Zoekresultaat: 38 artikelen

x
Jaar 2010 x

    Many public prosecutors see a link between domestic violence and violence in the public sphere. In the beginning of this century the fight against domestic violence was integrated into the national security policy of The Netherlands. The growing attention for domestic violence combined with better registration has led to an enormous grow of criminal justice cases of domestic violence. The article analyses the public prosecution policy towards domestic violence. Nowadays even without a report suspects can be brought to trial if the charges can be proved. On the one hand the public prosecution aims to lay down a standard, on the other hand perpetrators are confronted with a set of conditions forcing them to accept professional help in order to bring about a change in their behaviour and prevent recidivism. In this way an effective use of criminal justice could contribute to a reduction of domestic violence and crime in general.


P. van der Valk
Mr. drs. Patricia van der Valk is officier van justitie bij het parket Almelo.
Artikel

De Werkwijze NMa analoog en digitaal rechercheren: trial and error again?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Werkwijze NMa analoog en digitaal rechercheren, onderzoek, evenredigheidsbeginsel, fishing expedition, geprivilegieerde gegevens
Auteurs Mr. M. Knapen en Mr. R. Elkerbout LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    Met ingang van 17 augustus 2010 voert de NMa een deel van haar toezichts- en onderzoeksbevoegdheden uit op basis van de Werkwijze NMa analoog en digitaal rechercheren. Deze werkwijze vervangt de NMa Digitale Werkwijze 2007 en beschrijft in hoofdlijnen de procedure die de toezichthoudende ambtenaar volgt bij het opsporen van overtredingen van de Mededingingswet en de vervoers- en energiewetten. In deze bijdrage wordt de nieuwe werkwijze kritisch tegen het licht gehouden en wordt ingegaan op de vraag of de nieuwe werkwijze het beoogde evenwicht heeft bereikt tussen effectief onderzoek en de waarborgen voor ondernemingen. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de waarborgen die zogenoemde fishing expeditions moeten voorkomen en de bescherming van geprivilegieerde gegevens.


Mr. M. Knapen
Mr. M. Knapen is werkzaam als advocaat in dienstbetrekking bij Philips.

Mr. R. Elkerbout LL.M.
Mr. R. Elkerbout LL.M. is advocaat bij Stek.
Artikel

Een upgrade van het zorgbeleid van de NMa: de derde versie van de Richtsnoeren voor de zorgsector

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden zorg en mededinging, publieke belangen en mededinging, diensten van algemeen economisch belang, begrip onderneming
Auteurs Prof. mr. J.W. van de Gronden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 maart 2010 stelde de NMa haar Richtsnoeren voor de zorgsector vast. Dit is alweer de derde versie van deze richtsnoeren die de NMa publiceert. De NMa wil graag tegemoet komen aan de onzekerheden die in de zorgsector over toelaatbaarheid van bepaalde afspraken en andere praktijken bestaan. Een belangrijke kwestie in dit verband is welke rol publieke belangen spelen. In de onderhavige bijdrage staat daarom de vraag centraal of de NMa in de Richtsnoeren de verhouding tussen het mededingingsrecht en de publieke zorgbelangen heeft verduidelijkt.


Prof. mr. J.W. van de Gronden
Prof. mr. J.W. van de Gronden is hoogleraar Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Professor Wolf Sauter wordt hartelijk dank gezegd voor zijn commentaar op een conceptversie van dit artikel.
Discussie

Duurzaam ruimtegebruik in de grensstreek

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden ruimtegebruik, grensoverschrijdend, regionaal, afstemming, rechtsmacht
Auteurs Mr. Y.M. Denissen-Visscher
SamenvattingAuteursinformatie

    De ruimtelijke sturingsfilosofie en het ruimtelijk juridisch instrumentarium maken het mogelijk om duurzaam ruimtegebruik binnen Nederland te realiseren. Voor duurzaam gebruik van ruimte die de Nederlandse grens overschrijdt, geldt dit niet. De betrokken staten c.q. overheden bezitten op dit gebied geen grensoverschrijdende rechtsmacht en de Europese Unie is niet bevoegd om de ruimtelijke ordening in en/of tussen de lidstaten te regelen. Duurzaam ruimtegebruik in de grensstreek vraagt om een grensoverschrijdende ruimtelijke visie en om grensoverschrijdende besluitvorming over de inrichting en het gebruik van de ruimte. Als hiervoor geen geschikte juridische instrumenten kunnen worden gevonden, dan zou de Europese Unie net als bij het Europees milieubeleid meer bevoegdheden moeten krijgen tot het (indirect) beïnvloeden van de ruimtelijke ordening tussen de lidstaten.


Mr. Y.M. Denissen-Visscher
Mr. Y.M. (Yvonne) Denissen-Visscher is docent/senioronderzoeker bij het lectoraat Gebiedsontwikkeling en recht van Saxion Hogeschool en doet een promotieonderzoek aan de Radboud Universiteit naar grensoverschrijdende gebiedsontwikkeling tussen Nederland en Duitsland.
Discussie

Op weg naar een duurzame openbare ruimte

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden openbare ruimte, duurzaam, klimaatbestendig, wateroverlast, hittestress
Auteurs Mr. dr. P. Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage vindt een verkenning plaats van de wenselijkheid, de praktijk en enige juridische aanknopingspunten van een duurzame(re) openbare ruimte. In dit verband wordt onder een ‘duurzame openbare ruimte’ verstaan: een openbare ruimte die in redelijke mate bestand is tegen extreme lokale klimaatinvloeden, met name wateroverlast en hittestress (droogte). Uit onderzoek van de VROM-Inspectie (2010) blijkt dat in bestemmingsplannen weinig over klimaatadaptatie is terug te vinden. De auteur constateert dat de gemeente kosten van verduurzaming van de openbare ruimte kan verhalen in het kader van de grondexploitatie. Daarnaast noemt hij een vijftal juridische aanknopingspunten om een gemeente aan te spreken op haar verantwoordelijkheid tot verduurzaming van de openbare ruimte.


Mr. dr. P. Jong
Mr. dr. P. (Pieter) Jong is onderzoeker bij het Centre for Law & Innovation van de TU Delft en secretaris van de CAW (Commissie van advies inzake de waterstaatswetgeving). Hij is betrokken bij het onderzoeksprogramma Klimaat voor Ruimte (IC12). Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Discussie

Duurzaamheidseisen in de bestaande bouw

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden duurzaamheid, bestaande bouw, Bouwbesluit, Woningwet, convenanten
Auteurs Mr. G. Aarts
SamenvattingAuteursinformatie

    De bestaande bouwsector kent een aanzienlijk besparingspotentieel. Reden genoeg dus om bestaande bouw (verder) te verduurzamen. Anders dan in de nieuwbouwsector, heerst in de bestaande bouw evenwel de opvatting dat het ontbreekt aan kansen en verplichtingen om bestaande bouw (verder) te verduurzamen. Veel gehoorde bezwaren zijn dat duurzaamheidseisen bij bestaande bouw (vaak) niet afdwingbaar zijn en aanwezige (financiële) instrumenten onvoldoende prikkels bieden. Mogelijkheden om bestaande bouw (verder) te verduurzamen zijn niettemin wel degelijk aanwezig. Een voorbeeld hiervan is de aanschrijvingsbevoegdheid van burgemeester en wethouders op grond van artikel 13 Woningwet. Toch schiet de huidige wet- en regelgeving naar de mening van de auteur op dit moment tekort. Wijziging, c.q. uitbreiding van het huidige juridische instrumentarium verdient daarom aanbeveling. Daarnaast zou (nog) meer de nadruk op het nut en de noodzaak van de toepassing van convenanten kunnen worden gelegd.


Mr. G. Aarts
Mr. G. (Godelieve) Aarts is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Discussie

Duurzaamheidseisen bij (projectontwikkel)overeenkomsten

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden artikel 122 Woningwet, EPC, excellente gebieden, Crisis- en herstelwet, exploitatieplan
Auteurs Mr. M.Y.C.L. de Wit
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 122 Woningwet blijkt voor gemeenten een belangrijke belemmering te vormen voor het stellen van privaatrechtelijke duurzaamheidseisen aan nieuwbouw. Dit wetsartikel staat eraan in de weg dat een gemeente bij het aangaan van een privaatrechtelijke overeenkomst afspraken maakt over de energiezuinigheid, zoals de EPC, nu over dit onderwerp al publiekrechtelijke normen zijn neergelegd in het Bouwbesluit. De Woningwet en de Crisis- en herstelwet kennen weliswaar mogelijkheden om voor bepaalde projecten af te wijken van deze publiekrechtelijke normen, maar alleen in experimentele en bijzondere gevallen. Voor meer reguliere nieuwbouwprojecten kunnen derhalve geen privaatrechtelijke afspraken worden gemaakt over de energiezuinigheid ervan. Voorgesteld wordt om artikel 122 Woningwet buiten toepassing te verklaren voor de hoofdstukken 5 en 6 van het Bouwbesluit (de hoofdstukken over energiezuinigheid en milieu), zodat voor gemeenten en marktpartijen ruimte ontstaat om over de mate van duurzaamheid te onderhandelen en afspraken te maken, ook over de kosten en opbrengsten daarvan, in (anterieure of posterieure) overeenkomsten. De publiekrechtelijke pendant hiervan zou zijn dat het mogelijk wordt om in een exploitatieplan duurzaamheidseisen voor bebouwing vast te leggen die afwijken van de hoofdstukken 5 en 6 van het Bouwbesluit.


Mr. M.Y.C.L. de Wit
Mr. M.Y.C.L. (Maaike) de Wit is advocaat-partner bij nichekantoor Straatman Koster Advocaten en gespecialiseerd in projectontwikkeling en (ruimtelijk) bestuursrecht.
Artikel

Asset tracing

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2010
Trefwoorden asset tracing, fraude, beslag, art. 843a Rv, Engels recht
Auteurs Mr. V.C.J. Brugge en Mr. H.J.Th. Biemond
SamenvattingAuteursinformatie

    Asset tracing is het proces van het achterhalen van gestolen of verduisterde vermogensbestanddelen of de financiële opbrengst daarvan. In deze bijdrage wordt ingegaan op de bestaande juridische middelen die een benadeelde in Nederland daarvoor tot zijn beschikking heeft en tegen welke problemen een benadeelde daarbij in de praktijk aanloopt. In dat verband zal tevens worden gekeken naar de meer ontwikkelde praktijk van asset tracing in Engeland, en welke mogelijke lessen daaruit getrokken kunnen worden. Tot slot zal worden stilgestaan bij de rol van de politie en het Openbaar Ministerie in het proces van asset tracing.


Mr. V.C.J. Brugge
Mr. V.C.J. Brugge is werkzaam als advocaat bij Allen & Overy LLP.

Mr. H.J.Th. Biemond
Mr. H.J.Th. Biemond is werkzaam als advocaat bij Allen & Overy LLP.
Jurisprudentie

2010/38 Verplichting diagnoseinformatie op declaraties te vermelden; verstrekking declaraties aan zorgverzekeraars; vermelding niet altijd noodzakelijk voor zorginkoop- en controletaak zorgverzekeraars: inbreuk op medische privacy van patiënten

College van Beroep voor het bedrijfsleven (mr. B. Verwayen, mr. M. van Duuren en mr. E. Dijt, mr. A. Bruining, griffier) d.d. 2 augustus 2010 (m.nt. mr. C.K.C. Evers).

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2010
Auteurs Mr. C.K.C. Evers

Mr. C.K.C. Evers
Jurisprudentie

Het Nederlandse hoofdstuk in de Europese goksaga

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden kansspelen, gokken op internet, Wet op de kansspelen, Ladbrokes, Betfair.
Auteurs Mr. J.C.M. van der Beek
SamenvattingAuteursinformatie

    In twee recente arresten heeft het Hof van Justitie vragen beantwoord die betrekking hebben op het Nederlandse éénvergunningenstelsel voor kansspelen en op de wijze waarop de vergunningen worden gegeven en verlengd in overeenstemming is met het Europese recht, met name het vrij verrichten van diensten. Het Hof van Justitie meent dat de Nederlandse regelgeving die zowel tot doel heeft om gokverslaving te beteugelen als om fraude tegen te gaan consistent kan zijn, ook al heeft de vergunninghouder het recht om reclame te maken en de activiteiten uit te breiden. Het Hof van Justitie bevestigt dat het beginsel van wederzijdse erkenning van vergunningen binnen de EU niet geldt voor kansspelen.


Mr. J.C.M. van der Beek
Mr. J.C.M. van der Beek is advocaat en partner bij Kennedy Van der Laan.
Artikel

Access_open Scheiding van kerk en staat in het onderwijsrecht

Het aanhoudende debat over het beleid van de staat ten opzichte van het openbaar en bijzonder onderwijs

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden scheiding kerk en staat, schoolstrijd, openbaar onderwijs, bijzonder onderwijs
Auteurs Dick Mentink
SamenvattingAuteursinformatie

    From the beginning of the 19th century until today, education in the Netherlands has been a prime battleground in the search for the right balance of church and state. This article discusses five parliamentary debates regarding the position of public and private (particularly religious) education. Although two of these debates took place a long time ago, they are anything but mere history: they laid the foundation for the current dual educational system of public and private education (in 1857) and the unique constitutional provision on the financial equality of public and private schools (in 1917). The three other debates concerned the religious neutrality of public schools and the freedom of education, and these topics are recurring topics of parliamentary debate. This debate is fed by changing societal circumstances and governmental principles regarding the quality of education. This is no surprise, concludes the author. These issues concern essential questions regarding educational policy on pluralism in education. Every time such a question arises, the legislator must justify its political explanation based on what the constitutional provision regarding education (Article 23) requires and allows on the separation of church and state.


Dick Mentink
Prof. dr. mr. D. Mentink is emeritus hoogleraar Onderwijsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Onderwijsrecht.
Article

Access_open 'Dispensatie onder de loep'

Tijdschrift ARBAC, oktober 2010
Auteurs Dr. M.F.P. Rojer en mr. C.M.T. van der Veldt
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds januari 2007 past de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gewijzigd dispensatiebeleid toe. Aanleiding daarvoor was de constatering dat in de voorafgaande jaren in een aantal gevallen op oneigenlijke wijze gebruik was gemaakt van de mogelijkheid tot dispensatie van algemeen verbindend verklaarde cao-bepalingen. Tegenwoordig zijn aan het verkrijgen van dispensatie verschillende condities verbonden. Behalve het hebben van een rechtsgeldige cao, dienen betrokken partijen onafhankelijk van elkaar te zijn én de dispensatieverzoekende partijen dienen met hun eigen cao zwaarwegende argumenten te hebben waarom het besluit tot algemeenverbindendverklaring op hen niet van toepassing zou moeten zijn. Vooral met de voorwaarde van een beargumenteerde motivatie van het dispensatieverzoek is een draai gemaakt in het dispensatiebeleid van 180 graden: van welhaast automatische dispensatie naar dispensatie onder strikte voorwaarden.


Dr. M.F.P. Rojer
dr. M.F.P. Rojer is werkzaam bij Werkgeversvereniging AWVN en participeert daar in het Expertisecentrum cao en AVV.

mr. C.M.T. van der Veldt
mr. C.M.T. van der Veldt is promovenda aan de Universiteit van Tilburg, Vakgroep Sociaal Recht en Sociale Politiek.
Artikel

Strafrecht baat niet, schaadt wel

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2010
Trefwoorden handhaving, strafrecht, gevangenisstraf, boete, clementiebeleid
Auteurs Prof. mr. D.R. Doorenbos
SamenvattingAuteursinformatie

    Politici pleiten voor de inzet van het strafrecht om het mededingingsrecht (beter) te kunnen handhaven. Zij verwachten dat vooral de dreiging met gevangenisstraf zeer effectief zal zijn. Momenteel wordt gewerkt aan een wetsvoorstel dat dit mogelijk moet maken. In deze bijdrage wordt beargumenteerd waarom de inzet van het strafrecht niet nodig is en zelfs contraproductief zal werken. De auteur meent dat de afschrikwekkende werking van de gevangenisstraf wordt overschat en dat deze straf in de praktijk niet zal worden opgelegd. Daarnaast waarschuwt hij dat de introductie van het strafrecht een serieuze bedreiging zal vormen voor het thans nog succesvolle clementiebeleid.


Prof. mr. D.R. Doorenbos
Prof. mr. D.R. Doorenbos is hoogleraar ondernemingsstrafrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en advocaat te Amsterdam.
Artikel

Eén enkele inbreuk: bezint eer ge begint

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2010
Trefwoorden kartel, inbreuk, bewijslast, bewijsvoering
Auteurs Mr. R. Elkerbout LL.M
SamenvattingAuteursinformatie

    In de beschikkingspraktijk van de Europese Commissie (hierna: de Commissie) en de NMa wordt een kartel bijna standaard juridisch geduid als ‘één enkele inbreuk’ op het kartelverbod. Het gebruik van het begrip ‘één enkele inbreuk’ heeft vergaande consequenties voor de bewijsvoering en de rechten van de verdediging. In dit artikel wordt aandacht besteed aan de oorsprong, de uitgangspunten en de grenzen van het begrip ‘één enkele inbreuk’.


Mr. R. Elkerbout LL.M
Mr. R. Elkerbout LL.M is advocaat bij Stek te Amsterdam.
Artikel

Compensatie in de Wmo: de rechter als plaatsvervangend bestuurder?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2010
Auteurs Mr. dr. M.F. Vermaat, Mr. H.F. van Rooij en Mr. C.W.C.A. Bruggeman

Mr. dr. M.F. Vermaat

Mr. H.F. van Rooij

Mr. C.W.C.A. Bruggeman
Jurisprudentie

De arresten Blanco Pérez en Commissie tegen Spanje: een goed evenwicht tussen de interne markt en de zorgbevoegdheden van de Lidstaten?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2010
Trefwoorden patiëntenmobiliteit, (gezondheids)zorg, vergunning, sociale zekerheid, interne markt
Auteurs Prof. mr. J.W. van de Gronden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 juni 2010 en 15 juni 2010 heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap (hierna: Hof van Justitie) twee belangrijke arresten op het terrein van het vrije verkeer en de zorg gewezen. Op 1 juni verscheen het arrest Blanco Pérez en op 15 juni zag het arrest Commissie tegen Spanje het daglicht. Bestaande rechtspraak van het Hof van Justitie wordt door deze twee arresten in een nieuw perspectief gezet. In de arresten van juni 2010 werkt het Hof van Justitie zijn benadering met betrekking tot zorg en vrij verkeer verder uit en nuanceert het ook de uitkomsten van reeds bekende rechtspraak.


Prof. mr. J.W. van de Gronden
Prof. mr. J.W. van de Gronden is hoogleraar Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jurisprudentie

Onafhankelijkheid van toezichthouders

Hof van Justitie EU 9 maart 2010, zaak C-518/07, Commissie /Duitsland

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden onafhankelijkheid, toezichthouders, Europees recht, politieke beïnvloeding
Auteurs Prof. mr. A.T. Ottow
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Europese recht zijn in de afgelopen twee decennia steeds verdergaande eisen voor de onafhankelijkheid van nationale toezichthouders geïntroduceerd. De onafhankelijkheid van toezichthouders kent twee aspecten: (1) onafhankelijkheid van marktpartijen en (2) onafhankelijkheid van de politiek. Aanvankelijk richtte de Europese onafhankelijkheidseisen zich slechts op het eerste aspect. Inmiddels is duidelijk dat het Europese recht ook ziet op de politieke onafhankelijkheid. In deze Europese zaak stelt het Hof van Justitie in vrij algemene bewoordingen strenge eisen aan de onafhankelijkheid. Hoewel het hier een privacytoezichthouder betrof, kan deze zaak tevens verstrekkende gevolgen hebben voor andere toezichthouders.


Prof. mr. A.T. Ottow
Prof. mr. A.T. Ottow is hoogleraar economisch publiekrecht, Europa Instituut, Universiteit Utrecht en geassocieerd lid van het college van de OPTA. Tevens is zij hoofdredacteur van Tijdschrift voor Toezicht.
Discussie

De complexiteit van het collectief ontslagrecht herbevestigd door Akavan/Fujitsu Siemens

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2010
Trefwoorden medezeggenschap, collectief ontslag, raadpleging, concernverhouding, Akavan/Fujitsu Siemens
Auteurs Dr. mr. drs. J. Heinsius
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage plaats de auteur een aantal kanttekeningen bij het artikel van L.G. Verburg, ‘Het moment van de raadpleging van werknemersvertegenwoordigers op grond van de richtlijn collectief ontslag’ in ArA 2010/1. In het bijzonder gaat de auteur in op het ‘ontslagbegrip’ uit de richtlijn en het moment van raadpleging. Volgens de auteur is de WMCO op beide onderwerpen in strijd met de richtlijn en is een wetswijziging noodzakelijk.


Dr. mr. drs. J. Heinsius
Dr. mr. drs. J. Heinsius is universitair docent Sociaal recht aan de Universiteit Leiden en fellow van de Graduate School van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid aldaar.
Redactioneel

Boeteberichten

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2010
Auteurs Prof. mr. A.T. Ottow
Auteursinformatie

Prof. mr. A.T. Ottow
Prof. mr. A.T. Ottow is hoogleraar economisch publiekrecht, Europa Instituut, Universiteit Utrecht en geassocieerd lid van het college van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA). Tevens is zij redactielid van M&M.
Toont 1 - 20 van 38 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.