Zoekresultaat: 50 artikelen

x
Jaar 2016 x
Artikel

Het omgevingsplan in de nieuwe Omgevingswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden omgevingsrecht, omgevingsplan, Omgevingswet
Auteurs Prof. mr. N.S.J. (Niels) Koeman
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel is een onderdeel van het themanummer naar aanleiding van de Vlaams-Nederlandse bijeenkomst over het omgevingsrecht met de titel: ‘Omgevingsrecht in de Lage Landen: Toren van Babel of Tuin der Lusten?’
    De auteur gaat in op het Nederlandse omgevingsplan zoals dit in de Omgevingswet is opgenomen.


Prof. mr. N.S.J. (Niels) Koeman
Prof. mr. N.S.J. Koeman is staatsraad bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Artikel

Het Besluit activiteiten leefomgeving

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden Omgevingswet, stelselherziening, Bal, Activiteitenbesluit, activiteiten
Auteurs Mr. G.C.W. (Godert) van der Feltz
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de auteur in op de systematiek van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de rol van het Bal in het omgevingsrecht.


Mr. G.C.W. (Godert) van der Feltz
Mr. G.C.W. van der Feltz is advocaat bij Van der Feltz Advocaten.
Artikel

De hoge en bijzondere transactie: een pleidooi voor rechterlijke controle op de afdoening buiten geding

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden buitengerechtelijke afdoening, hoge transactie, bijzondere transactie, EHRM, internationale straftribunalen
Auteurs Mr. dr. K.C.J. Vriend
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel zijn de mogelijkheden van rechterlijke controle op de afdoening buiten geding in strafzaken onderzocht. Gepleit wordt voor een aparte raadkamerprocedure voor hoge en bijzondere transacties, waarbij toetsingscriteria werden ontleend aan de jurisprudentie van het EHRM en de internationale straftribunalen. De raadkamer toetst de overeengekomen transactie aan drie criteria. Ten eerste of de verdachte de transactie vrijwillig heeft geaccepteerd. Ten tweede of de verdachte voldoende geïnformeerd is over de procedurele gevolgen en over het bewijs dat tegen hem vergaard is. Ten derde toetst de raadkamer of er prima facie voldoende bewijsmateriaal in het dossier voorhanden is. Een door de raadkamer in het openbaar uitgesproken gemotiveerde beschikking maakt controle mogelijk op het overeenkomen van hoge en bijzondere transacties.


Mr. dr. K.C.J. Vriend
Mr. dr. K.C.J. Vriend is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Praktijk

Update mededingingsrechtelijke aspecten van postcontractuele concurrentieverboden in franchiseovereenkomsten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Franchise, Postcontractuele concurrentieverboden, Verticaal mededingingsrecht, Nevenrestrictie
Auteurs Mr. H.E. Urlus
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage ziet op mededingingsrechtelijke ontwikkelingen bij postcontractuele concurrentieverboden in franchiseovereenkomsten en de implicaties van de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de beschikking La Retoucherie de Manuele. De auteur stelt de vraag of dergelijke bedingen in de context van franchise nog kunnen worden aangemerkt als noodzakelijke nevenrestricties. Dat is van belang, omdat dergelijke nevenrestricties zijn onttrokken aan mededingingsrechtelijke toetsing, waardoor de merkbaarheid geen rol meer speelt. De auteur wijst erop dat bij een mededingingsrechtelijke toetsing van postcontractuele concurrentieverboden meer factoren van belang zijn dan slechts een belangenafweging tussen partijen.


Mr. H.E. Urlus
Mr. H.E. Urlus is advocaat te Amsterdam, verbonden aan Greenberg Traurig, LLP, en onder meer gespecialiseerd in civielrechtelijke en mededingingsrechtelijke aspecten van agentuur, distributie en franchise. Hij heeft daarover regelmatig gepubliceerd en was ook betrokken bij de totstandkoming van de Nederlandse Franchisecode als voorzitter van de Denktank Franchisegevers. De auteur dankt zijn kantoorgenoten mr. T. Charatjan en mr. J.H. Christ voor hun waardevolle bijdragen aan de totstandkoming van dit artikel.
Artikel

Regulering door middel van het privaatrecht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden regulering, privaatrecht, Airbnb, effectiviteit
Auteurs prof.mr. M.W. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Regulering door middel van het privaatrecht is tot op heden in beperkte mate onderzocht. Het gaat om het stellen van regels die bedoeld zijn om in meerdere gevallen te worden gebruikt en die bindend worden gemaakt door middel van het privaatrecht, zoals in contracten of op grond van eigendomsbevoegdheden. Deze vorm van reguleren heeft een aantal voordelen en kan soms de enige manier zijn om in de internationale context te reguleren. Dat neemt niet weg dat er ook evidente nadelen aan kleven, zoals op het terrein van legitimiteit en rechtsbescherming. Deze vorm van reguleren moet daarmee niet principieel worden uitgesloten, maar het is wel belangrijk om randvoorwaarden te stellen die deze nadelen zo veel mogelijk wegnemen.


prof.mr. M.W. Scheltema
Prof.mr. M.W. (Martijn) Scheltema is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus School of Law en advocaat en partner bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn
Artikel

Street-level bureaucracy en verwijzingen naar gedragsinterventies in Nederlandse penitentiaire inrichtingen

Discrepanties tussen beleid en praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2016
Trefwoorden prison, treatment, reducing recidivism, correctional treatment referrals, street-level bureaucracy theory
Auteurs Anouk Bosma MSc, Dr. Maarten Kunst, Dr. Anja Dirkzwager e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Studies indicated that detainees are not always allocated to treatment programs based on official guidelines. Street-level bureaucracy theory suggests that this is because government employees do not always perform policies as prescribed. This study aimed to assess whether this also applies to the allocation of offenders to treatment in Dutch penitentiary institutions. This was studied among a group of 541 male prisoners who participated in the Recidivism Reduction program. The results showed that official policy guidelines were, in most cases, not leading when referring detainees to behavioral interventions. Instead, treatment referrals were influenced by a broad range of risk factors, as well as the length of an offender’s sentence.


Anouk Bosma MSc
A.Q. Bosma MSc is universitair docent Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Maarten Kunst
Dr. M.J.J. Kunst is universitair hoofddocent Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Aanbestedingsrechtelijke uitsluitingsgronden en het mededingingsrecht: wat moet een mededingingsjurist weten van de mogelijkheden tot uitsluiting in het aanbestedingsrecht?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2016
Trefwoorden aanbesteding, uitsluitingsgronden, ernstige fout, valse verklaring, proportionaliteit
Auteurs Maurice Esssers en Robert Fröger
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de per 1 juli 2016 geïntroduceerde wijzigingen van de Aanbestedingswet 2012 is het kader voor aanbestedingsrechtelijke uitsluitingsgronden gewijzigd. In dit artikel staan de uitsluitingsgronden centraal die voor beoefenaars van het mededingingsrecht relevant zijn. Met name wanneer ACM boetes oplegt wegens overtreding van (sectorspecifieke) regelgeving, gaan deze uitsluitingsgronden in latere aanbestedingen een rol spelen. Aspecten van een besluit die een impact hebben op de aanbestedingsrechtelijke kansen van ondernemingen zijn onder meer: de duur van de overtreding, de aard van de overtreding, de wijze van afdoening, de rechtspersonen waaraan de overtreding wordt toegerekend, de publicatiedatum en de mate van verwijtbaarheid.


Maurice Esssers
Mr. M.J.J.M. Essers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff N.V.

Robert Fröger
Mr. R.A. Fröger is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff N.V.
Artikel

Ministeriabel – ministersbenoeming als een voor beroep vatbare beschikking

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2016
Trefwoorden ministeriabiliteit, screening, toetsing, ministers, integriteit
Auteurs Dr. R.S.J. Martha LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    De Landsverordening integriteit (kandidaat-)ministers heeft de pennen aan het schrijven gekregen. Want levert de in de landsverordening bedoelde schriftelijke mededeling van het niet voordragen voor benoeming een beschikking op in de zin van de Lar? Kan een minister inzake een dergelijke medeling bij de burgerlijke of bestuursrechtelijke rechter terecht? En zo ja, hoe zal deze rechter daarmee om moeten gaan? In deze bijdrage en de drie daaropvolgende bijdragen zijn dr. Martha LLM, prof. mr. Rogier en dr. mr. Sybesma hierover in discussie.


Dr. R.S.J. Martha LLM
Dr. R.S.J. Martha LLM is oud-minister van Justitie van de Nederlandse Antillen (1998-2002). Martha voert thans de leiding over Lindeborg Counsellors at Law te Londen (VK).
Artikel

De Curaçaose zbo

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2016
Trefwoorden zelfstandige bestuursorganen, artikel 111 Staatsregeling Curaçao, historische context, verordenende bevoegdheid
Auteurs Dr. J. Sybesma
SamenvattingAuteursinformatie

    De bestuurlijke organisatie van de Curaçaose overheid kent naast de klassieke bestuursorganen, als de raad van ministers en de individuele minister, ook entiteiten die op afstand zijn geplaatst, zoals overheidsnv’s en overheidsstichtingen. Daarnaast kent de Staatsregeling van Curaçao sedert 2004 ook nog de mogelijkheid om openbare lichamen en zelfstandige bestuursorganen in te stellen. Vooral van deze laatste bestuursvorm, de zbo, wordt door de wetgever van Curaçao de laatste tijd veel gebruikgemaakt. In dit artikel wordt antwoord gegeven op wat precies een Curaçaose zbo is, waarbij nader wordt ingegaan op de diverse publiekrechtelijke entiteiten die lang voor 2004 werden ingesteld. Tevens komen aan de orde de bevoegdheden en verplichtingen die een zbo kent. Een en ander toegelicht aan de hand van een praktijkvoorbeeld, namelijk de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten.


Dr. J. Sybesma
Dr. J. Sybesma is redactielid van het Caribisch Juristenblad. Hij is tevens lid van de RvA, adviseur van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) en parttime docent aan de juridische faculteit van de Universiteit van Curaçao. Dit artikel is echter volledig à titre personnel geschreven en alle uitspraken en stellingen zijn slechts de zijne.
Diversen

Rechtsbescherming bij het gebruik van big data door toezichthouders: een verkenning

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden big data, profilering, privacy, persoonsgegevens, rechtsbescherming
Auteurs Prof. Gerrit-Jan Zwenne, Mr. Wilfred Steenbruggen en Mr. Michael Reker
SamenvattingAuteursinformatie

    Willen toezichthouders en bestuursorganen gebruikmaken van big data predictive analytics, dan moeten zij dit doen binnen de daarvoor geldende bestuursrechtelijke en privacyrechtelijke kaders. Zij krijgen te maken met rechtsvragen over beschikbaarheid en bruikbaarheid en – omdat er bij toezicht vrijwel altijd op enig moment sprake zal zijn van een verwerking van persoonsgegevens – de privacywetgeving. In dit artikel komen aan de orde over welke gegevens toezichthouders kunnen en mogen beschikken, welke conclusies zij op basis van big-data-analyses kunnen trekken en hoe in dit alles de belangen van rechtssubjecten kunnen worden gewaarborgd.


Prof. Gerrit-Jan Zwenne
Prof. G-J. Zwenne is hoogleraar recht en de informatiemaatschappij te Leiden en advocaat bij Brinkhof in Amsterdam.

Mr. Wilfred Steenbruggen
Mr. W. Steenbruggen is advocaat bij Leijnse Artz in Rotterdam.

Mr. Michael Reker
Mr. M. Reker is advocaat bij Brinkhof in Amsterdam.

    Digitale gegevensuitwisseling tussen toezicht- en opsporingsinstanties betekent een nieuwe manier van werken. Voor welke vragen staat de uitvoeringspraktijk en is die er klaar voor? En hoe staat het met de wetgeving? In dit artikel staat de praktijk bij de totstandkoming van Inspectieview Milieu centraal. Dit traject is een voorbeeld van hoe het elders gaat of zou kunnen gaan. Maar er is meer nodig… In eerste instantie een brede verkenning naar de manier waarop toezicht en opsporing met elkaar samenwerken en op welke wijze ICT daarbij kan ondersteunen. Een belangrijke vervolgvraag is wat daar wettelijk nog voor nodig is. De uitvoeringspraktijk hoeft daar niet op te wachten. Er kan al gestart worden met een gezamenlijke ‘Gedragscode samenwerking en informatie-uitwisseling toezicht en opsporing’ zodat niemand meer het wiel hoeft uit te vinden.


Mr. Caroline Coolen
Mr. C.J. Coolen (1971) is Privacy Officer bij het Nederlands Forensisch Instituut. Daarvoor heeft zij bij het Openbaar Ministerie/Functioneel Parket gewerkt aan de totstandkoming van samenwerkings- en privacyafspraken tussen toezichthouders, gemeenten, opsporingsdiensten en private partijen op het gebied van fraude, ondermijning en milieucriminaliteit. Zij is betrokken bij verschillende (interdepartementale) werkgroepen, verkenningen en wetgevingstrajecten over informatie-uitwisseling en privacy.
Artikel

Markttoezicht in de gezondheidszorg na wijziging Wmg

Overheveling van een AMM-instrument van de NZa naar ACM en verruimde toepassing daarvan

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2016
Auteurs Sjaak van der Heul en Frank Cornelissen
SamenvattingAuteursinformatie

    Momenteel worden de zorgspecifieke aspecten van een voorgenomen concentratie in de zorgsector – na een melding van de betrokken partijen – getoetst door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Ook is de NZa op grond van artikel 48 Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) bevoegd om verplichtingen op te leggen aan zorgaanbieders en -verzekeraars die beschikken over aanmerkelijke marktmacht (AMM). Als het aan minister Schippers van VWS ligt, gaat daarin per 1 januari 2017 verandering komen. Zij stelt voor deze taken door een wetswijziging van de Wmg over te hevelen naar de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Die beoogde overheveling gaat gepaard met enkele materiële wijzigingen in het zorgspecifieke mededingingstoezicht. In dit artikel analyseren de auteurs het wetsvoorstel en voorzien dat van commentaar.


Sjaak van der Heul
Mr. S. van der Heul is advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen N.V.

Frank Cornelissen
Mr. drs. F.J.J. Cornelissen is advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen N.V.

Prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht, AMC/Universiteit van Amsterdam, en lid van de redactie van dit tijdschrift.

Mr. J.R. (Jan Reinier) van Angeren
Mr. J.R. van Angeren is advocaat bij Stibbe.
Jurisprudentie

Access_open Grote schoonmaak ten aanzien van de poetsplicht?

De drie CRvB-uitspraken van 18 mei 2016 over de Wmo 2015

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2016
Auteurs Mr. dr. M.F. Vermaat en Mr. C.W.C.A. Bruggeman
Auteursinformatie

Mr. dr. M.F. Vermaat

Mr. C.W.C.A. Bruggeman
Mr. dr. M.F. (Matthijs) Vermaat is advocaat te Amsterdam en mr. C.W.C.A. (Kees-Willem) Bruggeman zelfstandig adviseur sociaal domein (Brug Consult) en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Gelderland; beiden zijn docent Wmo aan het opleidingsinstituut voor de rechterlijke macht (SSR).
Casus

Wanneer het lekt bij de buurman: het contractueel afdichten van meldingsplichtige datalekken

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Privacy, Bewerkersovereenkomst, Meldplicht, Datalek, Beveiliging
Auteurs Mr. F.C. van der Jagt
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds 1 januari 2016 zijn bedrijven verplicht om datalekken te melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens en in bepaalde gevallen ook bij de personen van wie gegevens ‘gelekt’ zijn. De verwerking van persoonsgegevens wordt vaak deels uitbesteed aan een derde partij, zoals een cloudserviceprovider. In dit artikel wordt uiteengezet op welke wijze contractuele afspraken kunnen helpen om op een doeltreffende wijze uitvoering te kunnen geven aan de meldplicht datalekken wanneer het eigenlijke datalek bij een derde partij plaatsvindt.


Mr. F.C. van der Jagt
Mr. F.C. van der Jagt is Senior Legal Privacy Counsel AVG Technologies. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven en afgerond op 30 juni 2016.
Artikel

Nice to know or need to know

Noodzakelijke strafrechtelijke gegevens voor bestuursrechtelijke sancties

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Motiveringsbeginsel, (verstrekking) politiegegevens, (herstellende of bestraffende) sanctie, Bestuurlijke Rapportage, Bewijsleer
Auteurs Mr. P. Ronteltap
SamenvattingAuteursinformatie

    Vaak zijn strafrechtelijke gegevens nodig voor de bestuursrechtelijke aanpak van georganiseerde criminaliteit. Door de geheimhoudingsplicht mogen de politie en het Openbaar Ministerie niet meer gegevens verstrekken dan noodzakelijk. Daarom onderzoekt het artikel welke soort gegevens nodig zijn voor het onderbouwen van de meest voorkomende sancties. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen herstellende en bestraffende sancties. Het artikel sluit af met de conclusie dat de huidige wijze van informatieverstrekking niet vrij is van risico’s.


Mr. P. Ronteltap
Mr. Pieter Ronteltap is Specialist Bestuursrecht bij de Nationale Politie, eenheid Limburg.

    Evenement. Geluid. Beoordelingskader. Inschakeling StAB. Onduldbare hinder. APV. Beleidsregel.

    Planregels over parkeren. Ontbreken van parkeernorm.


Daniëlle Roelands-Fransen
Toont 1 - 20 van 50 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.