Zoekresultaat: 55 artikelen

x
Jaar 2012 x

    As a result of reported cases of child abuse by Roman Catholic priests and brothers in The Netherlands, a Dutch solicitor has formally accused the archdiocese of Utrecht and the diocese of Rotterdam of conspiracy. The charges being ill-founded were rejected by the public prosecutor. The present article points out that the charge of conspiracy was ill-considered and legally untenable under Dutch criminal law, because it could not be maintained that the archdiocese of Utrecht or the diocese of Rotterdam were parties to an agreement to commit the offences in question. Unfortunately child abuse and the tendency to keep it silent are a common problem in Dutch society, not only within the Roman Catholic Church, so it should be addressed accordingly. The Dutch Bishops’ Conference and representatives of congregations established in The Netherlands have set up a fact-finding committee under the expert guidance of the elder states-man Mr. Deetman to make an independent investigation into the facts and circumstances of sexual abuse of children within the ecclesiastical province of The Netherlands and to make recommendations for redress and compensation. The committee has submitted its report in December 2011. Like this the Dutch bishops and congregations have set an example how the problem of prescribed cases of child abuse within a complex social organization can be revealed and dealt with. For that purpose criminal law is a less appropriate instrument. It is satisfying to see that other organizations, religious and secular, have taken similar initiatives.


René Guldenmund
Mr. R.M.A. Guldenmund studeerde burgerlijk recht en internationaal recht, en was van 1984-1993 onderzoeker aan de Universiteit Utrecht. Sindsdien werkte hij als jurist aan verschillende ministeries. Hij publiceerde o.a. over de strafrechtelijke handhaving van het EU-gemeenschapsrecht. Thans werkt hij aan het proefschrift God in de publieke ruimte. rene@guldenmund.eu.
Artikel

‘The way forward in Europe’: een verslag van het lustrumcongres van PEOPIL

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Grensoverschrijdende letselschadezaken, standaardisatie, Haags Verkeersongevallen Verdrag, Rome II, Brussel I
Auteurs Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt verslag gedaan van het jaarcongres van the Pan European Organisation for Personal Injury Lawyers. Aan de orde komen de standaardisatie bij de vaststelling van schade in letselschadezaken in Noorwegen en Denemarken en recente ontwikkelingen in Spanje en Italië. Tevens wordt ingegaan op de vereisten die in Engeland worden gesteld aan expertiserapporten. Tot slot wordt verslag gedaan van de bevoegdheid van rechters in grensoverschrijdende letselschadezaken, op grond van Brussel I en het toepasselijke recht op grond van Rome II. Ook wordt ingegaan op de wisselwerking tussen Rome II en het Haags Verkeersongevallen Verdrag.


Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga is advocaat bij Legaltree en specialiseert zich in grensoverschrijdende aansprakelijkheids- en letselschadezaken. Zij is tevens voorzitter van PEOPIL.
Diversen

Compliance in de gezondheidszorg

Het ontbreken van afstemming tussen extern en intern toezicht, een eenvoudig te genezen kinderziekte

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden transparantie toezicht gezondheidszorg, compliance gezondheidszorg, compliance toezicht ontbreekt, compliance ActiZ, compliance NVZ]
Auteurs Drs. J.H. Colijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Door externe druk is er in toenemende mate een roep om transparantie in bestuur en toezicht in de gezondheidszorg. Dit leidt tot aandacht voor en aanscherping van de governance. Zowel interne als de externe toezichthouders IGZ, NZa en NMA streven naar verbetering van de interne controle, twee brancheverenigingen in de zorg – ActiZ en NVZ – hebben het begrip compliance in de gezondheidszorg geïntroduceerd. Echter, de invoering van compliance voor de zorg lijkt door toezichthouders en brancheverenigingen niet te zijn afgestemd. Hierdoor is er een risico dat zowel interne als externe toezichthouders niet exact weten waar de zorginstelling nu eindelijk aan moet voldoen. Bovengeschetst probleem dient zo spoedig mogelijk opgelost te worden.


Drs. J.H. Colijn
Drs. J.H. Colijn is toezichthouder van een zorginstelling en doet onderzoek naar compliance in de gezondheidszorg.

Annemieke Wolthuis
Annemieke Wolthuis is als kinderrechtenspecialist momenteel verbonden aan de Universiteit Leiden en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Complicaties bij de ‘vereenvoudigde’ vaststelling van de jaarrekening (ex art. 2:210 lid 5 BW)

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2012
Trefwoorden vaststelling jaarrekening, decharge, openbaarmaking, accountantsverklaring
Auteurs Mr. G.C. van Eck
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de toepassing van de vereenvoudigde wijze van vaststelling van de jaarrekening van de BV op grond van artikel 2:210 lid 5 BW kunnen complicaties optreden. De regeling kan leiden tot een onbedoelde decharge en een verkorting van de uiterste termijn voor de openbaarmaking van de jaarrekening. De regeling houdt evenmin rekening met titel 9 van Boek 2 BW en het verplichte onderzoek van de jaarrekening door een accountant.


Mr. G.C. van Eck
Mr. G.C. van Eck is notaris bij Loyens & Loeff te Rotterdam.
Artikel

Rol en aansprakelijkheid van de trustee

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Curaçaose trust, trustee, aansprakelijkheid, zorgplicht, breach of trust
Auteurs Mr. K. Frielink
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2012 is de regeling inzake de Curaçaose trust in werking getreden. Op de trustee rust een uit de wet voortvloeiende zorgplicht, omdat aan de trustee geldelijke en andere belangen zijn toevertrouwd. Het bestaan van een zorgplicht roept de vraag op naar de aansprakelijkheid van de trustee in geval van een ‘breach of trust’. Daarbij is het van belang te kijken naar de verplichtingen die een trustee heeft. Voorts wordt stilgestaan bij een mogelijk beroep op disculpatie en bij het onderwerp contractuele exoneratie.


Mr. K. Frielink
Mr. K. Frielink is advocaat/partner bij Spigt Dutch Caribbean.
Artikel

De rol van de ondernemingsraad bij het aantrekken van krediet en het stellen van zekerheid in concernverband

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2012
Trefwoorden ondernemingsraad, adviesrecht, krediet, zekerheid, herfinanciering
Auteurs Mr. L.A. Beukers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de rol van de ondernemingsraad bij besluiten tot het aantrekken van krediet en het stellen van zekerheid in concernverband.


Mr. L.A. Beukers
Mr. L.A. Beukers is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

De flex-BV nader belicht, een overzicht van de belangrijkste wijzigingen en nieuwe mogelijkheden die de wet introduceert

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2012
Trefwoorden flexibilisering, flex-BV, uitkeringstest, balanstest, artikel 2:216 BW
Auteurs Mr. N.V. Douma
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de nieuwe wetgeving inzake de flex-BV die per 1 oktober 2012 in werking is getreden.


Mr. N.V. Douma
Mr. N.V. Douma is advocaat bij Stibbe.


Mr. M.H. de Boer
Mr. M.H. de Boer is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Praktijk

Uitkeren aan aandeelhouders, (hoe) kunnen we dat doen?

Een overzicht na afsluiting van een rumoerig wetgevingsproces

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2012
Trefwoorden FlexBV, artikel 2:216 BW, uitkeren aan aandeelhouders, crediteurenbescherming
Auteurs Mr. I.C.P. Groenland
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de onderwerpen uit de FlexBV wetgeving die op 1 oktober 2012 van kracht is geworden en waar sinds de aanvang van het wetgevingsproces het meest over is geschreven, zijn de uitkeringen aan aandeelhouders. De aanpassing van artikel 216 wordt door de regering beschouwd als basis voor een evenwichtig systeem van crediteurenbescherming. Toch bleek het vinden van draagvlak voor de regeling omtrent uitkeringen een hele dobber. Sinds 1 oktober 2012 hebben we te maken met het nieuwe artikel 2:216 BW bij uitkeringen aan aandeelhouders. De regels veranderen, maar naar inschatting van de auteur verandert voor de meeste vennootschappen het speelveld niet ingrijpend. Een kritiekpunt van de auteur is dat hoewel de striktere formulering van de verhouding tussen aandeelhoudersvergadering en bestuur aansluit bij de gangbare opvattingen over corporate governance, de vastlegging in een dwingendrechtelijke regeling niet zo wenselijk is. Een ruimer kader voor afwijking van de gekozen wettelijke systematiek was wenselijk geweest voor de praktijk.


Mr. I.C.P. Groenland
Mr I.C.P. Groenland is kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff N.V. te Rotterdam.
Praktijk

Kartels en concernverhoudingen: extra zorgplicht voor moeders?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2012
Trefwoorden kartelinbreuk, toerekening, boete, concernverhoudingen, mededingingsrecht
Auteurs Mr. S.G.J. Smallegange en mr. L.L. Bremmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Een boete voor een kartelinbreuk van een dochteronderneming kan aan een moedermaatschappij worden toegerekend als zij een economische eenheid vormen en de moeder een beslissende invloed uitoefent. De Europese Commissie gaat hierbij uit van een weerlegbaar vermoeden als de moeder 100% van het kapitaal bezit, waarbij de moeder het bewijs moet aandragen dat zij geen beslissende invloed heeft gehad op de dochter. Hoe zit dat bij andere posities van moedermaatschappijen? Bij de beoordeling kijkt de Commissie naar de feiten en omstandigheden van het geval. Overlap in besturen, management en zelfs negatieve zeggenschap kunnen beslissende invloed creëren. De moeder doet er daarom goed aan – voordat zij wordt geconfronteerd met een overtreding – inzichtelijk te hebben of zij als een economische eenheid gezien wil worden.


Mr. S.G.J. Smallegange
Mr. S.G.J. Smallegange is als advocaat werkzaam bij de vakgroep Europees en Mededingingsrecht AKD te Brussel.

mr. L.L. Bremmer
Mr. L.L. Bremmer is als advocaat werkzaam bij de vakgroep Europees en Mededingingsrecht AKD te Brussel.
Casus

Ongewenste paulianadreiging voor redders in nood

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2012
Trefwoorden pauliana, faillissementspauliana, wetenschap, benadeling, herfinanciering
Auteurs Mr. T. Hekman en mr. J. de Koning Gans
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de herfinanciering van een noodlijdende onderneming zal een bank (aanvullende) zekerheden verlangen. Komt de onderneming ondanks het nieuw verkregen krediet alsnog te failleren, dan kan een curator de verstrekte zekerheden trachten te vernietigen met een beroep op de faillissementspauliana. De Hoge Raad heeft zich laatstelijk over deze problematiek uitgesproken in ABN AMRO/Van Dooren q.q. III. In deze bijdrage komen de auteurs tot de conclusie dat de door de Hoge Raad ingeslagen weg onwenselijk is. Ook wordt door hen betoogd dat de in ABN AMRO/Van Dooren q.q. III geformuleerde maatstaf geen toepassing zou moeten vinden bij bonafide reddingsoperaties door de bank.


Mr. T. Hekman
Mr. T. Hekman is advocaat bij AKD te Amsterdam.

mr. J. de Koning Gans
Mr. J. de Koning Gans is advocaat bij Post Advocaten te Barneveld.

    This article deals with employee board-level representation (EBLR) in the case of a cross-border merger. Article 16 CBM Directive (Tenth Directive 2005/56/EC) contains a provision to preserve this form of employee participation on national level. One of the fundamental principles of this article is the so called 'before and after principle'. This means that a cross-border merger may not be used to escape from already existing rights on employee participation. This article discusses the role of article 16 CBM Directive in the context of Dutch company law from the point of view of this fundamental principle. I will focus on two aspects: (i) the application of the said article and (ii) the embedding thereof in Dutch company law. This will lead to the conclusion that article 16 CBM Directive does not always protect what it should protect according to its objectives.


mr. Femke Laagland
Praktijk

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden EVRM, EHRM, rechten van de mens, schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in het verslagjaar 2011-2012 weer meer zaken afgedaan dan in het voorgaande jaar. Onder de uitspraken en ontvankelijkheidsbeslissingen van het Hof bevinden zich er verschillende die vanuit gezondheidsrechtelijk perspectief interessant zijn. Hierbij kan worden gedacht aan zaken over het zonder informed consent steriliseren van vrouwen, de gedwongen behandeling van onvrijwillig opgenomen patiënten, het ontslag van een arts na kritiek op het functioneren van een afdelingshoofd en het verwijderen van de naam van een arts op de lijst van toegelaten zorgaanbieders. Deze kroniek bevat een beschrijving en analyse van de voor het gezondheidsrecht belangrijkste zaken uit het verslagjaar 2011-2012.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC en redacteur van dit blad.
Artikel

Wetsvoorstel voorwaarden voor winstuitkering aanbieders medisch-specialistische zorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden medisch-specialistische zorg, Wet cliëntenrechten zorg, winstoogmerk, winstuitkering, zorgaanbieders
Auteurs Mr. dr. E. Plomp
SamenvattingAuteursinformatie

    Na jarenlange debatten over dit onderwerp heeft de Minister van VWS op 9 februari 2012 een wetsvoorstel ingediend dat winstuitkering door aanbieders van medisch-specialistische zorg onder voorwaarden mogelijk maakt. In dit artikel worden enkele kritische kanttekeningen geplaatst bij de gestelde voorwaarden en wordt uiteengezet welke aspecten nadere regulering behoeven. Geconcludeerd wordt dat met name de normatieve aspecten van winstuitkering en de publieke belangen die het wetsvoorstel beoogt te dienen verder zouden moeten worden uitgewerkt en dat een meer gedifferentieerde regeling de voorkeur zou verdienen.


Mr. dr. E. Plomp
Emke Plomp is arts, farmaceut en jurist en gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Winst in de zorg. Juridische aspecten van winstuitkering door zorginstellingen, Den Haag: Sdu Uitgevers 2011 (hierna: Plomp 2011).
Artikel

Schending van verzekeringsplicht werkgever gedekt onder AVB-polis?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2012
Trefwoorden uitleg polisvoorwaarden, dekkingsomvang AVB-polis, primaire dekkingsomschrijving, werkgeversaansprakelijkheid, schending verzekeringsplicht
Auteurs Mr. H. Lebbing en Mr. N. de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken in deze bijdrage het arrest van de Hoge Raad van 30 maart 2012, waarin de Hoge Raad oordeelde – kort gezegd – dat schending door de werkgever van zijn verzekeringsplicht onder dekking van een AVB-polis kan vallen. De auteurs schetsen eerst de casus en het procesverloop. Vervolgens bespreken zij de opvattingen in rechtspraak, literatuur en politiek ten aanzien van de vraag of een AVB-polis dekking biedt voor schending van de verzekeringsplicht voor werkgevers. De auteurs stellen zich op het standpunt dat het oordeel van de Hoge Raad is bedoeld voor de specifieke casus en is ingegeven door rechtspolitieke overwegingen. Zij menen dat er geen sprake is van een breuk met de Valschermzweeftoestel-jurisprudentie.


Mr. H. Lebbing
Mr. H. Lebbing is advocaat-partner bij de sectie Dispute Resolution van Houthoff Buruma te Rotterdam.

Mr. N. de Boer
Mevrouw mr. N. de Boer is professional support lawyer bij de sectie Dispute Resolution van Houthoff Buruma te Rotterdam.
Artikel

De zzp’er: een (arbeidson)geval apart

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2012
Trefwoorden regres, verkeersongeval, voetganger, toerekening, schade, inkomensschade, bewijs, bewijslast, overlijdensschade
Auteurs Mr. C. Blanken en Mr. A.H.M. van Noort
SamenvattingAuteursinformatie

    HR 23 maart 2012: de zzp’er en artikel 7:658 lid 4 BW. In deze bijdrage bespreken de auteurs welke criteria de Hoge Raad hanteert voor de toepasselijkheid van artikel 7:658 lid 4 BW op de zzp’er. Ook gaan zij in op de gevolgen van het arrest voor de schadelast van de AVB-verzekeraar en voor de regresrechten van zorg- en andere schadeverzekeraars. Tot slot wordt aandacht besteed aan artikel 7:611 BW in relatie tot de zzp’er.


Mr. C. Blanken
Mr. C. Blanken is advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten.

Mr. A.H.M. van Noort
Mr. A.H.M. van Noort is advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten.
Artikel

Feitenloze politiek in het wetgevingsproces?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2012
Trefwoorden fact free politics, logos, ethos, pathos, rationaliteiten
Auteurs Prof. dr. R.A. Koole
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage betoogt de auteur dat fact free politics in zekere zin van alle tijden is, maar dat de huidige discussie daarover raakt aan de veranderde rol van emotie in de politiek. Vervolgens wordt vanuit dit perspectief stilgestaan bij de verschillende rationaliteiten die spelen bij het wetgevingsproces en wordt een pleidooi gehouden om de besluitvorming over wetten vooral als een eigenstandig politiek proces te beschouwen en te onderzoeken.


Prof. dr. R.A. Koole
Prof. dr. R.A. Koole is hoogleraar Politieke Wetenschappen aan de Universiteit Leiden.
Artikel

VALE: grensoverschrijdende omzetting in het verlengde van Cartesio

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2012
Trefwoorden grensoverschrijdende omzetting, zetelverplaatsing, Cartesio, Europese Unie
Auteurs Mr. W.J.T. de Jonge
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het onlangs gewezen VALE-arrest en de mogelijkheden die dit arrest schept met betrekking tot grensoverschrijdende omzettingen binnen de Europese Unie.


Mr. W.J.T. de Jonge
Mr. W.J.T. de Jonge is kandidaat-notaris bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Met biografieën een beter begrip van witteboordencriminaliteit?

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2012
Trefwoorden white-collar crime, corporate crime, biographies, case studies
Auteurs Wim Huisman
SamenvattingAuteursinformatie

    The central question of this article is whether biographies can be a source for criminological research on white-collar crime and how they can contribute to the explanation of white-collar crime. To answer this question, 35 Dutch biographies were studied. Following the legal ambiguities of white-collar crime, not all of these biographies are about criminal offences. And following the dominant anthropomorphic approach to corporate crime, some of these are corporate biographies. Many biographies confirm current criminological explanations of the causation of white-collar crime. Yet, biographies also offer additional insights, for instance about the causal relevance of the private life of white-collar offenders.


Wim Huisman
Prof. dr. Wim Huisman is hoogleraar bij de sectie criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. E-mail: w.huisman@vu.nl.
Toont 1 - 20 van 55 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.