Zoekresultaat: 46 artikelen

x
Jaar 2017 x
Praktijk

Kroniek rechtspraak strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2017
Trefwoorden jurisprudentie, strafrecht, strafbare feiten, calamiteit
Auteurs Prof. mr. P.A.M. Mevis en mr. drs. L. Postma
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Kroniek rechtspraak strafrecht staan de belangrijkste ontwikkelingen, in het bijzonder de relevante rechtspraak, vanaf 1 december 2015 tot en met 31 augustus 2017 centraal. Ten eerste wordt ingegaan op strafbare feiten in (en door) het ziekenhuis. Vervolgens komt het medisch beroepsgeheim en vorderen van gegevens aan bod. Voorts wordt ingegaan op fraude in de zorg, artikel 96 Wet BIG en euthanasie en hulp bij zelfdoding, levensbeëindiging van ernstig gehandicapte pasgeborenen en late zwangerschapsonderbreking. Ten slotte worden onder meer zaken besproken die betrekking hebben op een verdachte die als ‘niet-BIG-geregistreerde’ handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg heeft verricht, een therapeut die tijdens de uitoefening van zijn beroep ontucht heeft gepleegd met een van zijn patiënten en een forensisch arts die schuldig is bevonden aan het plegen van meineed.


Prof. mr. P.A.M. Mevis
Paul Mevis is hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

mr. drs. L. Postma
Liselotte Postma is wetenschappelijk docent strafrecht en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    Kruimelgevallenregeling. Niet-ingrijpende herinrichting openbaar gebied. Commercieel terras.

Artikel

Access_open Op de toekomst voorbereid

Digitale toegankelijkheid onder de loep

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden toegankelijkheid, Europese Unie, VN-verdrag Handicap, Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte, websites
Auteurs Mr. D.C. Houtzager
SamenvattingAuteursinformatie

    Een afspraak voor het ziekenhuis maken, online een maaltijd bestellen, een filmpje op YouTube bekijken? Het kan in toenemende mate alleen nog als je een website of een app kunt gebruiken. Als dat niet lukt, in verband met een visuele of andere beperking, kun je uitgesloten worden van die dienstverlening. Dat is ongewenst en daarom zijn er internationale standaarden voor de toegankelijkheid van websites en apps ontwikkeld. Dienstverleners die deze zogenoemde WCAG-standaarden toepassen, zijn er zeker van dat hun website of app toegankelijk is. De Europese Unie gebruikt de WCAG-normen voor een richtlijn over overheidswebsites. Die moet in 2018 zijn omgezet. Europa werkt aan een andere omvangrijke wet: de Toegankelijkheidsakte. Die bepaalt dat alleen nog apparaten zoals computers, kaartautomaten en telefoons in de EU op de markt mogen worden gebracht die aan toegankelijkheidseisen voldoen. Dat geldt ook voor bankdiensten, de luchtvaart, het spoor en internetdiensten.
    In Nederland zorgt een nieuwe wet ervoor dat overheidsdiensten vanaf 2019 via het web toegankelijk moeten zijn. De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte bepaalt dat diensten door private aanbieders geleidelijk toegankelijk moeten worden gemaakt. De regelgeving lijkt in ieder geval op de toekomst te zijn voorbereid.


Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager is collegelid bij het College voor de Rechten van de Mens en hoofdredacteur van Handicap & Recht.
Artikel

Resultaatgericht indiceren binnen het sociaal domein: een kronkelige weg

Moet de Algemene wet bestuursrecht worden aangepast?

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden sociaal domein, WMO 2015, persoonsgebonden budget, besluit, rechtsbescherming
Auteurs Mr. dr. M.F. Vermaat en mr. J.J. Homan
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de toekenning van maatschappelijke ondersteuning hanteren gemeenten de praktijk van resultaatgericht indiceren. Dat houdt in dat in een overleg tussen een hulpvrager en een aanbieder van zorg afspraken worden gemaakt over de te verlenen ondersteuning. Die afspraken hebben zelden de vorm van een besluit in de zin van de Awb. Dat heeft geleid tot een lacune in de rechtsbescherming: het is moeilijk of soms onmogelijk om tegen een dergelijke ‘afspraak’ bezwaar te maken of beroep in te stellen. In plaats van dit model staan de auteurs het ‘AOB-model’ voor. Dat wil zeggen maatschappelijke ondersteuning aanvragen, samen overleggen hoe daarin te voorzien en in een besluit vastleggen hoe dat dan naar het oordeel van de gemeente moet. Dat perspectief is zonder ingrijpende wetswijziging op korte termijn al te realiseren of verder te verstevigen (toepassing en/of uitbreiding van artikel 2.3.9 Wmo 2015). Een dergelijke rechtsbescherming, samen met een sterkere en meer onafhankelijke positie van de cliëntondersteuner (in de aanvraag- en bezwaarfase), draagt er ook aan bij dat de burger beter in kan schatten waar de grenzen liggen van ‘je recht halen’.


Mr. dr. M.F. Vermaat
Mr. dr. M.F. (Matthijs) Vermaat is advocaat-partner bij Van der Woude De Graaf Advocaten en heeft zich gespecialiseerd in onder meer de Wmo 2015 en de Jeugdwet.

mr. J.J. Homan
Mr. J.J. (Jan Jasper) Homan is juridisch medewerker bij Ieder(in).
Jurisprudentie

Gedomineerde en aanpalende markten – enkele opmerkingen bij NS Limburg

Besluit ACM d.d. 22 mei 2017, artikel 24 Mw en artikel 102 VWEU (Aanbesteding Concessie Limburg)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5-6 2017
Trefwoorden misbruik van machtspositie, misbruik op aanpalende markten, roofprijzen, competition on the merits, stelsel van gedragingen als misbruik
Auteurs Paul Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    Was het misbruikverbod in de Nederlandse mededingingspraktijk lange tijd een rustig, zo niet wat ingeslapen bezit, met het zeer uitvoerige boetebesluit waarmee de ACM de gang van zaken rond de aanbesteding in 2014 van de OV-concessie Limburg afstraft, is aan die rust voorlopig een einde gekomen. Voor mededingingsjuristen biedt de ACM stof tot nadenken met een op onderdelen innovatieve aanpak, die echter de analyse van de effecten van het gestelde misbruik stiefmoederlijk bedeelt.


Paul Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat te Amsterdam (Visser Schaap & Kreijger).
Artikel

Keuze voor een sanctiestelsel: bestuurlijke boete of bestuurlijke strafbeschikking?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2017
Trefwoorden bestuurlijke boete, bestuurlijke strafbeschikking, rechtseenheid, doelmatigheid
Auteurs Prof. mr. H.E. Bröring
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de invoering van de bestuurlijke strafbeschikking zijn bepaalde voordelen van de bestuurlijke boete komen te vervallen. In deze bijdrage staat de vraag centraal wat anno 2017 de voordelen van de bestuurlijke boete zijn. Betoogd wordt dat bestuurlijkeboeterecht in materieel opzicht strafrecht is en in procedureel opzicht bestuursrecht, en dat de keuze voor de bestuurlijke boete daarom vooral op procedurele argumenten moet stoelen. Het belangrijkste procedurele argument ten gunste van de bestuurlijke boete is het vermijden van extra procedures. Het argument dat de bestuurlijke boete qua rechtsbescherming zou onderdoen voor de bestuurlijke strafbeschikking wordt van de hand gewezen.


Prof. mr. H.E. Bröring
Prof. mr. H.E. (Herman) Bröring is als hoogleraar Integrale Rechtsbeoefening verbonden aan de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn onderzoeksdomeinen zijn soft law, rechtshandhaving, vertrouwen in de overheid, en het publiekrecht van de Caribische landen en gebieden van het Koninkrijk.
Artikel

Twee jaar Wwz in cijfers

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Wwz, Cijfers, Ontbindingsverzoeken, Redelijke grond, Rechtbank
Auteurs mr. Marit Beukhof en mr. Rachel Rietveld
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt een cijfermatig overzicht gegeven van de eerste twee jaar Wwz. Inzichtelijk wordt hoe vaak een ontslaggrond is aangevoerd en wat de verhouding is tussen het aantal toe- en afwijzingen. Ook wordt ingegaan op de hoogte van de billijke vergoeding. Naast een algemeen overzicht worden de cijfers ook per rechtbank weergegeven.


mr. Marit Beukhof
Onderzoeker en ontwikkelaar

mr. Rachel Rietveld
Onderzoeker en ontwikkelaar
Artikel

Overgang van onderneming bij de pre-pack: een blik vooruit

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Overgang van onderneming, Faillissement, Insolventie, Pre-pack, Werknemersbescherming
Auteurs mr. dr. Pam Hufman
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 22 juni 2017 oordeelde het Hof van Justitie EU dat de regels met betrekking tot overgang van onderneming van toepassing zijn in een pre-packprocedure. In het artikel wordt de reikwijdte van het arrest, de (on)mogelijkheden voor betrokkenen bij doorstarts in het verleden en mogelijkheden tot aanpassing van de wet besproken.


mr. dr. Pam Hufman
Advocaat
Artikel

Het hinderpaalcriterium drie jaar na CZ/Momentum

De stand van zaken van het kat-en-muisspel tussen zorgverzekeraars en niet-gecontracteerde zorgaanbieders

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2017
Trefwoorden hinderpaalcriterium, niet-gecontracteerde zorg, toestemmingsvereiste, cessieverbod, regisseursrol
Auteurs Mr. B.A. van Schelven en mr. M.M. Janssen
Samenvatting

    In juli 2014 oordeelde de Hoge Raad in CZ/Momentum dat het zogeheten hinderpaalcriterium onderdeel uitmaakt van artikel 13 lid 1 Zvw. De vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg mag zodoende niet zo laag zijn dat daarmee een feitelijke hinderpaal wordt opgeworpen om zorg te betrekken van een niet-gecontracteerde zorgaanbieder naar keuze. In dit artikel wordt onderzocht hoe artikel 13 lid 1 Zvw zich sindsdien heeft ontwikkeld. Ook worden twee ontwikkelingen onderzocht die in het veld als nieuwe feitelijke hinderpalen worden beschouwd: door zorgverzekeraars gehanteerde cessieverboden en toestemmingsvereisten. Het onderzoek vindt plaats tegen de achtergrond van de regisseursrol die zorgverzekeraars binnen het zorgstelsel is toebedacht.


Mr. B.A. van Schelven

mr. M.M. Janssen
Artikel

Access_open De plaats van het interne toezicht in de praktijk van het externe toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2017
Trefwoorden extern toezicht, intern toezicht, relatie, proxytoezicht, aanvullen en versterken
Auteurs Leonie Schakel en Annemiek Stoopendaal
SamenvattingAuteursinformatie

    Politici en wetenschappers zijn het er al jaren over eens dat extern toezicht en intern toezicht kunnen verbeteren wanneer zij elkaar zouden aanvullen en versterken. Toch spreken interne en externe toezichthouders elkaar zelden. Dit artikel brengt de plaats van het interne toezicht in de praktijk van extern toezichthouders in kaart. Uit het onderzoek blijkt dat interne toezichthouders zich gestaag een plek verwerven in de toezichtpraktijk van externe toezichthouders, maar structureel beleid is nog schaars. Door inzichten uit de literatuur en de praktijk van de externe toezichthouders is het mogelijk de keuzes die gemaakt worden in het vormgeven van de relatie tussen intern en extern toezicht beter te onderbouwen.


Leonie Schakel
Mr. drs. L.A. Schakel is promovenda bij de Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM), Erasmus Universiteit Rotterdam en senior beleidsmedewerker bij de Nederlandse Zorgautoriteit

Annemiek Stoopendaal
Dr. A.M.V. Stoopendaal is universitair docent bij de Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM), Erasmus Universiteit Rotterdam
Redactioneel

Het bestaansrecht van de Wet op de economische delicten revisited

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Herziening WED, Culpose delicten, Kaderwet WOD, Europese regelgeving
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De WED lijkt toe aan herziening in de vorm van een kaderwet Wet op de ordeningsdelicten (WOD). De structuur van de aanduiding van de materiële normen kan zo blijven, aangevuld met een specifiek sanctiearsenaal. Er dient een nuancering in de sancties te worden aangebracht door culpose delicten te introduceren. Strafvorderlijk gezien dient in de WOD een juridisch kader te worden gecreëerd voor onder andere overlegstructuren van toezichthouders en OM en de afdoeningsmodaliteit voor buitengerechtelijke afdoening. In de sanctietoemeting zal de verhouding tussen strafrecht en bestuursrecht opnieuw moeten worden geregeld. Speciale aandacht dient de Europese wetgeving in de nieuwe WOD te krijgen.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. Haentjens is bijzonder hoogleraar financieel strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam.

    Weigeren van hotelfunctie. Gemeentelijk beleid. Vertrouwensbeginsel. Vooringenomenheid.

    Bouwen en wijzigingen monument. Reclame achter ramen. banieren en lichtlijnen aan gevel. Omgevingsvergunning. Beleidsregels. Bouwwerk.

    Hotelfunctie. Vergunningverlening in strijd met eigen beleid.

Artikel

De handhaving van het vreemdelingenrecht in Curaçao

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2017
Trefwoorden vreemdelingenrecht, handhaving, Landsverordening toelating en uitzetting, Toelatingsbesluit, Landsverordening arbeid vreemdelingen
Auteurs Prof. mr. L.J.J. Rogier
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat de handhaving van het vreemdelingenrecht op basis van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu), het Toelatingsbesluit (Tb) en de beleidsregels ter uitvoering van deze regelgeving centraal. Ook wordt aandacht geschonken aan de Landsverordening arbeid vreemdelingen (Lav), de Landsverordening identificatieplicht (Lvi), de Landsverordening basisverzekering ziektekosten (Lbz) en de Vestigingsregeling voor bedrijven, die ook aanknopingspunten bieden voor de handhaving van het vreemdelingenrecht.


Prof. mr. L.J.J. Rogier
Prof. mr. L.J.J. Rogier is emeritus hoogleraar Staats- en bestuursrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Curaçao.
Artikel

Access_open De rol van alternatieve handhaving in het mededingingstoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden handhaving, mededinging, toezichtstrategie, informele handhaving, preventieve interventie
Auteurs Eva Lachnit
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden enkele alternatieve handhavingsinstrumenten geanalyseerd zoals zij gebruikt worden door de Nederlandse Autoriteit Consument en Markt (ACM), de Britse Competition and Markets Authority (CMA) en de Franse Autorité de la Concurrence (de Autorité). Echter, hierbij ligt de focus niet op de individuele, juridische analyse van ieder handhavingsinstrument, maar op de relatie tussen handhavingsinstrumenten, onderliggende strategie, en toezichthouder. Het uiteindelijke doel van deze bijdrage is om te illustreren wat de gevolgen kunnen zijn van een brede toepassing van alternatieve handhavingsinstrumenten vanuit het perspectief van toezicht. Hierbij zullen er, met name in de concluderende paragrafen, conclusies worden getrokken die bruikbaar zijn voor het toepassen van alternatieve handhaving buiten het mededingingstoezicht.


Eva Lachnit
Mr. dr. E.S. Lachnit is universitair docent Economisch Publiekrecht bij de Universiteit Utrecht. Zij promoveerde in september op het proefschrift Alternative Enforcement of Competition Law en doet onderzoek en advisering op het gebied van toezicht- en handhavingsstrategieën van toezichthouders in brede zin.
Artikel

Delegatie van regelgevende bevoegdheid in Nederland: tijd voor herbezinning

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2017
Trefwoorden delegatie, experimenteerwetgeving, kaderwetgeving
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey en Mr. C.S. Aal
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat delegatie van regelgevende bevoegdheid in Nederland op het niveau van de centrale overheid centraal. Het lijkt tijd voor een herbezinning op het geldende constitutionele kader voor delegatie. De auteurs merken op dat deze uitgangspunten weliswaar formeel nog worden onderschreven, maar onder druk van maatschappelijke veranderingen wordt daar in de praktijk steeds vaker van afgeweken. De samenleving verandert in technologisch, economisch en cultureel opzicht snel en de regering staat voor de uitdaging om wetgeving die veranderingen bij te laten benen. Dit gebeurt mede door bijvoorbeeld steeds meer gebruik te maken van kaderwetgeving, waarbij op formeel wetsniveau alleen kaderstellende regels worden vastgelegd; de uitwerking vindt plaats in lagere regelgeving. Dit roept echter de nodige vragen op over onder meer de positie van het parlement als controleur en medewetgever. Het is vanwege deze ontwikkelingen dat het volgens de auteurs tijd is voor een herbezinning op het constitutionele kader voor delegatie.


Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. (Luc) Verhey is hoogleraar op de Kirchheiner leerstoel aan de Universiteit Leiden, staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.

Mr. C.S. Aal
Mr. C.S. (Charald) Aal is wetgevingsjurist bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Artikel

Handhaving van de Algemene Verordening Gegevensbescherming vanuit Nederlands perspectief

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2017
Trefwoorden gegevensbescherming, Algemene Verordening Gegevensbescherming, Autoriteit Persoonsgegevens, handhaving, boetes
Auteurs Mr. E. Oude Elferink en Mr. J.G. Reus
SamenvattingAuteursinformatie

    De Algemene Verordening Gegevensbescherming zal op 25 mei 2018 van toepassing worden. Ten aanzien van de handhaving van regels op het vlak van gegevensbescherming gaat dat grote veranderingen teweegbrengen. In dit artikel wordt een toekomstbeeld geschetst.
    Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), PbEU 2016, L 119/1


Mr. E. Oude Elferink
Mr. E. (Edmon) Oude Elferink is advocaat bij CMS in Brussel.

Mr. J.G. Reus
Mr. J.G. (Jurre) Reus is advocaat in Amsterdam.
Artikel

Bouwen in een circulaire stad

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden circulair, circulaire economie, hergebruik
Auteurs Mr. dr. M.N. (Marlon) Boeve
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht of het huidige en toekomstige omgevingsrechtelijk instrumentarium voldoende mogelijkheden en/of stimulansen biedt om volledig circulaire steden mogelijk te maken. Daarbij komen de volgende onderwerpen aan de orde. Eerst wordt ingegaan op de eisen die aan de circulariteit van bouwwerken kunnen worden gesteld in de ontwerpfase. Besproken wordt in hoeverre de ambities van gemeentelijke ‘koplopers’ kunnen worden vormgegeven door strenge(re) eisen te stellen aan het materiaalgebruik bij nieuwbouw. Vervolgens wordt ingegaan op de vraag in hoeverre circulariteit bij bestaande bouw kan worden bereikt. Daarbij gaat het zowel om het planologisch instrumentarium om leegstand tegen te gaan, als om de eisen die kunnen worden gesteld aan verantwoord materiaalgebruik bij renovatie. Daarna komen de mogelijkheden in de sloopfase van een bouwwerk aan de orde: in hoeverre kunnen eisen worden gesteld ten aanzien van de scheiding van waardevol bouw- en sloopmateriaal?


Mr. dr. M.N. (Marlon) Boeve
Mr. dr. M.N. Boeve is als universitair docent verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law van de Universiteit Utrecht.
Toont 1 - 20 van 46 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.