Zoekresultaat: 20 artikelen

x
Jaar 2014 x

    Beleidsnotitie is een beleidsregel waartegen geen beroep openstaat. De juistheid van de norm kan echter wel in een handhavingsprocedure dan wel een maatwerkvoorschriftenprocedure aan de orde worden gesteld.

    Art. 8 Kwaliteitswet zorginstellingen; bevel IGZ; besluit tot verlenging; onvoldoende gemotiveerd

Praktijk

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden EVRM, EHRM, rechten van de mens, schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM of Hof) heeft in het verslagjaar 2013-2014 een groot aantal voor het gezondheidsrecht interessante uitspraken gedaan. Het Hof heeft zich onder meer uitgelaten over de inzagebevoegdheid van een toezichthouder in patiëntendossiers, de (on)redelijkheid van een absolute verjaringstermijn bij letselschadezaken, de bevoegdheid van een lokale overheid om een zorgindicatie naar beneden bij te stellen en het onderscheid tussen het vrijwillig weigeren van zorg en het nalaten goede zorg te bieden. En op de valreep van het zittingsjaar nam het Hof nog een voorlopige maatregel, waardoor het besluit tot staking van de voedsel- en vochttoediening aan een patiënt zonder levensperspectieven niet ten uitvoer kon worden gebracht. Dit en andere hieronder te bespreken onderwerpen zijn ook in Nederland actueel.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC en redacteur van dit tijdschrift.
Praktijk

De wenselijkheid van beheerst beloningsbeleid in de financiële sector

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden beheerst beloningsbeleid, bonusplafond, beloningen, financiële ondernemingen
Auteurs Mr. drs. A.M. Helstone
SamenvattingAuteursinformatie

    In de afgelopen zes jaar heeft de regulering van variabele beloning bij financiële ondernemingen na de val van Lehman Brothers niet stilgestaan. In dit verband wordt er met name in Nederland een niet-aflatende strijd voor beheerst beloningsbeleid in de financiële sector gevoerd. Deze bijdrage richt zich op de belangrijkste initiatieven voor regulering van beloningen bij financiële ondernemingen van de afgelopen zes jaar. Hierbij wordt ook stilgestaan bij de recente voornemens van de Nederlandse wetgever om een bonusplafond van 20% te introduceren voor alle medewerkers die werkzaam zijn in de financiële sector. Daarbij wordt ook ingegaan op de vraag in hoeverre het wenselijk is dat deze nieuwe regels naast de bestaande regels zullen worden geïntroduceerd.


Mr. drs. A.M. Helstone
Mr. drs. A.M. Helstone is advocaat en partner bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

De bescherming van de volksgezondheid in het omgevingsrecht

Tijdschrift StAB, Aflevering 3 2014
Auteurs mr. J.K. van de Poel en mr. M. van Harten

mr. J.K. van de Poel

mr. M. van Harten
Artikel

De ongeldigverklaring van de Dataretentierichtlijn: een nieuwe stap in de bescherming van de grondrechten door het Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden grondrechten, gegevensbescherming, ongeldige richtlijn, verkeersgegevens, evenredigheidstoetsing
Auteurs Mr. Hielke Hijmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 8 april 2014 heeft het Hof van Justitie een opmerkelijk arrest gewezen in de gevoegde zaken Digital Rights Ireland en Seitlinger.
    Het heeft voor het eerst wegens strijd met het EU-Handvest voor de grondrechten een richtlijn in zijn geheel vernietigd. Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat de Uniewetgever met de vaststelling van de Dataretentierichtlijn de door het evenredigheidsbeginsel gestelde grenzen heeft overschreden die hij in het licht van de artikelen 7, 8 en 52 lid 1 van het Handvest in acht dient te nemen. Het heeft geen beperking in de tijd aangebracht (het Hof van Justitie wijkt hiermee af van de conclusie van advocaat-generaal Cruz Villalón, overwegingen 154-158).
    HvJ EU 8 april 2014, gevoegde zaken C-293/12 en C-594/12, Digital Rights Ireland en Seitlinger, EU:C:2014:238, n.n.g.


Mr. Hielke Hijmans
Mr. H. (Hielke) Hijmans is verbonden aan de Europese toezichthouder voor de gegevensbescherming (EDPS), tot 1 juli 2014 als afdelingshoofd Policy & Consultation. Thans heeft hij een sabattical, en werkt hij aan een onderzoek naar de grondrechtenbescherming op internet en de rol van de EU daarbij, als geassocieerd medewerker van de Vrije Universiteit Brussel en van de Universiteit van Amsterdam. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Huurprijsbescherming in strijd met art. 1 EP?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden huurprijsverhoging, art. 1 EP, bescherming van eigendom, ongestoord genot van eigendom
Auteurs Mr. M.L. Tuil
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aan de hand van het arrest Nobel/Brommert besproken of het Nederlandse stelsel van huurprijsbescherming art. 1 EP schendt, en zo ja, op welke wijze een dergelijke schending kan worden geredresseerd.


Mr. M.L. Tuil
Mr. M.L. Tuil is universitair docent aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam.

    Overwegingen ten aanzien van de omvang van het normaal maatschappelijk risico.

Artikel

Huurprijsbescherming in strijd met art. 1 EP?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden huurprijsverhoging, art. 1 EP, bescherming van eigendom, ongestoord genot van eigendom
Auteurs Mr. M.L. Tuil
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aan de hand van het arrest Nobel/Brommert besproken of het Nederlandse stelsel van huurprijsbescherming art. 1 EP schendt, en zo ja, op welke wijze een dergelijke schending kan worden geredresseerd.


Mr. M.L. Tuil
Mr. M.L. Tuil is universitair docent aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam.
Artikel

Herziening Tabaksrichtlijn

Over de nieuwe Tabaksrichtlijn en de implicaties voor de Nederlandse rechtsorde

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden interne markt, volksgezondheid, harmonisatie, Richtlijn 2014/40/EU, intellectueel eigendom
Auteurs Mr. R.A. Fröger en Mr. K. de Weers
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 14 maart 2014 is de nieuwe Tabaksrichtlijn 2014/40/EU (hierna: de Richtlijn) vastgesteld. De nieuwe Tabaksrichtlijn brengt een ingrijpende wijziging op het gebied van de productie en distributie van tabaksproducten met zich mee. Op 20 mei 2016 moet de Richtlijn in de Nederlandse wetgeving zijn geïmplementeerd. In deze bijdrage worden de belangrijkste kenmerken van de Richtlijn besproken en wordt kort ingegaan op de gevolgen voor de Nederlandse rechtsorde.
    Richtlijn 2014/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten en tot intrekking van Richtlijn 2001/37/EG, Pb. EU 2014, L 127/1.


Mr. R.A. Fröger
Mr. R.A. (Robert) Fröger is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

Mr. K. de Weers
Mr. K. (Koen) de Weers is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.
Artikel

Grenzen voor de EU-wetgever bij het machtigen van Europese agentschappen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2014
Trefwoorden EU agentschappen, ESMA, Meroni, Romano, institutioneel evenwicht, delegatie
Auteurs Drs. M. Chamon
SamenvattingAuteursinformatie

    Welke bevoegdheden kan de Uniewetgever overdragen aan EU-agentschappen (Europese ZBO's) en welke grenzen dienen hierbij gerespecteerd te worden? Sinds de bestuurlijke verzelfstandigingstendens zich ook op EU-niveau doorzette, vormden deze vragen het voorwerp van debat. Aangezien de Verdragen hier stilzwijgend over zijn, zochten rechtsgeleerden en ook de instellingen houvast in (verouderde) rechtspraak van het Hof van Justitie uit de tijd van de EGKS. In de short selling-zaak heeft het Hof nu voor het eerst zelf antwoord gegeven op deze vragen en dit met betrekking tot een bevoegdheidstoekenning aan de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten.


Drs. M. Chamon
Drs. M. Chamon is assistent en doctoraalonderzoeker aan het Europees Instituut van de Universiteit Gent (Jean Monnet Centre of Excellence).

    Geen aanleiding om vanwege volksgezondheidsrisico’s door geurhinder af te wijken van de afstandsnormen die zijn opgenomen in de Wet geurhinder en veehouderij.

Artikel

Een voorstel voor een effectief rechtsmiddel voor overschrijdingen van het redelijketermijnvereiste

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden artikel 47 Handvest, redelijketermijnvereiste, effectief rechtsmiddel
Auteurs Mr. A.E. Beumer LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 november 2013 gaf de Grote Kamer van het Hof van Justitie een belangrijk oordeel in drie mededingingszaken, Kendrion, Groupe Gascogne, en Gascogne Deutschland. De drie uitspraken zullen de boeken ingaan als de uitspraken waarin het Hof van Justitie duidelijkheid verschafte over het rechtsmiddel dat particulieren kunnen instellen wanneer zij op EU-niveau worden geconfronteerd met een schending van het redelijketermijnvereiste. In lijn met eerdere jurisprudentie moest het Hof van Justitie kiezen tussen twee rechtsmiddelen. Ten eerste kon het Hof van Justitie, conform de zaak Baustahlgewebe, een schending vaststellen en vervolgens zelf (als een vorm van genoegdoening) de boete verlagen die de Commissie had opgelegd. Ten tweede kon het Hof van Justitie, in overeenstemming met de zaak Grüne Punkt, opteren voor een aparte schadevergoedingsactie. Het Hof van Justitie maakt een principiële keuze voor het tweede rechtsmiddel.HvJ EU 26 november 2013, zaak C-58/12 P, Groupe Gascogne/Commissie, zaak C-40/12 P, Gascogne Sack Deutschland/Commissie, en zaak C-50/12 P, Kendrion/Commissie, n.n.g.


Mr. A.E. Beumer LLM
Mr. A.E. (Elsbeth) Beumer LLM is als PhD-onderzoeker verbonden aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.

    Deskundigenrapportage; marginale toetsing conclusies; aanscherpen criteria

    In judicial review of decisions of administrative authorities courts generally aim towards grounding a judgment on substantively true facts. Such a substantive truth is usually understood as meaning ’that which happened’. But how can true facts be established if the facts have not yet occurred and what implications does this have for judicial review in administrative procedures? In this article this question will be analysed by taking the Dutch Administrative Court’s review of merger decisions of the Dutch Competition Authority - using a substantively close copy of the European merger control assessment framework - as subject of analysis. Judicial review of the substantive assessment in merger control, including the prospective analysis involved and taking into account complexities of economic evidence, will be analyzed and set against the general aim of establishing substantive truth of facts.


Anna Dr. Gerbrandy Ph.D.
Dr. Anna Gerbrandy is associate professor in Public Economic Law at the Europa Institute, Utrecht University.
Artikel

‘Staring at the felony forest’

De complexiteit van risicoprofilering nader in kaart gebracht

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2014
Trefwoorden profileren, discretionaire bevoegdheden, etniciteit, selectie
Auteurs Tim Dekkers MSc en Mr. dr. Maartje van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, the debate around police profiling has been rather low key – until recently. Now it has turned into a heated discussion with a clear focus on ethnic profiling. This extensive international literature review aims to show that there is more to profiling than just ethnicity. Factors such as behavior and the vehicle someone is driving can be just as important as a person’s looks. The results of this study put profiling in perspective and level the playing field of the debate, in which the side of the organizations using profiling has not gotten enough attention until now.


Tim Dekkers MSc
Tim Dekkers MSc is junior onderzoeker bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Mr. dr. Maartje van der Woude
Mr. dr. Maartje van der Woude ishoofddocent Straf- en strafprocesrecht aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie te Leiden. Zij is tevens redactielid van PROCES.
Jurisprudentie

Lufthansa

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Lufthansa, staatssteun, openingsbesluit, formele onderzoeksprocedure
Auteurs Berend Jan Drijber en George Dictus
SamenvattingAuteursinformatie

    Is de nationale rechter gebonden aan het besluit van de Europese Commissie om de formele onderzoeksprocedure in te leiden? Dat vraagt het Oberlandesgericht Koblenz aan het Hof van Justitie in een geschil tussen Deutsche Lufthansa en Flughafen Frankfurt-Hahn GmbH.
    Het Hof van Justitie beantwoordt deze vraag bevestigend: nationale rechters zijn gebonden aan een dergelijk besluit. In deze annotatie gaan de auteurs in op de belangrijkste overwegingen van het Hof van Justitie en de (mogelijke) consequenties van het arrest.
    HvJ EU 21 november 2013, zaak C-284/12, Deutsche Lufthansa AG/Flughafen Frankfurt-Hahn GmbH, n.n.g.


Berend Jan Drijber
Mr. B.J. Drijber is advocaat en partner bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn en tevens redactielid van M&M.

George Dictus
Mr. G.A. Dictus is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.

    In deze bijdrage wordt nader ingegaan op het erfrechtelijke ‘willekeur’-begrip. Volgens de minister is het niet toegestaan dat een erflater een legaat maakt dat afhankelijk is van de willekeur van een ander. Wanneer is hiervan sprake en hoe zwaar dient aan dit, door de minister uitgesproken, ’willekeurverbod’ getild te worden? Aan de hand van een korte beschouwing van het bepaaldheidsvereiste, de corrigerende rol die de redelijkheid en billijkheid in ons vermogensrecht kan spelen, een analyse van het Duitse § 2065 I BGB, de al dan niet toelaatbaarheid van de potestatieve voorwaarde en een vergelijking met de schenking, kan naar het oordeel van de auteur worden gesteld dat voor erfrechtelijke willekeur niet gauw gevreesd hoeft te worden.
    ---
    This contribution examines the definition of arbitrariness in Dutch succession law. According to the Ministry of Justice of the Netherlands, a testator is not permitted to make a bequest subject to the arbitrariness of a third party. What does arbitrariness mean, and how important is this ’prohibition of arbitrariness’? Based on a review of the determinable terms, the role of equity and fairness in Dutch property law, the German provision § 2065 I BGB, the principle of ’potestatieve voorwaarde’, and through comparison with benefactions, the author suggests that there is hardly any risk of arbitrariness in Dutch succession law.


Dr. Nathalie Bauduin
Nathalie Bauduin is a PhD student at the Centre for Notary Law of Radboud University Nijmegen.

    This article examines the subsidy rules as they have developed since the introduction of the subsidy title into the General Administrative Law Act (GALA) fifteen years ago. What did experts at that time consider to be the most important parts of the subsidy title and what were their expectations in that regard? We will consider, for certain selected topics, which main developments have taken place in legal practice over the past fifteen years, based mainly on an analysis of the case law. The most important features and trends will be outlined in this article. Finally, we will consider whether these features and trends can teach us anything about (the development of) the GALA that may still be relevant for the legislator today, when designing general rules of administrative law.


Rianne Jacobs
Rianne Jacobs is raadadviseur bij de Directie Wetgeving van het Ministerie van V&J

Willemien den Ouden
Willemien den Ouden is hoogleraar bestuursrecht aan de Universiteit Leiden
Artikel

Aansprakelijkheid lidstaat voor niet-uitvoering milieueffectbeoordeling

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Milieueffectbeoordeling (MER), aansprakelijkheid, relativiteit,, causaliteit, zuivere vermogensschade
Auteurs Mr. E.H.P. Brans
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van de uitbreiding van een vliegveld is nagelaten een milieueffectbeoordeling (MER) uit te voeren, waardoor de milieueffecten van deze uitbreiding niet zijn onderzocht en ook niet is nagegaan of er alternatieven voorhanden zijn die tot minder geluidsoverlast leiden. Een eigenares/bewoonster van een huis dat in de zone ligt die extra geluidsoverlast ondervindt door de uitbreiding, vordert schadevergoeding stellende dat onrechtmatig is gehandeld doordat is nagelaten een MER uit te voeren. Het Hof van Justitie oordeelt dat de voorkoming van vermogensschade onder het beschermingsbereik van de MER-Richtlijn valt indien dergelijke schade het rechtstreekse economische gevolg is van de milieueffecten van een openbaar of particulier project is. Dat lijkt een stap in de goede richting te zijn voor klaagster, maar aannemelijk gemaakt zal moeten worden dat indien wel een MER was uitgevoerd, niet toch dezelfde schade zou zijn gelden. Kortom, het causaliteitscriterium kan in de weg staan aan een succesvolle claim.
    HvJ EU 14 maart 2013, zaak C-420/11, Leth/Oostenrijk, n.n.g.


Mr. E.H.P. Brans
Mr. E.H.P. (Edward) Brans is senioradvocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.