practice heralds nothing less than a revolution in the ways that lawyers argue, jurors and judges decide, and the public thinks about the law. This article offers essential background for understanding law's visual and digital transformation. Also the ubiquity of digital technologies is discussed. The authors conclude by outlining the challenges that these features of digital culture pose for the law.


N.R. Feigenson
Prof. Neil Feigenson is verbonden aan de Law Faculty van de Quinnipiac University in Hamden CT. Hij is tevens werkzaam als onderzoeker bij de afdeling Psychologie van Yale University in New Haven CT. Dit artikel is een vertaalde en ingekorte versie van het inleidende hoofdstuk van hun boek Law on display; The digital transformation of legal persuasion and judgment (New York University Press, 2009).

Ch.O. Spiesel
Christina Spiesel is als senior-onderzoeker werkzaam bij Yale Law School. Zij is tevens adjunct professor of law aan de Quinnipiac University. Dit artikel is een vertaalde en ingekorte versie van het inleidende hoofdstuk van hun boek Law on display; The digital transformation of legal persuasion and judgment (New York University Press, 2009).
Artikel

Access_open De halve waarheid van het populisme

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2011
Trefwoorden populism, self-inclusion, vitalism, democracy, Lefort
Auteurs Bert Roermund
SamenvattingAuteursinformatie

    Does populism add value to the political debate by showing that the ideals of Enlightenment are too abstract and rationalist to understand politics in democratic terms? The paper argues two theses, critically engaging Lefort’s work: (i) instead of offering valuable criticism, populism feeds on the very principle that Enlightenment has introduced: a polity rests on self-inclusion with reference to a quasi-transcendent realm; (ii) populism’s appeal to simple emotions feeds on the vitalist (rather than merely institutionalist) pulse in any polity. Both dimensions of politics are inevitable as well as elusive. In particular with regard to the vitalist pulse we have no response to the half-truths of populism, as both national and constitutional patriotism seem on the wrong track.


Bert Roermund
Bert van Roermund has held the Chair in Legal Philosophy at Tilburg University and is currently Professor of (Political) Philosophy at the same University as well as 2010-2011 Visiting Professor at K.U. Leuven.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.